De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

BOEKBESPREKINGEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

BOEKBESPREKINGEN

5 minuten leestijd

Mirjam van Veen
Luther en calvinistisch Nederland.
Uitg. Boekencentrum, Utrecht; 159 pag.; € 15,99.

Veel lezers van dit blad zullen zich ‘van harte gereformeerd’ noemen. Maar als we het over de Reformatie hebben, beschouwen we Luther toch wel als een van de grote helden. Vooral in een Lutherjaar beseffen we vanuit een bepaalde euforie vaak ternauwernood hoe moeizaam de verhoudingen tussen de lutheranen en de gereformeerden waren, ook in ons land. Mirjam van Veen, hoogleraar kerkgeschiedenis aan de faculteit Godgeleerdheid van de VU, laat in haar boek Luther en calvinistisch Nederland deze ambivalente relatie op een boeiende, toegankelijke, maar ook tragische wijze zien. ‘Ketters en verraders’, zo noemden beide partijen elkaar.
In dit boek komt Luther niet alleen maar als de grote held van de Reformatie uit de bus. Hij zou, zelfs na het veelbelovende godsdienstgesprek in Marburg, iedere herenigingspoging met de gereformeerden hebben gefrustreerd, vooral vanwege zijn uitgesproken visie op het avondmaal. Luthers vurige karakter, zijn scheldkanonnades en de verwevenheid tussen zijn theologische inzichten en zijn persoonlijke geestelijke strijd waren daar zeker debet aan.
Tegenstanders rekende hij vaak snel tot sektarische bondgenoten van de duivel. Tot die tegenstanders behoorden, behalve de rooms-katholieken, vooral de radicale vleugel van de Reformatie en op een gegeven moment zelfs ook de Joden. Zijn gewelddadige retoriek tegenover deze laatste groep was ‘een giftig amalgaan van theologische verontwaardiging en gangbare vooroordelen’, die wel paste in de context van zijn tijd, maar gelukkig niet werd overgenomen door onder anderen de gereformeerden en humanisten.
Mede door gemis aan een organisatorisch instrumentarium gaf Luther vanuit Duitsland nauwelijks sturing aan de Reformatie in de Lage Landen. Lutheranen kregen hier geen voet aan de grond. Ze mochten, net als de katholieken, slechts samenkomen in schuilkerken. Het woord ‘schuilkerk’ betekende overigens niet dat de gemeenteleden daar in het geheim bijeen kwamen; een schuilkerk mocht alleen geen toren hebben.
In tegenstelling tot de lutheranen zouden de gereformeerden, volgens Van Veen, in de geschiedschrijving te boek staan als de meer vreedzame variant van het mainstream protestantisme. Het gereformeerde vertoog over de eigen vredelievendheid zou volgens haar echter ‘verstikkend’ zijn geweest. Ook zou hun eenheidsstreven – wat ze als ideaal bleven koesteren, maar vooral praktiseerden als hun eigen situatie hachelijk werd – weinig ruimte hebben gelaten voor lutherse gevoeligheden. Bovendien zou op de geschiedschrijving van de Nederlandse vluchtelingengemeente in de lutherse gebieden het nodige zijn af te dingen: ‘Mag men Calvijn geloven, dan was deze groep dus inderdaad lastig.’
Terwijl lutheranen de geschiedenis van zichzelf met de gereformeerden zagen als één doffe ellende, zagen de gereformeerden de conflicten tussen beide confessies meer als ongelukken of tijdelijke barsten in de eenheid. De gereformeerde Eduard Meiners schreef in 1738 er zeker van te zijn dat Luther en Calvijn nu gebroederlijk naast elkaar in de hemel zaten... Het mag al met al duidelijk zijn dat ik dit boek, dat op verschillende punten nieuw inzicht biedt op de Reformatie, van harte aanbeveel. Zeker in dit Lutherjaar!

