De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

IN DIALOOG MET DE SCHRIFT

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

IN DIALOOG MET DE SCHRIFT

Uitgangspunten in de hermeneutiek [2, slot]

9 minuten leestijd

Vanouds waren die spelregels voor de uitleg van de Bijbel gericht op de vraag: hoe krijg je de betekenis van een tekst en de bedoeling van de auteur helder? Bij de klassieke hermeneutiek worden de leesregels aan de tekst zelf ontleend.

Hermeneutische regels fungeren als een leesbril. Een bril schept geen eigen betekenis, maar is bedoeld om te lezen wat er staat. Dat geeft aan die leesregels een bescheiden karakter. Je voegt geen betekenis toe, je leest betekenis af.
Daarbij moet je rekenen met de eigen tijd en situatie waarin de Bijbel geschreven werd. We leven in een andere tijd dan die van de Bijbel. Dat is merkbaar ook. Al is de Bijbel geen tijdgebonden boek, het is ook geen tijdloos boek.

TIJDGEBONDEN

Dat zie je al binnen de Bijbel zelf. De Tien Geboden hebben blijvende geldigheid. Maar je merkt wel dat ze op een bepaalde datum zijn afgekondigd: na de uittocht uit Egypte. Ook valt de rustdag nog op zaterdag, de sabbat.
Hier helpt de Bijbel zelf je verder. De uittocht uit Egypte staat model voor Gods grote verlossingswerk in de Heere Jezus. Veel oudtestamentische vormen gelden niet meer op de manier als dat voor Israël het geval was (zie NGB art. 25). In de nieuwe bedeling van het verbond zijn ceremoniële wetten komen te vervallen. Met het voortgaan van de heilsgeschiedenis werd de zaterdagse sabbat tot de zondagse rustdag van nu, de dag van Christus’ opstanding. We leren onderscheid maken tussen het voorlopige en het blijvende. En tussen (de tijdbepaalde) vorm en de (blijvende) norm.

TOEPASSING

Toch moet je de (soms nodige) vertaalslag ook niet overdrijven. Ik noem een paar dingen. In de eerste plaats is de Bijbel als Woord van God bedoeld als waarheid voor alle tijden. De centrale boodschap van de Schrift over het heil van God in Christus is blijvend geldig. Hetzelfde geldt voor de geboden die de Heere geeft. Die geboden kunnen om een eigentijdse toepassing vragen, onder gebed om onderscheidingsvermogen en fijngevoeligheid (Rom. 12:2; zie ook Filip.1:9v).
Maar niet de toepassing dicteert de betekenis van een gebod, het gebod wil de toepassing bepalen.
Bovendien is het hart van de mens principieel niet veranderd. Uiteraard is de mens van de 21e eeuw, de mens van na de Verlichting, in heel wat opzichten anders dan de mensen uit de bijbelse tijd. Maar als mensvoor-God is die mens niet wezenlijk veranderd. Hij blijft kind van Adam, met een van nature van God afkerig hart, aangewezen op Gods genade in Christus en op vernieuwing door de Heilige Geest.

HANS-GEORG GADAMER

Wie iets wil zeggen over moderne hermeneutiek, kan niet om de figuur van H.G. Gadamer (1900-2002) en zijn hoofdwerk Wahrheit und Methode heen. Het is bepaald geen lichte kost. Toch wil ik proberen er iets van door te geven.
Voor Gadamer heeft de uitleg van een tekst iets van een gesprek, een gedachtewisseling. De horizon van de tekst (vroeger) en van de lezer (nu) versmelten met elkaar. Een echt gesprek doet iets met beide gesprekspartners, zowel met de uitlegger als met de tekst. Je komt tot een bepaalde interpretatie. Maar de horizonversmelting is geen garantie dat je de tekst definitief begrepen hebt. De blik van de lezer wordt voortdurend verruimd door nieuw inzicht en nieuwe ervaringen.
Begrijpen is dan ook meer dan je inleven in de bedoeling van een ander. Je stelt je vragen aan een tekst. Alleen dat stellen van vragen legt de betekenismogelijkheden open en daarmee gaat wat zinvol is in de eigen opvattingen over. Waarheid is een gebeuren. Vragenderwijs leer je een tekst begrijpen op een manier, die vruchtbaar is voor de nieuwe situatie.

