De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

ZOMERTIJD

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

ZOMERTIJD

8 minuten leestijd

Deze weken staan voor velen in het teken van vakantie, van afstand nemen en bezinning. Ook dan is er veel te kiezen. Een thriller lezen, oog voor de schepping of ruimte voor stilte, of een mix? In het RD schrijft Dr. Hans Ester, kenner van de Zuid-Afrikaanse letterkunde, een opiniestuk over de ‘bloedstollende’ thrillers van Deon Meyer. Meyer wordt ook in Nederland veel gelezen. Voor de weken van het spannende boek schreef hij het actieboekje. Hans Ester signaleert dat in Zuid-Afrika de thriller de toon aangeeft. Maar waar komt dat door?

RD

De misdaad is in dit land geen gezellig literair uitstapje. Elke dag berichten kranten als ‘Die Son’ en ‘Die Burger’ over verkrachting, moord en doodslag. De wereld van de thriller lijkt moeiteloos in het werkelijke leven van alledag over te gaan. De gewelddadige dood is in misdaadromans en misdaadfilms even prominent aanwezig als in de dagelijkse berichtgeving via krant en televisie.

Drie verklaringen dienen zich aan voor de aanwezigheid van de gewelddadige dood in de Zuid-Afrikaanse (en tevens in de Europese) cultuur. In de eerste plaats is de afloop van het misdaadverhaal in de meeste gevallen een overwinning van recht en gerechtigheid. Ook al is de misdaad in de samenleving alom ongestraft aanwezig, in romans en films krijgt de misdadiger zijn verdiende loon, vaak in de vorm van een executie, die een variant van de doodstraf is. De doodstraf is in Zuid-Afrika officieel afgeschaft, maar leeft officieus in de misdaadroman voort.

De tweede verklaring is de mogelijke gewenning van de lezer, door de misdaadroman, aan de akelige fysieke kanten van de dood. De kijker ziet de###

meest gruwelijke details van de dood en begint daarmee vertrouwd te raken. De dood lijkt zijn angstaanjagende karakter kwijt te raken. Dat dit een andere zaak is dan het werkelijke overlijden van een mens en eventueel de echte confrontatie met een verminkt lichaam, behoeft geen betoog.

De derde verklaring ligt in de collectiviteit van de gevoelens van angst en vrees die het gevolg zijn van de ontmoeting met misdaden, in het bijzonder met moorden. Literatuur en film verschaffen een gezamenlijkheid van meeleven en droefenis. Het gezamenlijk treuren en bang zijn biedt troost. Het versterkt het verlangen naar een samenleving zonder geweld en geeft daarmee richting aan de negatieve emoties over het geweld.

Bij welke verklaring past het werk van Deon Meyer? Omdat het accent binnen zijn romans op achtervolging van de misdadiger(s) en de finale afrekening ligt, komt de eerste verklaring het meest in aanmerking.

Wanneer de reactie van de lezer op deze talrijke misdaadromans ophoudt bij de ondergang van de moordenaar, is het maatschappelijk nut van dit literaire genre zeer beperkt. Dan schiet in feite niemand er iets mee op.

Dr. Ester houdt een interessant pleidooi voor het (ook) lezen van andere boeken dan alleen thrillers. Boeken die volgens hem meer recht doen aan de complexiteit van de Zuid-Afrikaanse samenleving. Dat is prima natuurlijk, maar ik vraag ik me wel af of dr. Ester het verlangen van de lezer naar gerechtigheid (verklaring 1) niet onvoldoende waardeert. Vandaag de dag verschijnen er heel wat boeken en series waarin de dader een verontrustende voorsprong houdt op het slachtoffer. Behalve dat het erg ontspannend kan zijn om een spannend boek te lezen waarin het recht zegeviert, hoor ik er ook een verlangen in naar de dag waarop alles zal worden rechtgezet.

IN DE WAAGSCHAAL

Elk jaar heeft In de Waagschaal een gevarieerd zomernummer, dit keer over het dier. In een breed scala artikelen wordt nader ingegaan op ons ‘collega-schepsel’. Ds. At Polhuis (Rotterdam) staat stil bij het lam. Enkele fragmenten:

Enige tijd geleden bezocht ik met mijn kleinkinderen een boerderij. Het was lammetjesdag.

We waren niet de enigen. Honderden mensen waren er op af gekomen. Er was zelfs een aparte parkeerplaats voor aangelegd. Overal dezelfde reacties. De ach’s en oh’s klonken overal. En terecht, wie zou niet vertederd raken bij het zien van die kleine huppelende beestjes. Mijn kleinkinderen, goed opgevoed, herinnerden zich onmiddellijk het verhaal van Jezus met een lammetje op zijn nek. Om dat na te doen, lukte niet, maar een lammetje oppakken mocht gelukkig wel. Plagerig merkte ik op dat van die schattige beestjes ook lamskoteletten gemaakt werden. Ze konden het niet geloven. Om de sfeer maar niet te bederven ben ik er toen maar niet verder op ingegaan.

