BROOSHEID
Wie het woord ‘kwetsbaarheid’ googelt, ontdekt al snel dat er veel aandacht voor is. De kans is groot dat je op websites terechtkomt waar wordt betoogd dat kwetsbaar zijn niet zwak is. Nee, door je kwetsbaar op te stellen maak je jezelf juist sterker. Het is de invalshoek van de Amerikaanse bestsellerauteur Brené Brown (hoogleraar maatschappelijk werk) die er een veelgelezen boek over schreef: De kracht van kwetsbaarheid. Heb de moed om niet perfect te willen zijn. Awee Prins, universitair hoofddocent aan de Eramusuniversiteit in Rotterdam, is er in een gesprek met VolZin erg kritisch op. Prins waardeert Brown maar vindt ook dat zij haar lezers een rad voor ogen draait. Een paar fragmenten.
VOLZIN
‘Het is een retorische truc die ze uithaalt, en eigenlijk ook – en dat verwijt ik haar – een gemene streek, om mensen die het gevoel hebben dat ze kwetsbaar zijn en niet genoeg presteren, die door hun perfectionisme worden gesloopt, te vertellen: “Dat perfectionisme mag je loslaten en ik ga jullie nu uitleggen dat je daardoor nóg succesvoller kunt worden.”’
Maar als een retorische truc nou helpt…
‘Maar het helpt niet. Wij leven nog steeds in de tijd van de Radarmens, zoals beschreven door David Riesman in ‘The Lonely Crowd’. Wij zijn constant om ons heen aan het kijken om te zien hoe anderen over ons denken. Neem Facebook. Je kijkt de hele tijd of je wordt geliket. Je bent voortdurend alert, maar ook heel kwetsbaar als je dag in dag uit erkend wil worden. Laat ik duidelijk zijn: ik vind het de verdienste van Brené Brown, dat ze oog heeft voor de zwakke kanten van de mens. Ze beschrijft overtuigend dat we in deze tijd onze kwetsbaarheid en angsten overstemmen door druk, druk, druk te worden, krampachtig allerlei netwerken opbouwen, en daarbij desnoods drugs gebruiken of tranquilizers. Het siert haar bovendien dat ze haar eigen ontsporingen niet onvermeld laat. Terecht stelt ze, dat wij ons leven verpesten door veel te hoge verwachtingen en eisen aan onszelf te stellen, en ons teveel vergelijken met anderen. Perfectionisme leidt tot eenzaamheid, schaamte en een gebrek aan betrokkenheid. Dat heeft ze goed gezien, al thematiseert ze niet de topsporters en eenzame wetenschappers die dat allemaal op de koop toe nemen, wat ook niet onbelangrijk is. Maar dat neem ik haar niet kwalijk. Ze zegt: “Geluk is een kwestie van momenten.” Dat denk ik ook, en dat betoog ik ook onvermoeibaar: geluk is iets wat je toevalt. Een moment. Niet een toestand. Dus tot zover zijn we het eens. Maar meteen daarna schrijf ze: “Laat geluk niet door je vingers glippen!” En dan komt mijn kritiek.
Brown begrijpt niet wat kwetsbaarheid werkelijk is. Ze adresseert met veel mooie woorden de kwetsbaarheid, op een manier waarin iedereen zich herkent, en maakt daar vervolgens een eigenaardige successtory van. Kwetsbaarheid onderkennen zou volgens haar tot een beter, ja, zelfs een ‘bezield leven’ leiden. Dat dit ons zelden lukt en wat dat ‘bezielde leven’ precies is, daarover zegt ze eigenlijk niets. Dat vind ik het ergste.’
KLAP IN HET GEZICHT
‘Brown geef in haar boek een lijstje van ‘ervaringen die een gevoel van kwetsbaarheid geven’. Daar heeft ze het over ‘ontslagen worden’, ‘zwanger worden na drie miskramen’, ‘de eerste date na mijn scheiding’, enzovoorts.
Maar is dat werkelijke kwetsbaarheid? Er zijn vrouwen die in hun jeugd door hun vader zijn verkracht. Er zijn mensen die hun kind hebben verloren. Dat is echte kwetsbaarheid. Die staan niet in haar lijstje. Waarom schrijft ze daar niet over? Er zijn veel mensen die verschrikkelijke dingen hebben meegemaakt en daardoor het leven eenvoudigweg niet meer aankunnen. Voor hen is ‘De kracht van kwetsbaarheid’ een klap in het gezicht. Zij zullen er alleen maar verdrietiger en onmachtiger van worden, omdat ze blijkbaar de moed en de kracht niet kunnen opbrengen om te doen wat Brown adviseert: “Je emotioneel blootgeven, je onzekerheden trotseren, risico’s nemen.” Deze mensen, die mij zeer na aan het hart liggen, zullen zich nog meer schamen en nog schuldiger voelen. En ik vind die mensen niet minder belangrijk, interessant, waardig of bezield. Iemand die ten onder gaat, die echt en alleen maar faalt, die zelfmoord pleegt, omdat ie z’n kwetsbaarheden niet aankan; ook voor die mensen had ze haar boek moeten schrijven, ook voor hen had ze ruimte moeten vrijmaken. Ik vind dat Brown er meer oog voor zou moeten hebben dat er geen gebruiksaanwijzing voor het leven bestaat.’
