WE STAAN OP WACHT
Belijden in een seculiere tijd [2, slot]
Dat de inzichten van een half millennium geleden nog steeds actueel zijn, blijkt uit het boek Reformatie.nu. Belijden in een seculiere tijd. Waar was het de reformatoren om te doen? Vijftien schrijvers werpen licht op deze vraag.
In het hoofdstuk van de hand van dr. W.H.Th. Moehn staat de opstanding centraal. Dat Christus voor ons opstond uit de dood en het onvergankelijke leven aanbracht, betekent dat allen die door het geloof met Hem verbonden zijn in dit eeuwige leven delen.
Hun bestemming ligt niet langer in dít leven, dat een gestadig sterven is, maar in het onsterfelijke leven waarheen Hij ons is voorgegaan. Dat leven is nog verborgen en onzichtbaar, maar de poort van het paradijs staat open. In dit perspectief staat het christenbestaan. Calvijn noemt het een ‘wachtpost’. We staan op wacht: toeziend op de gevaren die dreigen, omziend naar wie hulp behoeft, uitziend naar de aflossing van de wacht.
HEMELVAART
Drs. P.J. Vergunst levert een mooie bijdrage over Christus’ hemelvaart en koningschap. Zijn gezag omvat hemel en aarde. Hoe verborgen, hoe kruisgewijs Zijn regering zich ook voltrekt in deze wereld, Hij stuwt de tijden naar zijn doel. Luther schreef ooit dat de goddelijke Regent spot met al die waanwijze plannen die op aarde worden gesmeed. Hij gaat Zijn eigen ongekende gang. Wie vertwijfeld dreigt te raken door de schijnbare zinloosheid van het levensritme, mag zich troosten met de gedachte dat er Eén in de hemel zit die elke dag Zijn zon laat opgaan over bozen en goeden. Het loopt Hem niet uit de hand.
WEDERKOMST
Het hoofdstuk van dr. J. van Eck biedt een kernachtige beschouwing over Christus’ wederkomst ten oordeel. Het treffende van Calvijns aanpak is dat hij de gedachte aan Gods oordeel niet voor zich uitschuift, maar met klem naar voren haalt. Hij roept zijn lezers op zich erin te oefenen om in gedachten voor Gods rechterstoel te staan alsof het vandaag al plaatsvindt.
Calvijn wil ons hiermee geen angst inboezemen, wel ontzag. Het gaat dan om een ontzag dat de toevlucht neemt tot Gods barmhartigheid. Het is een barmhartigheid die vlees en bloed geworden is in Christus. En Hij is het Die het oordeel zal voltrekken. De Vader legde het in Zijn handen, gewónde handen. De Rechter is geen andere dan de Redder. Calvijn was bij Paulus in de leer geweest.
Van Eck weet altijd wel te attenderen op iets wat je treft: ‘Over twijfel of men het in het oordeel wel zou redden, horen we Paulus niet. We zien hem ook geen pogingen doen om mensen tegen die twijfel te helpen.’ De eerste christenen zagen blijkbaar zo verlangend naar Christus’ verschijning uit dat het vertrouwen op Hem Die zich tevoren voor hen in het gericht had gesteld, de vrees uitbande. Is er dan geen keerzijde? Stellig.
Wie genade versmaadt en loon naar werken wil, moet zelf het oordeel dragen.
BAND
Dr. P. Veermans bijdrage betreft persoon en werk van de Heilige Geest. De Geest legt relatie tussen de Vader en de Zoon, en tussen Hen beiden en ons. Als Hij dit laatste niet deed, bleef Christus’ heilswerk voor ons nutteloos. Het is waar: was Christus niet geboren, wij waren verloren.
Maar het is even waar: was de Geest niet uitgestort, was alles nog tekort. Hij smeedt de band met Christus. Als eerstelingsgave van het Koninkrijk schenkt Hij de voorsmaak van wat ons te wachten staat. Zo wekt Hij het verlangen naar de onthulling van wat in Christus wel vervuld is, maar nog in de belofte verhuld ligt.
Ds. A.J. Mensink biedt een behartigenswaardig hoofdstuk over de kerk. Hij zet in met de bekende uitspraak van Noordmans dat de leer over de kerk de zwakste schakel van de protestantse dogmatiek uitmaakt. Kan de protestantse kerk wel echt katholiek zijn? Dat was voor de reformatoren een nijpende vraag. Ze kwamen immers buiten de Roomse Kerk te staan. Bleven ze niettemin katholiek? Dat bleven ze. Omdat zij de katholiciteit en eenheid van de kerk verworteld wisten in de horigheid aan de katholieke, gezaghebbende Schrift. Daarom had Luther recht van spreken toen hij stelde dat de kerk daar is waar het Woord is. Deze kerk gaat aan ons vooraf. Wij maken haar niet. We ontvangen haar. En Hij die haar vergadert, weet haar ook wel te bewaren, ondanks ons, dankzij haar ene Hoofd.
VERGEVING
De bijdrage van ds. C. van Duijn, over de vergeving van de zonden, herinnert ons eraan dat Luthers sola fide nooit een vrijbrief voor de zonde wilde zijn. Uit al zijn geschriften blijkt dat de rechtvaardiging inderdaad geschiedt zonder de minste bijdrage onzerzijds, maar alleen door geloof dat niet werkt, maar krijgt.
