De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

BETROKKEN OP CHRISTUS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

BETROKKEN OP CHRISTUS

Van harte gereformeerd [8, de kerk]

8 minuten leestijd

Het Nieuwe Testament geeft talloze metaforen voor de kerk. Een zeer bekende is de kerk als lichaam van Christus. Christus wordt het Hoofd genoemd en de gemeenteleden vormen het lichaam met zijn vele leden.

De eerste bijbelse verwijzing naar de kerk als lichaam van Christus sprak Jezus Zelf tijdens het laatste avondmaal uit: ‘En terwijl zij aten, nam Jezus brood en toen Hij het gezegend had, brak Hij het en gaf het hun en zei: Neem, eet, dit is Mijn lichaam.’ (Mk.14:22) Dezelfde verbondenheid en afhankelijkheid zijn er ook in de Johanneïsche vergelijking tussen wijnstok en ranken. Zij ontlenen het leven aan Hem (Joh.15). Dit gaat terug op Psalm 85:2, waar Israël als wijnstok wordt genoemd. Verbondenheid met en afhankelijkheid van Christus blijken eveneens uit het beeld van de gemeente als bruid (Ef.5:3-32). Daarnaast is er de vergelijking met een gebouw of huis (Ef.2:19-22). Beelden die naar de betrokkenheid op Christus wijzen, naar de gemeenschap of communio met Hem.

UNIEK

De gemeente van Christus heeft een unieke identiteit (1 Kor.3:11). Zij is herkenbaar aan unieke eigenschappen, zoals in de Heilige Schrift omschreven. Daarom spreekt de Nederlandse Geloofsbelijdenis in artikel 29 over de kenmerken van de ware kerk. Deze bestaan uit de zuivere prediking van het Evangelie, de zuivere bediening van de sacramenten (doop en avondmaal) en het uitoefenen van de kerkelijke tucht om zonden te bestraffen.

Over de kerk gaat het ook in zondag 21 van de Heidelbergse Catechismus. Daar wordt beleden dat de Zoon van God uit het ganse menselijke geslacht Zich een gemeente, tot het eeuwige leven uitverkoren, door Zijn geest en Woord, in enigheid van het ware geloof, van het begin der wereld tot aan het einde, vergadert, beschermt en onderhoudt; en dat ik daarvan een levend lidmaat ben, en eeuwig zal blijven (antw.54). Het lichaam van Christus omvat in de belijdenis van de kerk de uitverkorenen. Het valt op dat deze belijdenis in het slot uiterst persoonlijk van toonzetting is. Daarmee blijkt er voor de uitverkiezing als idee geen plaats te zijn. Overigens is dit de enige keer dat dit belijdenisgeschrift de uitverkiezing ter sprake brengt en dan nog binnen de dynamiek van Woord en Geest. De Dordtse Leerregels of de vijf artikelen tegen de remonstranten spreken meer belijnd over de uitverkiezing van de kerk als het lichaam van Christus. De reden was dat vreemde virussen (leringen) het lichaam van Christus binnendrongen. Een gevaar dat vandaag actueler is dan ooit.

GEVAAR

In artikel I, paragraaf 7 zet Dordt de leer van de uitverkiezing niet dadelijk in het kader van een algemene vooruitbestemming, maar zij beschouwt de gevállen mens als het voorwerp van de uitverkiezing. Daaruit volgt dat in het vervolg van dit belijdenisgeschrift slechts in oneigenlijke zin van ‘predestinatie’ mag worden gesproken. Tegelijk blijkt hier dat in dit belijdenisgeschrift minder strak wordt vastgehouden aan een strikt logische manier van denken, in overeenstemming met de Heidelbergse Catechismus. De grond van de uitverkiezing van de kerk als lichaam van Christus ligt echter niet in de mens, maar in Christus (‘uitverkoren in Christus’).

De remonstranten hielden het op ‘voorgezien als in Christus gelovende en daarom uitverkoren’. Dit gevaar is vandaag opnieuw allerwegen aanwezig. De verborgen verkiezing behoeft voor Dordt echter niet aangevuld te worden met een speciale openbaring. De verkiezing wordt openbaar in het gaan van de weg van het geloof. Calvijn beroept zich daarom ook nadrukkelijk op Augustinus (Inst. II,XVII,1), die Christus predikte als ‘het helderste licht van verkiezing en genade’.

Bij Karl Barth draait alles om Christus en daarmee komt de bijbelse leer van de goddelijke drie-eenheid in de verdrukking door niet te onderscheiden tussen de Vader, de Zoon en de Geest.

Het gevolg daarvan is dat veel ‘rechtzinnige’ Christusprediking de uitverkiezing maar zo veel mogelijk verzwijgt. En daarmee wordt ze hoogst bedenkelijk.

DIENSTBAAR

Het lichaam van Christus bestaat net als alle andere lichamen uit vele onderdelen, maar deze aparte delen vormen in een samenwerkend geheel het hele lichaam (1 Kor.12:12-14). Dit betekent dat elke christen een gelijkwaardig onderdeel van het Lichaam van Christus is.

Daarbij is het lichaam van Christus georganiseerd (Ef.1:22-23). Paulus wijst er in 1 Korinthe 12:27,28 op dat elke christen een gave heeft en geroepen is deze gave te gebruiken om in het lichaam te dienen, zodat het lichaam van Christus wordt opgebouwd en versterkt en zijn doel in de wereld kan uitvoeren.

De onderlinge betrokkenheid van de gemeenteleden komt tot uitdrukking in een dienstbare gestalte. Als één lid lijdt, lijden alle leden mee. Het lijden van het minste lid is het lijden van het hele lichaam. Zo mag van gemeenteleden worden verwacht dat zij op elkaar zijn betrokken in blijde en droeve dagen. (Jak.1:27). Dit mag niet worden uitbesteed aan ambtsdragers. Vooral zal de onderlinge betrokkenheid zijn gericht op de geestelijke dimensie van de gemeente.

