NAAR HET VADERHUIS
Niemand komt in de hemel om wat hij heeft gedaan
Als predikant voer je regelmatig gesprekken met nabestaanden vanwege de begrafenis van een geliefde. Dat ligt heel teer. Velen gaan er min of meer vanzelfsprekend van uit dat hun geliefde in de hemel is. Wat de hemel dan ook moge zijn.
In de loop van de tijd is dit me tenminste meer en meer gaan opvallen. De redenen die genoemd worden waarom iemand in de hemel zou zijn, liggen meestal in de overledene. Hij of zij was een goed mens of heel erg gelovig. ‘Natuurlijk is opa in de hemel! Hij was een lieve man die altijd voor ons klaarstond en niemand ooit kwaad heeft gedaan.’
EERLIJK
Om op zo’n moment de discussie aan te gaan is zinloos en pijnlijk. Een voorzichtige vraag roept al felle reacties op. ‘U denkt toch niet dat...’
Het geeft me wel te denken. Was er vroeger soms een bepaalde angst om ‘met een ingebeelde hemel naar de hel gaan’, tegenwoordig lijkt deze mogelijkheid niet meer te bestaan.
Wat is het belangrijk om eerlijk met elkaar om te gaan, zoals de Heere Jezus doet. Wanneer Hij spreekt over Zijn heengaan naar de Vader en Zijn discipelen verbijsterd reageren, antwoordt de Meester met ware geruststellende woorden. Ja, zij zullen ook komen waar Hij is: bij de Vader. In het huis van de Vader is plaats genoeg. Daar mogen we dus niet beperkend over doen of over denken. Alsof wij voor de Heere God zouden bepalen hoe groot Zijn huis moet zijn.
De Heiland roept een voor die dagen bekend beeld in gedachten: het onderkomen van een uitgebreide familie. In het Midden-Oosten kunnen we die nog steeds wel zien. Verschillende generaties wonen er bij elkaar. Als de kinderen een eigen gezin gaan vormen, wordt er eenvoudig woonruimte op of bij gebouwd. Uiteraard houdt dat een keer op. De woning kan niet eindeloos uitgebreid worden. Men moet dan een andere oplossing zoeken.
Zo ver zal het bij het huis van de Vader niet komen. Daar is gegarandeerd plaats genoeg. De plaats moet echter wel in gereedheid gebracht worden. Dat leert de Heere Jezus Zijn discipelen er direct bij.
PLAATS BEREIDEN
Wij luisteren op Hemelvaartsdag mee naar dit belangrijke onderwijs, opdat ons geloven en denken over de hemel geen slag in de lucht is of blijft.
Waarom komt iemand in de hemel? Dat heeft alles te maken met het werk van de Heere Jezus. Dat klinkt vanzelfsprekender dan we misschien denken. Nooit en te nimmer komt iemand in de hemel om redenen van wie hij is of wat zij gedaan heeft. Dat zou wel heel aards gedacht zijn, toch?
De Heere Jezus gaat heen om plaats te bereiden. Hij gaat Zijn leven geven voor zondaren, voor mensen zoals wij, die weggelopen zijn van de Vader. We lijken op een van de zonen uit de gelijkenis die allebei niet voor de Vader leven. Of we nu onder Zijn dak wonen of Hem hebben verlaten.
‘Ik ga heen...’ Wat een aangrijpend woord is dat. Aan het kruis gaf de Vader niet thuis voor Zijn Zoon. Het was de hel voor Hem. Hij is verlaten van de Vader, opdat wij door God aangenomen en nimmermeer van Hem verlaten zouden worden.
De weg gaat verder, hoger. Christus gaat heen om plaats te bereiden. Dat is dé reden waarom een zondaar kind bij de Vader aan huis zal zijn.
BELOFTEVOL
Het feest van de Hemelvaart is goed voor deze hemelse bespiegelingen. Er wordt plaats gemaakt. En voor wie? ‘Voor u,’ zegt de Heere Jezus, terwijl Hij Zijn discipelen aankijkt. Hij houdt de deur open voor een groep volgelingen die Hem allemaal zullen verlaten. Petrus verloochent zelfs Zijn Meester.
Alleen Judas is er niet bij, hij ging de nacht in en hoort deze woorden nooit meer. Zover kan het dus komen, dat het Evangelie je niet meer bereikt. Maar voor hen die er wel zijn, klinken deze beloftevolle woorden. Begrepen worden ze nog niet.
