WEINIG NAZORGCONTACTEN
Kerken kunnen meer betekenen voor ex-gevangenen
De Heere Jezus noemt in Mattheüs 25 de zorg voor gevangenen een daad van barmhartigheid. De andere daden die Hij noemt, staan misschien wel wat dichter bij ons eigen leven. Toch kunnen kerkleden een belangrijke rol spelen in de zorg voor gedetineerden en ex-gedetineerden.
In deze tijd is er vaak meer compassie met slachtoffers dan met gevangenen. De media tekenen gedetineerden soms negatief als boeven of criminelen. Het gevaar is niet alleen dat de zorg voor gevangenen en ex-gevangenen daardoor wat op de achtergrond raakt, maar ook dat we vergeten dat velen van hen zelf slachtoffer waren.
Kerken werken nauwelijks samen op het gebied van nazorg voor mensen met een detentie-ervaring
Bovendien ‘zitten’ de meesten korter dan een jaar in de cel, omdat ze veroordeeld zijn voor relatief kleine vergrijpen. Ook kerkleden hebben familieleden of vrienden die in de gevangenis verblijven of verbleven. Deze gevangenen noemt Jezus in Mattheüs 25 ‘Mijn broeders’. Daarom is het van belang om ons als kerk af te vragen welke rol we spelen en kunnen spelen in de zorg voor gedetineerden en voor hen die in het verleden in de gevangenis hebben gezeten.
In Zwolle, waar een penitentiaire inrichting staat, hebben we onderzoek verricht naar kerkelijke zorg en nazorg voor gedetineerden en ex-gedetineerden. We beschrijven de resultaten hiervan. Verder gaan we in op de rol die diaconieën en gemeenteleden kunnen vervullen bij deze dienst van barmhartigheid en welke invloed dit zou kunnen hebben op het gemeenteleven.
ZORG EN NAZORG
Het eerste wat ons is opgevallen, is het grote verschil tussen de kerkelijke zorg in de gevangenis en de kerkelijke nazorg als de gevangenen terugkeren in de samenleving. In de gevangenis gebeurt er ontzettend veel: kerkdiensten, gespreksgroepen en individuele bezoeken. Om al dit werk te kunnen doen, zijn justitiepastores aangewezen op de hulp van vrijwilligers. Gevangenen waarderen de belangeloze inzet van deze vrijwilligers zeer positief. Ze hebben daardoor het gevoel dat ze door de wereld daarbuiten niet worden vergeten. In Zwolle zijn maar liefst zeventig vrijwilligers op persoonlijke titel actief. Het mooie is dat zij bijna allemaal voortkomen uit verschillende kerkelijke gemeenschappen in en om Zwolle.
Het contrast met de nazorg is echter groot. Volgens de gegevens uit het onderzoek wordt nog geen twee procent van de ex-gedetineerden bereikt vanuit religieuze vrijwilligersorganisaties als Exodus en Gevangenenzorg, terwijl de kerken in het geheel geen nazorgcontacten hebben. En dat terwijl uit onderzoek bekend is dat in de gevangenis zo’n 35 procent van de gedetineerden deelneemt aan de kerkdiensten.
Een belangrijke factor hierbij is onbekendheid. In Zwolle bleek dat vrijwilligerswerk met gedetineerden niet vermeld stond op de websites van de kerken en dat mensen in de kerken niet bekend waren met deze werken van barmhartigheid. Ook buiten de kerk wist men niet van het werk van de kerk op dit terrein af.
WEINIG SAMENWERKING
Daarnaast blijken de onderzochte kerken niet of nauwelijks samen te werken op het gebied van kerkelijke nazorg voor mensen met detentie-ervaring. Uit ander onderzoek is gebleken dat een organisatorische inbedding van nazorgactiviteiten belangrijk is om deze mensen te bereiken en contact te onderhouden. Diaconieën kunnen daar bijvoorbeeld een waardevolle rol in spelen. De behoefte aan zulke samenwerking wordt door de kerken en de vrijwilligers echter niet gevoeld.
Van de kerken die actief zijn in de gevangenis, vindt de ene dat vrijwilligerswerk de persoonlijke inzet van de gelovige is voor de samenleving. Een andere kerk steekt geen tijd in samenwerking, omdat er op dit moment geen contacten zijn met mensen met detentie-ervaring.
In de derde plaats valt op dat de mensen met detentie-ervaring voor de diaconieën in Zwolle een vergeten groep lijken te zijn. Zoals gezegd kunnen juist diaconie-en op lokaal vlak veel betekenen. Daarnaast kunnen ze binnen de eigen geloofsgemeenschap aandacht vragen voor mensen met detentie-ervaring.
Wat de geloofsgemeenschappen betreft valt op dat ze vooral de aanbodstrategie hanteren. Ze bieden vrijwilligers aan die op persoonlijke titel betrokken zijn bij het werk in de gevangenis of het werk buiten de gevangenis. Er lijkt evenwel onvoldoende aandacht te zijn voor wat deze contacten voor de gemeenschap zelf kunnen betekenen.
BIJDRAGE VAN DIACONIE
Vanuit ons onderzoek blijkt dat kerkelijke zorg in de gevangenis en kerkelijke nazorg voor mensen met detentie-ervaring onbekend zijn in de samenleving en bij de overheid, maar ook onbekend zijn binnen de verschillende geloofsgemeenschappen. Om deze zorg nader vorm te geven is het daarom van belang te werken aan bekendheid en aan een organisatorische structuur. Op deze punten kan de diaconie een belangrijke bijdrage leveren.
