De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

BOEKBESPREKINGEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

BOEKBESPREKINGEN

5 minuten leestijd

Dr. J. Schaap-Jonker (red.)
Breekbaar verbonden. Hechtingsproblemen en geloofsvertrouwen.
Uitg. Boekencentrum, Utrecht; 112 blz.; € 13,99.

Dit boekje is onder redactie van dr. Schaap geschreven door een aantal medewerkers van Eleos en de Hoop, met medewerking van twee predikanten. Het begint met een viertal persoonlijke ervaringsverhalen, die in de hoofdstukken erna benoemd en toegelicht worden. Het boek telt zeven hoofdstukken, waarvan er twee door de predikanten zijn geschreven. Hoofdstuk 1 en 4 vormen naar mijn mening de basis. In het eerste hoofdstuk staat de vraag centraal wat hechting is. In het vierde hoofdstuk komen hechting en godsbeeld aan de orde. Daarnaast krijgt de lezer informatie over het wetenschappelijk onderzoek (hoofdstuk 3), over hoe verbinding te maken met mensen met hechtingsproblematiek (hoofdstuk 5) en over therapie (hoofdstuk 7). Hoofdstuk 2 en 6 gaan over hechting en de Bijbel, en prediking en pastoraat bij hechtingsproblematiek. Alles is helder en toegankelijk geschreven.

Ik ben verrast door hoeveel meer we ondertussen weten en kunnen toepassen over dit onderwerp vergeleken met pakweg 25 jaar geleden. Toen stond hechting nog helemaal niet zo prominent op de agenda als tegenwoordig. Niet dat hechting nog niet bedacht was. Het was de Engelse psychoanalyticus Bowlby (1907-1990), zelf opgevoed door een kinderjuffrouw, die al in 1969 over hechting schreef. Maar er was lange tijd een ander begrip, van de van oorsprong Duitse psychoanalyticus Erikson (1902-1994), dat overheerste: basaal vertrouwen. Dat is natuurlijk niet anders dan wat in hechting essentieel blijkt te zijn. Het grote verschil met toen, en daarmee de winst, zit in het feit dat er over hechting intensief onderzoek wordt gedaan. Zo doet dr. Schaap-Jonker onderzoek naar hechting en godsbeeld.

Nu veroorloof ik me een korte opmerking waarmee ik een bepaald aspect probeer toe te lichten. Dit prima boekje is geschreven, althans in eerste instantie, voor een christelijk lezerspubliek. Hechting en godsbeeld worden hier uitgelegd en vervolgens toegepast op christelijk geloven. Maar het thema hechting en godsbeeld is niet specifiek christelijk. Luther legde daar de vinger bij in zijn Grote Catechismus door de lezers naar aanleiding van het eerste van de Tien Geboden te vragen (in mijn woorden): Wat is een god? Hier valt op dat er staat ‘wat’ in plaats van ‘wie’. En hij zegt er nog iets interessants bij: het doet er even niet toe of het de ware of een afgod is. Hij geeft zelf natuurlijk het antwoord op zijn vraag: een god is iets of iemand aan wie je je toevertrouwt en bij wie je je toevlucht zoekt in geval van nood. Waarop je je hart zet, dat is eigenlijk je god. Kortom, als dat psychologisch gesproken nu altijd zo is, bij iedereen, wat betekent dat dan theologisch? Komt dat in de buurt van Gods beeld, wat ervan over is, of is dat toch wat anders?

Nu, dat is maar een gedachte en vraag naar aanleiding van het thema hechting en godsbeeld (wat met een kleine letter geschreven wordt). Het boekje beveel ik van harte aan.

P.J. VERHAGEN, HARDERWIJK


Dr. H. Florijn
Ooggetuigen. Een mozaïek van ervaringsverhalen uit de Nederlandse kerkgeschiedenis van 1516 tot 2016.
Uitg. Omniboek, Utrecht; 272 blz.; € 22,50.

Grote waardering heb ik voor de trefzekere selectie van de verhalen die in Ooggetuigen zijn opgenomen. Stuk voor stuk verhalen met inhoud, vaak doorspekt met fijnzinnige humor. Geen oubollige, maar authentieke vroomheid.

Enkele verhalen wil ik hier kort noemen, zoals het verslag over de terechtstelling van Hendrik Voes en Jan van Essen. Zij zongen op de brandstapel. ‘Terwijl de een het vuur onder zijn voeten zag branden, zei hij dat het hem voorkwam alsof er rozen onder hem gestrooid werden.’

Een zekere ds. Cornelis van Beveren werd weliswaar niet verbrand omwille van het geloof, maar ervoer ook tegenstand. Als hij op zijn studeerkamer bezig was, stootte zijn vrouw namelijk met de bezemsteel van onderen tegen de zolder aan en raasde zodanig ‘dat de man het daar niet kon uithouden’.

In de achttiende eeuw werd de vrouwenmode onder andere gekenmerkt door hoepelrokken, ingesnoerde bovenlichamen en diepe decolletés. Een predikant, die ‘de ergerlijkheid’ van een dame onder zijn gehoor niet meer zien wilde, rukte zijn zakdoek uit zijn zak en wierp die haar vanaf de kansel toe met de woorden: ‘Ziedaar mejuffer, als u niets hebt waarmee gij uw naakte boezem kunt bedekken, dan is daar tenminste mijn zakdoek, leg die daarover, dan zult u allereerst mij niet ergeren en verder anderen niet ontstichten, terwijl uzelf geen stichting hebt.’

Prachtig hoe ons ook een blik gegund wordt in de eerste catechisatielessen van ds. Van Koetveld: ‘Toe, Maartje, of gij, Mientje! Wat wil het zeggen, dat God zich openbaart, zich bekend maakt aan de mensen?’ De aandrang zorgde ervoor dat ‘de hals van Mientje en Maartje rood werd’. ‘Marigje Wijsland, wat is dat: de beschouwing van de wereld?’ Ze antwoordde vrij kordaat: ‘Dat is God.’ Nu ‘er eindelijk een woord gesproken werd, was dat ene woord genoeg om te doen zien, dat men van al mijn vragen volstrekt niets begrepen had!’

Aangrijpend hoe ds. Cornelis Hooijer uit Zaltbommel de gevolgen van de aardappelziekte uit 1847 voor de bevolking van het nabijgelegen Gameren beschreef: ‘Men zag de uitgehongerden weggeworpen aas en de pens van een aan miltvuur gestorven koe uit de mestvaalt trekken en eten’, met alle gevolgen van dien.

De bekende Amsterdamse ds. Buskes biecht op wat voor antwoorden hij kreeg toen hij een man vroeg waarom die zijn kind wilde laten dopen: ‘Dat zult u wel beter weten, dan ik! (…) Mijn vader is gedoopt, mijn moeder is gedoopt, ikzelfben gedoopt, mijn kind moet ook gedoopt worden, wij zijn geen heidenen! (…) Mijn moeder zaliger zei altijd dat een kind dat niet gedoopt is, niet groeit!’ Ten slotte noem ik nog het uiterst smeuïg verslag van de eerste radiotoespraak van de legendarische ds. J.T. Doornenbal uit Oene. ‘Je wordt opgebracht of je naar ‘t schavot gaat… ‘

Zo zou ik nog uren kunnen doorgaan. Beter is het om het boek zelf aan te schaffen en te lezen. Aanbevolen!

H. LIEFTING, DELFT

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 september 2017

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

BOEKBESPREKINGEN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 september 2017

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's