De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

GELOVEN IN EUROPA

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

GELOVEN IN EUROPA

8 minuten leestijd

In het tijdschrift voor evangelische theologische bezinning Soteria wordt diepgaand aandacht besteed aan het boek van Charles Taylor, Een seculiere tijd (A Secular Age). In dit belangrijke boek uit 2007 van meer dan 1000 pagina’s staat de vraag centraal hoe het komt dat in 1500 iedereen overtuigd was van het bestaan van God en dat het geloof in God vandaag de dag nog hooguit als een optie wordt gezien. Taylor spreekt van een ‘immanent raster’, een manier van kijken waarin het natuurlijke bepalend is en waarin verwijzingen naar God afwezig zijn.
Soteria wijdt aan het verhaal dat Taylor vertelt van de zestiende tot de 21e eeuw een diepgravende analyse. Herman Paul (hoogleraar secularisatiestudies) plaatst vanuit het gedachtegoed van Augustinus ook kritische kanttekeningen: ‘Wat de kerk tot dusver ook heeft meegemaakt, zei Augustinus, ze is nog altijd onderweg en daarom niet in staat nauwkeurig te bepalen wat als voor- en tegenspoed mag gelden.’ Dat blijkt pas aan het einde der tijden.

SOTERIA

Het historistische secularisatieverhaal van A Secular Age sluit aan bij een gevoel ingrijpende veranderingen mee te maken – een gevoel dat treffend wordt uitgedrukt in frases als ‘postchristelijk’ en ‘postchristendom’. Maar hoe meer zo’n post-stemming zich nestelt in de Nederlandse kerken, des te relevanter zou de augustiniaanse wedervraag kunnen zijn: is ons historische perspectief niet te smal, in zowel temporeel als geografisch opzicht, als we ons de laatste der Mohikanen wanen?

Dr. Paul wil zeggen: hoe zeker weten wij eigenlijk dat de kerk nu in een uitzonderlijke situatie terecht is gekomen? Is het verhaal dat Taylor vertelt niet veel te gesloten? Gesloten ook voor het werk van de Geest?

RD

Dr. Gert Noort, directeur van de Nederlandse Zendingsraad, lijkt dat laatste ook te onderstrepen. Hij publiceerde onlangs samen met anderen een Engelstalig handboek voor evangelisatie in Europa, uitgegeven door de Wereldraad van Kerken. Klaas van der Zwaag sprak met hem voor het RD.

Dr. Noort constateert een opmerkelijke comeback van evangelisatie in de Wereldraad van Kerken. ‘Critici hebben de Wereldraad van Kerken verweten de zendingsopdracht verkwanseld te hebben door een te stevig accent op de maatschappelijke aspecten van het Evangelie. Die verdeeldheid en het door velen als eenzijdig ervaren accent op zending als uiting van humaniteit is gelukkig allang verleden tijd. Zending en evangelisatie hebben bij de Wereldraad van Kerken expliciet een plaats in het programma. Daarin is volop ruimte gegeven aan de oproep tot discipelschap, als belangrijke roeping van de kerk. In de kern bestond dat al in het verleden toen de oecumenische beweging en de zending officieel geïntegreerd werden.’

Omgekeerd is er onder evangelischen, met name sinds de vergadering van het Lausannecomité in 1974, steeds meer aandacht gekomen voor wat genoemd wordt ‘integrale zending’. Dr. Noort: ‘Het gaat hier niet alleen om de verkondiging van het eeuwig heil, maar ook om de betekenis van het Evangelie voor de mens van hier en nu, voor deze wereld, voor zaken als recht en gerechtigheid, voor kwesties die spelen in de politieke arena.’

Komt deze wending bij de Wereldraad naar getuigenis en evangelisatie door de toenemende invloed van evangelischen, charismatische groeperingen en pinksterkerken, met hun nadruk op de persoonlijke verhouding tot Christus?

‘Dat is zeker een van de factoren. De Wereldraad van Kerken heeft een goede relatie met de pinksterkerken opgebouwd. Er is bij de Wereldraad gaandeweg steeds meer aandacht gekomen voor het werk van de Geest, genezing en gebed. Er was bij de Wereldraad altijd een spanning tussen dialoog en getuigenis, maar dat is een creatieve spanning. De gemeente van Christus is geroepen om getuige te zijn van Jezus en tegelijkertijd in gesprek te zijn met deze wereld en samen te leven met aanhangers van andere religies. Die spanning is, levend als christen op de markt van verschillende overtuigingen, ook een voorgegeven in ons nieuwe boek. Daarin wordt voluit gehonoreerd dat we als gelovigen geroepen zijn het goede nieuws van Christus door te vertellen en voor te leven.’

Dit handboek voor evangelisatie verschijnt onder meer omdat evangelisatie een imagoprobleem heeft, en niet alleen buiten de kerk, stelt Noort:

‘Binnen de kerken weten velen er geen raad mee, en buiten de kerken vindt men evangelisatie iets betweterigs, iets opdringerigs.’ Maar de visie op evangelisatie binnen de kerk verandert, zo is de overtuiging van dr. Noort.

