De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

THEOCRATISCH DENKEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

THEOCRATISCH DENKEN

Tolerantie is uiterst actueel thema bij A.A. van Ruler

8 minuten leestijd

Mr. Gerrit Holdijk, drs. Gerard van Leijenhorst en ds. H.G. Abma probeerden in hun politieke bezigzijn het denken van dr. A.A. van Ruler tot gelding te brengen. Het onlangs gepresenteerde zesde deel van zijn 'Verzameld Werk' biedt goed inzicht in het theocratische gedachtegoed van Van Ruler.

Het is voor de tweede keer in vrije korte tijd dat ik in dit illustere huis aanwezig ben. De eerste keer dat ik in de vergaderzaal van de Eerste Kamer was, was bij het afscheid van mijn inmiddels betreurde vriend mr. Gerrit Holdijk, bijna een kwarteeuw senator voor de SGP. Bij die bijeenkomst zei mr. J.P.H. Donner dat Holdijk in de ‘vaak verwarde en verwarrende discussie’ over staatsrecht en staatsinstellingen ‘zijn kalmerende invloed’ had. Een mooie herinnering.
Nu zou ik daarmee niet begonnen zijn als Holdijk niet ten volle het gedachtegoed van Van Ruler was toegedaan. Evenals drs. Gerard van Leijenhorst, ooit kamerlid en staatssecretaris van het CDA, probeerde hij iets tot gelding te brengen van wat Van Ruler achter de tekentafel had ontworpen.


Christelijke politiek zonder het theocratische visioen wordt een ‘zouteloos zaakje’


SCHEPPING

Holdijk vond daarin een bondgenoot in ds. H.G. Abma, aan wie hij een geschrift wijdde onder de titel Dominee in de politiek. In een uitvoerig exposé analyseert Holdijk minutieus de partijredes van Abma. Ik geef twee sprekende citaten. De eerste gaat over kabinetsbeleid. ‘Wanneer we over een ruim tijdvak kennisnemen van de officiële uitspraken van een kabinet, wanneer dit zijn taak aanvaardt, zijn we van aanvankelijke erkenning van de christelijke grondslagen van ons volksleven, via het tussenstation van gelijkstelling van christelijke en humanistische waarden, aangeland op een punt van benauwend stilzwijgen omtrent de diepere motivering van het kabinetsbeleid. Dat geeft te denken.’
Het tweede citaat gaat over de schepping. ‘Als wij er acht op geven, dat God het gras van het veld, dat heden is en morgen in de oven geworpen wordt, op onnavolgbare wijze bekleedt, mogen wij ons niet onttrekken aan zovele bezigheden, die welbeschouwd handelingen zijn met wat Hij goedertieren ter beschikking stelde. IJdele zorg, ongelovige bezorgdheid behoeft ons niet te kwellen, zorgeloosheid mag ons niet verleiden.’ En dan komt het, zegt Holdijk: ‘Waarachtige christelijke politiek ziet zich juist geroepen om eeuwigheidswaarden uit te drukken in de kleine dingen van de dag.’
Abma schreef een ‘In memoriam’ na het overlijden van Van Ruler. Hij zei daarin dat, als Van Ruler rondkeek in de moderne wereld, het allemaal ‘moeite in zijn ogen’ was, maar dat hij leerde ‘op het einde te letten, zo zelfs dat het einde het begin werd van zijn theologiseren’. Hij heeft met zijn theocratisch denken ‘kostbaar calvinistisch erfgoed standvastig verdedigd’.

EIGEN WEG

Hoe was mijn eigen weg met Van Ruler? In mijn studententijd (1955-1961) viel het werk van Van Ruler binnen de studentenvereniging CSFR, met studenten die grosso modo kwamen uit een ‘artikel-36-milieu’ in een weltoebereide aarde. Met rode oortjes las ik zijn Religie en politiek, waarin Van Ruler ‘theocratische grondlijnen’ tekent.
Ik nam het, intussen zwaar in verval geraakte exemplaar, nog eens ter hand en bekeek welke zinnen ik had onderstreept of van een uitroepteken had voorzien.
Zomaar drie momenten: ‘Een mens kan theocratisch leven, ook al wordt hij niet theocratisch geregeerd.’ En: ‘De theocratie mag niet worden opgevat als ‘een ideaal dat nagestreefd dient te worden, maar alleen als een werkelijkheid, waaruit gelééfd dient te worden’. En ten slotte: ‘De ware christen is de beste burger. Wanneer hij van het avondmaal opstaat, dan is de eerste kring, waarin hij komt te leven, die van de politiek. De tucht rondóm de avondmaalstafel breidt zich uit in de orde die de burgerlijke overheid handhaaft.’ Na Religie en politiek volgden al snel Visie en vaart en Droom en gestalte. Ze zijn opgenomen in deel VI-A. Van Ruler is me blijven boeien tot het einde.

GEESTELIJK TESTAMENT

Helaas heb ik hem nooit persoonlijk ontmoet. Nochtans mocht ik doordringen tot in zijn binnenkamer, toen kort na zijn dood (15 december 1970) het mede door hem geïnitieerde Getuigenis (1971) werd uitgebracht. Met de zes opstellers kwamen we bijeen in huize Van Ruler, omdat zijn vrouw, J.A. van Ruler-Hamelink, de plaats van haar overleden man had ingenomen.
Ik herinner mij bijvoorbeeld dat mevrouw Van Ruler vertelde hoe haar man met grote blijdschap de studeerkamer uitkwam en uitriep: ‘Ik heb het geklaard.’ Het bleek zijn geestelijk testament te zijn, met de titel Ultra-gereformeerd en vrijzinnig. Hij kritiseert daarin de ‘culturele enghartigheid en benauwdheid van de ultra-gereformeerde gezindte’. Maar hij honoreert tegelijkertijd dat men daar ‘het hoge belang en de heilige ernst van het politieke erkent en honoreert’, terwijl het gemenebest ‘zwaar ligt te slapen in de moderniteit’.


