GAVEN VOOR DE GEMEENTE
Toen Hij opvoer in de hoogte (...) gaf Hij gaven aan de mensen. Efeze 4:8b
'De gemeente als het lichaam van Christus' is het thema dat eruit springt in de brief die Paulus schreef aan de gemeente van Efeze. Hoe ook de hemelvaart van Christus daarin een plaats heeft, vernemen we in het vierde hoofdstuk.
Onze verhoogde Koning heeft niet alleen de deuren van onze gevangenis opengebroken, maar deelt ook gaven uit aan de mensen. Wat zijn dat voor gaven? Kwaliteiten die je door studie en oefening kunt ontwikkelen? Vaardigheden die je kunt oefenen op een cursus gemeenteopbouw?
Paulus geeft in dit hoofdstuk zelf de nodige toelichting bij wat hij met die gaven bedoelt: apostelen, profeten, evangelisten, herders en leraars (vers 11). Wij zijn geneigd bij deze gaven al snel te denken aan wat wij in onze kerken ambtsdragers noemen. De apostel Paulus rekent de ambten kennelijk ook onder de gaven die we te danken hebben aan Hemelvaart. Hier ligt een leerpunt wat betreft ons spraakgebruik. Meestal hebben wij het over ambten en gaven, maar beter is het te spreken over ambten en andere gaven.
VOOR IEDEREEN
In meerdere brieven heeft Paulus geschreven over de gaven (Rom.12; 1 Kor.12). In zijn onderwijs vallen een paar dingen op. De gaven worden ons niet geschonken om er iets mee te worden of om onszelf op de borst te kloppen. Ze zijn er ten dienste van de gemeente, het lichaam van Christus. Ze zijn bedoeld om de gelovigen toe te rusten tot het werk van de bediening, tot opbouw van het lichaam van Christus, totdat wij allen komen tot de eenheid van het geloof en van de kennis van de Zoon van God, tot een volwassen man, tot de maat van de grootte van de volheid van Christus (vers 13).
De gaven zijn niet gereserveerd voor sommigen in de gemeente, voor leden met een bijzonder groot geloof. Ieder die door het geloof aan Christus verbonden is, ontvangt een gave die tegelijkertijd een opgave, een opdracht is. Ieder levend lidmaat, ook de geringste en de zwakste, is ‘begaafd’ en wordt geroepen zijn of haar gave in te zetten voor het welzijn en de opbouw van het geheel. Niemand kan gemist worden. Het ongebruikt laten van onze gave is letterlijk ‘zonde’, aangezien we dan ons doel missen.
VERSCHEIDENHEID
De gelovigen krijgen niet allemaal dezelfde gave. Sommigen deze gave, anderen die gave (vers 11).
De hand is geen voet en het oog is geen oor, maar toch zijn ze alle nodig voor het functioneren van het lichaam. Over de verscheidenheid van de gaven heeft Paulus prachtige dingen geschreven in de brief aan Korinthe (1 Kor.12: 28-31). Indringend is zijn oproep om te streven naar de beste gaven. Daar mogen we naar verlangen, daar mogen we om bidden.
KOUDWATERVREES
De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat het thema ‘gaven’ niet bepaald prioriteit krijgt in de reformatorische kerken. We laten het liever over aan evangelische kringen en charismatische groepen. Misschien hebben we deze koudwatervrees geërfd van de grote reformator Calvijn, die er ook niet zoveel aandacht aan besteed heeft. Op een enkele uitzondering na onderstreepte Calvijn dat de genadegaven beperkt gebleven waren tot de apostolische tijd.
Dat valt in het licht van het Nieuwe Testament echter niet vol te houden. In dit opzicht hadden we wat vaker en wat beter moeten luisteren naar Calvijns collega, de reformator Martin Bucer uit Straatsburg. Hij schreef een prachtig boekje over gemeentezijn, gebaseerd op het onderwijs van Paulus in ons teksthoofdstuk. Trouwens, spreekt het leerboekje van onze kerk, de Heidelbergse Catechismus, ook geen duidelijke taal? In vraag en antwoord 55 lezen we: ‘Wat verstaat u onder de gemeenschap der heiligen? Ten eerste dat alle gelovigen samen en ieder persoonlijk als leden deel hebben aan de Heere Christus en aan al Zijn schatten en gaven. Ten tweede dat ieder zich geroepen moet voelen om zijn gaven tot nut en heil van de andere leden bereidwillig en met vreugde te gebruiken.’
ZEGEN
Op deze wijze krijgt Hemelvaart een heel praktische toepassing. Het geloof in de verhoogde Heiland heeft niet alleen betekenis voor het persoonlijke geloofsleven. Zijn zitten aan de rechterhand van de Vader heeft ook gevolgen voor ons gemeente-zijn. Omdat Hij vanuit de hemel zijn gaven wegschenkt, mogen we zegen verwachten op ons werk. We mogen hopen op groei en opbouw van het lichaam van Christus. Nog altijd wil Hij Zijn gaven kwijt. Laten we onze lege handen daarom maar ophouden.
Dr. M. van Campen is hervormd emeritus predikant te Ede.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 mei 2017
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 mei 2017
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's