De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

DE VROLIJKE RUIL

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DE VROLIJKE RUIL

Van harte gereformeerd [7, de verzoening]

9 minuten leestijd

Er ging een schok door de kerk toen prof. P. Smits in 1966 zei: 'Geef mijn portie maar aan Fikkie.' Daar bedoelde hij de verzoening van zonden mee. Schuld is volgens hem niet overdraagbaar. Terecht heeft zijn uitspraak een hele nasleep gehad, hoewel het niet tot tuchtoefening kwam.

Uiteindelijk is vanwege de synode van de Hervormde Kerk het herderlijk schrijven De tussenmuur weggebroken verschenen. Ds. G. Boer, die deel uitmaakte van een daarvoor ingestelde commissie, kwam met een minderheidsrapport en schreef daarna het boek De prediking van de verzoening. Later schreef ds. P. Koeman Verzoend door Christus. Over de verzoening door voldoening. Beide boeken blijven de moeite van het lezen meer dan waard.

HART

Uit deze gebeurtenissen wordt duidelijk dat de uitspraak van Smits maar geen bijkomstig incident was, maar het hart van het christelijk geloof raakt. Dat hart is dat het verbond dat de Heere met ons mensen had gesloten, door onze zondeval verbroken is. Op ons rust de toorn van God. Dat die toorn van God gestild wordt doordat de Zoon van God die wegdraagt, daarover gaat het in de verzoening. Van dat wonder getuigt artikel 21 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis, als we lezen: ‘Jezus Christus, de eeuwige Hogepriester, heeft Zichzelf in onze naam voor Zijn Vader gesteld om Zijn toorn te stillen met volle genoegdoening, door Zichzelf aan het kruishout op te offeren en Zijn kostbaar bloed te vergieten tot reiniging van onze zonden.’ Over dat wonder gaat het in dit artikel.

PREDIKING

De Bijbel is vol van de verzoening. Paulus heeft goed geluisterd naar het Oude Testament en het onderricht van Jezus als hij schrijft in 2 Korinthe 5:18-19: ‘En dit alles is uit God, Die ons met Zichzelf verzoend heeft door Jezus Christus en ons de bediening van de verzoening gegeven heeft. God was het namelijk Die in Christus de wereld met Zichzelf verzoende, en aan hen hun overtredingen niet toerekende; en Hij heeft het woord van de verzoening in ons gelegd.’ In Romeinen 5:10 zegt hij dat wij vijanden van God waren, toen wij door de dood van Gods Zoon met God verzoend werden. Het gaat hier dus om het onpeilbare wonder van Gods genade dat Hij de straf die wij verdienen om de schuld van onze zonden en misdaden, in en door Zijn Zoon Zelf wilde dragen. Daarvoor stierf Jezus aan het kruis. Daardoor en daardoor alleen kon het weer goed komen tussen God en ons. Dat alles ging van God uit.

Paulus noemt zijn prediking de bediening van deze verzoening. Dat is nog steeds het geval met de prediking. Opdat mensen tot geloof in Christus komen en behouden worden. Want het is, zoals geschreven staat: ‘Wie in de Zoon gelooft, heeft eeuwig leven, maar wie de Zoon ongehoorzaam is, zal het leven niet zien, maar de toorn van God blijft op hem.’ (Joh.3:36)

OFFER

Er worden in de Bijbel verschillende beelden gebruikt voor het wonder van de verzoening. Zo is er in het Oude Testament het beeld van het offer. Ik denk aan het offer dat op de Grote Verzoendag wordt gebracht (Lev.16). Dan legt de priester zijn handen op de kop van het offerdier en symboliseert daarmee de overdracht van de schuld van het volk. Het dier sterft in de plaats van het volk. Het is een jaarlijks terugkerend ritueel dat zijn vervulling vindt in het offer dat Christus brengt op het altaar van de wereld, Golgotha.

