De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

HOORDER ÉN PREDIKER

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

HOORDER ÉN PREDIKER

8 minuten leestijd

Ontvouwen – zo heet het grote boek van dr. H. de Leede en zijn collega dr. Ciska Stark over protestantse prediking in de praktijk. Areopagus, het centrum voor contextuele prediking van de IZB, wijdt een heel – digitaal, gratis – nummer aan de studiedag die over dit boek werd gehouden. Alle bijdragen van de inleiders op die dag staan erin. Maar zeer lezenswaard is wat mij betreft het interview met de oud-krijgsmachtpredikant dr. J. van Eck (1953). Koos van Noppen en Paul Visser spraken met hem, onder andere over zijn ervaringen als hoorder én als prediker. Ik kan er maar beperkt uit citeren. Hierbij enkele fragmenten die tot nadenken stemmen:

U hebt 38 jaar preekervaring. Wat is er in die periode vooral veranderd?

Van Eck: ‘Misschien mag ik beginnen met een belangrijke constante: in de preek moet de ‘waarheid Gods’ over de dingen worden gezegd. Dat is van het begin af mijn overtuiging geweest. Calvijn heeft mij de grondstructuur van wat een preek moet zijn aangereikt: het Bijbelgedeelte dat aan de orde is moet worden omgezet in beloften pro nobis, heilsaanzeggingen ‘voor ons’. De vermaningen rondom de beloften zijn niets anders dan aansporingen om je die aanzeggingen toe te eigenen, erop te vertrouwen, er gebruik van te maken, en om – verdere – vervulling ervan te bidden. Alle andere soort aanmaningen of appèls leiden tot vermoeiend activisme. Daar hebben we al genoeg van in de kerk.

Die grondstructuur is gebleven. Wat veranderd is, is dat ik vanuit de tekst steeds ontspannener toepassingen heb gemaakt op het geleefde leven. Dat komt natuurlijk doordat je zelf meer van het leven leert kennen. Ik preek veel minder ‘stug’ dan in het begin. Toch ben ik niet ontevreden dat het zo gegaan is. Preken waar veel uit het dagelijks leven in zit, zonder veel theologische geloofsbezinning, spreken misschien meer aan, maar brengen op den duur niemand verder. Je kunt het beste eerst helemaal in de tekst kruipen, hoe vreemd of zelfs afstotend die ook lijkt. Dan doen zich meestal vanzelf de toepassingen voor op het leven, dat vaak al even vreemd en afstotend is.’

U bent ook als hoorder ‘ervaringsdeskundig’. Welke ‘trends’ neemt u waar? Waar schort het wat u betreft aan?

‘“Het gaat tegenwoordig vaak over ‘gemeente-zijn’,” zei laatst een ervaren preekluisteraar. “Meestal gaat het dan niet over mijn Here en Heiland.” Gelijk had ze. In principe kunnen alle thema’s aan de orde komen, maar enkel ‘uit Hem, door Hem en tot Hem’. Daar moet, voor je over wat dan ook gaat preken, in de studeerkamer diep over worden nagedacht en dat nadenken kan nooit stoppen.


De Schrift zelfheeft veel boeiends en schokkends te bieden


Ik constateer bij predikanten een toenemende zorg om ‘over te komen’, wat kan leiden tot een overmaat aan voorbeelden en verhaaltjes. Soms met de haren erbij gesleept, kennelijk omdat dominees menen met een verhaaltje te moeten beginnen. Het verhaaltje of voorbeeld lijkt er soms eerst te zijn en ook de uitleg van de tekst te beïnvloeden. Soms voel ik er een angst onder die de verkondiging van een vertrouwenwekkende boodschap al bij voorbaat in de weg staat. En dat terwijl de Schrift zelf al zoveel boeiends en schokkends heeft te bieden. Wat is er mis mee om gewoon te beginnen met de tekst en even te laten zien hoe mooi, vreemd, schokkend, indrukwekkend enz. die is?

Neem de bekende gelijkenis over de koopman die alles over heeft voor die ene parel. Een vreemd verhaal, want door zijn handelwijze kan hij verder geen zaken meer doen. Waar moet hij eigenlijk van eten? Een enkele hint naar nu maakt een lang verhaal over het moderne zakenleven overbodig. Kan die gelijkenis niet beter worden omgedoopt tot ‘De koopman die zich arm koopt’? Er staat niet. ‘Het Koninkrijk der hemelen is gelijk aan een parel van grote waarde’, maar ‘gelijk aan een koopman’, die op zoek naar parels die ene grote parel tegenkomt, waarvoor hij alles wil geven. De waarde van die parel is de waarde die hij er, vanuit zijn liefde, aan toekent. Al luisterend begint het tot de hoorders door te dringen dat zij die parel zijn. Ik wil maar zeggen: denk liever nog eens na over de verhalen die de Bijbel je aanreikt, dan je hoofd te pijnigen over een nieuw verhaal, dat overigens altijd ver beneden het niveau van het Bijbelverhaal zal blijven.