Dit geloof is echter nooit alleen. Het heeft de dienende liefde als metgezel. Voor Calvijn ligt het niet anders. Hij spreekt van een ‘tweevoudige genade’: rechtvaardiging en heiliging. Dit zijn twee onafscheidelijke geschenken uit een en dezelfde genadebron. Op die genade blijven wij levenslang aangewezen. Calvijn was er zo van doordrongen dat hij, althans in Straatsburg, in Bucers gevolg schuldbelijdenis en genadeverkondiging een vaste plaats toekende in de liturgie. Ook Luthers waardering van de biecht staat in dit kader. Zonder deze praktijken te willen kopiëren zoekt Van Duijn met recht naar wegen om ze te actualiseren.
WEDEROPSTANDING
Wat volgt, is een evenwichtig exposé van dr. M.J. de Vries over Calvijns gedachten omtrent de wederopstanding van het lichaam. Calvijns visie is genuanceerd. Vóór de zondeval was het lichaam een goed huis voor de ziel. Door de zondeval fungeert dit ‘lemen huis’ als een ‘kerker’ voor de ziel. Bij de opstanding zal Gods beeld ten volle worden hersteld, zowel naar lichaam als naar ziel. De Vries laat zien hoe heilzaam het zou zijn als men zich in onze tijd, waarin een ware lichaamscultus in de mode is, door Calvijns benadering liet corrigeren.
EEUWIG LEVEN
Ds. B. van Werven sluit af met een opstel over het eeuwige leven.
Terecht legt hij er de vinger bij dat dit leven in Christus – Het Leven – al aangebroken is en dat al de Zijnen in dit onvergankelijke leven delen. Wie in Hem gelooft, heeft (nu al) het eeuwige leven. In Christus is de toekomst in ons heden neergestreken. We zijn met Hem gestorven aan de dood en opgestaan in het onaantastbare leven. Maar dit is geloofsgoed, geen handtastelijk bezit. Het is wel beslist, maar aangevochten en betwist.
Eerlijk gezegd leg ik in deze zinswendingen de accenten anders dan Van Werven doet. Als ik hem goed begrijp, ontwaart hij om zich heen al meer van het Koninkrijk dan ik. Wanneer hij het betreurt dat we nogal moeite hebben om ‘in het aardse leven de tekenen van het hemelse leven te zien’, voel ik me tenminste aangesproken. Ik behoor tot de categorie waarop hij doelt. Dat Christus’ dood en opstanding ‘meer betekenen dan vergeving en verzoening’, en dat er in Hem ‘ook in de 21e eeuw genezing en bevrijding mogelijk is’, geef ik toe. Maar niet ruiterlijk, veeleer getemperd.
Soms, heel soms, zie ik (of: vermoed ik) als in een flits iets van het koninkrijk dat komt. Veelal zie ik er, via journaal en krant, niets van dan het tegendeel. De schepping kreunt. En ook de opzienbarendste genezingen zijn fragmentarisch en betrekkelijk, want door de onafwendbare dood begrensd.
Door het opstandingsleven – ook het mijne – staat nog het kruis gekerfd. Hoekig en toch hoopgevend, want eenmaal komt Gods koninkrijk uit zijn verborgenheid openbaar.
ONZE TIJD
Van Werven wil dit reformatorisch besef echter aanvullen met ‘de charismatische nadruk op de presentie van de Heilige Geest’ en vindt dat we naar Gods belofte ‘ook in onze tijd’ een krachtige doorbraak van Gods rijk mogen verwachten. Ik krijg de indruk dat hij hierbij denkt aan manifestaties van genezing en bevrijding.
Maar als we nu eens naar Petrus kijken – die apostel was volgens het boek Handelingen toch getuige geweest van hoogst opzienbarende wonderen. Maar leert hij ons niet om krachtens Gods belofte uit te zien naar wat al die tekenen ver te boven gaat, en nieuwe hemelen en een nieuwe aarde te verwachten? Die komen niet in onze tijd, maar aan het finale eind ervan, aan de overzijde van de tijd.
Over twijfel of men het in het oordeel wel zou redden, horen we Paulus niet
En is het niet juist de presente Geest die ons naar het eind van onze tijden stuwt en samen met de bruid roept: ‘Kom’?
Eerst dan is de verborgenheid voorbij en komt het eeuwige leven uit zijn onzichtbaarheid tevoorschijn. Zo althans verlangde Luther naar die Dag: ‘God geve dat die vrolijke en zalige dag van onze verlossing en heerlijkheid spoedig zal komen en we alles mogen ondervinden en aanschouwen zoals we thans in het Woord vernemen en geloven.’ Nu nog hopen en geloven we. Straks pas zullen we aanschouwen, en Hem zien gelijk Hij is en zijn gelijk Hij is (1 Joh.3:2), eindelijk en eindeloos.
Ik sluit me aan bij de redactie, die de wens uitspreekt dat de bestudering van deze bundel, zowel persoonlijk alsook in kerkenraads- of kringverband, ons zal helpen verstaan waar het de Reformatie om begonnen was.
Dr. A. de Reuver uit Waddinxveen is emeritus hoogleraar Gereformeerde godgeleerdheid vanwege de Gereformeerde Bond.
N.a.v. A.J. Kunz en P.J. Vergunst (redactie), ‘Reformatie. nu. Belijden in een seculiere tijd’, uitg. Boekencentrum, Zoetermeer; 173 blz.; € 13,99. (zie ook de bon op pag.12)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 april 2017
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 april 2017
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's