Thomas neemt het woord. Zijn vraag is de vraag van velen: hoe komen we daar? Het ontlokt een uitspraak van de Zoon die velen naar de Vader geleid heeft: ‘Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven. Niemand komt tot de Vader dan door Mij.’
Jezus vergelijkt Zich met de ingang naar het Vaderhuis. Net zoals zo’n uitgebreide woning in bijvoorbeeld Egypte vaak een centrale ingang heeft. Alleen door die deur kom je de woningen binnen.
INDIRECT CONTACT
Ondertussen is het de vraag of we het Vaderhuis met de vele woningen niet te veel vereenzelvigen met de hemel. De Heere Jezus spreekt hier niet over de hemel, maar over heengaan naar de Vader – in de hemel – en over bij elkaar zijn.
In Johannes 2 spreekt de Heere ook over het huis van Zijn Vader.
Hij staat dan in de tempel om deze te reinigen. De tempel als huis van de Vader was destijds een concreet bouwwerk gemaakt van schitterende materialen. Aan alles moest te zien zijn dat de heilige God van Israël Zich daar liet ontmoeten en omging met Zijn volk.
Zo woonde Hij onder Zijn volk. Dichtbij en tegelijk ver weg. Want alleen de priesters met hun offers mochten ‘naderen’. En echt dichtbij komen was alleen voorbehouden aan de hogepriester. De omgang met de Heere, het contact met God verliep dus indirect. Via de priesters en vooral ook via de offers, in ieder geval ‘niet zonder bloed, dat hij voor zichzelf offerde en voor de afdwalingen van het volk’. (Hebr.9:7b)
Nu gaat de Heere Jezus met Hemelvaart als de grote Hogepriester het hemelse heiligdom binnen met Zijn eigen bloed. ‘Daarom mogen wij, broeders, vrijmoedigheid hebben om in te gaan in het heiligdom door het bloed van Jezus, langs een nieuwe en levende weg, die Hij voor ons heeft ingewijd.’
Hemelvaart roept ons toe dat de toegang tot het Vaderhuis is geopend.
Welzalig, dien Gij hebt verkoren,
dien G’uit al ‘t aards gedruis
doet naad’ren, en Uw heilstem horen,
ja, wonen in Uw huis.
Psalm 65:2 berijmd
DAGELIJKS THUIS
Het Vaderhuis is veel meer dan de hemel. De woning van God waar onze geliefde doden die in de Heere gestorven zijn, mogen wachten op de dag van de opstanding.
In een meditatie over Johannes 14 schrijft ds. L. Kievit: ‘Pas wanneer God meedoet, krijgt het leven diepgang en óp vaart. Misschien helpt dit u, om de betekenis van hemelvaart te verstaan, althans te vermoeden. Het gaat niet over een avontuurlijke tocht door de lucht, weet ik waarheen. Het gaat om het verkeer tussen God en de mensen, het gaat om hemel en aarde verenigd te saam. In de naam: Jezus.’
Het Vaderhuis is nu en hier geopend. De Vader verwacht Zijn kinderen dagelijks thuis; Jezus geeft dat we thuis zijn in de dingen van de Vader. De Vader van het huis trekt. Wat zal het heerlijk zijn om ‘in het huis van de Heere te blijven tot in lengte van dagen’.
Wie op aarde thuis is in de hemel, zal bij het sterven geen vreemde woning betreden. Het grote verschil zal zijn dat alle zonde, onkunde en lauwheid voor eeuwig verdwenen zijn. ‘Ons burgerschap is echter in de hemel,’ (Fil.3:20) schrijft Paulus, terwijl hij met beide benen op de aarde staat en zijn plaats inneemt.
Ondertussen blijkt dat de verbroken verbinding tussen de Vader in de hemel en de zondaar op aarde hersteld is. De omgang is wederkerig.
Jezus zegt tegen een discipel: ‘Als iemand Mij liefheeft, zal Hij Mijn woord in acht nemen; en Mijn Vader zal hem liefhebben, en Wij zullen naar hem toe komen en woning bij hem maken.’
Ds. J.C. Breugem is predikant van de hervormde gemeente te Sommelsdijk.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 mei 2017
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 mei 2017
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's