ONDEELBAAR

De gemeente is ondeelbaar. Paulus vroeg: ‘Is Christus gedeeld?’ (1 Kor.1:10) ‘Maar ik roep u ertoe op, broeders, door de Naam van onze Heere Jezus Christus, dat u allen eensgezind bent in uw spreken, en dat er onder u geen scheuringen zijn, maar dat u hecht aaneengesmeed bent, één van denken en één van gevoelen.’ (1 Kor.1:10) Toch hebben alle gelovigen de roeping vanuit Gods Woord om zich af te scheiden van hen die niet bij de kerk behoren. Dit laatste betekende nooit een oproep om eventueel het lichaam van Christus te breken. Dit kan eigenlijk ook niet, want dat deed Christus zelf, eenmalig, ons ten goede. Een herhaling daarvan blijkt een overgebleven rooms virus te zijn.

Aan deze ondeelbaarheid, zegt de Nederlandse Geloofsbelijdenis in artikel 28, kan men met zekerheid de ware kerk kennen en niemand heeft het recht zich van haar af te scheiden. Er is echter sinds de Reformatie heel wat veranderd. Er zijn kerkelijke breuken gekomen. Door al die afscheidingen verliest de kerk veel van haar wervingskracht in de wereld en dat is zonde.


De ware kerk is in zoverre verborgen dat alleen God weet wie wel of niet gerechtvaardigd zijn


Verder spreekt de Nederlandse Geloofsbelijdenis in artikel 28 ook over de roeping om zich bij de kerk te voegen. Hier tekent zich de missionaire beweging van de kerk af. Niemand mag op zichzelf blijven staan. Buiten de vergadering van de kerk, als lichaam van Christus, is er geen heil. Iedereen moet zich bij de kerk voegen en zich met haar verenigen. Zo heeft de gemeente een waarneembare aanwezigheid en identiteit.

HEILSNOODZAKELIJK

Vanuit zijn rechtvaardigingsleer gaat het Luther in de kerk, als het lichaam van Christus, om het behoud van Gods soevereiniteit en het heilsmiddelaarschap van Christus. Daarbij stelde hij evangelisch personalisme tegenover het roomse institutionalisme. De gemeenschap van gelovigen is bij de reformator de schepping van het Evangelie, creatura evangelii. De kerk ontvangt haar bestaan vanuit het Woord. Het behoren tot de kerk is daarom heilsnoodzakelijk, want de kerk is de gemeenschap der heiligen (communio sanctorum). Door het geloof in Christus en door de doop zijn gelovigen priesters: het priesterschap aller gelovigen. Luther heeft daarbij wel de volkskerkstructuur behouden, een gemengd lichaam (corpus permixtum), waarin koren en onkruid opgroeien tot de volle oogst. De ware kerk is in zoverre verborgen dat alleen God weet wie wel of niet gerechtvaardigd zijn. Luther viel ook in zijn ecclesiologie (kerkleer) niet in de strik van de rechtvaardiging van de vrome. Dit in tegenstelling tot de dopersen, in zijn tijd en in onze tijd. Voor Luther diende de kerk alleen op het Woord en het geloof te worden gebouwd, en niet op iets daar buitenom, hetzij een wereldlijke of kerkelijke ideologie. Hier staat vandaag de kerk, als het lichaam van Christus in onze geseculariseerde samenleving, te trillen onder de hoogspanning van de drie sola’s, sola Scriptura, sola gratia, sola fide (alleen door de Schrift, alleen door de genade, alleen door het geloof). En is het een kwestie van to be or not to be. Luther heeft de kerk teruggevoerd tot haar wortels en haar fundament, dat is tot het levende Woord van God.

Zo gezien en zo geloofd, kan de kerk al weg zijn terwijl wij denken ‘nog zo veel te hebben’.

ALTIJD PRESENT

Het wonder van de kerk is niet alleen haar goddelijke oorsprong, maar eveneens haar historische gestalte, aldus W. Aalders (De Kerk het hart van de wereldgeschiedenis, p.13). Zij is tegelijk geestelijk, hemels en stoffelijk, aards. De liefdesbeweging van de Vader naar de wereld in de menswording van Zijn Zoon zet zich voort in de inplanting van de kerk in de tijd (p.14).

In Lukas’ geschriften is de kerk een historische grootheid geworden, staat zij binnen het raam van de geschiedenis. Als historische grootheid vult zij na Christus’ verhoging als het ware de leegte die door Zijn hemelvaart ontstaan is. Tot de dag van Zijn wederkomst. De kerk, als lichaam van Christus, is als historische en bovenhistorische grootheid een altijd present wonder (p.16), alleen in het wonder van de genade te verstaan.

Dr. C.A. van der Sluijs uit Veenendaal is emeritus predikant.


Volgende week: ds. E.K. Foppen over de sacramenten.


GESPREKSVRAGEN:

1. Hoe voorkomen we dat we alledaags gaan spreken over de kerk als het lichaam van Christus, zonder de geestelijke dimensie daarbij te betrekken?

2. Wat is het wezenlijke onderscheid tussen de kerk en iedere andere organisatie?

3. Zou het zo kunnen zijn dat we denken nog steeds de kerk te hebben, terwijl deze in wezen weg is, omdat zij niet meer beantwoordt aan de kenmerken van de ware kerk, zoals we die met de Nederlandse Geloofsbelijdenis belijden?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 september 2017

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

BETROKKEN OP CHRISTUS

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 september 2017

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's