Het heeft inderdaad iets schrijnends; het contrast tussen die onschuldig huppelde beestjes en het slachthuis. Dat geldt natuurlijk ook voor volwassen beesten, maar bij een lammetje, dat zo onschuldig oogt, spreekt dat des te meer. Misschien is het wel daarom dat Jezus zich met een lam vergelijkt. Het onderstreept zijn onschuld. In het beeld van het onschuldig geslachte lam wordt in één beeld het navrante van zijn kruisiging getekend. Juist hij, die onschuldig is, wordt gedood. Dat is toch niet te geloven, maar het gebeurt toch. De vergelijking met een lam legt dus de inzet van Jezus uit. De vergelijking zegt iets over Jezus, maar zegt het ook iets over het lam? Dan bedoel ik niet het lam in overdrachtelijke zin, maar concreet het lam, dat tijdens de lammetjesdag zoveel vertedering opriep? (...)

Als Christenen leven we van het offer van het Lam. Dat mag toch doorklinken in de manier waarop wij leven? Zou dat niet in de eerste plaats af te lezen moeten zijn aan de manier waarop wij omgaan met het dier waarmee Jezus zich vergelijkt? Karl Barth wijst in dit verband op een voor de mens interessant effect van het offer. Zeker zo stelt hij, mag volgens de Bijbel het dier gedood worden. Dat geldt na de val van de mens. Het is een daad van de mens die na de val leeft. Maar aan die ‘vrijheid’ wordt een grens gesteld. Het dier mag gedood worden, maar dat mag nooit een teken zijn dat de mens met geweld ‘profijt kan trekken van het dier’. Het dier is er niet voor het eigen genoegen van de mens. Het dier is geen ding, dat de mens al naar gelang zijn behoeften kan en mag doden. De mens is wel heer over de schepping, maar blijft daar ook verantwoordelijk voor. Ik kan het niet beter zeggen dat Barth zelf. ‘Respect voor het collega-schepsel, dat tezamen met de mens op de zesde scheppingsdag werd geformeerd en dat hem zo na verwant is, zal dit moeten zijn, dat men voor de gave van deze nuttige, dienstbare vriend Gode dankbaar is, en dat men deze dankbaarheid dan ook bewijst door met hem om te gaan op tere, kiese en vriendschappelijke wijze...’ (...)

DRIELUIK

Het mooi vormgegeven kerkblad van protestants Amersfoort stelt de stilte centraal, onder andere in een gesprek met psycho- en pastoraaltherapeut Wilma de Leedede Kruijf. Samen met anderen mediteert zij elke week drie kwartier. Hoe doet ze dat concreet? vraagt Anneke Verhoeven haar.

Een gebedswoord steeds herhalen. Dat kan door bijvoorbeeld het Jezusgebed te bidden: “Heer Jezus Christus, zoon van God, ontferm u over mij.” Een manier om tot innerlijke rust te komen en je af###

te stemmen op Gods aanwezigheid. John Main beveelt het gebedswoord “Maranatha” aan. Dat is waarschijnlijk na het Onze Vader het oudste christelijke gebed. (...)

Het herhaaldelijk in dezelfde woorden bidden heef oude papieren. Paulus riep de gemeente in Thessaloniki ertoe op: ‘Bid onophoudelijk.’ Het blijkt voor ons hedendaagse mensen een hele toer om geconcentreerd, gefocust te zijn. En ook dat is niet nieuw. Wilma: ‘Jezus zei in Gethsemané tegen zijn discipelen: “Konden jullie dan niet eens één uur met mij waken?” Je wordt heel nederig als je beseft dat je dat blijkbaar nog geen paar minuten kunt. Daarom kan het bidden van het Jezusgebed, al is het maar 5 minuten per dag, en ook zo eens even door de dag heen, een mooi hulpmiddel zijn. Simplicity, eenvoud – je geest ontdoen van de complexiteit. Als je steeds terugkeert naar je gebedswoord, kap je allerlei piekergedachten af. Je leert je minder druk te maken over onbelangrijke dingen.

Ik besluit met een gedicht – ook uit Drieluik – dat stem geeft aan de stilte en wens u een goede zomertijd.

Stilte
Zolang er nog ergens iemand bestaat
met wie ik als mens kan spreken
vind ik ook wel een stilte
midden op straat
een stilte die niet kan breken.

Een kostbare stilte van zuiver glas
dat ik zelf
met mijn stem heb geslepen.
Als ik er niet was
en die stem er niet was
had niemand die stilte begrepen.

Maar als Hij er niet was
en Zijn stem was er niet
dan was er van stilte geen sprake.
Alleen maar van zwijgen,
zo hard als graniet
en dat kan je doodeenzaam maken.
Maar de stilte,
dat is een tweestemmig lied
waarin God en de mens elkaar raken.
Guillaume van der Graft

Ds. G. van Meijeren is hoofd mobiliteitsbureau Predikanten & Kerkelijk Werkers van de Protestantse Kerk.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 juli 2017

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

ZOMERTIJD

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 juli 2017

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's