OEFENING EN COACHING
Het tijdschrift OnderWeg van de Nederlands Gereformeerde Kerken en Gereformeerde Kerken vrijgemaakt bracht een themanummer uit over de betekenis van genade als reformatorische ontdekking. In dit nummer ook een interview met mr. Leendert Verheij (65), president van het gerechtshof in Den Haag en actief lid van de Nederlands Gereformeerde Kerken. Jan Kas sprak met hem over zijn geloven en werken.
ONDERWEG
Veel strafdossiers liggen er niet opgestapeld in Verheijs werkkamer. Af en toe heef hij nog een zitting, volgende week is er weer één. Op zijn schouders rust vooral de leiding van het gerechtshof. Rechtspreken is geen sinecure, weet hij. ‘Als strafrechter behandelde ik zaken waarin levenslang geëist werd of waarin artsen van moord werden verdacht omdat zij de regels voor euthanasie zouden hebben geschonden. Iedere vrijheidsstraf die je oplegt, grijpt heel diep in. Ook andere beslissingen kunnen ongelooflijk ingrijpend zijn voor mensen, bijvoorbeeld rond de vraag of iemand iets te verwijten is.’
‘Rechtspraak is balanceren,’ zegt Verheij. ‘Enerzijds geldt – ik zeg het in het Latijn: dura lex sed lex. De wet is soms streng, maar het is wel de wet. Daar heb je je in beginsel aan te houden. De andere kant van het spectrum is summum ius summum iniuria. Het hoogste recht kan, te ver doorgevoerd, ontaarden in het hoogste onrecht. Dat balanceren tussen die twee uitersten leer je niet in een paar dagen of een jaar, maar gaandeweg, in het bijzijn van meer ervaren rechters, met scholing, training en intuïtie ontwikkelen.’
U legde de eed af, ‘Zo waarlijk helpe mij God almachtig’, die is voor u echt wezenlijk?
‘Absoluut. Van rechters wordt veel gevraagd. Ze moeten zorgvuldig zijn,
integer, niet omkoopbaar, onpartijdig. Je moet je altijd realiseren dat je kwetsbaar en feilbaar bent. Je kunt nog zo’n goede rechter zijn, als je heel veel zittingen doet, zijn er dagen waarop het minder gaat, dat je bijvoorbeeld kort door de bocht naar iemand reageert of verzuimt heel essentiële vragen te stellen, wat van invloed kan zijn op de uitkomst van een zaak.’
Dan helpt die eed?
‘Het hangt uiteindelijk niet van mij af. Dat geeft toch een zekere rust. Je moet doen watje kunt, je moet nauwkeurig zijn, maar je weet ook dat je af en toe fouten maakt.’
Wat is geloven voor u?
‘Vertrouwen. Maar toch ook wel weten. Op een gegeven moment is het mijn overtuiging geworden. Elke dag begin ik, als het even kan, met een halfuur bijbellezen, meditatie en gebed. Ik mis het echt als het er een keer niet van komt. Ik put er veel uit, soms al op dezelfde dag, soms op een heel ander moment. Eerder verzandden pogingen om stille tijd te houden vaak. Een leergang benedictijns leiderschap een jaar of tien geleden hielp me hierin echt verder. Met het benedictijnse gedachtegoed kwam ik in aanraking via een folder die mij werd toegestuurd op het moment dat een leidinggevende positie best spannend was en ik, al besefte ik dat toen niet helemaal bewust, wel behoefte had aan enige reflectie. Een seminar dat ik volgde raakte me erg.’
Wat hield dat in?
‘Onder andere de drieslag in de basishouding die Benedictus van de monniken vroeg. Allereerst obedientia. Dat staat voor gehoorzaamheid, meer nog voor luisteren en gehoor geven, iets wat een leidinggevende heel erg moet doen, een rechter trouwens ook. Goed luisteren. Gehoor geven is niet hetzelfde als iemand gelijk geven. Het is wel laten merken dat je echt goed hebt opgepakt wat de ander bedoelt en dat je daar je oordeel op baseert. De ander voelt zich dan in ieder geval gehoord en rechtgedaan. Dan hoeft iemand nog niet gelukkig te zijn met de uitspraak. In de praktijk kunnen mensen een ongunstige uitspraak veel beter accepteren als ze zeker weten datje hun standpunt goed gehoord hebt.
Het tweede begrip is stabilitas. Stevigheid, betrouwbaarheid, geworteld zijn, niet snel afhaken als het moeilijk wordt.
Het derde is conversio morum. Je zou daarbij kunnen denken aan het gereformeerde begrip “dagelijkse bekering”, maar het accent ligt meer op het menselijke vermogen om je in kleine stapjes gaandeweg steeds meer te oefenen zodat je ook, binnen zekere grenzen, daadwerkelijk kunt veranderen. Je hoeft niet te zeggen: ik ben nu eenmaal zo, het wordt toch nooit wat. Je kunt en moet eraan werken.’
