BIDDEN
Is het in verband met de Veertigdagentijd? ‘De bladen’ staan deze dagen vol artikelen over bidden. In Volzin. Magazine voor religie en samenleving wordt prof. Joke van Saane aan het woord gelaten. Als godsdienstpsycholoog signaleert zij dat bidden in onze seculiere samenleving niet afneemt. ‘Handen vouwen, ogen dicht’ komt weliswaar steeds minder voor maar nieuwe vormen van gebed zijn in opmars.
VOLZIN
Wat bedoelt u daarmee, dat mensen op een andere manier bidden?
‘Ze bidden op een manier die niet meer voorgeschreven is door de traditie. Mensen zullen veel meer bidden als het in hun persoonlijk leven past, niet omdat het moet. Ze bidden omdat ze zelf die persoonlijke behoefte hebben, maar willen wel de vrijheid hebben om dat zelf in te vullen. Mensen putten gemakkelijk uit verschillende tradities, ze combineren het aansteken van een kaarsje met mediteren.
In die vrijheid zie je dat mensen allerlei nieuwe gebedspraktijken ontwikkelen. Ze betrekken in hun bidden bijvoorbeeld vaker hun overleden geliefde. Dat komt in de meer traditionele kerken nauwelijks voor. Ze richten bijvoorbeeld een altaar in, een tafeltje met een foto van de overledene, kaarsjes. Daar worden dan spreuken bij gezet of worden gedichten bij uitgesproken. Nou dat is een vorm van bidden. (...) Mensen blijven op zoek gaan naar houvast, bijvoorbeeld als iemand overlijdt. Anders is jouw leven ook toevallig. Daar kunnen mensen toch heel moeilijk mee leven hoor. Mensen kunnen niet goed omgaan met toevalligheid, onzekerheid en isolement.’
Ik dacht eigenlijk dat bidden niet zo goed in de westerse maatschappij zou passen?
‘Nee, dat kun je niet zo zeggen. De westerse maatschappij is heel technisch en individueel. Die twee elementen zorgen ervoor dat de basisverlangens van mensen onder druk staan, dat mensen niet goed weten of ze echt gezien worden, ze missen een gevoel van verbinding en zijn bang voor isolement. En dat zijn allemaal aanjagers van bidden, weten we uit onderzoek.
Als jij in je verzorgingshuis door een robot behandeld wordt, dan voelt dat anders dan wanneer je contact hebt met een verzorgster. In onze maatschappij wordt bovendien alles terug gebracht tot direct nut, of direct gebrek aan nut. Die technisch-economische manier van denken kan ervoor zorgen dat mensen in de knel komen. Dat zijn triggers voor bidden. En de wereld wordt ook nog eens veel globaler, dat maakt je als persoon onbelangrijker en maakt je leven relatiever. Dat zijn allemaal dingen waardoor je de neiging hebt om naar zin en betekenis te zoeken.’
Joke van Saane kijkt als gods-dienstpsycholoog naar bidden als verschijnsel. Dr. Gerrit Immink, emeritus hoogleraar praktische theologie van de PThU schrijft in een mooi themanummer van Onder-Weg (Nederlands gereformeerd en gerefomeerd vrijgemaakt) over het gebed in de protestantse traditie waarin bidden niet per se een spontane uiting van een gelovige hoeft te zijn.
ONDERWEG
We bidden ook aan de hand van bestaande formuleringen. Een goed voorbeeld daarvan is het Onzevader. Jezus zelf heeft ons dat gebed geleerd. We kennen ook andere formuliergebeden. Bij de bediening van de doop en het avondmaal bidden we bijvoorbeeld aan de hand van vaste formuleringen.
Dat bewaart ons ervoor dat we ons laten meeslepen door impulsieve uitingen. (...)
Er is nog een reden waarom een vaste vorm soms heilzaam kan werken. We zijn immers niet altijd in staat om zelf het woord te nemen in ons gebed. Ons innerlijk is soms toegesloten, leeg, kil, ontgoocheld, zwaarmoedig, vertwijfeld – vul maar in. Het komt voor dat we er niet toe kunnen komen om te bidden. Het geloof kent aanvechting en twijfel en de moeiten en zorgen van het leven kunnen ons zo in de greep houden dat we geen innerlijke ruimte vinden. Wat is het dan heilzaam als we weer op de been worden geholpen door de gebeden van anderen, in een kerkdienst of op een kring. Maar je kunt ook geholpen worden door bestaande gebeden: een psalm, een lied, een gedicht, een tegeltje aan de wand. Tegenwoordig krijgen we als doorgewinterde protestanten ook meer besef van de kracht van de doorgaande gebedencyclus in de kloosters: de getijden. (...)
Verderop in zijn artikel benadrukt Immink dat we in onze gebeden in contact treden met de drieenige God.
Als we ons richten tot God, de schepper van hemel en aarde, weten we ons afhankelijk en geborgen. Het reilen en zeilen van ons leven en van deze wereld komt ons vaak voor als een raadsel. Voorspoed en tegenspoed, wie ondervindt dat niet op zijn levensweg? Wat is het heerlijk om je te mogen ontwikkelen, om een opleiding te kunnen volgen, om een baan te hebben! Maar ook lijden en verdriet zijn ons deel. Er is ziekte en tegenslag. Wat kunnen mensen daaronder gebukt gaan. In al die levenservaringen mogen we beseffen: Gods liefde en zorg bieden houvast, Hij laat ons niet verloren gaan. Zo vinden we al biddend een weg om te gaan.
