EEN GEVAARLIJKE BOODSCHAP
Onlangs was Michael Harvey in Nederland. Harvey is de grondlegger van de ‘Back to Church-Sunday’ in Engeland. Een initiatief om mensen, bijvoorbeeld je buren, uit te nodigen eens naar de kerk te komen. Zoals je na de zomervakantie ‘terug naar school’ gaat, zo zou je ook ‘terug naar de kerk’ kunnen gaan. Op 9 en 10 september wordt dit ook in Nederland geprobeerd door middel van een zogenaamde ‘Kerkproeverij’ (zie de gelijknamige website). In verschillende bladen komt Harvey aan het woord.
OECUMENISCH BULLETIN
Harvey: ‘We zijn in de kerk vaak druk met de vraag hoe we ons moeten aanpassen bij andere mensen. Maar het kan veel eenvoudiger. Je kunt andere mensen gewoon uitnodigen om een keer kennis te maken met een kerkdienst zoals jij die wellicht geregeld ervaart.
Tachtig tot negentig procent van de kerkgangers blijkt nooit iemand te vragen om mee te gaan naar de kerk. We voelen een soort verlegenheid. We schamen ons. We zijn bang dat we ouderwets gevonden worden. Bijna iedereen vindt het lastig om op iemand af te stappen.’
Hoe help je mensen over die verlegenheid heen?
Harvey: ‘Een groot deel van de mensen is al geholpen met het besef dat ze simpelweg nog nooit iemand hebben uitgenodigd. Je hoef er geen speciale training aan te wijden. Mensen begrijpen uit zichzelf dat het toch wel wat zonderling is dat je in de kerk de weg gewezen krijgt, maar dat je anderen niet uitnodigt om daar ook kennis van te nemen.’
Wat zijn de resultaten in de landen waar men het idee van ‘Back to Church’ toepast?
Harvey: ‘Uit onderzoek blijkt dat van de bezoekers één op de acht na een halfjaar een regelmatige kerkganger is. Vijf van de acht staan welwillend tegenover het nog eens naar de kerk gaan. Nog belangrijker is misschien wel dat de mensen die regelmatig in de kerk komen, zich realiseren hoe belangrijk het is een uitnodigende kerk te zijn. Je probeert een cultuur te creëren waarin het vanzelfsprekend is dat mensen elkaar uitnodigen.’
DE VOLKSKRANT
Een van die mensen die de weg naar de kerk wist te vinden, is columnist Stephan Sanders, die wekelijks in de rooms-katholieke Nicolaaskerk in Amsterdam is te vinden. Een kerk met een klassieke liturgie. In de Volkskrant wordt hij door Laura de Jong over zijn levensverandering geïnterviewd.
‘Geloven vond ik voor mensen die niet moedig genoeg zijn om alleen te leven. Mensen die wanhopig naar troost zoeken en die niet kunnen accepteren dat er geen betekenis ligt in het universum. Het leek me ook heel kinderachtig. Verder dacht ik er niet over na. Ik kende ook nauwelijks mensen die geloofden. Het was een wereld buiten de mijne.
Het is de liefde geweest die mij van mening deed veranderen. Ik ontmoette iemand die zoveel voor me betekende dat die liefde mijzelf oversteeg. Door die bovenmenselijke liefde te ervaren, kun je op het idee komen dat er meer is. Het was niet alleen een liefdesverhouding, maar een religieuze ervaring. (...)
Daarbij kon ik er steeds minder goed tegen als mensen zo pertinent zeker wisten dat God alleen maar onzin is. Ik begon me te ergeren aan die ongelooflijke zekerheid waarmee atheïsten zeggen dat er niets is en dat er ook niets kan en mag zijn. Ik ging de mensen die de twijfel toelieten en die zeiden dat ze een godservaring hadden gehad, steeds sympathieker vinden.
Ook de dood van mijn moeder speelde een rol. Zij was eigenzinnig katholiek, voor haar was het mysterie belangrijk. Na haar dood begon ik dat bij mezelf ook toe te laten. Voor die tijd was het van haar en had het niets met mij te maken. Pas toen zij stierf, drong het tot mij door dat ik er zelf ook iets mee kon doen en me erin kon verdiepen.
Ik ging proefgeloven, dus ik ging tegen mensen zeggen: ‘misschien ben ik wel gelovig’, om te kijken of ze het krankzinnig zouden vinden. Of ik het zonder stotteren kon vertellen en zonder grimassen. Totdat ik een beetje ziekig van mezelf werd. Als je denkt dat je gelovig bent, moet je daar iets aan doen of je moet je mond houden. Als iemand zegt: ‘Ik heb eigenlijk een sportief karakter’, dan ga je sporten en dan ga je niet zitten dubben met een kopje kruidenthee in de achterkamer of je nou wel of niet sportief bent. Op een gegeven moment moet je zeggen: hardloopschoenen aan en nu gaan we naar de sportschool.