Dat hebt u ook zo beleefd?
‘Onder meer in de discipline met stille tijd. Daarnaast maakte ik in het luisteren en gehoor geven de laatste tien jaar echt een groei door. Ik ben een luisteraar geworden. Je moet daar de tijd voor nemen en je niet laten afleiden. Dat nemen we mee, zeggen leidinggevenden nogal eens als een medewerker met een goede suggestie komt.
Vervolgens hoort hij er nooit meer van. Dat is fataal voor zijn betrokkenheid. Je hoeft niet precies te doen wat wordt voorgesteld. Het is prima als je uitlegt dat er argumenten zijn om de suggestie niet over te nemen, maar laat merken datje het voorstel echt meenam, datje erover hebt nagedacht.’
Mr. Verheij heeft veel aan de leefregel van Benedictus voor zijn dagelijks leven. Het is een kleine stap naar het onderwerp coaching waarover het in het maartnummer van het Ouderlingenblad ging.
OUDERLINGENBLAD
Prof. Henk de Roest staat stil bij coaching en begeleiding en hij start met een anekdote. Toen hij op vakantie was in Engeland stond er een bordje bij de parkeerplaats: NO COACHES! (geen bussen).
‘We keken elkaar aan en zeiden: “Dat zou in Nederland ook niet gek zijn...!” Het zou ook een gat in de markt zijn, dachten we. We kunnen een praktijk beginnen om van je coach los te komen: ont-coachen! We bedachten er ook al een naam voor: “Op eigen benen”.
We worden er inmiddels mee overspoeld. (...) Ik lees op internet schattingen dat er in Nederland 30.000 mensen zijn die zich coach noemen, en dan zijn er nog vele counsellors, supervisoren, adviseurs en allerlei therapeuten.’
In het vervolg benadrukt De Roest uitgebreid het positieve effect dat coaching en begeleiding voor predikanten en gemeenten kunnen hebben. Maar hij schetst ook keerzijden: coachingstrajecten kunnen te duur zijn, er kan afhankelijkheid van een coach ontstaan en niet iedereen die zich coach noemt, biedt coaching van goede kwaliteit.
Valt er ook een link met de Bijbel te leggen?
‘Je kunt je afvragen of er ook bijbelse beelden zijn voor de coach? (...) Ik denk (...) vooral aan de parakleet, de Johanneïsche aanduiding voor de Heilige Geest. Soms wordt het vertaald met ‘trooster’, ook wel met ‘vermaner’ of ‘pleitbezorger’. Letterlijk is het ‘degene die erbij geroepen wordt’. Erbij geroepen worden om te helpen en te ondersteunen. De parakleet brengt woorden en daden van Jezus in herinnering. Toch maakt de parakleet ook bekend ‘wat komen gaat’ of ‘wat komen kan’. Doet een coach dat ook? Een goede coach kijkt – samen met degene die wordt gecoacht – vooruit en kijkt terug en vraagt wat in het hier en nu ondersteuning geeft.’
Ook het RD stond onlangs uitgebreid bij coaching stil. Onder andere door prof. Herman Paul aan het woord te laten in een gesprek met bedrijfskundige Teunis Bunt. In onderstaande passage vraagt dr. Paul in hoeverre er spanning bestaat tussen het christelijke mensbeeld ‘en het mensbeeld zoals dat nogal eens aan coaching ten grondslag ligt. Die krijg je niet zomaar gladgestreken.’
REFORMATORISCH DAGBLAD
Paul: ‘Die spanning zit ’m vooral in: hoe ontwikkelbaar zijn dingen? Of neem een begrip als authenticiteit. Bijbels gezien lijkt mij het koesteren van een hoogstpersoonlijk ik niet zo gemakkelijk te verdedigen. Het gaat er juist om dat ik een nieuw schepsel word, in Christus. En: zijn wij ook bereid om te groeien door te ontvangen, van anderen, van God? Het valt me altijd weer op dat als mensen terugkijken op hun leven en aangeven welke momenten zij zich het meest herinneren, het vaak de momenten zijn waarop zij iets ontvingen. Toen er een kind werd geboren, toen zij van een bepaalde ziekte genazen, toen God hen duidelijk hielp in een crisisperiode. Je hoort dan nooit dat zij dit zélf zo hadden gepland.’
Het gesprek was zo te zien bedoeld als een stevige discussie over de risico’s van het inzetten op persoonlijke ontwikkeling en groei. Maar de beide gesprekspartners bleken het behoorlijk eens. Uit het grootste deel van de bijlage over coaching werd verder duidelijk dat ook in de gereformeerde gezindte coaching niet meer weg te denken is.
Ds. G. van Meijeren is hoofd mobiliteitsbureau Predikanten & Kerkelijk Werkers van de Protestantse Kerk.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 mei 2017
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 mei 2017
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's