H. LIEFTING, DELFT


Jan Mul
Zingend door de tijd. 150 Geneefse psalmen opnieuw berijmd.
Royal Jongbloed, Heerenveen; 313 blz.; € 19,95.

Raken we de psalmen in de eredienst kwijt? Kunnen we voorkomen dat met name de jongeren in de gemeente vervreemden van de psalmliederen? Dit zijn vragen die de afgelopen tien jaar in diverse protestantse gemeenten – binnen en buiten de Protestantse Kerk – steeds vaker zijn gesteld. Die vragen hebben gezorgd voor veel beweging aan het psalmenfront, juist met het oog op de jongeren. Verschillende nieuwe berijmingen zagen het licht, hetzij als proefbundel met enkele tientallen psalmen, hetzij als complete berijming zoals Psalmen voor nu uit 2015 en recent de bundel Zingend door de tijd. 150 Geneefse psalmen opnieuw berijmd van de hand van Jan Mul, die verscheen in het voorjaar van 2017. Mul, die enige dichtbundels op zijn naam heeft staan en behoort tot de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt, werkte met tussenpozen zo’n tien jaar aan deze nieuwe berijming.
Wat bewoog Mul om die omvangrijke taak op zich te nemen? Op de achterflap lezen we dat hij – in tegenstelling tot Psalmen voor nu – de ‘herkenbare Geneefse melodieën’ heeft willen handhaven, mijns inziens een goede zaak. De onberijmde psalmteksten heeft hij echter, vooral met het oog op de jongeren, ‘vertaald’ naar ‘de taal van vandaag’. Omdat veel woorden in bestaande berijmingen in onbruik zijn geraakt, ontstaat zijns inziens met name voor de jeugd een vervreemdingseffect. En dat betreurt hij.
Om de hedendaagse taal te benaderen baseert hij zich op recente bijbelvertalingen, met name de Nieuwe Bijbelvertaling uit 2004. Dit betekent onder andere: geen naamvallen meer – dus niet meer ‘der bozen raad’ (Psalm 1) – geen archaïsmen meer als ‘gespeend’ (Psalm 131), niet meer ‘gij’ maar ‘u’, en soms zelfs ‘jij’ en ‘jou’, zoals in het negende couplet van Psalm 50:
Denk je dat jij je met Mij meten mag?
Wie ben je wel met al je boos gedrag?

Over het berijmen van psalmen wordt vaak te gemakkelijk gedacht. Veel factoren spelen een rol: allereerst tekstgetrouwheid, zo nauw mogelijke aansluiting bij de onberijmde tekst. Daar heeft Mul nadrukkelijk naar gestreefd. Daarnaast: eigentijds Nederlands en correcte aansluiting van de tekst bij de hoofdaccenten in de melodie. En niet te vergeten: poëtisch niveau. Reeds Calvijn had dit goed begrepen: hij haalde de niet-calvinistische dichter Marot in huis vanwege diens dichterlijke kwaliteiten. Als voorbeeld geef ik de beginregels van Psalm 8 in de berijming van Mul:
Heer, onze Heer, uw naam heeft groter waarde
dan van welk schepsel ook op deze aarde.

Zeker geen slechte regels, maar minder poëtisch dan de berijming van Wil Barnard, met de prachtige h-alliteratie:
HEER, onze Heer, hoe heerlijk en verheven
hebt Gij uw naam op aarde uitgeschreven.

Maar een te zwaar accent op het poëtische kan weer leiden tot te verheven taalgebruik!
Mul heeft naar mijn mening een degelijk stuk werk verricht. In zijn eentje. Echter, psalmen berijmen is zo complex dat dit de mogelijkheden van één persoon te boven gaat: daarvoor is een team nodig, bestaande uit dichters, hebraïci en musici. En wat de jongeren betreft: hier spelen mijns inziens meer factoren een rol dan alleen de kwestie of het taalgebruik voldoende eigentijds is.

J. DE GIER, EDE

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 september 2017

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

BOEKBESPREKINGEN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 september 2017

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's