Ongelovige bezorgdheid om de schepping hoeft ons niet te kwellen, zorgeloosheid mag ons niet verleiden


En wat Het Getuigenis betreft: Van Ruler nam in zijn theocratisch denken de aardse werkelijkheid, zeg dus ook de wereld, uiterst serieus, maar hij keerde zich tegen een ‘binnenwerelds evangelie’, waarin het Rijk Gods ‘een afspiegeling van revolutionair-politieke wensdromen’ wordt.

TOLERANTIE

Een wat mij betreft zwaarwegend en in deze tijd uiterst actueel item bij Van Ruler is de tolerantie. Hij mocht dan een theocratisch genormeerde staat voorstaan, dat betekent niet dat hij opteerde voor theocratische dwang, laat staan dictatuur. In 1956 hield hij een belangwekkende lezing voor de CSFR, ‘Theocratie en tolerantie’. Als de staat niet tolerant is, zegt hij, zou dat naar de aard van politieke intolerantie met geweld gepaard moeten gaan. Als de staat echter intolerant wordt, gaat hij in geestelijke zaken – ‘en welke zaken zijn niet geestelijk?’ – materiële middelen gebruiken.
Er zijn echter wel grenzen. Hij refereert dan aan de tijd van het nationaalsocialisme. De staat kan niet tolerant zijn tegenover hen die ‘de tolerante staat’ willen vervangen door een ‘totalitaire staat’. Men voelt de spanning. Neutraliteit is voor Van Ruler een onmogelijkheid. Maar men kan, zegt hij, in de gemengde staat nu eenmaal niet ‘puur uit de Geest’ met elkaar leven. Intussen houdt de kerk de staat wel profetisch ‘het theocratisch visioen’ voor.

EVALUATIE

Is Van Ruler nog actueel? Zelfs de SGP heeft de theocratie uit haar vocabulair geschrapt. Naar mijn oordeel is Van Ruler nog voluit actueel. Christelijke politiek zal juist aan de seculiere staat ‘het theocratisch visioen’ – God regeert! En Zijn Rijk komt – blijven voorhouden. Zo niet, dan wordt ze, om Van Ruler te citeren, ‘een zouteloos zaakje’. Maar tegelijk dient de staat zich te onthouden van gewetensdwang. Minister Bussemaker heeft daarover recent belangwekkende dingen gezegd. Ik herinner me bovendien een uitspraak van Van Ruler dat het een kenmerk van de theocratie in de toekomst zal zijn dat christenen tot voor de overheid hun geloof zullen moeten belijden en dat ze deze belijdenis met de dood moeten bekopen. Is het vandaag hier niet, dan wel op andere plekken in de wereld.

ISRAËL

Het zesde deel van het Verzameld Werk van Van Ruler bestaat uit twee delen. Deel VI-A, dat de ondertitel Theocratie heeft, is me zeer bekend en vertrouwd. Deel VI-B Cultuur, samenleving, politiek, onderwijs bevat veel nog niet eerder uitgegeven teksten van Van Ruler, die het beeld van zijn theocratisch gedachtegoed meer impliciet completeren.
Ik heb er doorheen gebladerd en richtte me daarbij op slechts één punt. Ik ben namelijk nieuwsgierig naar hoe hij Israël ter sprake brengt. Ik ken zijn aandeel in de totstandkoming van de hervormde kerkorde van 1951, met de bekende Israëlparagraaf als begin van het apostolaatsartikel. Staccato geef ik weer wat mij al bladerend trof.
In de eerste plaats dat hij honderden keren spreekt over de God van Israël. Vervolgens dat hij heel wat keren nevenschikkend spreekt over de Godsopenbaring en de gestalte die God aangenomen heeft in Israël en in Jezus Christus, met nadruk op ‘in’. En dan: Israël naar de toekomst toe. Citaat: ‘Israël – en wel het héle Israël en niet een groep daarin – speelt nog een geheimzinnige rol in het Rijk Gods.’

En ten slotte, over een eschatologische heilsverwachting: ‘de volken zullen komen tot Israël’. En Israël (als volk) is de storende factor in het heidendom van de volkeren der aarde. Over het land kon ik niets traceren. Of het moet zijn dat hij enkele keren Israël in één adem noemt met Palestina. Ik hoop nog wijzer van dit boek te worden. Want hij zegt ook nog dat ‘een Nederlander Israëlitisch in de wereld staat’.

Dr. ir. J. van der Graaf uit Huizen is oud-algemeen secretaris van de Gereformeerde Bond. Hij gaf bij de presentatie van deel VI van het Verzameld werk van prof. dr. A.A. van Ruler een terugblik over zijn omgang met het werk van Van Ruler. Dit artikel is gebaseerd op die bijdrage.

N.a.v. A.A. van Ruler, ‘Theocratie. Verzameld werk, deel VI-A’ en ‘Cultuur, samenleving, politiek, onderwijs. Verzameld werk, deel VI-B’, uitg. Boekencentrum, Zoetermeer; bezorgd door dr. D. van Keulen; 988 blz. en 973 blz.; € 59,90 per deel, samen € 115,00.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 april 2017

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

THEOCRATISCH DENKEN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 april 2017

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's