De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

ONKUNDE IS VAN DE DUIVEL

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

ONKUNDE IS VAN DE DUIVEL

Reformatie gaf aan leesonderwijs hoge prioriteit

7 minuten leestijd

Toen Filips II tijdens zijn oriëntatiebezoek aan de Nederlanden in 1549 in Leiden kwam, viel hem op dat vrijwel alle mensen konden lezen en schrijven. Dat was voordat de Reformatie in deze stad haar beslag kreeg. De Lage Landen kenden een relatief hoge geletterdheid.

Iets dergelijks zien we in de streek waar Luther vandaan kwam. Ook in de tijd voorafgaande aan 31 oktober 1517 was er niet alleen basisonderwijs, maar ook hoger onderwijs. De Reformatie kon er niet komen zonder deze vormen van onderwijs. Tegelijk heeft ze er een belangrijke impuls aan gegeven. Waaruit bestond die en hoe konden de ideeën van de Reformatie doorwerken?

ZELFSTANDIG

De meest in het oog springende omslag heeft te maken met de positie van de gelovige. Werd men voorheen verondersteld te geloven op gezag van de kerk, in de Reformatie kreeg de positie van het individu het volle gewicht. Geloven deed je niet langer meer omdat de paus dit voorschreef, maar omdat God dit van de mens vraagt. Een mens kon zelfstandig tot God naderen, dat hoefde niet door bemiddeling van een geestelijke. Het onderscheid tussen geestelijken en leken verdween. Luther was hier radicaal in, omdat hij geloofde dat niet een kerkelijke positie, maar de doop beslissend was: ‘Want,’ zo zegt hij, ‘wat uit de doop gekropen is, mag zich erop beroemen dat het als gewijd is als priester, bisschop en paus.’

Dat stelt ook nieuwe eisen aan de gelovigen. Je bent in je oordelen immers niet meer afhankelijk van wat de kerk voorschrijft, maar bent geroepen om zelfstandig te beslissen. Elementaire vorming van de leek is daarom onontbeerlijk. Het leesonderwijs had hoge prioriteit. Iedereen was geroepen om de Schrift te bestuderen, en als het even kon ook geschriften die hier uitleg bij gaven. Dat werd aan het eind van de vijftiende en het begin van de zestiende eeuw steeds meer mogelijk vanwege de boekdrukkunst.

ONKUNDE

Luther hekelt de onkunde onder het volk die hij tijdens zijn reizen tegenkomt. Deze is onder andere bevorderd door het leeglopen van de kloosters, waar voorheen het onderwijs verzorgd werd. De reformator is stevig in zijn uitspraken: onkunde is iets van de duivel. Mensen die hun kinderen niet naar school sturen, omdat ze denken dat er wel geld te verdienen valt met een beetje handel, spelen de duivel in de kaart. In een geschrift uit 1524, getiteld Aan de raadsheren van alle steden van Duitsland dat ze christelijke scholen moeten oprichten en in stand houden stelt hij dat alle kinderen (jongens én meisjes) iedere dag een paar uur naar school zouden moeten gaan. Liefst zou Luther onderwijs verplicht stellen voor iedereen. In iedere stad en in ieder plattelandsdorp zou een school moeten staan.


Iedereen was geroepen om de Schrift te bestuderen en liefst ook de geschriften die hier uitleg bij gaven


KADERVORMING

De reformatoren geven niet alleen aandacht aan het lager onderwijs, maar ook aan het voortgezet en hoger onderwijs. Dat is vooral het geval bij Melanchthon en Calvijn. Maar ook voor Luther is juist dit type onderwijs een grote zorg. Hij schrijft in 1530 vanuit de Coburg een geschrift met als titel Een preek dat we de kinderen naar school moeten sturen. Deze is in vertaling beschikbaar gekomen in Luther verzameld (2), onder redactie van prof.dr. H.J. Selderhuis. Anders dan de titel doet vermoeden, gaat het om onderwijs dat voorbereidt op kaderfuncties. Luther spreekt in dit geschrift predikanten aan op hun verantwoordelijkheid. ‘De gewone man,’ zo zegt hij, ‘heeft veel dingen aan zijn hoofd en kan niet zo goed over de voor- en nadelen van onderwijs nadenken als dat een predikant dat kan.’

Hij geeft hen vervolgens twee motieven voor onderwijs in handen, die ze ‘de gewone man’ kunnen voorhouden. Het eerste is dat de ambten in de kerk in stand moeten blijven. Naar school gaan met het doel om een ambt te vervullen, werd niet aantrekkelijk gevonden, omdat je er maar weinig mee verdient. Maar dat is kortzichtig, zo betoogt Luther, omdat geestelijke ambten enorme invloed hebben. ‘Je zoon doet dit werk niet voor één mens maar voor velen, ja, voor allen en dat dagelijks. En het allerbeste is dat hij dit voor God doet, Die ernaar kijkt en Die het zo waardevol en belangrijk vindt, zoals gezegd is, of de mensen het nu erkennen en waarderen of niet.’

