De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

VERBONDENHEID

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VERBONDENHEID

2 minuten leestijd

‘Mijn grootmoeder had ook altijd matzes met Pasen. Dat had ze van de Joden overgenomen waar ze had gediend.’ Hoe het gesprek er op kwam, weet ik niet meer. De opmerking van mijn moeder prikkelde wel mijn nieuwsgierigheid. Bij welke Joden was mijn overgrootmoeder dan geweest, en hoe zou dat de visie op Joden in onze familie hebben beïnvloed?

Voor de Tweede Wereldoorlog was het de gewoonte dat Urker meisjes tot hun huwelijk werkten als dienstbode in de grote steden. Mijn overgrootmoeder diende in de jaren twintig van de vorige eeuw in Amsterdam. De stadsarchieven van Amsterdam zijn grotendeels online te vinden. Binnen een paar muisklikken heb ik overgrootmoeders inschrijving in het bevolkingsregister te pakken: Koningsstraat 44 ten huize van Neeter.


Het gezin dat eerst een dienstbode kon betalen, bezat op het moment van arrestatie ‘alleen kleding’


Ik kom erachter dat ze dienstbode geweest moet zijn van Joseph Emanuel Neeter. Neeter was diamantbewerker en trouwde met de weduwe Rijntje Goudsmit. Samen kregen ze drie kinderen: Esther, Eliazer en Maurits. Toen mijn overgrootmoeder in 1921 in dienst was bij de familie Neeter, was Esther drie jaar oud en Eliazer net geboren. Maurits moest nog geboren worden. Ik stel me zo voor dat mijn overgrootmoeder met de kinderen speelde, voor hen kookte en hen naar bed bracht. Esther overleed ruim twintig jaar later in Auschwitz, Eliazer in 1942 in Mauthausen. Neeter, zijn vrouw, en hun vijftienjarige zoon Maurits werden op 11 juni 1943 vergast in Sobibor. Op de website Joodmonument.nl vind ik spaarzame informatie over de familie. Het gezin dat eerst een dienstbode kon betalen, bezat op het moment van arrestatie ‘alleen kleding en ondergoed’. Van moeder Rijntje is een foto beschikbaar. Ik kijk in de donkere ogen van overgrootmoeders’ werkgeefster, wier leven eindigde in de gaskamers.

Wat mijn overgrootmoeder precies beoogde met de aanschaf van matzes met Pasen, zal altijd wel in de nevelen van de geschiedenis verborgen blijven. In ieder geval bleek er een sterke verbondenheid met het Joodse volk uit. Die verbondenheid met het verbondsvolk verplicht elk jaar rond deze tijd stil te staan bij de dood van zes miljoen nakomelingen van Abraham, en de vervulling van de beloften voor het Joodse volk te verwachten.

Drs. A. Baarssen uit Urk is docent geschiedenis en actief in het jongerenwerk van zijn kerkelijke gemeente.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 mei 2017

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

VERBONDENHEID

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 mei 2017

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's