Awee Prins – die enkele jaren geleden zijn vrouw verloor – hekelt de maakbaarheidsgedachte die hij waarneemt en de verleiding om een draai te geven aan iets dat in zichzelf heel moeilijk of zwaar is. Waar je je toe moet verhouden. Daarom kiest Prins liever voor ‘broosheid’. Al lezend vroeg ik me af of dat risico er ook niet is rondom het geloof. Aan ‘lijden’ bijvoorbeeld wordt soms snel betekenis toegekend. ‘Het is vast wel ergens goed voor.’ Maar zou lijden ook ‘zonder zin’ kunnen zijn? En hoeveel levens zijn er niet waarin geen verbetering optreedt, waarin de omstandigheden niet veranderen? Waarin je het moet zien vol te houden, uit te houden?
ND
Over broosheid gesproken: 10 september was het de internationale dag ter voorkoming van zelfdoding. In Nederland maken gemiddeld vijf mensen per dag een einde aan hun leven. Een verbijsterend hoog aantal. In verband hiermee schreven de psychologen Matthias Jongkind, Hanneke Schaap-Jonker en Bart van den Brink (Kennisinstituut christelijke ggz) een opiniestuk in het Nederlands Dagblad. Geloof wordt vanuit wetenschappelijk onderzoek gezien als een beschermende factor in relatie tot het denken aan en bezig zijn met zelfdoding (suïcidaliteit). Maar geldt dat zonder meer zo? De auteurs beschrijven de eerste resultaten van een onderzoek onder 155 patiënten met een depressieve stoornis. Bijgaand enkele passages:
Een belangrijke nieuwe bevinding is dat er bij de christelijke patiënten duidelijke verschillen waren in het godsbeeld en dat dit godsbeeld samenhing met de ernst van de suïcidaliteit. Concreet laten de resultaten zien dat patienten met een positief/steunend beeld van God minder suïcidaal zijn dan patiënten met een angstig/afstandelijk godsbeeld. Belangrijk om te vermelden is dat de patiënten met het positieve/ steunende godsbeeld God ook zagen als heersend/straffend. Dit betekent dus dat juist de combinatie van heersend/ straffend en positief/steunend beschermend is. Dat God als Koning regeert en leidt, op een dag een einde maakt aan alle kwaad, de regels en de begrenzing biedt, maar daarbij ook troost en geduld met mensen heeft, geeft stabiliteit en zekerheid: bij deze God kun je met je ellende terecht, Hij overziet het, en Hij is te vertrouwen. Het beeld van God als afstandelijk/niet-betrokken in combinatie met angst daarentegen is risicovol als het gaat om suïcidaliteit. Het voelt alsof God je in de steek gelaten heeft, er is geen plek waar je met je angst en wanhoop, schuld en twijfel terechtkunt, je bent op jezelf teruggeworpen.
LEVENSVERHAAL
Voor de pastorale begeleiding betekent dit dat de vraag wie God voor iemand is essentieel is. Hoe wordt God ervaren? Hoe wordt Zijn handelen gezien? Het antwoord op deze vragen vraagt om een deskundig vervolg, waarbij de pastor met de suïcidale persoon op een goede manier in gesprek gaat over de wijze waarop God gezien en ervaren wordt in het licht van zijn of haar levensverhaal én in het licht van de Bijbel.
De schrijvers hebben nog meer bevindingen gedaan die de positieve rol van het geloof nuanceren. Daarom:
Dit alles laat zien dat het te eenvoudig is om ervan uit te gaan dat geloof altijd beschermend werkt tegen suïcidaliteit, hoewel het in het algemeen zo is dat geloof beschermend werkt voor suïcidaliteit. Voor gemeenteleden die (mogelijk) wanhoop of uitzichtloosheid ervaren en/of die suïcidale gedachten hebben kunnen een pastor en kerkelijke omgeving veel betekenen. Simpelweg door in contact te blijven, door tijdig door te verwijzen naar professionele hulpverlening én het gesprek te voeren over God en geloof in relatie tot de problemen. Je bewaart zo de hoop voor iemand die zelf geen hoop meer heeft, en je maakt iets van God zichtbaar door erbij te blijven wanneer iemand door het dal vol schaduw van de dood moet.
In het Liedboek – Zingen en bidden in huis en kerk staan behalve veel liederen ook een aantal gebeden. Mij trof – met het thema broosheid in gedachten – een gebed (blz. 1361) van dr. Jan Taeke Bakker:
Trouwe God,
wij danken U dat U opraapt
wat iedereen heeft weggegooid
en over het hoofd gezien.
Leen ons vandaag Uw ogen en Uw
aandacht.
En als wij onszelf ervaren als vergeefs,
neem ons dan in Uw handen.
En vooral:
laat Uw liefde ons allen omarmen.
Amen.
Ds. G. van Meijeren is hoofd mobiliteitsbureau Predikanten & Kerkelijk Werkers van de Protestantse Kerk.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 september 2017
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 september 2017
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's