De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

GEZIN, KERK, SCHOOL

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

GEZIN, KERK, SCHOOL

Ds. A.D.J. Wessels: ‘Christelijk onderwijs kent ook schaduwkanten’

7 minuten leestijd

Is het de roeping van de kerk om de christelijke identiteit van plaatselijke scholen te bewaken? Hoort christelijk onderwijs per definitie bij geloofsopvoeding? De predikanten P.M. Breugem en A.D.J. Wessels geven elk hun visie hierop, mede gekleurd door hun persoonlijke biografie.

Ds. Wessels uit Woudenberg heeft jonge, schoolgaande kinderen. In zijn vorige gemeente, Schelluinen, gingen zijn kinderen naar een openbare school. Er was daar slechts één school op het dorp. In zijn huidige woonplaats gaan zijn kinderen wel naar een christelijke school.

Wat is uw eerste associatie met christelijk onderwijs?

‘Waardevol. Onze kinderen krijgen hier op de christelijke school geweldig veel mee, bovenop onze eigen opvoeding. Bijbelverhalen bijvoorbeeld, en de liederen die ze zingen. Dat ben ik meer gaan zien door het contrast met Schelluinen. In Schelluinen werd van ons verwacht dat we onze kinderen naar de enige school die er in het dorp was zouden sturen. Daar hebben we over nagedacht. Onze conclusie was: het hoort er in dit dorp wel bij. Er was een duidelijke link tussen de kerk en de school. Mijn voorgangers, ds. P. Hoogendam en ds. B.A. Belder, gaven bijbelles aan de hoogste groepen. Ik heb dat, samen met een vrijwilligster, ook gedaan. Elke vrijdagmorgen, vaste prik.’

Moet christelijk onderwijs niet te allen tijde onze voorkeur hebben?

‘De situatie in Schelluinen bracht met zich mee dat je zelf thuis meer aan de slag moest met de geloofsopvoeding. Maar aan de situatie in Woudenberg zitten ook schaduwkanten. Hier zit er maar een handjevol niet-christelijke kinderen op school. Het is jammer als we maar weinig niet-christelijke kinderen met het Evangelie bereiken kunnen.

Het gevaar is ook dat je als ouders de geloofsopvoeding meer uit handen geeft. Je hebt bij de doop beloofd om zelf op te voeden, of om op te laten voeden, maar dat wordt pas als tweede genoemd. Vaak hebben we het omgedraaid. De volgorde hoort te zijn: thuis – kerk – school, maar wij hebben ervan gemaakt: school – kerk – thuis. Als geloofsopvoeding thuis geen inbedding krijgt, ben je het allemaal weer kwijt. Het wordt te gemakkelijk bij de school gelegd en thuis wordt er te weinig aan gedaan. Dat kan niet. Daarom ben ik ervan overtuigd dat je als christen je kinderen naar een openbare school kunt sturen, omdat het thuis moet beginnen.’

Maar als er thuis ook weinig aan gedaan wordt, komt de geloofsopvoeding wel in het nauw.

‘Voor de meeste gemeenteleden hier is het vanzelfsprekend om de kinderen naar een christelijke school te sturen. Ik weet niet of het mijn rol is om dat nog meer te stimuleren. Op voorhand christelijk onderwijs promoten zou ik niet doen. Ik zie de zegeningen maar ook de schaduwzijden. Het hangt af van je eigen situatie, je moet dicht bij jezelf blijven.’

Hoe wordt in Woudenberg de relatie tussen kerk en school vormgegeven?

‘Op bid- en dankdag hebben we een middagdienst die op de school is afgestemd. Mijn collega of ik gaan van tevoren naar de school, om even met de kinderen over het thema te praten en het themalied te zingen. Daar ben je present. Met de kerk- en school-dienst in januari gaat het ook zo. Kinderen herkennen je.

De kerk heeft een stimulerende rol naar de school. Er is jaarlijks overleg tussen de kerk en de school. De school heeft haar eigen vraagstukken, maar als kerk kun je de school wijzen op haar identiteit, door te zeggen, probeer dat duidelijk neer te zetten, vertaal dat door naar personeelsbeleid waarbij je mensen aanneemt die meelevend gemeentelid zijn. Maar concreet gebeurt dat weinig. Er zitten geen kerkenraadsleden in het schoolbestuur, en het christelijk onderwijs staat niet periodiek op de agenda van de kerkenraad. Wel zijn er gemeenteleden die leerkrachten zijn, maar de contacten met hen zijn informeel. Kerk en school zijn twee werelden die van elkaar zijn losgezongen. Misschien zou de kerkenraad actiever moeten zijn, op het gevaar af dat dat als betuttelend wordt ervaren. Er wordt vanaf de kansel wel gebeden voor de school, zeker in de drie diensten die ik noemde. Maar het zou concreter en vaker kunnen.’

