PSALMENLIEDJES
‘Nieuwe leer’ verspreidde zich via liederen en gedichten
De opkomst van het protestantisme heeft in de Nederlanden een enorme hoeveelheid literatuur opgeleverd. Die was niet alleen afkomstig van theologisch geschoolden of predikanten, het gewone volk voelde zich er ook sterk bij betrokken.
Velen hadden de behoefte om de nieuwe leer bij te vallen in gedicht en lied, maar ook om erover in gesprek te gaan. Het lezen van de Bijbel was niet meer alleen in het Latijn en voor de clerus, maar voor iedereen in de eigen taal.
GELIEFD GENRE
Voor de rederijkers, die de toon aangaven in de letteren, was het lied een geliefd genre. Zij vonden het een goed medium, een machtig instrument: het was toegankelijk en zou daardoor veel ingang vinden bij het volk.
De liederen en gedichten die thuis en in rederijkerskamers geschreven en overal verzameld werden, konden niet verspreid worden zonder een goed ontwikkelde grafische nijverheid. Daarvan lag het centrum in Vlaanderen. In Antwerpen verschenen de bundel Souterliedekens en Den geestelijcken ABC, een lang religieus gedicht. In beide literaire producten heeft de nieuwe leer een prominente plaats.
SOUTERS
Uitgever Simon Cock uit Antwerpen had een goed inzicht in zijn tijd en niet minder in de commercie. Hij publiceerde in 1540 de bundel Souterliedekens, de hele reeks van 150 berijmde psalmen in de volkstaal. Het woord souter betekent psalmen, en liedeken is het verkleinwoord van lied. ‘Psalmenliedjes’ zou een goede vertaling zijn.
De verzamelaar van deze berijmde psalmen was de Utrechtse jonkheer Willem van Zuylen van Nyeveldt. Hij had zelf een groot aantal berijmingen gemaakt en de bundel vervolgens aangevuld met door anderen berijmde psalmen. De souters waren kwalitatief goede psalmberijmingen, maar de kracht ervan lag daarin dat zij goed te zingen waren.
Van Zuylen van Nyeveldt had namelijk gekozen voor melodieën van wereldse, algemeen bekende liedjes. De uitgever drukte de souters af met de Latijnse bijbeltekst in de marge, waardoor ze niet als ketters beschouwd werden. Bovendien nam hij de wijsaanduiding én de muzieknotatie op.
GEREFORMEERD
Iedereen die een psalm berijmt, moet ook eigen woorden vinden om de strofen aan te vullen. In de souterliedekens zijn daarvoor keuzes gemaakt die expliciet blijk geven van de nieuwe leer. Zo wordt duidelijk dat de berijmers de waarde van de Bijbel hoogachtten. Zonder dat de bijbeltekst er concreet aanleiding toe geeft, wordt bijvoorbeeld in souter 145 (Psalm 146) gerept van ‘zijn heilig woord’.
Eewich soe sal regneren, hoort God onse Heere, van grooter cracht.
Eewich (al nae zijn heylich woort) dueren Zijn ryck sal, ende macht,
tot allen gheslacht: (Syon dit acht)
God sal tirumpheren: altyt regneren.
Houden wilt dit in u ghedacht.
Najaar 1540. Een groep jonge mensen zit gezellig aan tafel. Van een afstand is de melodie van hun vrolijke lied al te herkennen: ‘Het was een clercxken, dat ghinck ter scholen.’ Wie dichterbij komt, hoort echter nieuwe woorden: Salich is die man, en goet gheheeten Die tot den bosen niet en gaet Noch bi den spotters is gheseten Die in haer weghen niet en staet. Ze zingen de berijmde eerste psalm uit de nieuwe bundel Souterliedekens.
Naast de nadruk op de Bijbel wordt ook een typisch gereformeerd thema als uitverkiezing meerdere malen genoemd in de berijming. In de Lofzang van Zacharias wordt het woord ‘ons’ uitgebreid tot ‘Ons/die hy wtvercoren heeft’. Zo raakten de zangers niet alleen met de psalmen vertrouwd, maar ook met de nieuwe leer.
JEUGD
De souterliedekens werden een doorslaand succes. Een aantal decennia is deze bundel intensief gebruikt: in vijf jaar verschenen negen drukken en aan het begin van de zeventiende eeuw stond de teller op 33. Jong en oud zongen de souters overal; de dichter had zijn doel bereikt.
