De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

HEILIGE HARTVERSTERKERS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

HEILIGE HARTVERSTERKERS

Van harte gereformeerd [9, de sacramenten]

8 minuten leestijd

‘Wie niet horen wil, moet maar voelen’, zo luidt een gezegde. De strekking van dit spreekwoord is negatief. Iemand slaat een raadgeving in de wind en moet vervolgens de negatieve consequenties ondergaan. Soms zelfs aan den lijve.

Wat betreft het gebruik van de sacramenten zouden we dit negatieve gezegde – iets omgebogen – ook met een positieve strekking kunnen lezen. Dat is althans wel de strekking van de Nederlandse Geloofsbelijdenis, het belijdenisgeschrift dat we in onderstaand artikel volgen.

BOTHEID EN ZWAKHEID

Voordat er specifiek wordt ingezoomd op de twee sacramenten van doop en avondmaal, spreekt artikel 33 van onze geloofsbelijdenis eerst in meer algemene zin over de sacramenten. We komen bij een lange volzin die het meer dan waard is om eens zorgvuldig te lezen:

Wij geloven dat onze goede God, omdat Hij rekening houdt met onze botheid en zwakheid, voor ons de sacramenten heeft ingesteld om Zijn beloften aan ons te verzegelen en om onderpanden te zijn van Zijn goedgunstigheid en genade jegens ons en ook om ons geloof te voeden en te onderhouden.

Onze goede God. Ja, van God belijden we hooggestemd dat Hij goed is. Goed in Zichzelf, maar ook goed in relatie tot ons. En van onszelf? Van onszelf belijden we dat wij beperkt zijn door ‘botheid en zwakheid’. Andere, oudere vertalingen spreken over ‘onverstand en zwakheid’, of ‘grovigheid en zwakheid’. Natuurlijk kunnen we gaan discussiëren over de vertaling van de oorspronkelijk Franse woorden van Guido de Brès, maar duidelijk is wel dat onze belijdenis niet zo hoog inzet als het gaat om onze geloofsvermogens en vertrouwenscapaciteiten. Deze lage inzet is niet zozeer ingegeven door een duister, donker mensbeeld, alsof wij tot nauwelijks iets in staat zijn, maar is een reële verwoording van onze moeizame geloofsverhouding met de God van Israël. Oftewel: wij willen én kunnen Gods genadige beloften vaak nauwelijks geloven. De oren van ons hart zijn – om allerlei redenen – vaak verstopt. Dat geeft behalve veel onzekerheid naar binnen, vaak ook een schamel getuigenis naar buiten.


Wie niet goed horen wil of kan, moet maar voelen, kijken, proeven


HEERLIJK EERLIJK

Herkenbaar, toch? Ik ervaar deze belijdende omschrijving van mijn geloofsvermogens enerzijds als pijnlijk ontmaskerend, maar anderzijds toch ook als heerlijk eerlijk. Bot en zwak. Hoe vaak zing ik niet – en dat welgemeend: ‘Dit weet ik vast, God zal mij nooit begeven’, terwijl ik een paar uur later mezelf soms vertwijfeld afvraag of en waar God is? Hoe komt het toch dat ik Gods beloften van genade en eeuwig leven lees of hoor verkondigen, maar ze mij vaak niet zodanig aanspreken dat ik de kleine en grote moeilijkheden van het dagelijks leven wat vrolijker kan dragen? Hoe komt het dat ik zo vergeetachtig, zo vaak Oost-Indisch doof ben voor de dingen die God mij toezegt? Dat komt omdat ik bot en zwak ben. Zou er niet veel gewonnen zijn wanneer we als kerkmensen onze vaak vrome en fraaie ‘ik geloof’ maskers eens zouden afzetten en eerlijk toestemmen dat geloven een werkwoord is, dat ook wij uit onszelf niet zonder meer en moeiteloos vervoegen? Zou dat geen winst zijn in het gesprek met de twijfelende tieners van de gemeente? Of met de zoekende ongelovige van buiten de gemeente? Vanuit die houding blijft genade ook echt genade: een kostbaar geschenk waar je niet anders dan diep dankbaar voor kan zijn.

GEDULDIGE MEESTER

En onze goede God? Hoe gaat Hij met ons ‘botte en zwakke’ leerlingen om? Is Hij als een meester die weigert de stof nog eens te herhalen, omdat je het nu toch zo onderhand wel moet weten? Nee. Zo is Hij niet. Niet voor niets belijden we Hem als een goede God. Zijn goedheid blijkt in dit verband uit Zijn grote geduld, maar ook uit Zijn ‘creativiteit’. De Nederlandse Geloofsbelijdenis tekent de Heere als een geduldige Meester, Die met behulp van plaatjes de genadige stof blijft uitleggen. Sacramenten zijn immers getekende beloften! Getekend omdat ze Gods beloften uitbeelden. Zoals het water schoonwast, zo wast het bloed van Christus ons schoon. Zoals het brood gebroken wordt, zo liet Christus Zich breken om ons te helen. Maar sacramenten zijn ook getekende beloften omdat ze functioneren als een handtekening onder Zijn beloften. Zo echt als ik brood en wijn proef, zo echt zijn Gods beloften en zo echt zijn ze ook voor mij. Zo laat Hij Zijn beloften aan ons zien én proeven. Zo betekent en verzegelt Hij Zijn beloften. Wie niet goed horen wil of kan, moet maar voelen, kijken, proeven. Wat is God goed, onvoorstelbaar goed!