Zo is er ook het ritueel van het slachten van het paaslam, waarvan Paulus zegt: want ook ons Paaslam is voor ons geslacht (1 Kor.5:7). Het lam geeft zijn bloed, zijn leven in onze plaats. Johannes wijst op Jezus en zegt: ‘Zie het Lam van God, dat de zonde van de wereld wegneemt!’ (Joh.1:29) En dan is er ook het verzoendeksel in het heilige der heiligen, waarop de hogepriester het bloed van het offerdier als bloed van de verzoening sprenkelt (Lev.16).

RECHTSPRAAK

Een ander beeld in de Bijbel voor de verzoening is afkomstig uit de rechtspraak en de rechtszaal. Wij staan als schuldigen voor God als onze Rechter. Wij hebben de doodstraf verdiend. Maar dan is daar de Heere Jezus als onze Pleitbezorger. Hij wijst onze Rechter op het lijden en sterven aan het kruis, dat Hij plaatsvervangend voor ons onderging, als het dragen van de straf die wij verdienen. Wat doet nu de Rechter? Hij rekent ons toe wat Christus deed. Dat is de ‘vrolijke ruil’ waarover Luther sprak. Het is het Evangelie van de rechtvaardiging van de goddeloze. Daar zingt Paulus van: ‘En wij worden om niet gerechtvaardigd door Zijn genade door de verlossing in Christus Jezus.’ (Rom.3:24)

De Heidelbergse Catechismus zegt het zo: Hij rekent mij de volkomen genoegdoening van Christus toe als zou ik nooit zonde hebben gehad of gedaan, ja als had ik zelf al de gehoorzaamheid volbracht die Christus voor mij volbracht heeft (antw.6o).

VANAF ANSELMUS

De verzoening is niet alleen het kloppende hart in de Heidel-bergse Catechismus, maar in de Reformatie als zodanig, zowel aan lutherse als aan gereformeerde zijde. Daarbij wordt een lijn doorgetrokken vanaf de kerkvader Augustinus en ook van Anselmus in zijn bekende geschrift Cur Deus homo (Waarom God mens werd). Te denken valt aan de Augsburgse Confessie (1530), art. 3: Ik geloof in Jezus Christus (…) die waarlijk geleden heeft, gekruisigd is, gestorven en begraven, om ons met de Vader te verzoenen.

Calvijn spreekt in zijn Catechismus (1542) over het ambt en de bevoegdheid van Christus om zich voor God te stellen (…) en Zijn toorn te stillen door een offer te brengen dat Hem aangenaam is. Wat hij in de Institutie II.15 t/m 17 zegt, is in dezelfde geest. De Anselmiaanse lijn vinden we in zondag 2 t/m 5 (aangepast) terug. Verder getuigt heel hoofdstuk II van de Dordtse Leerregels hiervan. Vergelijk: ‘Maar omdat wij zelf geen genoegdoening kunnen geven en ons van de toorn van God bevrijden, heeft God uit oneindige barmhartigheid ons Zijn eniggeboren Zoon tot een Borg gegeven. Om voor ons genoegdoening te geven is Hij voor ons, of in onze plaats, tot zonde en vervloeking aan het kruis geworden.’ (II.2.)

TRINITARISCH KADER

Je zou kunnen zeggen dat de verzoening in de Reformatie in een trinitarisch kader staat. Het is God de Vader, van Wie de verzoening uitgaat. Hij is Subject van de verzoening en verzoent schuldige mensen met Hem. Het is God de Zoon Die als de Middelaar de verzoening tot stand bracht. Hij verzoent Zijn Vader met mensen. God is daarom niet alleen Subject, maar ook Object van de verzoening. Zijn toorn wordt gestild. Het is God de Heilige Geest Die de verzoening door Christus toepast aan ons hart door het geloof in Christus (HC, zondag 25).