Luther gaat echter nog verder in zijn redenering. Het predikantschap is niet alleen van geestelijk belang maar dient ook de vrede: ‘De tijdelijke vrede, die het hoogste goed op aarde is en waarin ook alle andere tijdelijke goede dingen begrepen zijn, is een vrucht die hoort bij het ware predikambt. Want als dat ambt wordt uitgevoerd, blijven oorlog, haat en bloedvergieten weg.’

ORDE EN VREDE

Uit dit citaat blijkt dat orde en vrede in het land voor Luther een aangelegen punt is. Dat is zijn tweede motief voor kadervorming. Ouders moeten hun kinderen naar school sturen, omdat de maatschappelijke structuren in stand moeten blijven. Bestuursfuncties moeten vervuld worden door mensen die goed onderwijs genoten hebben. ‘Want,’ zo zegt hij, ‘niet de wet van de vuist, maar de wet van het hoofd moet regeren, niet geweld maar wijsheid en verstand, zowel onder slechte als goede mensen.’ Daarom moeten burgers niet tevreden zijn als hun kinderen maar een beetje kunnen rekenen en kunnen lezen in het Duits. Ze moeten ook Latijn leren, omdat dat nu eenmaal de taal is waarin publieke zaken geregeld worden.

Hoewel de 21e-eeuwse context volstrekt anders is, is de essentie van de twee motieven nog steeds actueel. Het eerste motief is te lezen als een aanklacht tegen nuttigheidsdenken. Evenals in de zestiende eeuw streven ouders vandaag de dag vooral scholing na ten behoeve van welvaart. Het tweede motief is te lezen als een pleidooi voor het redelijk denken van leiders. Goed onderwijs is het beste middel om een land niet ten prooi te laten aan impulsen van een populist of aan de sentimenten van de massa.

CATECHESE

De spits van de invloed van de Reformatie op het onderwijs ligt in de catechese. Dit was het middel bij uitstek om leken in te wijden in de leer van de kerk. Gedoopten hoefden met hun leesvaardigheid en denkvermogen niet zelf het wiel uit te vinden. Om vertrouwd te raken met de leer van de kerk waren middelen nodig. Dr. W. Verboom heeft in zijn dissertatie, De catechese in de Reformatie en Nadere Reformatie (1986), laten zien dat er al een catechetische traditie bestond voor de Reformatie. Deze krijgt bij alle reformatoren een intensivering. Oorspronkelijk was catechese bedoeld voor heel de gemeente, in de Reformatietijd krijgt deze al spoedig een toespitsing op kinderen en jongeren. Er kwam een stroom aan catechisatiemethoden op gang die doorgaat tot op de dag van vandaag.

INSTITUTIES EN OVERHEDEN

De idealen over opvoeding en vorming van de Reformatie hebben niet door kunnen werken zonder institutionele inkadering. Bij Luther gebeurde dat anders dan bij Calvijn. Luther werd beschermd door hem welgezinde vorsten. Omgekeerd had hij al spoedig grote invloed op hun beleid. Doordat de kloosters leegstonden, was financiering een probleem. Luther laat in zijn geschriften niet na om overheden en adel op hun verantwoordelijkheid te wijzen. Het onderwijs kon gemakkelijk in de lege kloosters gegeven worden, vond hij. Calvijns ideeën werkten door via de stadsraden en de kerkenraden van Genève en Straatsburg. Hoewel de verhouding niet altijd harmonieus was, is de invloed op het onderwijs duidelijk te zien, onder andere in de stichting van een ‘collège’ (te vergelijken met ons gymnasium).

In de Nederlanden zien we de ideeën over het onderwijs vooral terug bij het werk van de Dordtse synode. Omdat er in de Nederlanden een relatief hoge alfabetiseringsgraad was vanwege de handelscultuur, was elementaire scholing niet de eerste zorg. De synode besteedde, vooral onder invloed van de buitenlandse delegaties, veel aandacht aan de catechese. Evenals bij Luther wordt benadrukt dat de godsdienstige opvoeding een zaak van de ouders is en dat daarnaast zowel de scholen als de kerk moeten voorzien in middelen en structuren van de godsdienstles. Het belang van het godsdienstonderwijs binnen het gezin is sterk benadrukt in de Nadere Reformatie, die het gezin beschouwde als een kerkje in de kerk.

REFORMATIE EN MODERNITEIT

De Reformatie heeft een sterke impuls gegeven aan het onderwijs vanwege het priesterschap van alle gelovigen. Daarnaast hadden de reformatoren oog voor het publieke belang van onderwijs. Overigens moeten we niet vergeten dat de Reformatie gelijk opging met de Renaissance en onderdeel was van de vroege modernisering van de samenleving.

Dr. A. de Muynck is lector Christelijk leraarschap bij Driestar hogeschool te Gouda en bijzonder hoogleraar ‘Christelijke pedagogiek’ aan de Theologische Universiteit Apeldoorn.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 februari 2017

De Waarheidsvriend | 28 Pagina's

ONKUNDE IS VAN DE DUIVEL

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 februari 2017

De Waarheidsvriend | 28 Pagina's