Steeds meer zien we dat evangelisatie verankerd is in de christelijke gemeenschap die het goede nieuws viert en daarvan verhaalt. Dat is een zaak van de gemeente en van gemeenteleden. Paus Franciscus spreekt in zijn geschrift ‘De vreugde van het Evangelie’ al helemaal niet meer van vrijgestelden voor zending en evangelisatie, maar betrekt deze op de taak van elke gelovige. Zending in de Rooms-Katholieke Kerk en de Oosters-orthodoxe kerken wortelt in de liturgie, daar waar mensen brood en wijn delen en vandaaruit het goede nieuws doorgeven. Dat is een gedachte die mij erg aanspreekt. Evangelisatie is niet een afzonderlijke en geïsoleerde activiteit, maar maakt deel uit van de vierende gemeente.

Evangelisatie is daarom ingrijpend veranderd vergeleken met vroeger. ‘De tijd van de massale tentcampagnes en de grote sprekers is voorbij. Ik wil niet zeggen dat ze geen waarde gehad hebben. Ik was ook actief voor de koffiebar van Youth for Christ en ik stond op straat in Amersfoort te evangeliseren met mijn gitaar. Het leverde soms prachtige gesprekken op, maar ik heb toen te weinig ingezien dat evangelisatie ingebed mag zijn in de gemeenschap van gelovigen. Evangelisatie betekent ook laten zien wat het is om een lokale gastvrije gemeenschap te zijn in een wijk en betrokken te zijn bij de vreugden en noden van de buurt.

TUSSENRUIMTE

TussenRuimte – een uitgave van onder andere de Nederlandse Zendingsraad – bracht een mooi themanummer uit over geloven in Europa, met reportages en portretten over het christelijk geloof in uiteenlopende situaties en contexten, zoals Tsjechië, Albanië, Rusland, Hongarije, Frankrijk en België. Er is ook aandacht voor het verschijnsel straatpastors, inmiddels op 270 plaatsen in Groot-Brittannië. Wekelijks gaan zo’n tweeduizend van hen in het weekend tussen 22.00-04.00 uur de straat op in uitgaansgebieden. Als ‘de kerk op straat’, om gemeenschappen beter en veiliger te maken. Francis Brienen, werkzaam bij de United Reformed Church schrijft erover. Hij start met een impressie:

Dalston in het Londense stadsdeel Hackney is een levendige buurt met een multiculturele bevolking. ’s Avonds is het gebied populair bij studenten en yuppen die de vele bars en clubs bezoeken. Op een gewone vrijdagavond om 23.00 uur ontmoeten vier mensen elkaar bij de plaatselijke baptistenkerk: een leraar, een gepensioneerd kerkelijk werker, een gepensioneerde huisvrouw en een sociaal werker. Zij zijn straatpastors, vrijwilligers uit verschillende kerken, die de straat op gaan en klaarstaan om te praten, te luisteren en te helpen waar ze maar nodig zijn.
Na gezamenlijk gebed en een telefoontje naar de politie dat ze op pad gaan, vertrekken ze. Ze lopen langzaam en zeggen iedereen gedag. Twee straatpastors raken in gesprek met twee oudere mannen. Een van hen vertelt over zijn strijd met alcohol en hoe graag hij het zou willen opgeven. De andere twee spreken drie vrienden die een avondje uit zijn. Het eindigt in gebed voor twee van hen.
Wandelend door de drukke straten worden de straatpastors gegroet door portiers van nachtclubs, politie en mensen die hen eerder ontmoet hebben. Ze hebben een gesprek met een groepje vrienden, de meesten moslim en één christen, over Jezus, de Bijbel en de Koran. Eén van hen vertelt zijn levensverhaal. Het gesprek eindigt met een belofte om te bidden. Op de terugweg sussen ze een ruzie tussen twee vriendinnen. Ook ruimen ze rondslingerende flessen op. De avond eindigt om 02.00 uur weer bij de kerk, waar ze bidden voor de mensen die ze ontmoet hebben.

Francis Brienen schrijft dat de straatpastors weliswaar niet de uitdrukkelijke bedoeling hebben tot evangelisatie, maar in dit werk is wel een duidelijke dimensie van evangelisatie aanwezig.

De visie achter Street Pastors is geïnspireerd door het leven en werk van Jezus. Jezus laat duidelijk zien dat Hij mensen in nood ontmoet op de plaats waar zij zich bevinden. Hij had passie voor de arme en gemarginaliseerde mensen en liet zien dat redding en ‘overvloedig leven’ zowel praktische als spirituele consequenties heeft. Het is deze Jezus die christenen oproept om licht en zout te zijn en de liefde van God te tonen op praktische en tastbare manieren.

Naast het verhaal van de secularisatie (Taylor) zijn er ook andere, kleine (?) verhalen, die hoop verspreiden en die reiken naar Gods nieuwe wereld.

Ds. G. van Meijeren is hoofd mobiliteitsbureau Predikanten & Kerkelijk Werkers van de Protestantse Kerk.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 januari 2017

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

GELOVEN IN EUROPA

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 januari 2017

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's