Van Zuylen van Nyeveldt wilde vooral de jeugd een reden geven ‘om in die plaetse van sotte vleeschelike liedkens wat goets te moghen singhen, daer God doer gheeert en si doer ghesticht mogen worden’. Hij sloot aan bij hun belangstelling en onderkende de kracht van het gezamenlijke gezang. Dat bleek een succesformule.
Voor de gemeentezang waren de souterliedekens echter ongeschikt. Ze klonken te werelds en bovendien was de binding aan de bijbeltekst niet altijd even sterk. De psalmberijming van Petrus Datheen (1565) was dat wel. Die was gebaseerd op de berijming van de Franse calvinisten, die boven alle verdenking stond. De speciaal gecomponeerde Geneefse melodieën hield hij aan, evenals het aantal strofen per psalm. Zijn berijming veroverde ‘stormenderhand’ een plaats in de calvinistische gezinnen en werd het handelsmerk van de gereformeerden. Voor hen verdwenen de souters toen naar de achtergrond.
GELOOFSGEDICHTEN
In de letteren kwam de nieuwe leer op allerlei manieren naar voren. Een mooi voorbeeld hiervan is het volgende gedicht van de Antwerpse koopman Cornelis Crul, die leefde in de eerste helft van de zestiende eeuw. Het is een fragment uit Den geestelijcken ABC.
Laet u gheneughen mijn theere complecxie:
Mijn moeder heef mij in sonden ghebaert,
En niet dan boosheit en es mijne affectie.
Ic ben metter brooscher naturen bezwaert;
Tgoet dat ic wille, hebbe ic ghespaert,
En tquaat dat ik hate, dicwils vulbrocht.
Dus hebbe ic deur my selven de zonden vergaert
En deur u gracie de deucht ghezocht.
Mijn vleesch en hadde dat noyt ghedocht,
Want alle menschen zijn als hoy ghemeene;
Ghij hebt ghedaen dat ic niet en vermocht,
Onse rechtveerdicheit es besmet onreene.
Daer en es niemant die goet doet, oock niet eene.
Wie met de Bijbel vertrouwd is, ziet in het gedicht meerdere citaten. De nieuwe, gereformeerde leer, het ‘onbekwaam tot enig goed en geneigd tot alle kwaad’ spreekt er duidelijk uit. En áls wij het goede zoeken, is dat ‘deur u gracie’ (door Uw genade).
Gerrit Komrij, die het gedicht opnam in een bloemlezing, vindt het schitterend: het is omfloerst, maar niet berustend – al ademt het ‘een en al predestinatie’ – en het geeft blijk van kundig dichterschap.
Crul had grote belangstelling voor de Bijbel en het gedachtegoed van Erasmus, maar is rooms-katholiek gebleven. Bekendheid met de nieuwe leer leidde uiteraard niet altijd tot een keuze voor het protestantisme. Zijn gedicht laat er wel iets van zien hoe die leer invloed had.
AANTREKKINGSKRACHT
Opvallend in de geschiedenis van de poëzie van de zestiende eeuw is het grote belang dat men hechtte aan het zingen van de psalmen, aan de macht van het lied en de kracht van gemeentezang. Daarnaast had de jeugd speciale aandacht. Door het ongeëvenaarde succes van de souterliedekens werd een nieuwe generatie voor het psalmzingen gewonnen en vonden diverse aspecten van de nieuwe leer ingang bij het volk.
Souters sloten door hun melodieën aan bij het gewone leven
De souters hadden een grote aantrekkingskracht omdat ze door hun melodieën aansloten bij het gewone leven. Enkele decennia zijn ze ongekend populair geweest. Daarna hebben veel souter-zangers waarschijnlijk zonder veel moeite (ook) Datheen gezongen.
Vele dichters hebben geprobeerd Datheen te verbeteren, maar hun werk kon de favoriete berijming niet vervangen. Dat duurde zelfs tot 1773. Het laat zien dat een berijming breed gedragen moet worden en dat er ook ruimte moet zijn voor emotie.
Poëzie van hooggekwalificeerde dichters was er in de zestiende eeuw eveneens, maar zij had een veel beperkter publiek. Ook in de rederijkerskamers en de woningen van individuele dichters drong de nieuwe leer door.
Religieuze poëzie zoals die van Cornelis Crul is er altijd gebleven, zij kan lezers honderden jaren later nog bekoren. Dat gaat nog veel meer op voor de psalmen, in welke berijming dan ook. Wij hebben ze ontvangen deur u gracie.
Dr. J. de Jong-Slagman uit Bergambacht is docent Nederlands aan Driestar hogeschool te Gouda.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 juni 2017
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 juni 2017
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's