De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

EEN GRENSWACHTER

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

EEN GRENSWACHTER

Pastoraat – het geweten [1]

7 minuten leestijd

Wat moeten we verstaan onder 'geweten'? En wat onder een 'goed' of' 'slecht geweten'? Is het geweten te vormen? Kun je een ruim of een te nauw geweten hebben? Bestaan er gewetenloze mensen? Op deze en andere vragen zoeken we een bijbels antwoord.

Meteen al op de eerste bladzijden van de Bijbel stuiten we op de functie van het geweten. Het wordt weliswaar niet bij naam genoemd, maar het verraadt zichzelf doordat het in actie komt. Dat gebeurt onmiddellijk nadat de eerste zonde een feit is.

SPION

Het geweten houdt ten nauwste verband met weten, met geweten hebben. Voor Calvijn is het geweten een instantie die zich beweegt tussen God en mens. Hij noemt haar een wachter die de mens bespiedt. Het geweten is als duizend getuigen (Inst.III.xix.15).

De Groninger hoogleraar W.J. Aalders spreekt in zijn studie Het geweten (1935) van een bijzondere schepping van God. Het ‘neemt zijn plaats in beneden God en boven de mensch’. Woorden als ‘een vreemdeling en rustverstoorder in deze wereld’ vloeien uit zijn pen. Wij zouden hem ‘als hij aanwezig is, dikwijls willen missen’, maar zijn ‘afwezigheid [is] het grootste gemis, te groter naarmate wij hem minder missen’. Nooit en nergens zijn we alleen. Ons geweten is onze trouwste metgezel. ‘Zooals zijn geweten is, is de mensch zelf,’ gaat Aalders verder. Het is niet alleen getuige van ons doen en laten, maar het velt ook zijn oordeel. Het constateert en registreert, het oordeelt, beoordeelt en het vonnist.
Het Latijnse woord ‘consciëntie’ is een trefzekere aanduiding voor de functie van het ‘geweten’. Het is samengesteld uit twee andere woordjes: con en science. Letterlijk: samen weten. Weten is niet een zaak van één, maar van twee. Er is een instantie die met je meeweet, je geweten, spion van God (dr. H. van den Belt).


Het geweten verraadt zichzelf doordat het in actie komt


VRIJHEID

Als Luther op de rijksdag in Worms zich moet verantwoorden over zijn optreden, houdt hij zijn tegenstanders voor dat het niet verstandig is om tegen het geweten te handelen. Zo ook Petrus en Johannes wanneer zij zich moeten verantwoorden voor de Joodse Raad na de wonderlijke genezing van een verlamde. Zij stellen hun rechters de gewetensvraag of ‘het juist is in Gods ogen, meer naar hen te luisteren dan naar God’ (Hand.4:19,20).
In het beroep op de vrijheid van geweten ging het de Reformatie om de binding aan de Waarheid en de eer van God en dus niet om vrijheid zonder meer.
Het geweten zal pas dan goed functioneren waar gebogen wordt voor Gods waarheid, ja voor de Waarheid zelf, Jezus Christus.

HALT

Er zijn situaties waarin het geweten krachtig en duidelijk zijn stem laat horen. Het roept de grensganger een halt toe. Wanneer de dringende waarschuwing wordt genegeerd, klaagt het geweten ons aan. De rust is opgezegd, de vreugde bedorven.
Het geweten veroordeelt Adam, Kaïn en David wanneer zij tegenover God staan als schuldige. Kaïn en Judas zijn voorbeelden van gewetenswroeging. Het geweten beschuldigt, maar men komt er niet mee onder God en bij Christus.
Wanneer het geweten beschuldigt, beoogt het de zondigende mens tot inkeer te brengen. Het is de aanklagende instantie te doen om bekering.

GEEN SLECHT GEWETEN

Bestaat er eigenlijk wel een ‘kwaad geweten’? ‘Een goed geweten is de proef op de som, dat men in het geloof, dat is in de rechte betrekking tot God staat,’ aldus Aalders. Bij Paulus zijn geloof en goed geweten ten nauwste met elkaar verbonden (1 Tim.1: 15,19). Een kwaad of slecht geweten ‘bewijst en overtuigt dat men niet overeenkomt met Gods wil’. ‘Het oordeel van het geweten is eene ver-oordeling.’

Men is ‘vol schrik, vrees en wroeging’, schrijft W. à Brakel in de Redelijke Godsdienst (dl.I,260-262). Het geweten klaagt aan. Terecht laat hij daar onmiddellijk op volgen dat het feitelijk onjuist is om hier te spreken van ‘slecht’ of ‘kwaad geweten’. Van slecht is sprake als het bovengenoemde zaken nalaat. ‘Dus haar plicht verzaakt.’ Beter is dan ook om te spreken van een ‘goed geweten’. Zo ook Aalders. Het geweten dat de mens aanklaagt, ‘vervult daarmede bij uitstek zijn taak. Dat zijn uitspraak ongunstig luidt, is zijn schuld niet. Een rechter die het kwaad aan het licht brengt en vonnist, is daarom geen kwaad rechter. Integendeel, hij doet juist zijn plicht en is daarom als rechter goed. (...) Wie een kwaad geweten heeft, dat wil zeggen het kwellende besef dat hij schuldig is, is zelf kwaad, maar zijn geweten is goed, want het doet zijn plicht’.

