De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

RELIGIE BUITEN DE KERK

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

RELIGIE BUITEN DE KERK

8 minuten leestijd

‘Zwevende gelovigen’, zo noemde prof. Joep de Hart enkele jaren geleden zijn studie naar spiritualiteit in Nederland. Niet alleen in de kerk is er aandacht voor geloof en spiritualiteit, ook buiten de kerkmuren zijn veel Nederlanders bezig met deze thema’s, zo luidde zijn conclusie. Over deze thematiek schreef Nico de Fijter, chef religie bij Trouw, een column.

TROUW

Alsof je respondenten in een onderzoek naar hun politieke voorkeuren de mogelijkheid geef om een vinkje te zetten bij allang begraven partijnamen als ARP, PPR, CHU of LPF. Wellicht legt de uitkomst van een dergelijk onderzoek wat nostalgische politieke gevoelens bloot. Maar of je nou verder veel aan zo’n enquête hebt?

Toch doet het Centraal Bureau voor de Statistiek iets vergelijkbaars in zijn onderzoeken naar religieuze voorkeuren in Nederland. Wie invult te behoren tot een kerkelijke gezindte, wordt gevraagd aan te geven welke gezindte dat dan wezen mag. Waarbij de keuzemogelijkheden zijn: rooms-katholiek, Nederlands hervormd, gereformeerd, Protestantse Kerk in Nederland, islam, joods, hindoe, boeddhist en anders.

Wat de protestants-christelijke opties betreft is dat een wonderlijk rijtje. De Nederlandse Hervormde Kerk fuseerde in 2004 met de Gereformeerde Kerken in Nederland en de Evangelisch-Lutherse Kerk tot de Protestantse Kerk in Nederland. De Nederlandse Hervormde Kerk bestaat dus niet meer, de Gereformeerde Kerken in Nederland evenmin. Respondenten die tot de PKN behoren, worden door het CBS voor een rare keuze gesteld: waar moeten ze hun vinkje zetten? Bij het formeel juiste antwoord, of bij een van die twee niet meer bestaande opties? Het CBS verantwoordt zich voor die verwarrende opties met de opmerking dat omdat ‘de meeste leden van de oorspronkelijke protestantse gezindten zich niet met de PKN identificeren, naast de PKN ook de Nederlands hervormden en gereformeerden als aparte categorieën gehandhaafd zijn.

OP ÉÉN HOOP

Met die gerefomeerde categorie worden ook nog eens in één moeite alle gereformeerden van Nederland op één grote hoop gegooid, terwijl er toch echt forse verschillen bestaan tussen – ik noem er maar een paar – gereformeerde PKN’ers, Gereformeerde Gemeente-gangers, Nederlands Gereformeerden en Gereformeerd Vrijgemaakten.

En waar in dit onderzoek moet de migrantenchristen eigenlijk zijn vinkje zetten? (...)

De Fijter signaleert een achterhaald beeld van de kerk bij een gerenommeerde en gezaghebbende instelling. Uitgerekend bij het CBS zijn ze niet bij de tijd. Maar zijn kritiek gaat nog verder. Het CBS verbindt godsdienstigheid aan het lidmaatschap van een kerk. Helemaal onlogisch is dat niet maar De Fijter signaleert dat ook daarin de werkelijkheid inmiddels veelvormig is geworden.

In plaats van helder omlijnde groepen worden geloofsgemeenschappen vloeibaarder. Kerken worden gemeenschappen en plekken waar mensen zich in hun zoektocht naar religieuze en spirituele zingeving voor kortere of langere tijd aan binden. Een gelovige gaat dan niet meer naar één kerk of andersoortige zingevingsplek, maar put uit een netwerk van plekken van zingeving, waar de kerk dan wellicht ook deel van uit maakt. De manier waarop gelovigen – of beter: religieuzen – vorm en uiting geven aan hun overtuiging of hun zoektocht naar die overtuiging, wordt diverser en individueler.

De vertrouwde religieuze instituten krimpen verder (maar hebben alles bij elkaar opgeteld overigens nog steeds een behoorlijke omvang; door die al jaren terugkerende berichten over kerkelijke krimp zou je haast gaan denken dat er zo goed als niets van de kerken over is, en dat is echt onzin). Maar ondanks die krimp is religiositeit in de samenleving volop aanwezig. (...)

Ik denk dat De Fijter gelijk heeft. Ook veel trouwe kerkgangers zullen zich herkennen in de praktijk van een individueler geloofsbeleving en een netwerk van plaatsen waar ‘iets te halen’ – beter ‘te ontvangen’ – valt: conferenties, retraites, Taizévieringen, huisdevotie. De Fijter besluit zijn column met de constatering Wie een samenleving wil begrijpen, moet ook haar religie begrijpen. Daar ben ik het grondig mee eens, het probleem is alleen dat zo’n visie slechts overtuigt wie daar al van overtuigd zijn.

