De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

REDEN TOT HAAST

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

REDEN TOT HAAST

Doorgeven van het Evangelie is hoogst urgent

6 minuten leestijd

Even rustig Pasen vieren? Dat zit er niet in. Alles na Pasen gaat in een hogere versnelling. Twee keer valt in Mattheüs 28:7 en 8 het woordje 'haastig'. Zo moeten de vrouwen de discipelen op de hoogte brengen van de opstanding van Jezus. Hij leeft. Daarom moeten we in beweging komen.

Haast klinkt ons al snel negatief in de oren, omdat wij het verbinden met vluchtigheid en slordigheid. Maar verrassend genoeg heeft de Bijbel geen enkele moeite met haast.

Ongetwijfeld is er ergens een tekst te vinden als uitzondering op deze regel, maar doorgaans geeft ‘haast’ urgentie aan belangrijke dingen die op dat moment gebeuren. Zo komt ‘haast’ ten goede aan het doel waar naartoe gewerkt wordt. De spiegel die de Bijbel ons voorhoudt, is dan ook eerder de vraag waar wij voorrang aan geven, dan dat er een probleem is met spoed of urgentie op zichzelf.

In het evangelie van Lukas lezen we over haast rond het heilsfeit van de geboorte van Jezus. Het is aan de orde bij de reis van Maria naar Elizabet (Luk.1:39) en de herders maken haast om zelf te mogen zien wat de engelen hun verkondigd hebben (Luk.2:16).

Opvallend in Mattheüs 28 is dat de haast daar aan de vrouwen wordt opgedragen: ‘Ga haastig heen en zeg tegen Zijn discipelen dat Hij is opgewekt uit de doden.’ (v.7a) Vervolgens gaan ze dit gehoorzaam doen: ‘En zij gingen haastig van het graf weg, met vrees en grote blijdschap, en zij snelden weg om het Zijn discipelen te berichten.’ (v.8)

GENADE

Het is goed om allereerst op te merken dat deze opdracht tot haast alles met genade te maken heeft. Want waarom zouden de vrouwen haastig naar de discipelen moeten gaan? Kan dat niet even wachten? Het laatste wat we van de discipelen vernemen, is de verloochening van de Heiland door Petrus. Rond het kruis en bij de begrafenis van Jezus waren in het Mattheüsevangelie alleen enkele vrouwen aanwezig. Toch mag het vreugdevolle nieuws deze leerlingen niet onthouden worden. Wat Jezus alléén volbracht aan het kruis en wat volkomen Gods werk is in Zijn opstanding uit de dood, moeten zij tóch horen. Daarom moeten de vrouwen het genadig snel gaan vertellen aan hen die Jezus niet begrepen en die Hem nog maar kort geleden in de steek lieten.


Wie Pasen viert met het verlangen dat ook anderen de levende Heere Jezus leren kennen, mag weten dat Hijzelf bij ons is


Zo zien we onszelf in de kerk zitten met Pasen. Wie heeft het verdiend om dit te mogen horen? Dat God toch doorgaat met Zijn werk en dat het kruis een geweldig rijke boodschap heeft van verzoening met Hem. En dat er een nieuwe tijd is aangebroken, waarin de Levende Zijn koninkrijk bouwt en mensen erbij roept. Het is puur genade dat het ons gezegd wordt, niet straks, maar nu al, met alle vrees en vreugde van dien. Bij de één gebeurde het misschien al lang geleden als kind, bij een ander pas korter geleden en op latere leeftijd. Maar wat een heerlijk moment, als je het voor het eerst écht hoort en het tot je doordringt: Jezus is opgewekt. Wat goed ook om het opnieuw te horen.

