De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

BOEKBESPREKINGEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

BOEKBESPREKINGEN

6 minuten leestijd

Herman Bavinck
Geloofszekerheid, teksten ingeleid en geannoteerd door Henk van den Belt.
Uitg. Aspekt, Soesterberg; 324 blz.; € 24,95.

In het boek De kleine Johannes van Frederik van Eeden, die leefde in de tijd van Herman Bavinck, komt een figuur voor met de sprekende naam Wistik. Hij staat symbool voor de vraag: Hoe weet ik zeker dat.... Een vraag die de mensheid al eeuwenlang bezighoudt. Want zekerheid geeft rust. We vinden rust in de waarheid omdat we zeker weten dat die waarheid waar is. Bavinck (1854-1921) noemde zijn tijd een tijd vol geloofstwijfel. Dat is er in onze dagen zeker niet minder op geworden. Wie met jongeren omgaat, weet er alles van. Vragen als ‘Hoe weet je dat de Bijbel waar is? Wie zegt ons dat het christelijk geloof het enig ware is?’ zijn bij hen aan de orde van de dag. Ook klemt nog steeds de vraag: Hoe weet ik zeker dat ik een kind van God ben? Geloofszekerheid blijft een in aanvechting gewonnen goed.
Het is daarom een goede zaak dat dr. H. van den Belt een heruitgave verzorgde van het boekje van dr. Herman Bavinck, De zekerheid van het geloof. Daarin komt in brede behandeling aan de orde wat geloofszekerheid is en hoe zij niet en wel gevonden kan worden. Bovendien zijn bij deze heruitgave verschillende publicaties van Bavinck over het onderhavige thema gevoegd en van vergelijkend commentaar voorzien.
Voor de eerste uitgave van 1901 hield Bavinck er namelijk twee lezingen over voor een verschillend publiek. Naast elkaar afgedrukt zijn ze goed te vergelijken. Ook vinden we de recensie van de eerste druk door de Amerikaanse theoloog Benjamin B. Warfield. Bij alle lof had hij moeite met de geringe waardering van Bavinck voor de objectief apologetische methode. In de tweede druk is Bavinck daar nader op ingegaan. Want hij wilde niet vervallen in het volgens hem subjectivisme van de ethische theologie van zijn dagen. In een daaropvolgend artikel uit het tijdschrift De Bazuin gaat Bavinck dan specifieker in op de vraag naar de persoonlijke heilszekerheid. Ten slotte volgt een hoofdstuk, waarin dr. Van den Belt evalueert. Het is een haast letterlijke weergave van zijn doctoraalscriptie.

Net als Bavinck blijkt deze zaak dr. Van den Belt na aan het hart te liggen. Al eerder publiceerde hij er een meer praktisch boekje over onder de titel Meten, weten en jezelf vergeten. Deze uitgave is dan ook wel wat ambivalent. Ze wil aan de ene kant wetenschappelijk zijn, maar ook dienstbaar zijn aan het geloof van de gemeente. Ik geloof dat dat laatste wel kan, maar de herhalingen die het wetenschappelijke aspect moeten dienen, zouden daarbij weleens een belemmering kunnen vormen.

Intussen komt helder naar voren hoe Bavinck geworsteld heeft met de spanning tussen het objectieve heil zoals het in de bijbelse verkondiging tot ons komt, en de subjectieve toepassing daarvan door de Heilige Geest in onze harten. Geloofszekerheid bloeit in ons leven op doordat de Heilige Geest ons doet geloven in het Woord van God. Als we over ons geloof nadenken, kunnen we het niet anders zeggen en danken we de HEERE voor Zijn genadegave. In de akte van het geloven zelf zijn we echter gericht op het Woord van God. Het is allereerst en fundamenteel een uitgaande daad.
Van den Belts boeiende uiteenzettingen riepen bij mij ook wel vragen op, bijvoorbeeld over het verschil tussen Bavincks tijd en die van ons, over Bavincks typering van Gunnings theologie en over het ontbreken van de studie van dr. S. Meijers over vrijwel hetzelfde onderwerp. Maar dat neemt mijn waardering voor de betrokken wijze van bezig zijn met dit thema niet weg. Mooi dat hij ons in zijn praktische boekje de weg wijst van het jezelf vergeten!

J. WESTLAND, PUTTEN


Johannes Teellinck
De levendmakende kracht van Gods beloften.
Uitg. De Banier, Apeldoorn; 91 blz.; € 9,95.

De veerbaas die de mensen in de gelegenheid stelde de Lek over te steken, zal op die vierde augustus 1661 mogelijk verwonderd hebben opgekeken. Velen wilden naar de overkant. Het waren inwoners van Utrecht, op een doordeweekse dag op weg naar de kerk van Vianen. Daar zou dominee Johannes Teellinck preken. Hij was daar voor familiezaken en zou onverwacht een kerkdienst leiden. Dat was als een lopend vuurtje door Utrecht gegaan. En zo was de kerk van Vianen al lang voor het begin van de kerkdienst geheel gevuld met kerkgangers, die zeer verlangend waren naar de preek van Johannes Teellinck (1623-1674). Daar was veel aan voorafgegaan. Johannes (de zoon van de bekende Willem Teellinck) was vanwege zijn bevindelijke prediking geliefd in Utrecht. Maar de leden van overheid dachten daar anders over. Johannes Teellinck was te vrijmoedig tegenover hen en daarom was hij op 29 juli 1660 verbannen uit stad en provincie. Een afscheidspreek had hij niet meer kunnen houden.

En nu was er toch weer de ontmoeting onder de verkondiging van het Woord. In zijn preek ging Teellinck niet in op wat hij had ondervonden van de kant van de Utrechtse overheid. Nee, hij was pastor op de preekstoel met zijn preek over Psalm 119:50b, waar we lezen: ‘Uw toezegging heeft mij levend gemaakt.’ De preek is stenografisch opgenomen, maar vervolgens wat enthousiast van aanvullingen voorzien. Daarom gaf Teellinck zelf zijn preek nog eens uit. Sommige opmerkingen die hij in de dienst kort had moeten houden, werkte hij nader uit. Elk exemplaar voorzag hij van zijn handtekening. In dit boekje, hertaald door C. Bregman en ingeleid door J.N. Mouthaan – een juweeltje! – legt Teellinck grote nadruk op de vastheid van Gods beloften. Hij preekt een ruim aanbod van Gods genade. Naar de gewoonte van de tijd verklaart hij eerst de tekst en komt dan tot de toepassing. Deze bestaat uit pastorale raadgevingen, die ik graag allemaal zou opsommen. Zo spreekt Teellinck over de pogingen door de wet verlevendigd te worden; over het aannemen van de belofte al naar gelang de geestelijke staat is; over de gedachte, dat de beloften alleen maar voor anderen bedoeld zijn, waardoor een beschroomd mens in het donker leeft. Daarbij is Teellinck wars van alle vanzelfsprekendheid.
Een pastor weet dat velen toch altijd weer worstelen met de vragen rond de zekerheid van het geloof. Voor hen – maar niet alléén voor hen! – worden troostvolle dingen te berde gebracht. Nogmaals: een juweeltje uit de kerk van weleer. Lees het!

W. ARKERAATS, HARDINXVELD-GIESSENDAM

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 maart 2017

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

BOEKBESPREKINGEN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 maart 2017

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's