De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

EEN DODE LETTER?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

EEN DODE LETTER?

De belijdenis in het onderwijs [briefwisseling, 1]

6 minuten leestijd

Veel christelijke scholen vragen van hun leraren om de belijdenisgeschriften te onderschrijven. Wat betekent dit echter voor de schoolpraktijk? Wat móeten we als de grondslag niet of nauwelijks functioneert? Dr. A.J. (Bram) Kunz schreef er een boek over, getiteld Voor Anker. A. (Bertus) van den Berkt gaat er met hem over in gesprek.

Beste Bram,

Met veel interesse heb ik je boek Voor Anker gelezen. Ik begrijp dat Driestar educatief je heeft verzocht dit boekje te schrijven.

Tijdens ons gesprek dat we onlangs hebben gevoerd, hebben we van elkaar begrepen dat we ons beiden zorgen maken over de rol en betekenis van de belijdenisgeschriften in de breedte van de kerk.

Voor Anker handelt over de betekenis van de Nederlandse Geloofsbelijdenis voor leraren. Dit thema is me uit het hart gegrepen. Het is mijn ervaring dat al jarenlang leraren de identiteitsverklaring van de school ondertekenen waarin gewezen wordt op de Bijbel en de drie Formulieren van Enigheid, zonder dat de inhoud wordt gekend. Of in het beste geval kennen de leerkrachten de hoofdlijnen nog wel, maar moeten we helaas constateren dat deze in de praktijk niet of nauwelijks functioneren.

Velen, ook binnen de gereformeerde gezindte, weten niet wat de kernen uit de belijdenisgeschriften zijn.

De belijdenisgeschriften zijn, zoals je terecht opmerkt, de verwoording van het gereformeerde geloof. Leeft dat nog bij de opvoeders van vandaag? En hoe leeft dat bij een ieder die betrokken is bij het onderwijs?

Welke rol hebben de belijdenisgeschriften in ons persoonlijk leven en in ons werk binnen de scholen? Ben je met mij van mening dat veel organisaties en met name de scholen in de identiteitsnotities nog wel verwijzen naar de drie Formulieren van Enigheid, maar dat deze in de dagelijkse praktijk nauwelijks nog een rol spelen? Zijn het documenten die op tafel komen bij benoemingen en daarna weer in de kast verdwijnen?

Sterker nog: hoe functioneren de Formulieren in de breedte van het kerkelijk leven? Ik hoor en zie binnen de meer evangelisch georiënteerde gemeenten/kringen dat de belijdenisgeschriften niet meer functioneren. Als argument wordt vaak gebruikt: de Bijbel staat boven alles, daar hebben we deze verouderde geschriften niet bij nodig. Deze zijn in een tijd geschreven die om dergelijke geschriften vroeg. Dat is vandaag niet aan de orde.

Tegelijkertijd valt me op dat in de meer behoudende gemeenten de belijdenisgeschriften vooral als dogma’s worden gebruikt. Soms zelfs om zich te onderscheiden van andere kerken. In dat geval blijft de vraag relevant of het levende geschriften zijn.

We hebben als opvoeders, als leraren, de plicht om onze jongeren in het Woord te onderwijzen en daarbij de belijdenisgeschriften levend te houden. Maar dat vereist toch dat we persoonlijk leven bij deze geschriften. Anders is het onmogelijk om ze onze kinderen en leerlingen voor te houden.

Wij zijn immers de identificatiefiguren voor hen. Wat zien ze dan aan u en mij?

Mijn vragen aan jou zijn:

• Zou het zo kunnen zijn dat we op de christelijke en reformatorische scholen veel aandacht hebben gehad voor een onderscheidend identiteitsbeleid, verwoord in mooi geformuleerde volzinnen en duidelijk makend dat we anders zijn dan andere scholen in onze stad of dorp, maar dat het maar al te vaak een dode letter is geworden?

• Ben je het met me eens dat deze problematiek niet bij onze jongeren is ontstaan maar bij de opvoeders?

• Speelt dit probleem zowel in de gezinnen, de scholen als de kerkelijke gemeenschappen?

