BOEKBESPREKINGEN
Harm Veldman Wie is wie in de Reformatie. 80 reformatoren m/v.
Uitg. Brevier, Kampen; 479 blz.; € 39,95.
Harm Veldman – gepensioneerd docent geschiedenis – is een actief schrijver op kerkhistorisch terrein. In 2009 promoveerde hij op een studie over Hendrik de Cock, de man die aan de wieg stond van de Afscheiding in 1834. Vorig jaar voegde hij Wie is wie in de Reformatie, een boeiend en groot overzichtswerk over de beweging van de Reformatie, hieraan toe. Wat heeft het boek te bieden? In totaal worden tachtig figuren uit de kring van de Reformatie voor het voetlicht gebracht. Daarbij is voor de lezer niet altijd inzichtelijk hoe de selectie van deze tachtig tot stand is gekomen. Met het gestelde criterium uit het ‘Ter Inleiding’ dat het steeds om mannen gaat die ‘in de confrontatie met Rome vasthielden aan het sola scriptura’ (p. 9) wordt losjes omgesprongen. Naast 32 bekende en minder bekende reformatoren (Maarten Luther, Pierre Viret) komen namelijk ook een tiental voorlopers van de Reformatie (Geert Groote, Wessel Gansfort), vier politieke leiders (Philips van Hessen, Willem van Oranje), tien dissidente doperse denkers (Thomas Münster, Menno Simons) en vier rooms-katholieke hervormers (paus Adrianus VI, Ignatius van Lolyola) aan bod. Deze ruime selectie neemt echter niet weg dat het stuk voor stuk interessante portretten zijn, die je in kort bestek informeren over de afkomst, opleiding, kerkelijke en politieke taken en theologische standpunten van de betreffende reformator. Hoewel elk artikel prima los van de andere gelezen kan worden, is de rode draad van het boek een historische reis langs Europese centra als Wittenberg, Genève, Schotland en Engeland, De Nederlanden, Oost-Friesland.
In twee opzichten ervoer ik het boek speciaal als verrijkend. Allereerst wordt naast de zestig mannen ook een twintigtal vrouwen uit de beweging van de Reformatie in beeld gebracht. Dat gebeurt niet zozeer vanuit een hedendaags genderperspectief als wel omdat Veldman ons als lezers bewust wil maken van de veelkleurige en ook wezenlijke rol die vrouwen speelden. Zou Guido de Brès bijvoorbeeld de Nederlandse Geloofsbelijdenis ook hebben opgesteld als zijn vrouw Catherine Ramon hem geen steun bood in tijden van vervolging en bereid was met het gezin onder te duiken? Zou Martin Bucer even invloedrijk in Straatsburg zijn geweest als zijn vrouw en ex-non Elisabeth Silbereisen het huisgezin niet had gerund waar het vaak een komen en gaan was van gasten, geloofsvluchtelingen, studenten en zieken? Terecht vraagt de auteur aandacht voor deze belangrijke rol van vrouwen in het reformatieproces. In de tweede plaats is het leerzaam dat Veldman aan het slot van diverse bijdragen op zoek gaat naar de relevantie voor vandaag. Zo hoopt hij dat paus Franciscus de als ketter verbrande Jan Hus gaat rehabiliteren (p. 42). Bovendien betoogt hij het blijvende belang van Bullingers verbondsleer (p. 147-150). Maar Calvijn springt er in dit opzicht uit in het boek. ‘Doet men vandaag in eigen leven, in de plaatselijke kerk, als theologen in en buiten de universiteiten, wel genoeg met de leerzame en boeiende erfenis van Calvijn?’ (p. 193), vraagt Veldman zich af met een bezorgde ondertoon. Het laat zien dat de bestudering van de Reformatie voor de auteur niet alleen een historische aangelegenheid is. De diepste drijfveer is daarin gelegen dat het motto van Calvijn – God alle eer geven – ook vandaag wordt bewaard. Mijns inziens zou het boek nog een stukje uitdagender zijn geworden als deze mooie actuele lijnen nadrukkelijker uitgewerkt zouden worden in gesprek met de hedendaagse kerk en theologie.
Al met al is het een leerzaam boek dat zich niet zozeer mengt in actuele wetenschappelijke discussies onder kerkhistorici. Wel wil het de levens van tachtig reformatorische mannen en vrouwen vruchtbaar maken met het oog op Gods Koninkrijk vandaag. Kortom, een overzichtswerk dat ik in dit Reformatiejaar van harte aanbeveel.
K.M. TEEUW, AALST
Hugo Binning Door de Geest geleid. Veertig preken over Romeinen 8.
Uitg. Den Hertog, Houten; 319 blz.; € 34,90.
Wie tot zich door laat dringen hoe jong de Schotse puriteinse schrijver Hugo Binning (1627-1653) nog was toen hij door de Heere tot hogere dienst geroepen werd, kan niet anders dan diep onder de indruk zijn van de gaven waarmee deze prediker in de jaren van zijn bediening hier op aarde door zijn God moet zijn bedeeld. De oorspronkelijke uitgave van dit werk, getiteld The Sinners Sanctuary, being xl Sermons in the Eight of the Romans, is uit het Engels vertaald door J. Valk. De vertaler zegt in de verantwoording niet te veel, als hij stelt dat de inhoud van de veertig preken over Romeinen 8 ‘hartdoorzoekend’ zijn. Het vraagt van menig lezer wellicht enig doorzettingsvermogen om sommige gedeelten van de verhandelingen te lezen, aangezien de stijl en woordkeus anders zijn dan wat voor velen vandaag gebruikelijk is. Maar wie zich die moeite getroost, ontvangt onderwijs voor de ziel op een wijze die ook vandaag de dag broodnodig is. Op krachtige wijze wordt steeds op zelfonderzoek aangedrongen, maar niet zonder even zo vaak te wijzen op het enige geneesmiddel voor verloren zondaren, namelijk het geloof in de Heere Jezus Christus. De preken getuigen ook indringend van de noodzaak van levensheiliging voor de gelovigen. Binning laat, geleid door de Heilige Geest, geen enkele ruimte voor oppervlakkigheid. Af en toe met een voor die tijd prachtige beeldspraak neemt Binning zijn hoorders mee: de beloften van God noemt hij ‘de borsten van de vertroosting’ die het fundament van onze hoop zijn, en hij roept op ‘de zeilen te hijsen en op de wind te wachten’, daarmee duidend op het gebruik van de middelen en het gelovig wachten op Hem Die in onze noden zal voorzien.
Ik zou eindeloos met instemming kunnen aanhalen uit deze preken, maar beperk me tot een tweetal citaten. ‘Christus wil niet beide behouden: Hij moet óf de zonde uitwerpen, óf de zondaar met zijn zonde, als die daarvan niet wil scheiden’ (blz. 49). ‘O, gezegende en ongeëvenaarde liefde, die zo’n wezenlijk onderscheid maakte tussen de zonde en zondaren. (...) Zullen wij niet gewillig de zonde in ons laten veroordelen, en onze ziel verlost krijgen? (...) Zie op Christus, dan zal de ongerechtigheid niet uw ondergang zijn, maar Hij zal de ongerechtigheid ten val brengen’ (blz. 126).
J.J. TEN BRINKE, STOLWIJK
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 augustus 2017
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 augustus 2017
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's