Allereerst kan de diaconie in grotere gemeenten gebruik maken van bestaande interkerkelijke overlegstructuren ten behoeve van mensen in de marge. Vaak wordt er al samengewerkt in bijvoorbeeld een voedselbank of een inloophuis. Via deze kanalen kan de zorg en nazorg voor (ex-)ge-detineerden aan de orde komen. Daarnaast kunnen diaconieën contacten leggen met andere organisaties die betrokken zijn bij de zorg en nazorg voor (ex-)gedetineerden. Zo kan ruimte worden gecreëerd om samen te werken en krijgen andere organisaties oog voor de mogelijke rol die kerken kunnen spelen.
BURGERLIJKE OVERHEID
Een belangrijke partner daarbij is de burgerlijke overheid, die de regie heeft als het gaat om resocialisatie en nazorg. Deze regie is belegd bij het zogenaamde ‘Veiligheidshuis’, een regionale instantie waarin de verschillende nazorgpartners samenwerken. We moeten daarbij denken aan bijvoorbeeld politie, woningcorporaties, GGZ en schuldhulpverlening. Ook vrijwilligersorganisaties kunnen daarbij betrokken worden. Dan is het wel van belang dat de kerken voor de overheid herkenbaar zijn en dus met één stem spreken.
Diaconieën kunnen daarnaast ook zorgen voor bekendwording en voorlichting. In veel gemeenten beschikken (samenwerkende) diaconieën over een website met informatie over diaconale projecten en hulpverlenende instanties. Informatie over de zorg en nazorg voor (ex-)gedetineerden mag daar niet ontbreken.
Een andere mogelijkheid is interne voorlichting binnen de kerkelijke gemeente. Daarbij is de voorbede een diaconale taak. De diaconie kan specifieke punten aandragen voor de voorbede in de erediensten, zoals het justitiepastoraat en de nazorg voor ex-gedetineerden en hun familie.
ONDERSTEUNING
Gemeenteleden kunnen op verschillende manieren worden betrokken bij de kerkelijke zorg en nazorg. Zo is het mogelijk om als vrijwilliger actief te zijn in een gevangenis. Dit kan een rol zijn als kerkvrijwilliger of muzikant bij de diensten in de gevangenis, als bezoekvrijwilliger, als deelnemer aan gespreksgroepen, als chauffeur om te zorgen dat partners en kinderen van gevangenen in de gelegenheid zijn om de gevangene te bezoeken, en door de familie van een gevangene te steunen in praktische zaken.
Ook is het mogelijk om betrokken te zijn bij de nazorg. Hierbij valt te denken aan maatjesprojecten, aan praktische ondersteuning bij het oppakken van het gewone leven. Ex-gedetineerden moeten bijvoorbeeld veel regelen en daarvoor langs allerlei loketten gaan, maar ze kunnen daarbij vaak wel wat hulp gebruiken om de weg en de goede woorden te vinden of formulieren in te vullen.
Ook in gevangenen en ex-gedetineerden komt de Heere Jezus tot ons
De geestelijke kant moeten we evenmin vergeten. Niet iedereen is in de gelegenheid om gevangenen te bezoeken, maar voor hen bidden kan wel. In het persoonlijke gebedsleven van gemeenteleden zouden de geestelijke verzorging in de gevangenis en de nazorg voor ex-gedetineerden een vaste plaats kunnen krijgen. Op die manier brengen we Hebreeën 13:3 in praktijk: ‘Denk aan de gevangenen alsof u zelf ook gevangen bent.’
INVLOED
Kerken maken op dit moment voornamelijk gebruik van een aanbodstrategie. Ze organiseren activiteiten en bieden vrijwilligers aan die op persoonlijke titel werkzaam zijn. Kerkelijke gemeenten zouden echter zelf eveneens kunnen leren van dit werk. De boodschap van Mattheüs 25 houdt immers ook in dat de Heere Jezus gediend wordt in de gestalte van de daar genoemde ‘minste broeders’. Als broeders maken zij deel uit van de geloofsgemeenschap. Sommige uitleggers stellen dat dit ook inhoudt dat de Heere Jezus in de gemeente aanwezig is via deze ‘minste broeders’.
Dat stelt de gemeente voor de vraag of zij de mensen in de marge in- of uitsluit. En of zij zich laat gezeggen door hun ervaringen en geloof(svragen). Een inclusieve kerk betrekt de verschillende werelden van zieken en gezonden, van daklozen en huiseigenaren, van voedselbankbezoekers en restaurantbezoekers op elkaar. Mensen in de marge kunnen naar hun eigenheid op voet van gelijkwaardigheid participeren. Wij vermoeden dat deze onderlinge betrokkenheid essentieel is voor de vitaliteit van de kerk. In zo’n inclusieve kerk is er aandacht voor gevangenen en plaats voor ex-gedetineerden. Ook in hen komt de Heere Jezus tot ons.
VERLEVENDIGING
Onderzoek onder vrijwilligers laat zien dat zij door de contacten met gevangenen een vernieuwing en verlevendiging van hun geloof ervaren. Wanneer vrijwilligers deze ervaringen gaan delen binnen de gemeente waarvan ze deel uitmaken, kan dit zorgen voor bekendheid in de gemeente met dit werk. Zo kan er meer betrokkenheid bij deze werken van barmhartigheid ontstaan.
Het is mogelijk een stap verder te gaan. Vrijwilligerswerk wordt nu gezien als bijdrage aan de samenleving. Wanneer de vrijwilligers echter helpen om de stem van de (ex-)gedetineerden in de gemeente te laten horen, kan er in de gemeente een leerproces op gang komen, waardoor de gemeente en het geloof opgebouwd worden.
Reint van der Knijff volgt de master gemeentepredikant aan de Protestantse Theologische Universiteit (PThU).
Dr. Reijer de Vries is universitair docent pastoraat aan de PThU en staflid van het Centrum voor het Justitiepastoraat.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 augustus 2017
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 augustus 2017
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's