GEEN OBJECTIVITEIT

Een tekst maakt een bepaalde geschiedenis door. Je kunt dan ook niet op een afstandje naar een tekst kijken. Je bent als lezer opgenomen in die werkingsgeschiedenis, je kunt er niet buiten treden. Omgaan met een tekst betekent opgenomen worden in een (traditie) gebeuren. Luisterend naar de tekst, de traditie en elkaar, groeit er een gemeenschappelijk begrip van de zaak waarover het gaat.
Gadamer verzet zich tegen een objectief waarheidsbegrip, zoals dat in de natuurwetenschap gehanteerd wordt. Hij neemt afstand van het zelfingenomen mensbeeld van de Verlichting. Als mens maak je deel uit van de werkelijkheid.
Kortom, Gadamer zoekt naar een wisselwerking tussen tekst en lezer, object en subject. Daar zit nogal wat aan vast. Niet langer heeft de tekst als tekst de beslissende voorrang, laat staan de bedoeling van de auteur. Waarheid is niet voorgegeven in een tekst, maar is het – voorlopig – resultaat van een dialoog. Het gaat erom de bedoeling van de tekst in te passen in eigen situatie in een continu proces van (her)-interpretatie. Daarbij gaan uitleg en toepassing min of meer samenvallen.

LEESREGELS VAN BUITENAF

Het gaat te ver om een isgelijkteken te zetten tussen het denken van Gadamer en datgene wat we aanduiden als moderne hermeneutiek. Moderne hermeneutiek heb je in soorten en maten, het is zoveel als een verzamelnaam. Maar steeds merk je wel invloed van Gadamers ideeën, ook bij degenen die hem corrigeren of tegenspreken.
Moderne hermeneutiek benadert de tekst vanuit filosofische overwegingen van buitenaf. De leesregels zijn niet aan de tekst, maar aan een visie op de tekst ontleend. In die visie krijgen de cultuur en de inbreng van de lezer een eigen plaats. Wat in de bijbelse tijd goed en zinvol was, hoeft dat vandaag niet meer te zijn. Zeker, de Bijbel verbiedt dat vrouwen het leerambt vervullen (1 Tim.2:12v). Dat zou destijds alleen maar contraproductief gewerkt hebben. Maar in onze tijd is juist het omgekeerde het geval. In een maatschappij met de vrouw op leidinggevende posities is moeilijk te verkopen dat de vrouw geen gezag zou mogen uitoefenen in de kerk.

KRITISCHE VRAGEN

Bij het modern-hermeneutisch denken zijn kritische vragen te stellen. En die zijn niet van theoretische aard. Ze raken ons leven met de Heere en de christelijke levenswandel. Ik noem twee vragen: om te beginnen, wat blijft er over van een tekst, wanneer de eigen context en verstaanshorizon mede beslissend worden voor de omgang ermee? Kan de Schrift nog voor zich-zelfspreken?
Vervolgens, kom je op deze manier niet bij oeverloos subjectivisme uit, waarbij iedere lezer zijn eigen Bijbel krijgt? Wordt ‘Zo zegt de Heere’ niet tot ‘Zo denk ik er over’? Wat blijft er over van de Schrift als norm voor geloof en leven?
Dat zijn meer dan alleen maar vragen. Voor mijn besef zal voor een bijbels-gereformeerde hermeneutiek de tekst van de Schrift en de bedoeling van de Auteur blijvend voorrang moeten houden, wil je niet terechtkomen in een vorm van subjectivisme, waarin je nog wel met de mond het gezag van de Schrift erkent, maar het in de praktijk neutraliseert door de hermeneutische aanpak. Met overtuiging kies ik hier voor het spoor van de Reformatie.

Dr. H.J.C.C.J. Wilschut uit Bovensmilde is als predikant verbonden aan de hervormde gemeenten van Sebaldeburen en van Een, samen met de kerkenraadscommissie van de protestantse gemeente in Leek.