Het geweten functioneert dan pas goed wanneer het functioneert binnen de kaders van het geloof, dus als het zich gebonden weet aan Gods goede wet. Dan hebben we innerlijk vrede en rust en kennen we dankbaarheid.


Nooit en nergens zijn we alleen. Ons geweten is onze trouwste metgezel


In Handelingen 23:1 en 24:16 is sprake van een zuiver geweten. Wordt de wil van God genegeerd en de zonde toegelaten, dan zal het geweten zich uiten in onrust, schaamte, angst, vervreemding, eenzaamheid.
Een goed geweten staat dus nooit los van een ‘rein hart en een ongeveinsd geloof (1 Tim.1:5). Pas dan kan het zijn taak als grenswachter tussen goed en kwaad naar behoren uitvoeren. Het laat van zich horen, zodra er een botsing dreigt tussen de tegengestelde belangen, tussen goed en kwaad.

ONTSPORINGEN

Kan de consciëntie dwalen? vraagt À Brakel. Zijn antwoord is bevestigend. Men kan oprecht menen dat iets de wil van God is, terwijl dat niet het geval is. Een voorbeeld is Saulus de christenvervolger. Het geweten blijkt ons op het verkeerde been te kunnen zetten. Jezus noemt het voorbeeld van nauwgezette Joodse belijders die Zijn volgelingen niet alleen uit de synagoge werpen, maar veronderstellen Gods wil te doen door hen op te sporen en te doden (Joh.16:2).
À Brakel wijst op een getuige voor het gericht. Die verwisselt personen, maar is er ten volle van verzekerd de waarheid te spreken. Hij dwaalt in zijn geweten dat hem vrijspreekt. Het geweten is dus niet feilloos. Wij dienen dan ook zeer terughoudend te zijn met een beroep te doen op het geweten als bron van godskennis. Er zijn schokkende voorbeelden van catastrofale ontsporingen te geven. ‘Maar voor zover in (...) het geweten (...) toch sporen van de levende God aan te treffen zijn, is dat slechts te danken aan het feit dat God Zelf die sporen erin gelegd heeft’, aldus de hoogleraren G. van den Brink en C. van der Kooi (Christelijke dogmatiek, p.157).

ZUIVER

Kunnen we dan nog wel spreken van een ‘goed geweten’? Ja, mits we ‘goed’ niet laten samenvallen met onfeilbaar. Calvijn schrijft dat een goed geweten ‘niets anders is dan zuiverheid van hart’ (Inst.IV.x.3). Paulus beschrijft zijn geloof en geweten als communicerende vaten (1 Tim.1:15).
Met klem waarschuwt hij voor het ‘verstoten’ van het goede geweten, waardoor ‘sommigen (...) schipbreuk geleden hebben’ (1 Tim.1:19).
Zuiver is het geweten wanneer het zich op God oriënteert (1 Petr.3:21), wortelt in de Schrift en aan Christus vasthoudt. Zolang dat het geval is, staat het onder de tucht van God.
Wordt dit kompas losgelaten, dan raakt het schip uit koers en zal dientengevolge vergaan. Het is dan ook levensgevaarlijk de stem van het geweten tot zwijgen te brengen. Wie met zijn geweten speelt, speelt met vuur. David geldt als het bekende schip op het strand als een baken in zee.
Maar ook dit: ‘Wie met zijn geweten ernst maakt, kan er op rekenen dat het geweten ook ernst maakt met hem.’ (Aalders) Is Jozef daar niet een mooi voorbeeld van? (Gen.39:9) Tot slot lezen we in Hebreeën 9:17 over de kracht van Jezus’ bloed om ons geweten te ‘reinigen van dode werken om de levende God te dienen!’ Dat blijft nodig, eens en telkens weer.

Ds. J. Belder uit Harskamp is emeritus predikant (jbelder@kliksafe.nl).

Volgende keer het slot, over de ontwikkeling van het geweten.


AANDACHTSPUNTEN

• Een goed geweten houdt ten nauwste verband met een rein hart en een oprecht geloof.
• Het geweten is Gods medegetuige, Zijn spion.
• Het sprekende geweten roept op tot omkeer en bekering.
• Kaïn en Judas zijn voorbeelden van gewetenswroeging of -kwelling.
• Er is verband tussen een goed geweten en gezond zelfvertrouwen.
• In Hebreeën 9:14 wordt gesproken over de reiniging van het geweten.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 maart 2017

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

EEN GRENSWACHTER

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 maart 2017

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's