Bidden in de naam van Jezus verdiept het vertrouwen dat we aangenomen zijn als kinderen. Geborgen in de zaligmaker, verzoend met God. Zo alleen kun je bidden om vergeving en mag je de genade van de verzoening ook daadwerkelijk ervaren. De ruimte die zo ontstaat, is geweldig rijk. Gelukkig de mens die God de zonde niet toerekent. Zo gebeurt het dat mensen in hun verdriet en tegenslagen toch intense vreugde en geluk kennen.
Maar er is nog iets. Ons leven wordt blijvend gestempeld door zwoegen en zweten (Genesis 3:17 en 19). Dat we verzoend zijn in Christus wil niet zeggen dat we nu al delen in de volle heerlijkheid. We zien reikhalzend uit naar de voltooiing in het koninkrijk van God. In de gebrokenheid waarin we ons bevinden, in de voortdurende worsteling met de macht van de zonde en onder de nooit afwezige schaduwen van ziekte en dood, ondervinden we de troost en de bijstand van de heilige Geest. (...)
NEDERLANDS DAGBLAD
In het ND een gesprek met prof. Kees van der Kooi. Hij is jarenlang betrokken bij de Charismatische Werkgemeenschap (CWN) waarin aandacht wordt gevraagd voor het werk van de heilige Geest en zijn gaven. Hij maakt zich zorgen over de onproblematische manier waarop gebed en genezing de laatste tijd met elkaar in verband worden gebracht, onder andere door de conferentie There is More van het Evangelisch Werkverband. Van der Kooi wijst op een verklaring van de CWN over deze thematiek die in het vergeetboek is geraakt. Gerald Bruins sprak met hem:
Bij de conferentie ‘There is More’ met gebedsgenezer Randy Clark werd wel een link gelegd tussen handoplegging en genezing.
‘Er bestaat geen noodzakelijke verbinding tussen die twee ... Het problematische van dit soort conferenties is de sterke nadruk die wordt gelegd op de bijzondere gaven van de Geest, zoals profetie en genezing. Dan is het besef verloren gegaan dat de Heilige Geest al aan het werk is in het gewone leven. Dat je elkaar trouw bent, dat er wordt gekookt en schoongemaakt, dat mensen omzien naar elkaar en een luisterend oor bieden, dat er zoiets als goedheid bestaat. Daarin is de Geest elke dag tegenwoordig.’
Hoe verklaart u het huidige verlangen naar de bijzondere gaven, en dan vooral genezing?
(...) ‘De hang naar bijzondere ervaringen, vooral bij jongeren, komt doordat mensen in de kerken te weinig handvatten krijgen om God te ervaren in hun gewone leven. Dominees reiken te weinig aan dat God dagelijks zegeningen geeft. Als dat niet gebeurt, gaan mensen God zoeken in het bijzondere. Op conferenties bijvoorbeeld.’
Welke excessen op het gebied van profetie en genezing hebt u meegemaakt?
‘Vooral dat er te hoge verwachtingen werden gewekt, alsof God iedereen die gelooft zou genezen. Dat leidt tot grote teleurstellingen, waardoor mensen de kerk verlaten en zelfs ongelovig worden. Een andere uitwas is dat het geloof als voorwaarde wordt gesteld om te genezen – met als keerzijde dat je niet genoeg gelooft, als je niet wordt genezen. Ik hoor ook weleens de gedachte dat ons leven vrij moet zijn van alle gebondenheid. Daarmee stel je een eis die meer te maken heeft met onze huidige gezondheidscultuur dan met Gods koninkrijk.’
Als je bidt voor genezing, doe je dat toch met verwachting?
‘Jazeker, maar belangrijker is het besef dat God bij ons is in onze ziekte, en in onze sterfelijkheid. (...) De Heilige Geest komt ons tegemoet, in onze nood én onze zegeningen. Gods levendmakende werk gaat veel dieper dan een lichamelijk gezond leven. Als iemand niet geneest van een ziekte of een handicap en daarmee moet verder leven, ervaart hij iets van de doorn in zijn vlees waarover de apostel Paulus schrijft. Driemaal bad hij om bevrijding, maar God zei: ‘Mijn genade is u genoeg.’ Dat is ook een ervaring van de Geest.’
Ik eindig, in dankbare nagedachtenis aan de onlangs overleden dr. Johannes van de Bank – gepromoveerd op de woestijnvader Macarius – met een van diens adviezen over ‘hoe te bidden?’ Macarius: ‘Aan veel gepraat is geen behoefte, maar strek uw handen uit en zeg: “Heer, zoals U wilt en zoals u weet, wees mij genadig!” Hij zal je verhoren, want Hij is dicht bij wie Hem aanroepen.’
Ds. G. van Meijeren is hoofd mobiliteitsbureau Predikanten & Kerkelijk Werkers van de Protestantse Kerk.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 maart 2017
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 maart 2017
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's