EEN CHRISTENVRIJ TURKIJE
Het Armeense Golgotha [1]
Er klinkt zachte melancholieke koormuziek langs de laan die naar het monument leidt. Bomen zijn er ter gedachtenis geplant. Deze plaats in de Armeense hoofdstad Jerevan moet de volkerenmoord op de Armeniërs in Turkije in blijvende herinnering houden.
Wat Yad Vashem in Jeruzalem is voor Joden uit de hele wereld, is deze plek voor een ander volk in diaspora, het christelijke Armeense volk.
Voor het gevoel is er een sterk contrast met de stralende herfstmorgen. Vanaf deze plaats is de berg Ararat – bekend van de bijbelse geschiedenis van de ark van Noach – schitterend te zien. De sneeuwkap ligt vol in het zonlicht. Hoe dichtbij deze berg ook lijkt te zijn, voor de inwoners van Jerevan is er geen schijn van kans dat ze het dierbare land kunnen bezoeken. Slechts enkele tientallen kilometers scheidt de hoofdstad van de voormalige Sovjetrepubliek en nu zelfstandige staat Armenië van de oeroude christelijke natie, maar de grens met aartsvijand Turkije is als een ondoordringbare barrière.
RESTANTEN
Het voormalige West-Armenië maakte vele eeuwen deel uit van het Ottomaanse rijk. Het was eens het oudste christelijke koninkrijk. Reeds eerder dan de overgang van het Romeinse rijk naar het christendom door de bekering van Constantijn de Grote plaatshad, werd het Armeense volk voor Christus gewonnen.
Nu echter is dit deel van het huidige Turkije een gebied van ruïnes en restanten van de eens zo rijke cultuur. De Armeense genocide van 1915 tot 1922 heeft zo verwoestend gewerkt dat er nauwelijks iets van overgebleven is.
De leiders van het nieuwe Turkse rijk, dat na het ineenstorten van het Ottomaanse rijk van de sultans moest worden opgericht, waren ervan overtuigd dat Turkije in de twintigste eeuw alleen mee kon gaan in de vaart der volken als er eindelijk eens definitief afgerekend zou worden met alle christelijke minderheden. Die dateerden overigens al van ver voor de tijd dat de islam op het wereldtoneel verscheen.
HITLERS VOORBEELD
Armeniërs en ook enkele kleinere christelijke minderheden van Assyriërs en Grieken, werden het slachtoffer. Er had een Holocaust plaats, die als model kon dienen voor Hitlers demonische Endlösung (eindoplossing) van het zogenaamde ‘Jodenprobleem’. Voor het nazirijk was het evenmin een volkerenmoord, maar slechts een ‘kwestie’ die opgelost moest worden: de Holocaust moest Duitsland klaarmaken voor het nieuwe tijdperk van het duizendjarige rijk.
De Turken, Duitslands bondgenoten in de Eerste Wereldoorlog, hebben door middel van een genocide met de Armeniërs proberen af te rekenen. Wat Hitler enkele tientallen jaren later zou ondernemen met een kille, duivelse haast en wetenschappelijke precisie, was regelrecht van hen afgekeken.
Niet voor niets vinden we bij de uitgang van het Armeense Holocaustmuseum in Jerevan een uitspraak van Hitler op de muur gebeiteld. Vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog zei hij: ‘Wie heeft het tegenwoordig nog over de uitroeiing van de Armeniërs?’
In het licht van deze huiveringwekkende arrogantie van de moordzucht wordt het begrijpelijk dat Armeniërs tot de dag van vandaag blijven strijden voor een eerlijke erkenning van wat hun als volk is aangedaan. Ontkenning van de genocide voelt aan als een opnieuw vermoorden van onschuldige slachtoffers en de voorbode van een nieuwe holocaust.
VERGETEN
Typerend voor het gebrek aan aandacht voor deze op een na grootste volkerenmoord van de vorige eeuw is een persoonlijke ervaring van enkele jaren geleden. In een Haagse boekhandel vond ik een boek over de Armeense genocide. Het was een zeer recente publicatie, maar het lag, zoals dat heet, ‘in de ramsj’.
Het betrof het persoonlijke verslag van de lijdensweg van Grigoris Balakian, een jonge intellectueel van Armeense origine. Hij was meegevoerd met de dodenmarsen waarmee de Turkse machthebbers afrekenden met de Armeniers. Balakian was een geestelijke, die theologie had gestudeerd aan de Universiteit van Berlijn, waar hij nog college had gelopen bij de bekende Adolf von Harnack. Hij was teruggekeerd naar zijn vaderland om als priester te dienen in zijn kerk.
