MET EERBIED EN VREUGDE
Als gezin God dienen [1]
Vooral de eerste keer was ik helemaal onder de indruk van de bar mitswa-viering in Jeruzalem. Dat kwam door de plechtigheid, de eerbied, maar ook de vreugde rond het bereiken van de godsdienstige volwassenheid van Joodse jongens op hun dertiende jaar.
Dat is het moment waarop ze ‘zonen der wet’ worden. Hele gedeelten uit de Thora kunnen ze dan uit hun hoofd opzeggen. Prachtig is dat. En hoeveel vreugde ze, samen met de omstanders, eraan beleven. Eerbied en vreugde zijn twee noodzakelijke componenten van de godsdienstige opvoeding. Uit mijn eigen ouderlijk huis herinner ik me nog goed de eerbied. Het bidden – hoewel dat zacht gebeurde – en het bijbellezen hadden iets eerbiedigs.
Maar iets van de Joodse vreugde? Nee, dat niet zozeer. Misschien was dat wel een van de redenen waarom het bij mij persoonlijk een hele tijd duurde voordat het me echt raakte. Hoe goed mijn ouders het ook bedoelden, behalve een stuk ernst kwam er weinig beleving en vreugde in mee. En was het godsdienstige leven weinig ingebed in het leven van alledag.
GELOOFSBELIJDENIS
In dat opzicht kunnen we veel van Deuteronomium 6 leren. Kinderen die nog maar net kunnen praten, leren het Sjema, de Joodse geloofsbelijdenis, al opzeggen: ‘Sjema Israel, Adonai Elohenu, Adonai echad.’ ‘Luister Israël! De Heere, onze God, de Heere is één!’ (Deut.6:4)
Het Sjema vormt het hart van het Joodse geloof. Voor een Jood zijn het heilige woorden, woorden die het hele leven omvatten. Iedere dag worden ze opgezegd. In het dagelijks gebed krijgen ze steeds een plek. Kinderen leren het Sjema als avondgebed. Het zijn de woorden die aan het begin van het leven staan, maar als het goed is zijn het ook de laatste woorden die iemand uitspreekt. Het waren deze woorden die de Joden op de lippen namen toen ze tijdens de Holocaust als slachtvee de gaskamers werden ingedreven. Deze gouden woorden klonken te midden van bloed en tranen, echter zonder dat de horende God van de belijdenis ingreep. Voor Eli Wiesel, een Joods-Amerikaanse schrijver en Nobelprijswinnaar, was dit laatste zo volstrekt onbegrijpelijk dat het voor hem het afscheid van zijn geloof betekende.
Het is daarentegen een Godswonder dat, na een geschiedenis waarin dat ene volk steeds weer aangewezen werd als de zondebok, het Sjema nog steeds uit vele monden klinkt. Ontroerend!
GEBODEN
Ook bijzonder is dat het Sjema ons steeds meeneemt naar de Sinaï, waar de wet werd ontvangen. Meteen op het Sjema volgt in Deuteronomium 6 immers het hoofdgebod van de wet. En als de Heere Jezus in Markus 12 dat hoofdgebod opnieuw citeert en uitbreidt met het liefhebben van de naaste, citeert ook Hij als gelovige Jood vooraf het Sjema. De Heere belijden en leven naar wat Hij geboden heeft, moeten immers hand in hand gaan. Opdat genade nooit goedkoop wordt. Het is belangrijk om dit aan onze kinderen voor te houden en vooral om dit voor te léven. Laten we dit doen vanuit het liefhebben van de Heere en onze naaste, zonder dat het ontaardt in wetticisme en moralisme.
Het is voor kinderen een groot houvast als er in de christelijke gemeente zoveel mogelijk één lijn getrokken wordt in de christelijke opvoeding. Een opvoedingskring is absoluut geen overbodige luxe. Daar kun je als ouders immers met elkaar doorspreken over allerhande praktische dingen. Tegelijk moet er aan de andere kant een stuk vrijheid zijn wat betreft allerlei adiaphora, zaken die op zich goed noch verkeerd zijn.
IN ONS HART
Belangrijk in de christelijke opvoeding is dat zowel ons hart als ons hoofd en onze handen erbij betrokken worden. Deuteronomium 6 is daar helder in. Meteen na het hoofdgebod van de wet klinkt het: ‘Deze woorden, die Ik u heden gebied, moeten in uw hart zijn.’ (v.6) Maar ze moeten ook als een teken op de hand gebonden worden, en als een voorhoofdsband tussen de ogen gedragen worden.
