BINNENMUUR EN FUNDAMENT
Ds. Mensink spreekt synode Christelijke Gereformeerde Kerken toe
Als voorzitter van het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond sprak ds. A.J. Mensink op woensdag 25 januari de synode van de Christelijke Gereformeerde Kerken toe. Zijn toespraak volgt hier.
Geachte preses, vergadering, geliefde broeders, het is de zesde keer dat u ons hebt uitgenodigd om aanwezig te zijn en tot u te spreken.
Daarmee lijkt een zekere traditie te zijn ontstaan – maar ik ervaar deze traditie allerminst als vanzelfsprekend. Ze heeft iets van een geschenk, iets van het wonder dat wat bij (en volgens) mensen onmogelijk is, mogelijk is bij God. Als we spreken over kerkmuren, suggereren we daar immers mee dat we elkaar niet kennen of willen kennen; dat er scheiding bestaat tussen broeders van hetzelfde huis (en in zekere zin is dat ook zo). Vandaag ervaren we dat die muur een binnenmuur is, geen buitenmuur. Een binnenmuur maakt wel scheiding, maar de bewoners leven op hetzelfde fundament. Daarom zitten in een binnenmuur altijd deuren. Om de broederschap in hetzelfde huis te onderhouden.
KANSELRUIL
Dat is iets wat wij ook de afgelopen jaren hebben mogen ervaren. Met dankbaarheid kijken we terug op onze ontmoetingen met uw Deputaten Eenheid. In een sfeer van liefde, vertrouwen en vooral hartelijke verbondenheid aan de gereformeerde belijdenis hebben wij met elkaar kunnen spreken. Op diezelfde wijze heeft in verschillende gemeenten kanselruil kunnen plaatsvinden. Verschillende predikanten en gemeenten hebben over en weer ervaren dat een gereformeerde prediking, ondanks verschillende contexten zoals de liturgie, een woord voor het hart heeft.
Naar onze indruk neemt het aantal kanselruilingen echter weer wat af. Dat zou betekenen dat men het mooi vindt om een keer gedaan te hebben, maar dat het in kerkenraden geen beleidsmatige gevolgen heeft gekregen.
VIJFKERKENOVERLEG
Dit raakt een ander belangrijk moment in de afgelopen drie jaren: de deelname van uw deputaten Eenheid aan het zogenoemde Vijfkerkenoverleg (samen met de Protestantse Kerk, de Nederlands Gereformeerde Kerken, de Gereformeerde Kerken Vrijgemaakt en de Voortgezette Gereformeerde Kerken). Een ontmoeting met het moderamen van de Protestantse Kerk in Nederland geeft inzicht in de kerkelijke situatie waarin de Gereformeerde Bond zich van harte geroepen weet te blijven staan. Uw deputaten hebben iets geproefd van de innerlijke samenhang van liefde vóór de kerk en lijden áán de kerk. Het Vijfkerkenoverleg heeft ons bemoedigd. De kerk (welke naam zij ook draagt) heeft een prediking nodig waarin de Schrift ontvouwd wordt, waarin de belijdenis van de kerk meeklinkt, en waarin de mens in al zijn noden en zonden gekend, ontdekt en vertroost wordt. Naar die prediking staan wij, ook in de Protestantse Kerk, en naar een kerkelijk leven dat door deze prediking gevoed en geijkt wordt.
Juist ons staan in de Protestantse Kerk behoedt ons ervoor om gereformeerde prediking vanzelfsprekend te vinden, én om gereformeerde prediking uit vanzelfsprekendheden te laten bestaan. Zoals ook gereformeerd geloofsleven niet zonder aanvechting zijn kan, zo kan ook de gereformeerde prediking niet zonder aanvechting óntstaan en béstaan. Ik besef dat u enigszins terughoudend bent als het gaat om contacten met de Protestantse Kerk – ik begrijp dat vanuit uw perspectief. Toch wil ik u aanmoedigen deze contacten in de toekomst te onderhouden: niet alleen omdat het goed is voor de Protestantse Kerk, maar ook omdat het goed is voor u – het helpt immers om gezond gereformeerd te blijven. Gezond gereformeerd ben je in het spanningsveld van waarheid en eenheid – hét gespreksthema met uw deputaten in de afgelopen jaren.
GTU
In dat licht wil ik ook enkele gedachten met u delen omtrent de toekomstige Gereformeerde Theologische Universiteit (GTU). Drie jaar geleden constateerde u als synode dat de toekomst van de Theologische Universiteit Apeldoorn (TUA) als eigen ambtsopleiding van uw kerken in gevaar is. U overwoog dat een bundeling van gereformeerde theologische universiteiten een weg naar voren zou openen, maar ook dat dit tot een stevig gesprek over identiteit zou moeten leiden. In een latere vergadering stelde u daarom de voorwaarde dat – naast een preambule over het Schriftgezag – een partij als de Gereformeerde Bond een substantiële bijdrage zou leveren aan voorstellen die tot de oprichting van een Gereformeerde Theologische Universiteit leiden.