Groeten,

Bertus van den Berkt


Beste Bertus,

Bedankt voor je brief. Ik lees hem als een vervolg op het gesprek dat we hebben gehad over de betekenis van de belijdenis voor het onderwijs. We spraken in Barneveld aan de hand van een aantal schetsen voor mijn boek Voor Anker. Nu kunnen we het gesprek voortzetten, waarbij hopelijk veel mensen uit het onderwijs (en uit de kerk!) met ons meelezen.

Uit je brief blijkt opnieuw je liefde voor christelijk onderwijs, en je zorg hoe we blijven bij Schrift en belijdenis. Ik ben blij om er met jou over te kunnen corresponderen, zeker ook gezien je lange staat van dienst in het onderwijs. Het moet immers niet alleen over het ideaal gaan, maar ook over de vraag hoe dit gestalte krijgt in de praktijk.

Je snijdt in je brief een vraag aan die mij de afgelopen jaren heeft beziggehouden. Tijdens de gesprekken rondom mijn benoeming bij Driestar educatief was het een belangrijke vraag welke betekenis de gereformeerde belijdenisgeschriften hebben voor het onderwijs vandaag. Want het is mooi als er in de grondslag een verwijzing staat naar Schrift en belijdenis, maar dat is op zichzelf nog geen garantie voor goed christelijk onderwijs. De Bijbel wil geleefd worden. En de belijdenis vraagt om instemming, met hart en mond.

Navraag bij leidinggevenden in het onderwijs laat zien dat het niet zo gemakkelijk is om aan te geven wat die belijdenis nu betekent voor onze onderwijspraktijk. Meestal is het vooral een selectiecriterium aan de poort. En als we sollicitanten de belijdenis laten ondertekenen, dan zit daar iets in van: zo zijn onze manieren.

In je brief noem je ook het punt dat de verwijzing naar de grondslag vooral laat zien dat we anders zijn dan andere scholen in het dorp of de stad. Als het niet meer is dan dat, dan is het inderdaad een dode letter. Als we de belijdenis vooral gebruiken om grenzen te trekken, zonder duidelijk te hebben wat er binnen die grenzen gebeurt, dan ligt formalisme op de loer. Je raakt wat mij betreft een open zenuw in het christelijk onderwijs, of het nu hervormd, protestants-christelijk of reformatorisch wordt genoemd.

Ik praat met vertegenwoordigers van al die typen christelijk onderwijs, maar telkens blijkt dat het lastig is om de relevantie van de belijdenis voor het onderwijs te verwoorden. Het gevaar van de dode letter dreigt over de hele linie van christelijk onderwijs.

Daar zijn allerlei factoren voor te noemen. Jij noemt evangelicalisering, en dan snijd je in ons eigen hervormde vlees. De Bijbel alleen, dat klinkt wel mooi, maar in de praktijk betekent een afscheid van de belijdenis een innerlijke vervreemding van de bijbelse geloofskernen.

In de gereformeerde gezindte dreigt natuurlijk ook het gevaar van objectivering van de geloofswaarheid: je bent onbekeerd, maar je kunt wel precies onder woorden brengen wat de zuivere leer is. En er is natuurlijk vooral de voortgaande secularisatie, die aan onszelf en aan onze scholen knaagt.

Daarom is het zo heilzaam om gezamenlijk opnieuw de belijdenis ter hand te geven. Niet om alleen de grondslag veilig te stellen, maar om naar Schrift en belijdenis te leren leven. Jonge leerkrachten zijn immers niet geholpen met het trekken van grenzen alleen – tussen zij en wij. Ze zijn geholpen met inhoudelijke antwoorden.

Mijn vraag aan jou is: in hoeverre vind je Voor Anker bruikbaar om op school het gesprek over de belijdenis te voeren? En waar zou je wellicht de lijnen naar de praktijk duidelijker aanzetten?

Hartelijke groet,

Bram Kunz


A. van den Berkt is directeur van Stichting Hervormde Scholen de Drieslag te Barneveld.


Dr. A.J. Kunz is als docent en onderzoeker verbonden aan Driestar educatief te Gouda.


N.a.v. dr. A.J. Kunz, ‘Voor Anker. De betekenis van de ‘Nederlandse Geloofsbelijdenis’ voor leraren’. Uitg. De Banier, Apeldoorn; 164 blz.; € 10,95.


Volgende week deel 2 van deze briefwisseling.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 juni 2017

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

EEN DODE LETTER?

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 juni 2017

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's