MISSIONAIR DOEL

Nu is de haast in het evangelie ook nog ergens anders op gericht. Stap voor stap werkt het evangelie ernaar toe dat er voor de discipelen een taak is weggelegd in het Koninkrijk van God. Bij hun roeping klonk al dat ze ‘vissers van mensen’ zouden zijn (Matt.4:19) en ook op andere momenten in het evangelie wordt er vooruit gewezen naar hun latere taak als apostel, bijvoorbeeld bij de uitzending van de twaalf in Mattheüs 9:35-10:15. Uiteindelijk loopt het evangelie van Mattheüs uit op de zendingsopdracht: ‘Ga dan heen, onderwijs al de volken...’ (Matt.28:19) Na Pasen krijgt deze lijn vanuit het evangelie ineens de nodige vaart. Je kunt zelfs zeggen dat het belangrijkste doel van de engel niet is om de vrouwen te overtuigen van de opstanding, maar om hen naar de discipelen te zenden. En de boodschap die ze meekrijgen, is niet alleen dat Jezus is opgewekt, maar ook: ‘En zie, Hij gaat u voor naar Galilea, daar zult u Hem zien.’ (Matt.28:7) Daar in Galilea waar ze zelf geroepen werden en zo veel gezien hebben van Jezus’ missie, daar zullen ze nu zelf de opdracht krijgen om meer discipelen te maken onder alle volken. De ‘haast’ waarover we lezen, staat dus in het teken van het doorgeven van het Evangelie in de wereld. Hoeveel spoed en urgentie heeft dat bij ons? Verbinden wij Pasen ook met dit missionaire aspect? Meer dan ooit beseffen we juist met Pasen dat er goed nieuws is te vertellen in de wereld. En dat er een grote urgentie is dat mensen leerling worden van Jezus Christus. De vraag is hoeveel voorrang het krijgt en of deze uitwerking van Pasen ook concreet gestalte krijgt in ons leven.

PINKSTEREN

Dat het woordje haast twee keer voorkomt (v.7,8) is om te laten zien hoe de vrouwen gehoorzaam zijn aan de opdracht van de engel. Dat wil niet zeggen dat ze niet ook bevreesd zijn en dat er niet misschien nog veel meer aarzelingen door hen heen gaan. Maar: toch gaan ze.

Heel opvallend is dat dan eerst Jezus Zelf aan hen verschijnt (v.9), nog voordat ze de discipelen bereiken. Dit is een bemoediging onderweg: Hij is bij hen. Hij herhaalt nog eens dat de discipelen naar Galilea moeten gaan. Ook de discipelen zullen daar slechts aarzelend de Heere tegemoet gaan (v.i7), maar ze worden toch gezonden, met de belofte dat Jezus Zelf met hen zal gaan (v.20).

Die belofte gaat met Pinksteren in vervulling: door Zijn Geest is Jezus Zelf aanwezig. Dat geldt juist daar waar mensen, net als die vrouwen bij het graf, gehoorzaam gevolg geven aan de opdracht om de paasboodschap door te geven. Dat is ook een belofte aan ons. Wie Pasen viert met het verlangen dat ook anderen de levende Heere Jezus zullen leren kennen, mag weten dat Hijzelf bij ons is, wanneer wij gehoorzaam op weg gaan.

URGENTIE

Dat er haast geboden is met het doorgeven van dit bericht, heeft in het evangelie van Mattheüs nog een extra oorzaak. In vers 11 tot 15 van hoofdstuk 28 is namelijk te lezen dat er helaas ook een ‘tegenbericht’ is. De soldaten zijn omgekocht om een boodschap de wereld in te helpen dat de discipelen in de nacht het lichaam van Jezus gestolen zouden hebben. Een slap verhaal natuurlijk, maar de evangelist vermeldt er wel bij dat ‘dit woord is verbreid onder de Joden tot op de huidige dag’. Het doorgeven van de boodschap van Pasen heeft urgentie, omdat er ook dat andere verhaal is. Hoe actueel is dit vandaag. Als wij niet meer getuigen van de levende Heiland, dan horen mensen om ons heen alleen nog maar dat andere verhaal: het verhaal met hier beneden als horizon, het verhaal van mensen en wat zij allemaal wel en niet kunnen en willen. Dat verhaal zal niemand heil en redding brengen. God komt er vaak niet eens meer in voor.

Is er te midden van al die verhalen nog licht en zout in deze wereld? De boodschap van Pasen klinkt in Mattheüs 28 niet voor niets als een bericht om door te geven, met haast, want de levende Heere zoekt discipelen uit alle volken.

Ds. M. van Dam is predikant van de hervormde wijkgemeente Calvijn te Baarn.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 april 2017

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

REDEN TOT HAAST

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 april 2017

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's