GLOBAAL BEKEKEN
Onder redactie van A.J. Kunz en P.J. Vergunst verscheen een mooie verzamelbundel over de Reformatie, onder de titel Reformatie.nu. Belijden in een seculiere tijd (Boekencentrum, Zoetermeer). Een fragment uit de bijdrage van dr. Kunz over Maarten Luther:
Op 1 juli 1523 werden Hendricus Voes en Johannes van Esschen op de Grote Markt te Brussel verbrand. Luther was hiervan diep onder de indruk en reageerde met Een brief aan de christenen in de Nederlanden: ‘God zij geloofd en in eeuwigheid geprezen, dat wij het beleefd hebben, echte heiligen en werkelijke martelaren te zien en te horen – wij die tot nu toe zoveel valse heiligen hebben verheven en aangebeden!’
Ook maakte hij een lied om de gelovigen te troosten. Dit lied is bekend geworden onder de titel Ein neues Lied wir heben an.
Een nieuw lied heffen wij aan
het klimt tot God de Heere,
Wij zingen wat Hij heef gedaan
tot zijnen lof en ere.
Te Brussel in de Nederlanden
heef hij door twee jonge knapen
zijn wondermacht bekend gemaakt;
Hij heef ze rijkelijke versierd
met allerschoonste gaven.
Wellicht is Luther nog meer door zijn liederen en psalmberijmingen dan door zijn geschriften van invloed geweest in de Nederlanden. In 1554 schrijft Joannes Anastasius Veluanus in zijn Der Leecken Wechwijser: ‘Laten wij God bijzonder dankbaar zijn dat Hij ons door zijn uitverkoren instrument Maarten Luther en andere medewerkers zo veel troostrijke, prachtige gezangen heef teruggegeven. Laten we erop toezien dat ze met godvruchtige harten, in overeenstemming met Paulus’ onderwijs en tot Gods eer door ons worden gezongen.’ Zelf zegt Luther dat hij van muziek houdt. ‘Ik geef muziek de eerste plaats na theologie. Dat wordt duidelijk uit het voorbeeld van David en van alle profeten die alles wat ze te zeggen hadden in verzen en gezangen uitdrukten.’
Dr. Jasper Vree schreef een vuistdik boek (812 pag.) over de Groningse godgeleerde P. Hofstede de Groot, onder de titel Kerk, huis, school en staat. Leven, werk en vriendenkring van P. Hofstede de Groot (1844-1886) (Verloren, Hilversum). Vooruitlopend op een artikel over dit boek volgt hier een fragment over de invoering van de toga, een kwestieuze zaak die in Groningen zijn beslag kreeg:
Achter het besluit dat (de) negen predikanten voortaan in de eredienst een toga zouden dragen stak een complex van factoren. Aalders, die de opkomst van de toga onderzocht, noemt vooral: veranderend kleedgedrag, de Wet op de kerkgenootschappen en het verlies van aanzien dat de predikanten ten gevolge van de voortgaande scheiding van kerk en staat ondervonden, een verlies dat de Groninger ambtstheologie ook op andere wijze trachtte te compenseren. In het geval van de stad Groningen zijn daar nog twee concrete factoren aan toe te voegen. Niet toevallig viel het toga-besluit daar samen met de voltooide verbouwing van de Martinikerk. De toga markeerde evenals het gaslicht – Groningen kreeg in 1854 als tweede stad in Nederland een gasfabriek – de overgang naar de moderne tijd. Een tijd die in dat jaar door een anonieme recensent in de Gids omschreven werd als ‘een tijd van fraai gebonden bijbels in zakformaat, van confortable[!] ingerigte kerken, van sierlijk voorgedragene.. preêken; - kortom een tijd, waarin ook wat op de godsdienst betrekking heeft, onder invloed staat van die soort schoonheidsgevoel, waardoor ons volk plotseling overstroomd werd’.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 juni 2017
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 juni 2017
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's