De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

IN CONTACT MET DE LOODS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

IN CONTACT MET DE LOODS

Biddeloosheid [3, slot, geneesmiddel]

7 minuten leestijd

Overbekend is het gedicht van Guido Gezelle waarin hij zich beklaagt over eigen gebedsarmoede. Hij blijft echter niet in zelfbeklag steken, maar opent een venster door zijn roep om hulp: 'O, leert mij, armen dwaas, hoe dat ik bidden moet!' De uitweg is een gebed om een gebed.

Het lijkt op het intrappen van een open deur als we stellen dat onze verlegenheid Gods gelegenheid is. Immers, wanneer je door welke oorzaak ook met biddeloosheid bent geslagen, lijkt de oproep om te bidden te veel van het goede – ook al betreft die oproep ‘slechts’ een gebed om een gebed. Bidde-loosheid betekent toch dat je niet meer bidt, écht bidt. Dan zit er zelfs geen gebed om een gebed meer in. Wie bij zo’n conclusie halt houdt, verkeert werkelijk in een hopeloze situatie.

Wie echter bij de ontdekking van eigen biddeloosheid aan de grond terechtkwam, kan niet anders dan roepen: uit diepten van ellende. En ook al komt er niet meer dan een zucht over onze lippen, is dat soms geen gebed? Als ik tegen de Heere God zeg dat ik niet kan bidden, zie… dan bid ik. Zo wordt onze verlegenheid om te bidden Gods gelegenheid om ons te leren bidden.

VON ZINZENDORF

Zou het ons dan niet kunnen vergaan als het meisje dat graaf Von Zinzendorf (1700-1760) ooit eens in een herberg bediende? Deze edelman (hij was er altijd op uit om mensen voor Christus te winnen) informeerde of ze de Heere Jezus kende. Op haar ontkennende antwoord vroeg hij of ze iedere avond wilde bidden: ‘Heere Jezus, geef mij Uw Heilige Geest,’ waarbij hij haar een behoorlijk bedrag toezegde.

Het meisje beloofde het vlot en dacht: nooit kan ik gemakkelijker geld verdienen dan zo. Trouw deed zij wat zij beloofd had en er waren nog geen acht dagen voorbij of God verhoorde haar gebed en schonk haar Zijn Heilige Geest. Ontdekt aan haar schuld vond zij vergeving in Christus’ bloed. Ze kocht een Bijbel en las er dagelijks in. Zij sprak met de gasten over Jezus. Gevolg was dat de waard haar ontsloeg.

Enige tijd later bezocht Von Zin-zendorf opnieuw deze herberg en vroeg naar het meisje dat hem eerder bediend had. De waard antwoordde: ‘Spoedig na uw vertrek is zij in de war geraakt: zij zong, bad en sprak met de gasten over de Bijbel. Ik moest haar wel ontslaan.’

Verheugd over dit antwoord, vroeg de graaf haar adres. Bij haar woning aangekomen, herkende zij hem meteen en vol blijdschap riep ze uit: ‘Het geld dat u mij beloofde, kunt u houden. Ik heb een schat gevonden die nooit vergaat. Wat ben ik u dankbaar dat u mij leerde bidden. God heeft genadig dat gebed verhoord.’

KLOKKENTOUW

Dit voorbeeld lijkt te mooi om waar te zijn. Hoeveel mensen hebben niet gebeden en gebeden zonder dat hun omstandigheden veranderden. De zorgen duurden, onderlinge verhoudingen bleven stroef, ziekte leidde niet tot genezing. Laten we ondanks dat toch maar aan het klokken-touw van het gebed blijven trekken, want het is met bidden inderdaad als met een klokkentouw. Onderin de toren wordt er hard aan dat touw getrokken.

Vervolgens kan het wel even duren voordat er boven in de toren iets gebeurt. Na verloop van tijd echter komt de grote luidklok in beweging en laat hij zijn klanken over stad en land horen. Het gebed brengt God in beweging, al is dat iets wat we vaak achteraf pas merken.

Veel mensen zijn opgehouden met bidden omdat de omstandigheden onveranderd bleven, ondanks gebed dat de ziekte zou verdwijnen of dat de stroeve on-derlinge verhoudingen soepeler zouden worden. Wie echter blijft trekken aan het klokkentouw van het gebed, bespeurt (soms na lange tijd) dat er toch wel iets verandert. Ook al blíjven de moeilijkheden en zorgen, wij zelf veranderen. Daarmee verandert ook onze visie op God en op de omstandigheden. We ervaren dat we niet langer opgesloten zijn in zorgen en problemen, maar ontdekken dat God die wil gebruiken om te leren wie Hij voor ons wil zijn. Dat gaat vaak (veel) verder dan het oplossen van problemen. Bidden is immers niet allereerst bedoeld om iets ván God (gedaan) te krijgen, maar juist om meer van God Zélf te krijgen.