Op dit verzoek hebben wij van harte ‘ja’ gezegd. Niet omdat wij deloyaal aan de Protestantse Theologische Universiteit zijn; niet omdat wij hiermee uitbreiding van macht en invloed zouden beogen. Maar uit liefde tot u en uit liefde tot de gereformeerde theologiebeoefening. En ook omdat wij uit ervaring weten dat het in onze tijd steeds moeilijker wordt om gereformeerde theologie op academisch niveau te bedrijven en te onderwijzen. Als het gaat om kwaliteitseisen van de overheid, wordt het benoemen van docenten en hoogleraren almaar moeilijker. Als het gaat om theologische stromingen, wordt de gereformeerde theologie meer en meer in de marge gedreven. Het kan en mag niet zo zijn dat academische, gereformeerde theologiebeoefening in ons land teloor gaat.
Vanuit deze diepe motivatie en vanuit onze eigen ervaring aan diverse universiteiten hebben wij naar vermogen willen bijdragen in de zogenaamde Regiegroep. Het is niet aan ons, maar aan u als synode om te bepalen of u onze bijdrage substantieel genoeg vindt en of wij aan uw voorwaarde voldaan hebben. Wel kan ik u zeggen dat de inspanning voor een bond met zeer beperkte mankracht en middelen bij tijden onverantwoordelijk hoog is geweest.
GEWETENSVRAAG
Het doet ons pijn dat de voorstellen rond de GTU erg tegenstrijdige reacties hebben opgeroepen. Bezwaren die te maken hebben met het bewaren van de eigen identiteit van de TUA en de Christelijke Gereformeerde Kerken begrijpen wij – we zouden zelfs van herkenning kunnen spreken. Bezwaren die zich richten op te veel of te weinig participatie van de Gereformeerde Bond in de GTU, zijn onzes inziens niet terecht. Wij hebben geen enkele voorwaarde gesteld over de benoeming van docenten of hoogleraren met een hervormd-gereformeerde achtergrond. Dat is aan u. Wij hebben ook niet de financiële middelen om ons in te kopen in een theologische universiteit, en daarmee zélf docenten te bekostigen.
Mijn grootste zorg is niet of u het met ándere kerken en partners eens kunt worden over een GTU, maar of u het met elkáár eens kunt worden. Of u een eenduidige visie hebt op gereformeerde theologiebeoefening. Van harte zijn we het met elkaar eens dat de gereformeerde belijdenis de rijkste expressie is van het katholieke geloof van de kerk der eeuwen. Zij getuigt van het heerlijke genadewerk van Vader, Zoon en Heilige Geest. Zij zingt van zekerheid, troost en blijdschap. Déze belijdenis theologisch te ontvouwen en uit te werken, ook op academisch niveau, is een heerlijke, maar ook hoogstnoodzakelijke opdracht.
Ook in de 21e eeuw. De gewetensvraag is of wij geloven dat het gereformeerd belijden de vragen van de 21e eeuw aan kan. Of wij geloven dat de gereformeerde belijdenis ook een geseculariseerd mens de helderste weg naar Christus wijst.
Wie deze vragen toelaat, geeft iets van zijn eigen veiligheid prijs. Maar wordt ook bewaard voor een ál te grote gereformeerde vanzelfsprekendheid. Voor een theologiebeoefening die uiteindelijk alleen maar zelfbevestigend is. Gereformeerde theologiebeoefening heeft daarom ruimte nodig: gereformeerde diepte vraagt om katholieke breedte. Gereformeerde theologiebeoefening heeft aanvechting nodig. Aanvechting die loutert, aanscherpt én staalt. Om te kunnen gewinnen moeten wij eerst verliezen. Eerst van de Heere, daarna van onszelf.
RIJKE TRADITIE
Met de TUA brengt u een ongelofelijk rijke traditie de GTU binnen. Deze traditie is vitaal, ze is ook nodig. Ook voor de Gereformeerde Bond.
Maar de Gereformeerde Bond is het Koninkrijk niet. Dat zijn de Christelijke Gereformeerde Kerken ook niet. Het Koninkrijk is van de Heere. Geen enkele theologie kan dit Koninkrijk doorgronden, zelfs de gereformeerde theologie niet. Dat maakt ons bescheiden en nederig. Over elke toren die wij bouwen, wordt in de hemel gelachen, welk etiket er ook op staat. Maar in de hemel is blijdschap over wie zich vernedert, ootmoed leert, en samen met alle heiligen de kennis van Christus najaagt – die de kennis te boven gaat (Ef.3:19). Laat dat verlangen op uw hart gebonden zijn wanneer u over TUA en GTU zult spreken en besluiten.
Weet dat wij met innige gevoelens van verbondenheid met u meeleven. De HEERE geve u wijsheid in alle dingen. Dat is niet vanzelfsprekend. Maar wel door Hém beloofd!
Ds. A.J. Mensink uit Krimpen aan den IJssel is voorzitter van de Gereformeerde Bond in de Protestantse Kerk in Nederland.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 februari 2017
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 februari 2017
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's