Natuurlijk kun je, vanuit het Bijbelverhaal, nog tot allerlei voorbeelden komen, bijvoorbeeld dat je, als je leeft vanuit de waarde die Christus aan je toekent, je je minder angstig hoeft af te vragen hoe anderen over je denken, omdat het laatste oordeel, het oordeel waarvan je leeft, niet aan hen maar aan Christus is. Kortom, ga pas over communiceren nadenken als je vanuit de tekst wat te communiceren hebt, en probeer mij niet langs andere wegen te paaien.’

Hoe dat precies ‘werkt’: je niet verliezen in allerlei voorbeeldjes die de bijbeltekst overschaduwen maar de Schrift uit laten spreken, wordt verderop in het gesprek duidelijk:

‘Als je een kerkenraad hebt die hoopt dat jij als dominee het verloop kunt stuiten, kunnen de opgeschroefde verwachtingen je verlammen. Je wilt zo graag ‘overkomen’, maar hoe? Soms moet je als je in de studeerkamer zit het hele probleem even proberen te vergeten en proberen weer dichter bij de Bijbel te komen. Daar moet je altijd dichter naar toe, want daar staat het, wat jij aan de mensen moet gaan vertellen. Communicatie is vers twee. In de Bijbel zelf zit heel veel communicatiekracht. Een recent voorbeeld: afgelopen zondag heb ik over Ps. 69 gepreekt, waarin David zich in grote nood bevindt: hij wordt vals beschuldigd en hij dobbert zonder houvast rond in een vijandige omgeving. Als een drenkeling roept hij tot God. Wie ooit vals beschuldigd is, of het slachtoffer is geweest van pesten, in een klas, op het werk of via internet, begrijpt heel goed wat dit betekent. Het was de eerste lijdenszondag: Jezus heeft de psalm van David overgenomen. Hoe eenzaam is Hij zijn weg gegaan: onbegrepen door de wereld die Hij liefhad, onbegrepen door zijn naaste verwanten, zelfs door zijn eigen leerlingen.

DR. VAN ECK

Onbegrepen door de kerk ook: wij putten ons uit in acties om de kerk te redden of hopen dat het met ons bidden lukt, maar hoe vaak denken we eraan dat Híj in de hemel voor ons bidt? Denken we nog wel aan Hem bij al onze kerkelijke activiteiten? Is Hij in de kerk nu misschien niet even eenzaam als in de jaren dat Hij op aarde was? Aan toepassingen geen gebrek, vanuit de tekst. (...)’

Er zijn ook situaties waarin de context een belangrijke rol speelt in het ‘tot verstaan brengen’ van de tekst. Dr. Van Eck was predikant in Zagreb tijdens en net na de oorlog in het voormalige Joegoslavië:

‘De preken die ik in de winter van 1995-1996 in Zagreb heb gehouden, heb ik allemaal bewaard. Daarin komt de ‘omgeving’, meer dan in een preek in een gemeente in Nederland, rechtstreeks aan de orde. Zo waren er marechaussees die in gebieden patrouilleerden waar de Servische bevolking door de Kroatiërs was verdreven. Ze kwamen door spookdorpen, waar zich soms nog wat oude mensen schuilhielden die niet mee hadden kunnen komen met de rest en die daar op de laatste restanten aan voedsel leefden. Een van de marechaussees vertelde van een paard dat uitgehongerd op een brug stond en dat niet meer het benul had dat het van die brug af moest om bij water te komen. Een bijbels tafereel.

De zondag daarop preekte ik over Romeinen 8: het zuchten van de schepping, het zuchten van de gelovigen die uitzien naar het grote herstel der dingen, en het zuchten van de Geest, God zelf, die dwars door alles heen bij zijn schepping blijf en niet rust voordat zij geheel hersteld en God ‘alles in allen is’. Een moeilijk gedeelte dat op een Nederlandse kansel een heel stuk uitleg behoeft om het dichterbij te brengen. In Zagreb voelde ik tijdens de schriftlezing, bij het zuchten van de schepping, al dat men het begreep. De omgeving, de verhalen, de kapotgeschoten gebouwen gingen een rechtstreekse fusie met de tekst aan. In de preek heb je dan aan een paar vingerwijzingen genoeg.(...)’

Ik versta Van Ecks gedachten als een pleidooi om de vreemdheid van de tekst te honoreren. Het grote risico voor de hoorder én de prediker is dat we allang denken te weten wat er staat. En dan is het niet gek dat je in de preek de trein al van verre hoort aankomen. Het bekende is echter het onbekende. ‘Midden onder u staat Hij die gij niet kent’ (gezang 162). En je hoopt – zoals Miskotte het zegt – dat de Bijbel vanmorgen zó verteld wordt, dat het gebeurt; dat we Hem gaan herkennen. Dat ik meegenomen word in de beweging van Gods nieuwe wereld.

Ds. G. van Meijeren is hoofd mobiliteitsbureau Predikanten & Kerkelijk Werkers van de Protestantse Kerk.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 april 2017

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

HOORDER ÉN PREDIKER

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 april 2017

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's