KUS

Door het gebruik van de sacramenten wordt ons geloof ‘gevoed en onderhouden’, zo lezen we in artikel 33. Voeden van het geloof. Door dit woordgebruik wordt duidelijk dat ons geloven geen technische constructie is die in de sacramenten een versteviging ondergaat om er vervolgens weer jaren ‘niet naar om te hoeven kijken’. Het is echt totaal anders. Geloof is een liefdesrelatie met God. Niet voor niets wordt in de Bijbel vaak het beeld van het huwelijk gebruikt als een omschrijving voor de relatie tussen God en Zijn gemeente. Ons geloven vereist, net als een huwelijk, voeding en onderhoud, vraagt gesprek en intimiteit.

In de verkondiging hoor ik Zijn stem. Hij nodigt mij en verklaart mij Zijn liefde. Hij wijst mij de weg. In gebed en gezang antwoord ik Hem, al vragend, klagend stort ik mijn hart uit. En in de sacramenten? In de sacramenten bevestigt Hij Zijn eeuwige liefde voor mij met een kus. Ik proef verzoening. Hij laat mij proeven van de diepe smaak van Zijn liefde en barmhartigheid. Ik drink immers de wijn van Gods vergeving die gerijpt is op het hout van het kruis. Hij streelt mij met de verzekering van een blij vooruitzicht: de bruiloft van het Lam. Het avondmaal is de meest heerlijke maaltijd die er is. Ik word verzekerd van Gods liefde in Christus. Laten we daarom het avondmaal regelmatig gebruiken, vieren en zingen:
Hoe groot is Uw goedgunstigheid!
Hoe zijn Uw vleug’len uitgebreid!
Hier wordt de rust geschonken;
hier ’t vette van Uw huis gesmaakt;
een volle beek van wellust maakt,
hier elk in liefde dronken.

ZINTUIGEN

In bovenstaande schemerde al iets door over de verhouding tussen Woord en sacrament. Daar is veel over te zeggen. Ook nog wel iets meer dan in artikel 33 wordt beleden. Dat neemt niet weg dat wat we in dit artikel lezen uiterst waardevol is: ‘Hij heeft deze (sacramenten) gevoegd bij het woord van het Evangelie om des te beter aan onze zintuigen te tonen zowel wat Hij ons door zijn Woord te verstaan geeft als wat Hij inwendig in onze harten doet.’ Gevoegd bij het Woord. Niet onder of boven het Woord dus. Woord en sacrament verschillen weliswaar wat betreft zintuiglijke vormgeving, maar staan volgens onze belijdenis principieel naast elkaar. Functioneren ze ook op die manier bij ons? Staat het heilig avondmaal niet nog steeds wat hoger aangeschreven dan de doop? En hoe verhoudt zich de bediening van het Woord tot de bediening van de sacramenten in onze gemeenten?

Onze cultuur kenmerkt zich door een (te?) sterk accent op ervaring. De vraag naar een frequentere avondmaalsviering dan de schamele vier of vijf keer per jaar is mede vanuit dat opzicht wel verklaarbaar. Behalve vanuit de ervaringscultuur is zij echter ook op grond van Schrift en traditie te honoreren als een reële vraag.

FLAUW PRAATJE

Ik maak er graag wel een stevige kanttekening bij: zou de vraag naar een frequentere avondmaalsviering niet óók voortkomen uit het feit dat de prediking steeds minder daadwerkelijke, aansprekende bediening is geworden? Als prediking geen hartelijke, innige liefdesverklaring ván God, maar een flauw praatje over God is, is het toch te begrijpen dat mensen liever wat vaker een kus ontvangen? Een schrale prediking compenseren door een frequentere avondmaalsviering kan wellicht even werken, maar is zeker op de lange termijn funest voor zowel prediking als avondmaal. Belijden dat Woord en sacrament – hoe verschillend ook – principieel naast elkaar staan, zou voor gemeenten in onze tijd weleens kunnen betekenen dat wij de bediening van het Woord weer moeten opwaarderen tot wat zij principieel is. Dat geldt zowel de prediker als de hoorder.

Ten slotte dit: ‘Deze tekenen zijn dus niet zonder betekenis en leeg om ons te bedriegen,’ zo lezen we in artikel 33. In de sacramenten van doop en avondmaal is God Zelf werkelijk present. Hij doopt. Hij is de Gastheer. Hij werkt onzichtbaar uit wat zichtbaar gebeurt. Hoe dat kan? Niet anders dan door de Heilige Geest. Juist daarom is het gebed om de werking van de Geest zo nodig, zowel bij de bediening van het Woord als bij de bediening van de sacramenten. Al horend naar Zijn stem, al proevend Zijn liefdevolle tekenen groeien we in geloof, in kennis van Zijn genade. Totdat Hij komt!

Ds. E.K. Foppen is predikant van de protestantse gemeente te Gorinchem.


Volgende keer: ds. A.J. Mensink over roeping en geloof.


VRAGEN VOOR PERSOONLIJKE OVERDENKING OF VOOR GROEPSGESPREK:

1. Hoe ervaart u de omschrijving ‘bot en zwak’ als het gaat om ons geloof?

2. Artikel 33 belijdt dat de sacramenten niet boven het Woord staan, maar ‘gevoegd zijn bij’ het Woord. Hoe ziet u de verhouding tussen Woord en sacrament?

3. De Dordtse Kerkorde bepaalde dat tenminste vier keer per jaar het heilig avondmaal bediend moet worden. De meeste van ‘onze’ gemeenten houden zich aan dit minimum. Zou u vaker avondmaal willen vieren? Zo ja, waarom? Hoe staat u tegenover de idee om tijdens elke eerste feestdag in de middagdienst/ avonddienst (of tijdens de dienst op de tweede feestdag) het avondmaal te vieren?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 september 2017

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

HEILIGE HARTVERSTERKERS

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 september 2017

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's