De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

EEN BEETJE RELATIVEREN

Bekijk het origineel

EEN BEETJE RELATIVEREN

Pastoraat - als het wringt tussen de generaties [2, slot]

9 minuten leestijd

Jongeren en ouderen leven dikwijls in eigen werelden met een eigen belevingscultuur. Toch zitten we 's zondags onder hetzelfde kerkdak. Hoe houden we elkaar vast? En als onze wegen al uiteenliepen, hoe gaan we dan verder?

In de pubertijd willen jongeren de hun voorgehouden normen en waarden stevig testen op hun houdbaarheid. Het is de fase waarin een mens zich ontwikkelt naar een eigen keuze. Dan kan het stormen en botsen vanbinnen en vanbuiten.

Ouders en in mindere mate grootouders worden in de verdediging gedrongen. Daar kunnen gouden kansen liggen. Jongeren van nu zijn in doorsnee mondiger dan hun leeftijdgenoten van pakweg vijftig jaar geleden. Zij geven gevraagd of ongevraagd hun mening. Dat is voor hen geen demonstratie van brutaliteit, maar van eerlijkheid. Laten we dat proberen te honoreren en vooral de tijd nemen voor gesprek. Als tieners dingen niet (meer) willen, trekken we aan het kortste eind door hen op een veroordelende manier van repliek te dienen. Zo werkt dat niet. Probeer het eens op een andere wijze: ‘Waarom wil je dat niet…?’ Ondertussen confronteren onze kinderen met hun kritische geest ons ook met onszelf. Wat zijn onze principes en waarom hechten we daaraan? Zijn leer en leven met elkaar in harmonie? Dat raakt onze relatie met de Heere.

Ook als we het hebben over traditie en ‘vormen’, moet het uiteindelijk gaan over de onderliggende waarden daarvan. Waarom vind ik dit of dat zo belangrijk? Of juist niet?

OPVOEDERS

Vooral ouders met tieners en met jonge adolescenten moeten beseffen dat ze niet de enige opvoeder zijn. Iedere generatie heeft zijn eigen cultuur of subcultuur. Er is vandaag misschien wel meer dan ooit een koor van mede-opvoeders actief: de school, de media, vooral de digitale variant. Vlak ook de vriendengroep met de heersende trends van mode en muziekkeuzes niet uit. Op zeker moment is hun invloed groter dan die van ouders. Volgens sociologen hebben zij de laatste decennia duidelijk aan invloed gewonnen.

Als ergens het maakbaarheidsideaal strandt, dan hier. ‘Opvoeden is niet zoiets als taart maken aan de hand van een recept.’ Wij kunnen de weg wijzen, het leven met de Heere voorleven, maar we kunnen niet dwingen en nog minder bekeren.

Wie zelf dicht bij de Heere leeft, ziet echter uit naar het moment dat zijn kind, zijn kleinkind zich in de nodigende armen van de Zaligmaker laat vallen. Maar als het anders gaat, wat dan? Zomaar kan zich een pad vol zelfverwijten openen. Er kan een weg volgen van eenzaamheid, van onbegrepenheid, van schaamte of van verdriet als er een doopdienst is of een dienst van openbare geloofsbelijdenis.


Wij kunnen de weg wijzen, het leven met de Heere voorleven, maar we kunnen niet dwingen en nog minder bekeren


Intussen is het belangrijk de lijnen open te houden en breuken te voorkomen. Karikaturen maken van de ander is de snelweg naar verwijdering. Ben je het samen nog eens over de hoofdzaak van het christelijk geloof, zoals vastgelegd in de twaalf geloofsartikelen?

JONGEREN VAN NU

Jongeren van nu zijn pragmatisch. Ze willen een bijbelvertaling die ze verstaan en niet een met in onbruik geraakte woorden die op de laatste bladzijde verklaard worden. Ze willen liederen zingen die bij hun leef- en denkwereld aansluiten en psalmen die ze begrijpen. Ze zijn niet of weinig geïnteresseerd in dogmatische kwesties, waardoor in het verleden heel wat kerken scheurden. Het is al een hele toer én uitdaging om onze kinderen en kleinkinderen mee te krijgen in de catechismusprediking.

