NORMEN EN WAARDEN
De NOS heeft onderzocht welk thema de mensen in ons land het meeste bezighoudt met het oog op de Tweede-Kamerverkiezingen. Dit keer is het niet de economie, maar staan normen en waarden centraal. Negen van de tien door bureau Ipsos bevraagde Nederlanders zijn daar somber over. In het Reformatorisch Dagblad (24 febr.) laat J. Visscher cultuursocioloog prof. Gabriël van den Brink over deze trend aan het woord.
REFORMATORISCH DAGBLAD
‘Twee neigingen drijven ons én botsen met elkaar,’ zegt cultuursocioloog prof. Gabriël van den Brink. ‘De ene: egoisme. De andere: anderen willen helpen. Probleem van de laatste decennia is dat de zelfgerichtheid aan de winnende hand is. En die ontwikkeling zit menigeen dwars.’ (...)
Hoe taxeert u de onderzoeksresultaten?
Van den Brink: ‘Die onvrede bestaat al ruim tien jaar, zo blijkt telkens uit kwartaalrapportages van het Sociaal en Cultureel Planbureau. Verruwing staat steevast boven aan lijstjes met irritaties van burgers. Vraag is wel hoe reëel die frustraties zijn. We leven hier niet in Pakistan of een ander barbaars land. Ook uit mijn eigen onderzoeken blijkt telkens dat Nederlanders op zich tevreden zijn over hun directe leefwereld: familie, collega’s, de buurt. Maar hun visie op de samenleving in haar geheel is veel negatiever. Mensen missen onderlinge verbondenheid. Dat heeft ook sterk te maken met de stroom aan negatieve berichten. Er komt dagelijks een berg ellende over ons heen. Zelf merkte ik in 2014 dat ik daar heel somber van werd. De MH17-ramp waarbij ik mijn goede collega Willem Witteveen verloor, het ebolavirus waaraan bosjes mensen stierven, de oorlog in Gaza. Deprimerende nieuwsberichten tuimelden over elkaar heen. Ik kon dat emotioneel niet meer verwerken.
Sindsdien kijk ik geen nieuws meer op tv. Alleen via Trouw, de Volkskrant en NRC Handelsblad en teletekst volg ik nog het nieuws.’
Je zou kunnen redeneren dat ons land juist vreedzamer wordt. Het aantal moorden daalt bijvoorbeeld gestaag.
‘Inderdaad wijzen allerlei tendensen erop dat onze samenleving in zekere zin beschaafder wordt. Feit is echter dat we onszelf hogere eisen stellen. Honderd jaar geleden was het in de westerse wereld heel normaal om in zeer negatieve termen te spreken over zwarte mensen. Nu komen burgers daar terecht tegen in opstand. We schamen ons voor het verleden. Maar zo ontstaan wel nieuwe problemen. Nu vinden velen dat Zwarte Piet niet meer kan.’
Uit het onderzoek blijkt ook dat tachtig procent van de burgers zich zorgen maakt over de komst van vreemdelingen. Kennelijk vindt menigeen dat Nederland niet meer van de Nederlanders is?
‘Het is duidelijk dat mensen uit een andere samenleving grote moeite hebben zich aan te passen aan onze normen en waarden. Er zit een grote kloof tussen de culturele waarden van het platteland van Syrië en de Noordoostpolder. Toch zeg ik: ook zonder de komst van migranten zou Nederland ontevreden zijn. Die frustratie houdt verband met de opkomst van het neoliberalisme sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw. Het egoïsme won het van de neiging bij mensen om voor anderen te zorgen. Over die ontwikkeling ma-
ken velen zich zorgen. En dan treedt helaas vaak een oud mechanisme in werking. We vragen ons niet af wat er mis is met onszelf, maar we wijzen naar buitenlanders.’ (...)
Ik moet in dit verband denken aan de inbreng van prof. Govert Buijs (VU), die de afgelopen jaren sterke nadruk heeft gelegd op de betekenis van het begrip caritas, dat teruggaat op agape, het Griekse/ bijbelse woord voor liefde. Zijn stelling is dat dat type liefde niet alleen voor de privésfeer van mensen van belang is (geweest) in onze westerse cultuur, maar dat het ook heeft doorgewerkt in het publieke domein. Die ‘publieke liefde’ moeten we herontdekken, zo bepleit hij.
NEDERLANDS DAGBLAD
In het Nederlands Dagblad (25 febr.) komen normen en waarden ook ter sprake in een mooi gesprek dat Hilbrand Rozema had met Marc van der Linden (Vught, 1969). Hij is hoofdredacteur van twee royaltybladen en is regelmatig te zien als koningshuiskenner in ‘RTL Boulevard’. In het gesprek gaat het niet alleen over het koningshuis, maar ook over het rooms-katholieke geloof en Van der Lindens homoseksualiteit.
U ging naar school bij de paters en de nonnen. Welke rol speelt het geloof in uw leven?