Eerst zijn ze in ons hart, het centrum van ons bestaan. Want uit het hart zijn immers, volgens de Spreukendichter, de uitingen van het leven. Laten we als ouders proberen het hart van onze kinderen te raken en van hart tot hart met hen te spreken. Daarbij is het van belang dat we ons zelf kwetsbaar durven opstellen en openhartig over ons eigen geloofsleven durven spreken, ook over dingen die we wel eens moeilijk vinden. Als kinderen met vragen en twijfels aankomen, laten we onze eigen vragen en twijfels dan niet angstvallig verbergen. Laten we als ouders eerlijk en transparant zijn, tot in ons hart.
ZICHTBARE TEKENEN
We zagen dat behalve ons hart ook ons hoofd en onze handen erbij betrokken moeten worden. In Deuteronomium 6 wordt dat zichtbaar gemaakt door middel van de gebedsriemen om de armen en handen, maar ook om het hoofd: ‘als een teken op uw hand’ en ‘als een voorhoofdsband tussen uw ogen’.
Wie ooit bij de Klaagmuur is geweest, herkent dit. Biddende orthodoxe Joden dragen er tefillin. Aan die gebedsriemen zitten zwartleren kokertjes, met daarin teksten uit de Thora op stukjes perkament. Op deze manier wordt duidelijk zichtbaar dat ons hoofd en onze handen onderworpen moeten zijn aan de dienst aan God. Al onze overleggingen, ons denken en ons doen en laten, alles is onderworpen aan de heilige God.
Ziet onze omgeving dit ook? Hebben we als gezin een christelijke uitstraling naar buiten? Zijn we een leesbare brief? Deuteronomium 6 wijst erop dat de genoemde woorden ook op de deurposten van ons huis en op onze poorten geschreven moeten staan. Zo is voor iedereen zichtbaar wat Jozua belijdt: ‘Wat mij en mijn huis betreft, wij zullen de Heere dienen.’ Als het goed is, ademt heel ons huis – met of zonder mezoeza aan de deurpost – iets van onze Meester. Ook de boeken op de plank en de muziekkeuze. En dat stukje getuigenis aan de muur van een eenvoudige bijbeltekst, van een sober symbool tot een fraai kunstwerk. En merkt onze stad er iets van? Prachtig als daar, terwijl de kerkklokken op de zondag iets van het Sjema weergalmen, de gezinnen ‘opgaan’. Een stad, waar de Heere ‘veel volk’ heeft.
INSCHERPEN
Vers 7 van Deuteronomium 6 bepaalt ons indringend bij onze doopbelofte. ‘U moet ze uw kinderen inprenten.’ En er steeds en overal over spreken, thuis en onderweg, ’s morgens en ‘s avonds. Inprenten dus. Letterlijk staat er ‘inscherpen’. Dat betekent dat de woorden diep kunnen doordringen in ons binnenste, als een scherpe pijl. Hoewel het grondwoord in Deuteronomium 6 vooral betekent: steeds herhalen, steeds (op)zeggen oftewel reciteren. De bedoeling hiervan is dat het door de herhaling ingescherpt wordt en beklijft. Persoonlijk ben ik altijd nog dankbaar voor de vele teksten en psalmen die ik vroeger op die manier uit mijn hoofd moest leren. Het is zo belangrijk om daar jong mee te beginnen. Er kunnen tijden komen waarin we het zonder Bijbel of psalmboek moeten doen. Wat een troost en bemoediging kan er dan geput worden uit wat we ooit uit ons hoofd hebben geleerd.
Ik weet dat dit in onze tijd niet echt ‘in’ is. Toch houdt de Bijbel het ons voor. En de tijd ervoor? Ik denk aan die vader van dat jonge gezin die vertelde dat hij zijn kinderen de catechismus leerde tijdens de autoritjes naar zwemles. En waarom zouden wij, in de traditie van Israël, ook niet heel jong onze kinderen al de Apostolische geloofsbelijdenis leren?
Ds. H. Liefting is predikant van de hervormde wijkgemeente Maranatha te Delft en lid van het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 25 juni 2017
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 25 juni 2017
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's