Er verspreidt zich al jaren een anti-leervirus door de kerken. Millennials en dertigers willen dat wat hen raakt. We kunnen de catechismus evenwel een pragmatische inslag zeker niet ontzeggen, met zijn ‘ik-gerichte’ vragen. ‘Wat nut mij, ofwel: wat heb ik daaraan?’ Lastiger is het feit dat veel jongeren weinig hebben met institutionele kaders en traditie. Je zoekt wat bij jou past. Kritische hoppers shoppen op de religieuze markt hun eigen spirituele behoeften bij elkaar. De vraag is niet meer: wat kan ik betekenen voor de kerk, maar wat heeft de kerk mij te bieden?

In de huidige belevingscultuur gedijen evangelicale en charismatische groepen opperbest. Zij bestaan niet zelden bij de gratie van klassiek-orthodoxe kerken. Men wil weg uit die ‘benauwende sfeer van regels en gebodjes’ en ervaart in die zo geheel andere setting een vrolijk makend enthousiasme en ongekende warmte.

Hoe komt het toch dat evangelischen heel wat van hun aanwas betrekken uit de reformatorische orthodoxie? Is het omdat de uitersten elkaar ook hier raken? Ik doel op de hang naar mystieke ervaringen in delen van de gereformeerde gezindte. Het bijzondere dat ten onrechte bevinding heet en zelfs een aparte openbaringsbron kan worden, in feite nog belangrijker dan de Bijbel. Het is subjectivisme in optima forma. Heeft een prediking met overmatige belangstelling voor het geloofsleven van bijbelheiligen als spiegelfunctie daar niet ongewild aan bijgedragen?

DRASSIGE BODEM

Wat de ervaringswerkelijkheid betreft is het belangrijk goed te onderscheiden. Het maakt immers groot verschil of ik door het geloof verzekerd word van de betrouwbaarheid van Gods beloften, of dat ik terechtkom op de drassige bodem van eigen gevoel. Een ernstig verziekte vorm daarvan is: wat goed voelt, is goed. Dan valt God samen met mijn gevoel, ja mijn gevoel wordt God. Is de Schrift uitgangspunt voor ons geloof, dan leren we ook kritisch te staan tegenover eigen gevoel. Dat kan immers met ons op de loop gaan. De vastheid en de vreugde van het geloof liggen niet in wat ik heb ervaren, maar bevinden zich buiten mij, in Gods beloften en woorden. Dan lezen we de Schrift vanuit God en niet vanuit onszelf als middelpunt. Dat voorkomt ook een al te rooskleurige kijk op de mens en zijn mogelijkheden.

Dat hier wissels zijn omgezet, behoeft geen betoog. De uitroeptekens die klassiek gereformeerd belijden plaatst achter de beloften van God, komen nu te staan achter mijn geloof. Uiteindelijk berust dat dan op mijn kiezen voor God. Het Evangelie begint echter niet met mijn kiezen, maar met Gods belofte voor mij en voor mijn kinderen. Dat raakt het verbond, de doop, maar ook de liedcultuur. Als we niet alert zijn, zingen we enthousiast ketterijen de kerk binnen.

HOOFD- EN BIJZAKEN

Dreigende afhakers houden we niet vast door het Evangelie te verdunnen met postmodern water. Soms moeten we echter wel wat water bij ónze wijn doen. Ritmisch of niet niet-ritmisch zingen, daar staat of valt de kerk niet mee. Wel met de rechtvaardiging van de goddeloze door het geloof.

