De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

GLOBAAL BEKEKEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

GLOBAAL BEKEKEN

3 minuten leestijd

Tijdens de studiedag over het werk van dr. H. Vreekamp (zie Globaal Bekeken van vorige week) sprak dr. J.D.Th. Wassenaar over ‘Theologie en volkscultuur’.
Het slot:

In 1946 werd Willem Barnard hulppredikant, in 1947 predikant van de hervormde gemeente Hardenberg. Hij heeft in die tijd verschillende gedichten geschreven over ‘Dominee zijn op een dorp / ergens in Overijssel’. In een daarvan heeft hij het over zichzelf als ‘ik, onwennig in dit oosten’, in een ander zegt hij: ‘wij zijn er praktisch ontheemden / uit een ver westen herkomstig’. Terugblikkend noemde Barnard in 1983 het landschap van Overijssel ‘een heel eigen land, een heel eigen sfeer, verdiept, bijna middeleeuws, die wereld’.
‘(...) Daar leefde op een of andere manier een ongebrokenheid van bestaan. Die mensen leefden eigenlijk in een mythisch bestaan, terwijl ik als stadsmens, als twintigste-eeuwer, als theologen-jongen ook, het gevoel had: daar kan ik niet zo maar bij aansluiten. Ik kan niet zeggen: jullie zijn al een beetje religieus, nou geef ik daar nog het naamkaartje ‘Jezus Christus’ aan en dan zijn we het met elkaar eens. Ik had het gevoel dat wat je in de Bijbel las, men daar met de grootste eerbied en tegelijkertijd met de grootst mogelijke kritische felheid tegenover stond, maar ik kwam er natuurlijk niet uit.’
In 2006 schreef hij over ‘een nog ongebroken christendom’ ‘in Hardenberg, bij die boerenbevolking’: ‘Men kwam om te worden gesticht, niet om wat te leren zoals je dat aantreft in het jodendom (...).’
Inmiddels liggen 1946 en 1947 zo’n 70 jaar achter ons. Maar er is nog steeds sprake van volkscultuur, in alle delen van ons land. De vraag is wat we daar theologisch mee aan moeten. Barnard kwam er niet uit.

***

Hieronder volgen twee fragmenten uit Kerk op Dordt, het kerkblad van de hervormde gemeente te Dordrecht:

• Peter Dillingh schrijft over ‘Ramp te Moddergat’ in 1883, waarvoor landelijk grote hulpacties werden opgezet:

Op de Waddendijk bij Paesens-Moddergat staat een uit basaltblokken opgetrokken gemetseld monument. Dat monument herinnert aan de ramp in de nacht van 5 op 6 maart 1883, toen driekwart van de vissersvloot van het tweelingdorp in een zware storm verging.
‘A.D. 1883 stieken fan dit plak 109 fiskers mei 22 skippen yn sé. Yn in swiere stoarm binne 83 man en 17 skippen bleaun.’ (A.D. 1883 kozen van deze plek 109 vissers met 22 schepen de zee. In een zware storm zijn 83 man en 17 schepen gebleven.)
‘As de dea it skip berint, / Dan is der gjin úntkommen. / O wetter, o wif elemint / De sé jat jown, hat nommen.’ (Als de dood het schip betreedt / Dan is er zeker geen ontkomen. / O water, o onzeker element / De zee heeft gegeven, heeft genomen.)

• Over een boek van ds. Bert de Wit, Schrijven is goud (Narratio, Gorinchem), waarin de auteur ‘schrijvenderweg’ naar de binnenkant van zijn eigen leven kijkt:

De Wit gaat al schrijvend in gesprek met een geestelijke voorvader met wie hij ‘nog een appeltje te schillen had’, de achttiende-eeuwse predikant Wilhelmus Schortinghuis (1700-1750). In 25 brieven aan Schortinghuis verwerkt hij diens erfenis van ‘vijf nieten’: ik wil niet, ik kan niet, ik weet niet, ik heb niet en ik deug niet. In die ‘vijf nieten’ las De Wit tijdens zijn opleiding een samenvatting van de negatieve spiritualiteit waarmee hij als catechisant werd opgezadeld. De persoonlijke, oprechte en gloedvolle ‘eenzijdige, maar niet vergeefse poging tot correspondentie’ met Schortinghuis blijkt bijzonder verrijkend te zijn. In zijn laatste brief aan hem schrijft De Wit: ‘(...) jij hebt me op een unieke manier geholpen om in de geestelijke rookwolken waarin mijn jeugdherinneringen zijn gehuld, verfrissend nieuwe inspiratie te ontdekken.’ Er bleek goud verborgen te zijn!

REDACTIE: J. VAN DER GRAAF

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 april 2017

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

GLOBAAL BEKEKEN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 april 2017

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's