Moet een christelijke school een quotum hanteren als het gaat om toelaten van kinderen met een niet-christelijke achtergrond?

‘Hier in Woudenberg zit er een handjevol kinderen met een niet-christelijke achtergrond op de school. Juist als je het vanzelfsprekende van christelijk onderwijs als wat benauwend ervaart, is het goed om er ook niet-christelijke kinderen bij te hebben. Niet alleen vanuit missionair perspectief, hoewel dat mooi is. Die kinderen worden bij de speciale diensten op bid- en dankdag betrokken bij de dienst en dat is heel mooi. Maar het is ook goed voor de christelijke kinderen zélf dat ze in contact komen met de niet-christelijke maatschappij, zodat je, hoe klein je ook bent, al snuffelt aan de maatschappij. Hopelijk brengen de leerkrachten ook ter sprake dat het niet vanzelfsprekend is om in de Heere God te geloven. Tegelijkertijd moet je de identiteit van de christelijke school wel goed bewaken. Er mag geen water bij de wijn. Maar naarmate er meer niet-christelijke kinderen bijkomen, is dat wel lastiger.’


‘IK WAS BETROKKEN BIJ ALLE BENOEMINGEN’

Ds. P.M. Breugem werd in 1966 hervormd predikant in zijn huidige woonplaats, Barneveld. Hoe zag de relatie tussen kerk en school er destijds, ruim vijftig jaar geleden, uit?

‘Mijn betrokkenheid bij christelijk onderwijs heb ik als roeping ervaren. Toen ik hier predikant werd, was elke predikant bij toerbeurt een jaar voorzitter van het schoolbestuur. Eind 1966 kreeg ik te horen: ‘Nu ben jij aan de beurt.’ Ik hoor het een van de toenmalige hoofden nog zeggen: ‘Je mag af en toe een handtekening zetten.’ Dat is echter heel anders gelopen en anders ingevuld. Ik ben ruim twintig jaar lang voorzitter geweest. Bij alle benoemingen was ik betrokken. Ik overlegde daarover vaak met mijn vrouw, die veel mensenkennis had. Als een nieuw hoofd lesgaf, zaten kerkenraadsleden achterin het lokaal. De kerkenraad vormde het bestuur van de school.
Samen met de secretaris en penningmeester van het schoolbestuur kregen we bij de inspecteur van onderwijs gedaan dat bid- en dankdag onder schooltijd gehouden mocht worden. Zo kostte het de leerkrachten geen vrije middag. Die speciale dienst om kwart voor elf is er nog altijd.’

GEESTELIJK BELANG

‘Toen in Barneveld nieuwe woonwijken gebouwd werden, kwam het punt van scholenbouw in het vizier. Wij werden op het gemeentehuis uitgenodigd, waar geopperd werd om te fuseren met de bestaande protestant- christelijke scholen, maar wilden daar niet op ingaan ter wille van onze identiteit. In iedere nieuwbouwwijk kon een school van hervormde signatuur gevestigd worden, en dat stemt dankbaar. Deze scholen bloeien nog tot op de huidige dag. In 1987 ben ik ermee gestopt. Ik heb wel als eis gesteld dat er een lid van de kerkenraad in het schoolbestuur zat. Dat vond ik uitermate belangrijk. Ik heb altijd het besef gehad dat ik er als predikant anders in stond dan de andere bestuursleden. Ik zag het geestelijke belang meer. Opvoeding is een totaalplaatje. Bij de doop beloof je de opvoeding op een gelovige manier gestalte te geven. Daar hoort opvoeding op school bij, waar je geleerd wordt welke plek je in de maatschappij inneemt en hoe je voor Gods aangezicht staat. Gezin, school en kerk horen bij elkaar.
Toen ik wegging, ben ik niet door een collega opgevolgd. Dat is jammer, maar het paste ook meer bij die tijd. Het elan schijnt weggeëbd te zijn. Men lijkt te denken: ‘Het onderwijs is in goede handen, het is prima zo.’ Men laat het versloffen. Predikanten gaan nog wel jaarlijks op bezoek bij de scholen. Maar de band tussen kerk en school is anders geworden, informeler.’

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 juni 2017

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

GEZIN, KERK, SCHOOL

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 juni 2017

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's