GLOBAAL BEKEKEN
Dr. Henk Florijn schreef een boeiend boek onder de titel Ooggetuigen van de Nederlandse kerkgeschiedenis in meer dan 150 portretten (Omniboek, Utrecht). Ik citeer een impressie die student Simon Hendrik Buijtendijk schreef over de Utrechtse hoogleraar Herman Bouman (1789-1864) bij wie hij tentamen deed, in het Latijn(!):
Bij deze hoogleraar kon ik echter geen goed doen. Toen ik eens, ten bate van een vriend, bij hem zijn moest, beet hij me toe: ‘Als jij me om raad gevraagd had, toen je begeerde te gaan studeren, zou ik het je sterk ontraden hebben.’ Ik antwoordde: ‘Dat had ik al vermoed, professor, en daarom heb ik uw raad niet ingewonnen.’ De responsie waarvan ik zo-even sprak, vlotte echter goed. De studenten spitsten hun oren. Hoe zou ik het er afbrengen? Maar mijn antwoorden, zo vertelde me drieënveertig jaar later een vriend (ikzelf was het geval vergeten) waren uitstekend en in onberispelijk Latijn. Ik wist waarlijk niet het ooit onberispelijk gesproken te hebben. Het was mijn kracht niet. Thans is het afgeschaft.
Enig in zijn soort was in 1857 bij diezelfde hoogleraar het tentamen. Stel u voor een zeventigjarig, klein, mank en scheefgegroeid persoon met een zwarte doek om zijn voorhoofd. Eer we beginnen krijgt u een langdradig verhaal van zijn lichaamsellende, en dat op een onmogelijk na te bootsen toon, terwijl de nadruk altijd op de laatste lettergreep valt, echter een octaaf hoger dan op de voorgaande delen van woord of zin. Maar toen hij vanmorgen, zo deelde hij ons mee, met zware hoofdpijn opgestaan was, had hij terstond een paar hoofdstukken van een van de Latijnse klassieken gelezen. Het was zo’n probaat middel tegen hoofdpijn.(...) Het tentamen is afgelopen en de hoogleraar verklaart het genoegen te hebben ons allen, voor zover hem betreft, tot het openbaar examen te kunnen toelaten. ‘Gij mijnheer Buytendijk, was wel de minste, maar dat ligt niet daaraan dat gij uw zaken niet zou weten, maar in uw gebrekkig Latijn.’
***
In datzelfde boek las ik wat ds. P. Zandt (SGP), die ruim 33 jaar lid was van de gemeenteraad in Delft, zei tegen PvdA’er Dirk de Loor bij diens installatie als burgemeester:
‘Een bijzondere onderscheiding is het – ik herhaal het met bijzondere nadruk – aan het hoofd van een gemeente als Delft te worden geplaatst. Zij is toch een stad die met ere een plaats in den lande inneemt. Den Haag was nog maar een dorp toen Delft al een stad was, een stad die eenmaal de vader des vaderlands, Willem van Oranje, een woning heeft geboden. Vandaar dat zij tot op de dag van heden nog de eervolle naam ‘Prinsenstad’ draagt. Is haar verleden groot, haar heden kan er ook zijn. Daarom mag niemand, wie ook, geringschattend over haar denken of spreken. Haar stedenschoon trekt wijd en zijd uit heel de wereld jaar op jaar tal van bezoekers tot zich, die zich in dat stedenschoon verlustigen. Haar Hogeschool heeft haar een eervolle, vermaarde naam ver en ver buiten onze landsgrenzen gegeven. Haar vele kleine en grote industrieën hebben Delft tot een industriestad gemaakt en deze werken er niet weinig aan mee, dat talrijke burgers daardoor een levensbestaan hebben verkregen. Ook haar winkelstand is er een, die er kan zijn en het is volstrekt niet nodig, dat men zijn inkopen in het naburige Den Haag doet. Bovendien kan Delft bogen op een nijvere, steeds toenemende bevolking, die, uitzonderingen daargelaten, de handen uit de mouwen weet te steken. Delft is mede zeer aan te bevelen als woonstad, al zijn er helaas wel mensen die daar geheel ten onrechte anders over denken. Waarlijk, ik steek de stad Delft niet ver boven haar waarde de lucht in!’
REDACTIE: J. VAN DER GRAAF
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 juni 2017
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 juni 2017
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's