Eigen standpunten relativeren hoeft geen zwaktebod te zijn. Het kan juist een blijk van volgroeid geloofsleven zijn. In dat geval weten we ook scherp te onderscheiden tussen hoofd- en bijzaken. Hebben we het eerste niet helder voor onszelf dan zoeken we krampachtig onze identiteit en houvast in het tweede. Laten we voor ogen houden dat oud niet per se goed is en nieuw niet als vanzelf beter.

Het kan ondertussen bij alle zorgen, moeiten en spanningen een verborgen zegen zijn als we bij eikaars hart weten te komen en elkaar het Woord van God injagen. Aan de voeten van de gekruisigde en opgestane Christus moeten we eikaar vinden. Theoretische rechtzinnigheid en conservatieve behoudzucht, krampachtig vasthouden aan tradities met een kleine ‘t’ helpen niet. Een doorieefd geioof doet dat wei. Laten we oppassen dat we niet te veei in de marge scharreien. Merken onze kinderen en kieinkinderen iets van onze passie (om hun taai te gebruiken) én diepe eerbied voor God? Er is niets tegen vrolijk orthodox op gereformeerde grondslag. Om niet in mineur te eindigen: misschien beschamen onze kinderen ons wel door hun compromisloze en radicale buigen voor de onvoorwaardelijke eisen van het Evangelie. Laten we God ervoor danken.

ECHT GESPREK

Voor het echte gesprek moeten we tijd nemen. We zijn geïnteresseerd in motieven en standpunten van de ander, zonder die gelijk af te schieten. We luisteren, vragen door en hebben niet gelijk ons antwoord klaar. We strijden niet voor het eigen gelijk. Ook niet voor ons kerkverband(je) of onze richting. Het maakt groot verschil of we tégen of mét elkaar spreken. In het laatste geval dwingen we onszelf tot luisteren. Het kan heel zinvol zijn om na het uitwisselen van gedachten de tijd te nemen om een en ander te laten bezinken en er op een later moment op terug te komen.

In sommige gezinnen en families heerst een gewapende vrede. ‘Hier mag niet meer over kerk, geloof en politiek worden gesproken.’ Zo moet het niet. Dat is koren op satans molen. Waar werkelijke liefde functioneert, willen we elkaar tot het uiterste vasthouden. We vermijden ook niet angstvallig allerlei lastige onderwerpen zoals de waarde van de zondag als rustdag, de kinderdoop, Gods verbond.

Argumenten vanuit angst hebben weinig of geen kracht. En als we dode vormen en lege hulsels verdedigen, zal dat eerder tegenzin dan bereidheid tot luisteren oproepen. Belangrijk is dat we komen tot een gefundeerd gesprek bij een open Bijbel. Laten we elkaar bevragen en waar dat nodig is, bekritiseren. Hierbij moet de liefde de toon zetten. Wie echter het wapen van zijn emotie inzet, trekt al bij voorbaat aan het kortste eind.

GEBED

Soms blijft alleen nog het gedichtje van Geeske Wiersma over:

Ik leg de namen van mijn kind(eren) in Uw handen;
graveer Gij ze daarin met onuitwisbaar schrift
,
dat niets en niemand ze meer ooit daaruit kan branden,
ook niet als satan ze straks als de tarwe zift.

Zo bidden is niet het minste wat we kunnen doen. En we zúllen het ook doen, blijven(d) doen.

Ds. J. Belder uit Harskamp is emeritus predikant.


HANDVATTEN VOOR GESPREK OF PERSOONLIJKE OVERDENKING:

• Relativeringsvermogen kan een zegen zijn, maar ook een gevaar.
• Er is gezond relativisme en gezond radicalisme en absolutisme.
• Wees geen koude cynicus die overal een domper op zet.
• Er is onheilige en heilige aanpassing.
• De kerk is een onvolmaakt lichaam en ik ben een onvolmaakte voet.
• De duivel zorgt voor uitwassen en surrogaat.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 september 2017

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

EEN BEETJE RELATIVEREN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 september 2017

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's