LAAT HET PASEN ZIJN
Sta op... Hooglied 2:10,13
De tweede zondag na Pasen draagt volgens een oude traditie de naam 'zondag van de Goede Herder'. Tussen Pasen en Hemelvaart was de Goede Herder steeds maar bezig om Zijn dolende schapen terecht te brengen en te overtuigen van Pasen.
Wanneer de lente in ons land komt, worden we naar buiten gelokt. Een lentedag is een prachtige omlijsting voor twee verliefden. Alles geurt en kleurt op een paradijselijke manier. In het Hooglied wordt het hoogste lied gezongen. Tegelijk klinkt er een andere geschiedenis in door, namelijk Pasen. Een geschiedenis vol van heil. Lente en Pasen hebben veel gemeen.
De roep ‘Sta op’ wordt gehoord. De duistere kloof, het donkere graf moet verlaten worden. Christus deed de dood teniet. Daarom klinkt nu de oproep: Sta op en zing het hoogste lied. De Opgestane doet ons delen in Zijn gerechtigheid. Hij wekt ons op tot een nieuw leven. Nu mogen we weten dat het goed komt. Deze lente, dit leven uit de dood, is de voorbode van de grote zomer.
WEDERGEBOORTE
In de synagoge wordt Hooglied na Pasen gelezen. We doen er goed aan de lijnen tussen Pasen en Hooglied te ontdekken. We worden het paradijs ingeleid. Niet het oude, want daar komt geen mens meer in. Laat nu niemand doen alsof hij van de prins geen kwaad weet. De breuk met God, beschreven in Genesis 3, heeft onzegbaar veel kommer en kwel veroorzaakt. Van Adam tot... Ik vul mijn eigen naam in.
Wat een geschiedenis. Denk ook aan de (kleine) kerkgeschiedenis. De geschiedenis van Christus’ bruid. Wat een gedoe. Wie schaamt zich nog? Kommer en kwel in kerk en wereld. Een stroom van ongerechtigheden. Een ieder bedenke bij zichzelf zijn zonde en vervloeking.
Onlangs herdachten wij Jezus’ dood. Aan Pasen gaat die Vrijdag vooraf. Hij Die opstond, lag eerst neer in de dood, onze dood. Hij Die opstond, hing ten dode opgeschreven aan het hout en was een vloek geworden. Maar het Evangelie luidt: Hij deed het voor u. Door Zijn dood heeft Hij de oorzaak van onze eeuwige honger en kommer, namelijk de zonde, weggenomen. En door Zijn opstandingskracht worden wij wedergeboren. De poorten van het nieuwe paradijs zijn ontsloten.
STA OP
Als Hij zegt: ‘Sta op’, staat Jaïrus’ dochter op, de jongen uit Naïn kan niet meer op de baar blijven liggen en Lazarus komt zijn graf uit. Als Hij zegt: ‘Sta op’, kan ook ik niet blijven liggen. Het is de stem van mijn Liefste, de stem die met zoveel liefde gepaard ging en gaat. Pasen én Hooglied. Alles begint opnieuw. De wintertijd is voorbij, de lentetijd is gekomen en de zangtijd aangebroken. Zing de Heere een nieuw lied, Hij werkte heil na leed. En door Christus’ Geest, de Levendmakende, raak ik meer en meer aan Hem verbonden en word ik ingewijd in alles wat Hij gedaan heeft, in Zijn weldaden: het eeuwige leven, gerechtigheid en heerlijkheid. Wat een weelde! Nu volg ik Christus in de wedergeboorte. Alles wordt nieuw, de hemel en de aarde. De toekomst is Zijn rijk.
Nu zuchten we nog, samen met heel de schepping die in barensnood is. Wat zuchten we? Uw Koninkrijk kome! Laat het Pasen zijn.
JONA
Mijn vriendin, sta op! Ze is zijn ‘jonah’, zijn duif. Hij wil haar zien en horen. Ze moet in beweging komen. Jona, de profeet, moest dat ook. In Jona lezen we tot twee keer toe ‘Sta op’. De eerste keer stond hij op, maar met verkeerde benen. Hij ging ‘weg van het aangezicht van de Heere’. Dat kan dus ook: opstaan ten kwade. Maar de Goede Herder zocht hem op en haalde hem uit diepe wateren omhoog. Weer klonk het bevel ‘Sta op’, en Jona stond op en ging overeenkomstig het woord van de Heere.
ONVERDIEND
Mijn duif, blijf niet zitten waar je zit, zonder je te verroeren. Het gaat me om je bekoorlijke gedaante en om je zoete stem. Als ik mijn gedachten laat gaan, hoor ik hier ook een vertolking van het verlangen van de Bruidegom Christus om Zijn bruid te zien en haar stem te horen. Dat is om stil van te worden. Als een Jona, de ongehoorzame, ben ik weer opgezocht. Het was Pasen, maar ik zat nog in een kloof, een schuilplaats, achter gesloten deuren. Paasloos. De Goede Herder zocht mij echter op. Mijn naam klonk. Ik had me verborgen vanwege alles wat misging en liet niets meer van me horen. Toch hoorde ik het Evangelie: Sta op, je stem is zoet, je gedaante bekoorlijk. Ik snapte er niets van. Maar ik leer dat dat nu genade is. Onverdiende goedheid van God voor de zondaar! En die zondaar ben ik, zwart, doch liefelijk. Wie kan die Herder begrijpen? Hij is zó goed...
Ds. A. Baas is predikant van de hervormde gemeente te Amstelveen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 april 2017
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 april 2017
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's