Ik ben gelovig. Sinds anderhalf jaar ga ik elke zondag naar de katholieke kerk. Ik hoefde niet meer gedoopt te worden, want dat hadden de nonnen in het kindertehuis in Halfweg al gedaan toen ik na mijn geboorte werd afgestaan. (...)
De katholieke kerk is een brede kerk. Er komen mensen met zeer orthodoxe tot zeer vrijzinnige standpunten. Wat me bevalt, is dat katholieken niet zo van het breken zijn. De protestanten zijn democratischer: als ze het niet met elkaar eens zijn, breken ze en beginnen ze een nieuwe kerk. Ik vind dat meer aan de politiek. Daar moet je principieel en precies zijn en breken als het niet lukt, maar juist in zaken van het geloof hoef dat niet. (...)’
VOLZIN
Stephan Sanders kende nauwelijks mensen die gelovig waren. Maar kennelijk werkt God door mensen heen, mensen die anderen heel eenvoudig uitnodigen. Zo verging het ook de jonge Elsbeth Gruteke, journalist, presentator en dominee. Zij schrijft daarover in Volzin in een toelichting op het prachtige gedicht van Gerrit Achterberg Bekering:
‘(...) Ik kom uit een niet-religieus gezin. Mijn ouders waren zelf ook niet christelijk opgevoed, dus het geloof speelde thuis geen enkele rol. Ik had wel een vriendinnetje uit een christelijk gezin, waar op een open manier over geloof werd gesproken. Ik ging met haar mee naar een kinderkamp en hoorde daar verhalen over Jezus. Kennelijk was er een dimensie in het leven die ik nog niet kende. Toen ik twaalf was, verhuisden we naar Mozambique, waar mijn vader een aantal jaren ontwikkelingswerk ging doen. Daar kwam ik terecht in een wereld waarin het heel gewoon was om in God te geloven. Ik had dat natuurlijk antropologisch kunnen bezien, maar deed dat niet. Het was voor mij een openbaring. Ik leerde er mensen kennen die me daarin verder hielpen. Dat leidde uiteindelijk tot een soort bekeringsmoment waarop ik dacht: als God ja tegen mij zegt – want zo ervoer ik dat toen – dan wil ik ook wat terugzeggen. Ik was dertien, misschien nog wat jong, maar wel zo volwassen dat ik die beslissing kon nemen. Toen ik later in Amsterdam geschiedenis ging studeren, ben ik dat verder gaan ontdekken. Ik werd lid van een christelijke studentenvereniging en sloot me aan bij een kerk. Op mijn eenentwintigste liet ik me dopen. (...)’
‘Ik ging proefgeloven, dus ik ging tegen mensen zeggen: ‘misschien ben ik wel gelovig’
IDEAZ
Terug naar Michael Harvey. In Ideaz, het blad van MissieNederland, komt hij ook aan het woord. Hij stelt eenvoudige vragen:
‘Zoals: “Waarom nodig jij eigenlijk geen mensen uit voor de kerkdienst?” (…) Even doorvragen en dan komt de aap uit de mouw: we zijn bang voor afwijzing. Maar waarom zijn we angstig? Wat weerhoudt ons, enthousiaste gelovigen, ervan anderen uit te nodigen voor zoiets ongevaarlijks als een kerkdienst?
Ooit hoorde ik een voorganger zeggen “De kerk is een veilige plaats voor een gevaarlijke boodschap”. En zo is het. Het verhaal van Jezus Christus heeft de wereld op z’n kop gezet en is ook in 2017 levens-veranderend. Maar is die boodschap alleen bedoeld voor interne consumptie of zijn we nog altijd geroepen ermee naar buiten te gaan?’
Harvey signaleert dat kerkmensen de opdracht van Jezus hebben uitbesteed aan zendingscommissies en missionaire teams. Maar in plaats van een verwelkomende kerk is een uitnodigende kerk nodig. Daarbij moeten we af van de druk die we onszelf opleggen. Wij moeten af van het idee dat onze missionaire actie alleen geslaagd is als mensen die uitnodiging aannemen. Als mensen ingaan op onze uitnodiging is dat Gods werk.
Harveys benadering kan onze ogen openen. Voor onze eigen mogelijkheden die voor het oprapen liggen. En ook voor de krachtige en gevaarvolle werking van het Evangelie. Ik denk aan de gelijkenis van het zuurdeeg dat in stilte zijn werk doet (Matth. 13). Het zuurdeeg van het Koninkrijk kan zomaar in je blijven doorzeuren. Je wordt erdoor op andere gedachten gebracht. Over jezelf en over de wereld en over God. Het doet je verlangen naar een betere gerechtigheid, een gevuld bestaan. Als je niet oppast, word je er nog een ander mens van.
Ds. G. van Meijeren is hoofd mobiliteitsbureau Predikanten & Kerkelijk Werkers van de Protestantse Kerk.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 juni 2017
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 juni 2017
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's