ANTWOORD

Veel gebedsproblematiek vindt zijn oorzaak in de veronderstelling dat het gebed bij onszelf vandaan moet komen. Alsof wij het gesprek met God moeten beginnen. Dat is een onmogelijke mogelijkheid, die niet zelden biddeloosheid tot gevolg heeft.

Komen de dingen er niet heel anders uit te zien als we ontdekken dat God dat gesprek al lang begonnen is? God sprak het eerste woord en wij behoeven slechts het tweede woord te spreken, kortom, te antwoorden.

Daarbij mogen we royaal van Gods eigen woorden gebruik maken, kunnen we voluit aanhaken bij Zijn Zelfopenbaring. Die Zelfopenbaring, gedocumenteerd in de Heilige Schrift, wijst ons ook nog eens duidelijk de weg op het smalle pad van het gebed. Inderdaad, een smal pad dat ons omhoog voert tussen de ravijnen van egoïsme enerzijds en fatalisme anderzijds.


Het gebed wordt de hartslag van ons leven en ons bidden wordt zoiets als ademhalen


Zo brengt het bidden ons tot onze bestemming. Als dragers van Gods beeld zijn we immers geschapen als ver-antwoord-elijke mensen. We hoeven het gesprek dat God begonnen is, slechts voort te zetten.

GEBOD

Als de zaken er zo voorstaan, kunnen we Paulus begrijpen die de christenen van Thessalonica eenvoudig gebiedt om zonder ophouden te bidden (1 Thess. 5:17). Het is één van de meest pregnante gebedsoproepen die de Bijbel kent. Zonder omwegen, in een reeks diverse vermaningen, klinkt daar het gebod om onophoudelijk te bidden. Inderdaad, een gebed zonder eind.

Deze oproep om ononderbroken gebed maakt ons werkelijk niet ongeschikt voor het aardse leven en dringt ons volstrekt niet in de richting van het klooster. Het programma luidt: bidt en werkt. Maar daarmee is wel de richting van ons leven en werken bepaald. Het is de richting van de bloem die zijn hart keert naar de zon en zo helemaal open bloeit. Ons leven, toegekeerd naar God en gericht op Zijn Woord, bloeit open en komt tot zijn uiteindelijke bestemming. We zijn aldoor online met onze Schepper – we vragen naar Zijn wil, smeken om Zijn goedkeuring over onze plannen, hebben Zijn zegen nodig over al ons bezig zijn. Zo wordt het gebed de hartslag van ons leven en ons bidden wordt zoiets als ademhalen.

Wanneer het er zo voorstaat, is het niet langer de vraag of je zo wel kúnt leven. De vraag die beantwoord wil worden, is of je zo wílt leven. Een verliefde jongen heeft er toch ook geen enkele moeite mee om de ganse dag te denken aan het meisje dat zijn hart gestolen heeft? En (wat negatiever geformuleerd) als er zorgen zijn, vullen die toch ook een groot deel van de dag (en de nacht) ons hoofd en hart?

ROERGANGER

De vraag die over alles beslist, is of we mét of zónder God door het leven willen gaan. Dat maakt nogal verschil. In Christus biedt God zich aan om de Leidsman van ons leven te zijn, de Loods aan boord van ons levensschip waarop we zelf de roerganger blijven. Als de roerganger het even niet weet (hij is immers in onbekend vaarwater), kijkt hij in de richting van de loods. Die bevestigt dan met een hoofdknik dat de koers juist is of geeft met een simpel bevel aan om iets meer stuurboord of bakboord te houden. En terwijl die roerganger zijn werk doet, staat hij in voortdurend contact met de loods. Zo blijft hij op koers en brengt hij het schip behouden in de haven.

Op dezelfde manier wordt een leven geleefd dat als een gebed zonder einde is. Dat wil zeggen dat dit gebed hier op aarde niet eindigt, maar in aanbidding en lofzegging wordt voortgezet in de veilige haven van het eeuwig behoud.

Ds. P. van der Kraan uit Arnemuiden is hervormd emeritus predikant.


…en arm als ik en is er geen geen een, die nood hebbe en niet klagen kan die honger, en niet vragen kan die pijne, en niet gewagen kan hoe zeer het doet…

Guido Gezelle

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 augustus 2017

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

IN CONTACT MET DE LOODS

Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 augustus 2017

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's