‘Tijs van den Brink belde mij eens voor zijn programma over mensen die God hebben verlaten. Ik zei, Tijs, dat kan niet, want dat heb ik niet gedaan. Het zit er nog. Duidelijk is mijn godsbeeld niet. Ik ga eens in de zoveel tijd naar de kerk. Het geloof is wel een conflict in mijn hoofd. Ik ervaar het als een koorddans. Tussen het realisme van ‘het kan niet’ en een hang naar mystiek: wat zou het prachtig zijn als het wél zo is. Altijd als ik mooie natuur zie, heb ik het gevoel: je ziet toch zo wel dat er een God is. Maar dan heeft God ook de modderpoelen van deze wereld gemaakt.’ (...)
‘In de kerk bid ik mee, ‘leid ons niet in bekoring’ in plaats van ‘in verzoeking’. Andries Knevel schreef laatst een mooie column over het beeld dat bestaat van geloven. Zo denkt zeventig procent van de Nederlanders dat gelovigen niet zelf mogen nadenken. Knevel vond juist dat mensen die in kerken komen, voor bezinning, gedwongen worden na te denken. Omdat ze even stilstaan. Dat vind ik waardevol: nadenken over wat je dierbaar is, stilstaan bij mensen die het moeilijk hebben. Een kaarsje branden, een weesgegroetje. Daarmee geef je het uit handen. Katholieken kunnen dat makkelijker dan protestanten. Het is geen leidraad, niet van: ‘De Heer is mijn herder.’ Maar ik vind het zelf wel fijn om te doen. En iedere avond voor ik ga slapen, bid ik een weesgegroetje en het Onzevader.’
Heeft u ooit wel overwogen om u uit de kerk te laten uitschrijven?
‘In Zuid-Afrika leerde ik een bisschop kennen die opkomt voor vrouwen. Hiv en aids zijn daar de ‘schuld’ van de vrouw, terwijl de man het verspreidt. Die bisschop deelde condooms uit, bouwde een hospitium. Dat was destijds, en nu nog, tegen de wil van het Vaticaan. Dus: ik vind het een beetje raar om te zeggen: ik schrijf me uit als katholiek, bijvoorbeeld omdat homo’s niet welkom zijn – terwijl die mensen in Zuid-Afrika in de frontlinie staan namens diezelfde kerk! Dan blijf ik liever katholiek, zodat ik hen kan steunen. (...) Ik vind het vreselijk als Marokkaanse jongens me uitschelden. Maar dat gebeurde op de katholieke school net zo goed. Moet ik daar een hele groep op aankijken? Voor mij is het glas ook hier halfvol. Natuurlijk is het moeilijk in sommige wijken. Maar ik zie ook de positieve ontwikkelingen. Ik denk en hoop dat de huidige onrust een fase is.’ (...)
‘Dat dwingende van het geloof heb ik nooit meegemaakt. En ik heb in mijn leven heel veel bijzondere paters, nonnen en priesters gezien. Die mensen stonden zó met beide benen op de grond. Ik heb nog altijd contact met de zuster die mijn kleuterklas leidde. Zuster Leonie is nu negentig en woont nog steeds in een klooster. Zij roept, waar ze maar komt, hoe belangrijk het is dat iedereen welkom is in de kerk. Ieder gebed begint zij met ‘Heer, zegen alle mensen’. Dat besef, dat we het samen moeten redden, daar voel ik mij bij thuis. En dat vind ik bij christenen in veel grotere mate aanwezig dan in de brede maatschappij. Een deel van de ontreddering die we nu meemaken, komt doordat we in zo’n rap tempo uit die kerken zijn weggelopen. Niet dat we er dan maar hadden moeten blijven. Maar er kwam niks voor in de plaats. De Tien Geboden vielen weg, en daarna moest alles kunnen. En dat is natuurlijk niet zo. Je hoort nog steeds voor bepaalde dingen respect te hebben.’
Behalve dat ik het verrassend vind om Van der Linden iets over zijn geloof te horen zeggen, valt me op dat hij een verband legt tussen het de rug toekeren van de kerk en het ontstaan van een morele leegte. Is het – wat sterk uitgedrukt – een echo van het bekende woord uit de roman van Dostojewski De gebroeders Karamazov ‘Als God niet bestaat, is alles geoorloofd’?
Voor de gemiddelde lezer van dit blad is dit gezichtspunt misschien niet verrassend en dreigt eerder het risico van het cliché of de bevestiging van het eigen gelijk. Dat laatste is nooit erg vruchtbaar. Als er een verband bestaat tussen het geloof in Gods aanwezigheid en het goede (samen)leven, dan kan ook de omgekeerde beweging worden gemaakt en kunnen we de vraag stellen of aan ons leven merkbaar is dat ‘wij uit Uw liefde leven’ (Gez.481, Liedboek voor de kerken).
Ds. G. van Meijeren is hoofd mobiliteitsbureau Predikanten & Kerkelijk Werkers van de Protestantse Kerk.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 maart 2017
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 maart 2017
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's