Patrick Nullens
Zorgen voor een eigenwijze kudde. Een pastorale ethiek voor een missionaire kerk.
Uitg. Boekencentrum, Zoetermeer; 174 blz.; € 15,90.

Patrick Nullens, hoogleraar systematische theologie aan de Evangelische Faculteit te Leuven, schreef een boeiend boek. Hij pleit voor een pastorale ethiek, door hem getypeerd als ‘levenskunst’. Hoe vinden mondige mensen van deze tijd daarin hun weg, wanneer zij die levenskunst willen invullen als volgelingen van Christus? Niet door simpelweg toepassen van bijbelse geboden of het overnemen van voorgegeven pasklare antwoorden. De pastorale opdracht is om mensen te helpen bij het kritisch beschouwen van hun levenskeuzes vanuit een christelijk perspectief, waarbij de kerk fungeert als morele gemeenschap.

Mensen van de 21e eeuw zijn ‘eigen’ en ‘wijs’, zelfstandig en goed geïnformeerd. Ook binnen evangelische en reformatorische kring laat postmodern denken zich gelden. De zaken liggen allemaal niet meer zo helder. Hoe kun je dan toch als christenen en als kerk uitnodigend in deze wereld staan als het gaat om ethische kwesties? Bij het antwoord op die vraag is voor Nullens D. Bonhoeffer een belangrijke gesprekspartner. Laatste antwoorden worden in dit boek niet gegeven. Het gaat om de zoektocht (pag.13). Alleen een open einde is mogelijk (pag.159).

Ik heb bij dit boek een dubbel gevoel. Hoofdstuk 1 is een aanrader als het gaat om inzicht te krijgen in de seculiere cultuur van vrijheid en authenticiteit. In hoofdstuk 2 worden mooie dingen gezegd over de pastorale aandacht vanuit de herdermetafoor. De drie vormen van pastoraal leidinggeven verbinden aan het drievoudig ambt van Christus vind ik minder overtuigend. De christologische insteek van Nullens kan ik waarderen. Zo kan ik meer noemen. Moeite heb ik met het hermeneutische model dat de auteur hanteert. Niet alleen Bonhoeffer is gesprekspartner, H.G. Gadamer heeft eveneens zijn inbreng (pag. 59v). Nullens erkent de Schrift als het Woord van God, zoals hij ook het belang van het goddelijk gebod erkent. Maar het moet wel heen door het interpretatietraject van de wedergeboren mens en de kerk om de ‘christuswerkelijkheid’ gestalte te geven.

Inderdaad, het bijbelse gebod vraagt om toepassing in een concrete situatie. Dat kan niet zonder het gebed om de genade van de Heilige Geest, om te onderscheiden waarop het aankomt (Filip.1:9v). Daarbij moet wel bedacht worden dat bij dit interpretatieproces de Schrift zelf het beslissende woord blijft houden. De tekst van de Schrift is en blijft de kritische norm, het gebod houdt altijd iets van een ‘tegenover’. Dat is maar goed ook. Ook het wedergeboren hart blijft vaak nog een arglistig hart, dat de dingen zomaar naar zich toe praat. In een gebroken wereld moet soms genoegen worden genomen met een minder kwaad om een groter kwaad te vermijden. Voor Nullens is een huwelijk van twee mensen van gelijk geslacht een station te ver (pag.127, noot 31). Maar hij kan meegaan met de pastorale en tragische verlegenheidsoplossing van H. Thielicke, waarin ruimte wordt gelaten voor een homoseksuele relatie in liefde en trouw (pag.129v, 150v). De gave van het celibaat is niet voor ieder weggelegd en moet bovendien een vrije keuze zijn. Ik vraag mij af of dit niet te vlot gezegd is. Voor mijn besef laten het bijbels onderwijs en het goddelijk gebod ook in een gebroken wereld hier geen andere weg dan het celibaat toe, hoeveel strijd dat een mens ook kost. Ik praat daar niet makkelijk over. Maar ook een ethiek van barmhartigheid is aan grenzen gebonden, zonder tot legalisme te vervallen.

H.J.C.C.J. WILSCHUT, BOVENSMILDE

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 mei 2017

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

IN DIALOOG MET DE SCHRIFT

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 mei 2017

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's