Balakians lijdensverhaal, oorspronkelijk in de Armeense taal geschreven, werd in 2009 in het Engels vertaald en bij een grote Amerikaanse uitgeverij gepubliceerd onder de titel Armenian Golgotha. De schrijver heeft het er als door een wonder levend afgebracht. Hij werd met behulp van zijn Duitse contacten op het laatste moment gered. Zijn boek heeft een bijzondere weemoedige poëtische stijl, die zelfs in de Engelse vertaling merkbaar is.
Het is een aangrijpend monument voor de anderhalf miljoen slachtoffers van de Armeense Holocaust. Ik heb het in één keer uitgelezen en was er dagenlang van uit mijn doen. Het deed me denken aan de beroemde roman van Franz Werfel, de Oostenrijkse schrijver die in 1933 (!) verslag deed van de wanhopige strijd die een groep Armeniërs op de Musa Dagh, een berg in de Turkse provincie Hatay, voerde tegen de Turken die hen poogden uit te moorden. Ze werden op het laatste moment gered door een Frans oorlogsschip. Dat ene boek heeft er destijds op een bijzonder manier aan bijgedragen het lijden van het Armeense volk wereldwijd aan de vergetelheid te ontrukken.
OFFICIËLE VERHAAL
Tot de dag van vandaag ontkent Turkije dat er in 1915 en daarna sprake was van een genocide. Wie dit woord gebruikt, is zelfs strafbaar voor de wet. De Turkse overheid kan uiteraard niet ontkennen dat er vreselijke dingen zijn gebeurd, maar ziet die als een gevolg van de positie waarin Turkije zich als bondgenoot van Duitsland bevond in de Grote Oorlog van 1914-1918.
Armeniërs in Turkije vormden een gevaar, omdat ze verbonden waren met hun volksgenoten in Rusland. Dat verkeerde nu openlijk in staat van oorlog met het voormalige Ottomaanse rijk. Uit pure zelfverdediging moest men de Armeniërs wel deporteren naar de Syrische woestijn. Dat er daarbij vreselijke dingen gebeurd zijn, was de schuld van de oorlogssituatie. Dat is het officiële verhaal van de Turkse overheid.
Hoewel Armeniërs zich nauwelijks hebben verzet tegen hun moordenaars, werden ze er toch van beschuldigd dat ze massaal in opstand waren gekomen tegen de Turkse overheid. Landen die altijd waren opgekomen voor de Armeense minderheid in Turkije, zoals bijvoorbeeld Engeland en Frankrijk, waren niet meer bij machte om hun beschermende invloed te bieden. Ze behoorden namelijk bij het kamp van de geallieerde vijanden van de as Duitsland-Turkije.
Armeniërs hadden sinds mensenheugenis als zeer loyale gediscrimineerde minderheid deel van Turkije uitgemaakt. Ze vormden geen bedreiging voor het land en er hoefde met hen dus helemaal niet afgerekend te worden. Het was veel meer dat er zich nu in de wereldpolitieke verhoudingen een goede gelegenheid voordeed om voor eens en voor altijd van deze grootste christelijke minderheid af te komen.
GRUWELIJKE UITWAS
De genocide was niet zozeer een uitbarsting van oude haat die telkens weer kon oplaaien in het grote Turkse rijk, dat met alle minderheden wel leek op de broze voeten van het beeld van Nebukadnezar. Het was veeleer een gruwelijke uitwas van moderne staatsvorming. Hierbij wilden moderne westerse opgeleide intellectuelen met hun nationalistische staatstheorie vormgeven aan het moderne Turkije. Dat was per definitie een natie van moslims.
Hierin was geen plaats meer voor minderheden die zich in cultuur en vooral godsdienstig bleven onderscheiden van het Turkse eenheidsideaal. De Turkse staat moest ‘christenvrij’ worden, zoals Hitler enkele decennia later zijn ‘Duizendjarige Rijk’ ook Judenfrei wenste te maken met het oog op de toekomst.
POLITIEK BELANG
Het is onvoorstelbaar maar waar: nog in de jaren vijftig durfde een professor aan de prestigieuze universiteit van Princeton te stellen dat de Armeense genocide een weliswaar betreurenswaardige, maar toch noodzakelijke stap was naar de vorming van het moderne Turkije, dat inmiddels een zeer gewaardeerde bondgenoot van de Verenigde Staten was.
Een volkerenmoord dus, als collateral damage’ (bijkomende schade) van het politieke belang van de westerse wereld. Hoe huiveringwekkend cynisch kan het zijn. Zei Hitler ook niet dat zelfs zijn vijanden hem eens dankbaar zouden zijn voor wat hij met de Joden had gedaan?
Dr. M.A. van den Berg is predikant van de hervormde Morgenstergemeente te Zoetermeer.
Volgende week deel 2, het slot, van dit tweeluik over de Armeense genocide.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 mei 2017
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 mei 2017
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's