We delen immers maar niet vanzelfsprekend in de verzoening. Ook kunnen we maar niet zeggen dat er sprake is van een algemene verzoening, een leer waartoe K. Barth sterk neigde. (Kirchliche Dogmatik, IV.3) Nee, het is zoals vertolkt in het Wachtwoord der hervormers:

Toen vluchtte ik tot Jezus! Hij heeft mij gered;

Hij heeft mij verlost van het vonnis der wet.

Mijn heil en mijn vrede en mijn leven werd Hij.

Ik boog me en geloofde… en mijn God sprak mij vrij.

IRRITATIE

Hoe groot het wonder van de verzoening ook is, dat neemt niet weg dat er door heel de geschiedenis van de kerk ook een spoor van tegenspraak tegen en zelfs irritatie over de leer van de verzoening loopt. Ik kan dit nu allemaal niet uiteenzetten, maar noem slechts enkele namen. In de Middeleeuwen was het bijvoorbeeld Petrus Abelaerdus (1079-1142), die het feit dat Christus in ons woont belangrijker vond dan dat Hij voor ons stierf. Diezelfde lijn vinden we in de Catechismus van Faustus Socinus (1605) in de tijd na de Reformatie. A.B. Ritschl (1822-1889) propageerde een ethische verzoeningsleer. Hij was van mening dat de verzoening van zonden, het stillen van de toorn van God niet rijmt met Zijn liefde. Ik noem ook de visie van H. Wiersinga, die van mening was dat het lijden van Christus bij ons een schokeffect teweeg moet brengen, zodat wij verzoeningsgezind worden. Zo zouden we nog wel meer voorbeelden kunnen noemen, zoals H. Berkhof, die niet over de plaatsvervanging van Christus sprak, maar van Zijn representatie.


Wie mag leven van vergeving langs de weg van recht, kan leren aangedaan onrecht kwijt te schelden


BLOED

Op één ding in de kritiek ga ik in. In Kostbaar belijden (1999) schreef ik: ‘Scherp is de kritiek op een voorstelling van God die bloed wil zien. Ik beluister in deze kritiek hier en daar hevige emoties. Hoe durft men te denken dat God zo is. (…) Bloed is hier echter geen biologische, maar een theologische term. Bloed is het leven. God wil geen bloed zien, maar Hij schenkt Zijn leven door Zijn Zoon, opdat mensen zouden leven met Hem.’ (202) En ook: ‘Zo min als we tegen een slachtoffer van een misdrijf kunnen zeggen: ‘Je moet er niet meer over praten, zand erover’, zonder dat het onrecht wordt gestraft, het slachtoffer recht gedaan wordt en de dader boete doet, zo min kunnen we weer met God leven als kinderen in Zijn verbond als er geen recht gedaan wordt en het onrecht niet wordt geboet. (…) Wie zwijgt over het recht van God, laat het recht struikelen op de straten (Jes.59:14). Wie mag leven van vergeving langs de weg van recht, kan leren aangedaan onrecht kwijt te schelden.’ (203)
Wat gaat het diep als we zingen:

Een stroom van ongerechtigheden
had d’ overhand op mij;
maar ons weerspannig overtreden
verzoent en zuivert Gij.
(Ps.65:2; ber.)

Dr. W. Verboom uit Harderwijk is emeritus hoogleraar Geschiedenis van het gereformeerd protestantisme.


Volgende week deel 8 van deze serie: dr. C.A. van der Sluijs over de kerk.


GESPREKSVRAGEN:

1. Lees artikel 21 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis. Streep eens een zin aan die u erg aanspreekt in verband met de verzoening. Waarom déze zin?

2. Hoe moeten we denken over de opvatting dat God enkel liefde is en dat de gedachte van een strafoffer voor onze zonde daarmee in strijd is?

3. Hoe kan het leven van de verzoening tot uiting komen in ons dagelijkse leven? Denk hierbij eens aan verzoening onder mensen onderling.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 september 2017

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

DE VROLIJKE RUIL

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 september 2017

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's