De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

DWARSE KINDEREN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DWARSE KINDEREN

Een zeker mens had twee zonen... Lukas 15:11

4 minuten leestijd

Voor trouwe kerkgangers fungeert de jongste zoon vaak als rolmodel voor het ware geloof. Maar maken we het ons niet te gemakkelijk als we de oudste zoon op afstand houden?

Dwarse en rebelse kinderen. Misschien is het ons ook weleens overkomen dat zoon- of dochterlief woedend de deur achter zich dichtsloeg. Of dat een van de kinderen wegtrok, de wijde wereld in, het avontuur tegemoet. De tijdgenoten van Jezus hebben het verhaal zeker herkend. Op een dag zegt de jongste: pa, geef mij mijn deel van de erfenis.

TWEE ZONEN

Het kindsdeel van een erfenis kun je niet zomaar te gelde maken. Ten tijde van Jezus was dat niet anders. De oudste kreeg toen meestal een dubbel deel. Mocht de erfenis toch verdeeld worden bij het leven van de ouders, dan hielden die ouders wel het vruchtgebruik. Aan het eind van dit verhaal zegt de vader tegen zijn oudste zoon: ‘Kind, al het mijne is van jou.’ (vs.31)

Het beeld van de jongste zoon was lange tijd kenmerkend voor de moderne tijdgeest. Weg van het ouderlijk huis, op eigen benen staan, de vrijheid tegemoet, zelf uitmaken hoe je het leven inricht. En bij de oudste zoon komt het beeld van de brave broeder bovendrijven, de traditionele mens, de ietwat schijnheilige kerkmens. Twee kinderen uit een gezin en zo verschillend. Wie de Bijbel kent, moet onwillekeurig denken aan andere verhalen: Kaïn en Abel, Jakob en Ezau. Hoe ondoorgrondelijk is die tweedeling in de mensheid. Hoe is het toch mogelijk dat de een wel de HEERE dient en de ander niet? Waarom is de een rebels en gaat de ander wel in het spoor van de opvoeding?

VADERLIEFDE

Doorslaggevend in deze gelijkenis is de liefde van de vader. Hij is het beeld van de barmhartige en genadige hemelse Vader. Als de jongste zoon tot inkeer is gekomen en naar huis terugkeert, dan komt zijn vader hem al tegemoet snellen. Er staat bij: met innerlijke ontferming bewogen. Met dezelfde woorden wordt er in het Oude Testament gesproken over God, Die met innerlijke ontferming bewogen is over het volk Israël. Jezus’ tijdgenoten hebben in de typering van de vader ongetwijfeld deze schriftwoorden gehoord: ‘Barmhartig en genadig is de HEERE.’ (Ps.103:8) Vol van compassie en genegenheid. Zo heeft God Zich bekendgemaakt. ‘Hoe zou Ik u prijsgeven? (...) Mijn hart keert zich Mij om, al Mijn medelijden is opgewekt.’ (Hos.11:8) Met deze gelijkenis rechtvaardigt Jezus Zijn optreden in de richting van de Farizeeën, die mopperden: ‘Deze Man ontvangt zondaars en eet met hen.’ (Luk.15:2). Inderdaad, zegt Jezus, Ik ga om met zondaars. Ik neem hen op in Mijn gemeenschap. Zoals de vader zich ontfermt over de weggelopen zoon, zo ontferm Ik Mij in Gods Naam over tollenaars en zondaars. Zoals de verloren zoon weer aangenomen wordt als kind, zo neem Ik het verlorene op in de ontferming van de hemelse Vader.

WOEDEND

De oudste zoon staat nog buiten als hem vanuit de ouderlijke woning muziek en dans tegemoet klinken. Een van de knechten vertelt hem dat zijn jongste broer is teruggekomen en dat zijn vader een feestmaal heeft aangericht. Dan grijpt de woede hem naar de keel. Toch zwaait ook voor hem de deur van de ouderlijke woning open en komt de vader opnieuw naar buiten. Hij spoort hem aan naar binnen te komen. Maar de verwijdering groeit zienderogen. Dat blijft een schokkend en aangrijpend tafereel. Op het eigen erf neemt de oudste zoon afstand van zijn vader. De verharding neemt toe. Het verwijt klinkt: mij hebt u nooit een bokje gegeven om vrolijk te zijn. En nu komt deze zoon van u! (vs.29,30)

ONTFERMING

We kruipen het liefst in de huid van de jongste zoon, omdat we beseffen dat we op die manier gered worden. De vreugde van de redding klinkt door in de uitroep van de vader: hij was dood, maar is weer levend geworden, hij was verloren en is gevonden. We horen daarin de kern van het Evangelie. Het doet ons denken aan uitdrukkingen in de brieven van Paulus: het afleggen van de oude mens en het aandoen van de nieuwe mens.

Maar wie de gelijkenis leest, kan niet om de oudste zoon heen. Zal hij ingaan? Zal hij zich laten aanraken door de innerlijke ontferming van de vader? En zullen wij – die druk doende zijn op het kerkelijk erf – oog houden voor de innerlijke ontferming van God als de enige grond van ons behoud? En verheugen wij ons nog over de broeder of zuster die dood was en weer levend is geworden in Jezus Christus?

Dr. F.G. Immink uit Driebergen is emeritus hoogleraar Praktische theologie aan de Protestantse Theologische Universiteit.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 februari 2017

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

DWARSE KINDEREN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 februari 2017

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's