ND

Nog iemand die aandacht vraagt voor de veelkleurige geloofspraktijk in ons land is de jonge schrijver Maarten van der Graaff (29). Na twee goed ontvangen gedichtenbundels schreef hij de roman Wormen en engelen, waarin het geloof prominent aanwezig is. Hier volgen enkele fragmenten uit een interview met Van der Graaff:

De hoofdpersoon in Wormen en engelen heet Bram Korteweg en komt uit een gereformeerd gezin op Goeree-Overflakkee. Hij studeert kunstgeschiedenis in Utrecht en is bevriend met theologen. Zelf gelooft hij niet meer in God, maar zijn vader laat zich dopen en zijn vriend Paul wordt dominee op het eiland. Bram besluit op zoek te gaan naar antwoorden. Hij wil weten wat de betekenis is van geloof in de wereld van vandaag.

Auteur Maarten van der Graaff komt ook van Goeree-Overflakkee en ging met zijn moeder en stiefvader zondags naar de gereformeerde kerk in Stad aan ’t Haringvliet. Hij studeerde theologie en religiewetenschappen en gelooft, net als de hoofdpersoon, niet meer in God.

‘Ik heb lang gedacht: ik ga niet over geloof schrijven’, zegt Van der Graaff. ‘Maar uiteindelijk heb ik het toch gedaan, omdat ik het anders wilde doen. Dit is geen klassiek afrekeningsverhaal, geen ‘och arme ik’-boek.’

Je schaart jezelf niet in een rijtje met Wolkers, ’t Hart, Siebelink en Treur?

‘Ik heb ze herlezen toen ik aan mijn boek schreef. Wat me opviel, is dat een boek als Terug naar Oegstgeest eigenlijk helemaal niet veel over geloof gaat. Het gaat eerder over afscheid van een kleinburgerlijke wereld. Daaruit blijkt dat toch vooral de auteurs symbool zijn geworden voor de breuk met het geloof. De boeken zelf... Tja. Maarten ’t Hart schrijft natuurlijk wel eens dat God een grote leugen is, maar ik vind zijn verhalen toch vooral komisch. De personages zijn een beetje bangelijk. Er zit veel terugverlangen in naar het zingen van psalmen enzo.’

Franca Treur is milder over haar gelovige jeugd.

‘Klopt. Maar zij schetst in Dorsvloer vol confetti vooral het milieu waaruit ze is gekomen, en dat wilde ik in mijn boek niet doen. Ik richt me op de vraag: wat komt daarna? Hoe gaat het verder als je niet meer in God gelooft? Ik wilde geen sfeer creëren van: “Alles is verloren, kijk toch eens hoe groot de afstand is geworden!” Ik laat in mijn boek zien dat iedereen zich met tradities verbindt. Bram, de hoofdpersoon, is weliswaar een uittreder, maar een vriend van hem wordt dominee en zijn vader laat zich dopen. Daardoor vraagt Bram zich af: kan ik ook nog ergens bijhoren? Ik weet niet of dat uiteindelijk lukt of mislukt, dat laat ik vrij open. Maar het is een verhaal over mensen die op allerlei manieren met geloof bezig zijn. Want dat gebeurt in Nederland.’

Vanwaar die verbazing?

‘Ik ben daar niet verbaasd over. Maar veel andere mensen wel. Als je iets leest of ziet over de ‘millennials’, dan gaat het niet over Nederlanders van een jaar of twintig, dertig, maar om slechts een heel dun plakje daarvan. Wit, geprivilegieerd en uit Amsterdam. Er komt niemand in voor die op een benzinestation in Lelystad werkt, of een jonge dominee van het platteland. Dus wie definieert zo’n begrip? Journalisten en schrijvers zouden zich bewust moeten zijn van dit soort clichés en buiten hun bubbels moeten kijken. Het is een taak van de literatuur. Hm, dat klinkt gelijk heel heftig, maar goed.(...)’

Maar weinig mensen slagen erin gecompliceerd over religie te schrijven, stel je in je boek. Maar wat dacht je van auteurs als Flannery O’Connor, Graham Greene...

‘Ja, zeker, vooral O’Connor vind ik prachtig. Nee, ik bedoel de zelfgenoegzame Nederlanders die alle religie belachelijk en onderdrukkend noemen. Zij zeggen dat religies individuen hun individualiteit ontnemen, maar vervolgens nemen ze die individuen zelf niet serieus en pakken ze de groep. Dan denk ik: als je dan de kampioen van het individualisme bent, luister dan ook naar het individu. Bovendien: de manier waarop die liberalen naar religie kijken, is vaak erg protestants. Het gaat hun nog steeds om wat je precies gelooft, terwijl religie voor veel mensen vooral praxis is, een manier van leven. (...)’

Het treft me dat Maarten van der Graaff geen behoefte heeft aan een neerbuigende toon over de context vol kerkelijkheid waar hij vandaan komt, al vertoont zijn boek hier en daar de trekken van een sleutelroman, vol met evangelischen, ‘PKN’ers’ en hersteld hervormden. De auteur geeft aan het geloof te zijn kwijtgeraakt; niettemin laat de roman laat zich lezen als een oprechte zoektocht naar de betekenis van het geloof. Of: een zoektocht naar God?

Ds. G. van Meijeren is hoofd mobiliteitsbureau Predikanten & Kerkelijk Werkers van de Protestantse Kerk.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 september 2017

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

RELIGIE BUITEN DE KERK

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 september 2017

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's