HARTENKREET
Homoseksueel John Lapré zoekt volwaardige plaats in de kerk
Christelijke gemeenten moeten mensen met een homoseksuele gerichtheid én relatie niet aan de poort laten staan, maar hen van harte binnenhalen. Deze dringende oproep doet John Lapré in zijn boek De veilige kerk. De heiligheid van de kerk komt hiermee wel in het gedrang.
Persoonlijk verlangt Lapré intens naar een veilige kerk voor homo’s. Hij schrijft in zijn boek dat het hem opvalt hoe mensgericht Jezus Zich opstelt. Aan het verhaal over de ontmoeting tussen Jezus en Zacheüs ontleent hij een drietal principes die volgens hem in de christelijke gemeente kunnen dienen als wegwijzer in haar omgang met de homoseksuele medemens. Door die tollenaar bij zijn naam te noemen, maakt Jezus duidelijk dat Hij de méns Zacheüs op het oog heeft en roept. Zo dient de christelijke gemeente de homoseksuele mens te kennen en te ontvangen.
Een tweede principe dat Lapré aan deze geschiedenis ontleent, is die van de ‘radicale gastvrijheid’. De gemeente moet voor de homoseksuele medemens een volwaardige plaats bewerkstelligen.
Het derde principe, ‘de hogere weg’, wil ons erop wijzen dat binnen de gemeente vaak alleen de religieus geijkte paden worden gevolgd, die geplaveid zijn met bijbelteksten. De hogere weg is de weg van de aanvaarding van de ander, van de mens zoals hij is.
LEVENSVERHAAL
In hoofdstuk 2 beschrijft Lapré zijn eigen levensverhaal, waarin hij zich bijzonder open en kwetsbaar opstelt. Opgevoed in de beschermde gemeente van Genemuiden schrijft hij over zijn bekering, alsook over zijn intense verwarring toen hij zijn homoseksuele gevoelens ontdekte.
Lapré is op een gegeven moment uit de kast gekomen, wat hem ontzettend veel heeft gekost: in een dag was hij zijn baan, zijn huis en zijn gemeente kwijt. Uiteindelijk heeft hij zijn homoseksuele gerichtheid aanvaard, is na veel gebed een relatie van liefde aangegaan met een man en heeft hij een geregistreerd partnerschap laten sluiten.
Iedereen mag komen zoals hij of zij is, maar je kunt niet blijven wie je bent
INCLUSIEVE KERK
Lapré verlangt naar een gemeente waarin hij met zijn homoseksuele gerichtheid én relatie een volwaardige plaats kan ontvangen, maar dat is tot op heden niet gelukt. Zo klinkt dan zijn hartenkreet: ‘Gemeente van Jezus Christus, wees als de vader in de gelijkenis. Snel de homo, die zo graag met u het feest van het geloof wil vieren, tegemoet. Laat hem niet buiten de poort staan!’
Uitvoerig beschrijft Lapré in zes stappen hoe een gemeente kan komen tot aanvaarding van hen die homoseksueel gericht zijn en/of leven in een homoseksuele relatie. Hij hoopt dat dit zal resulteren in een volledige aanvaarding binnen de gemeente van homoseksuele medechristenen die leven in een relatie.
In het laatste hoofdstuk lezen we dan over de droom van Lapré: een veilige kerk, ook voor homo’s. Kenmerkend hier is zijn gedachte over de ‘inclusieve’ kerk, een gedachte die overigens als een rode draad door het hele boek loopt. Een inclusieve kerk is de gemeenschap waarin ruimte bestaat voor verschillende standpunten, waarin het wel mag schuren, maar waar tegelijk iedereen welkom is.
WORSTELING
Lapré heeft dit boek geschreven in een stijl die zeer persoonlijk is en mij op een bijzondere wijze heeft geraakt. Het greep mij aan te lezen hoe de mens John Lapré een onvoorstelbaar eenzame strijd heeft ondergaan, hoe hij geworsteld heeft met zijn geaardheid. Ik proefde intense pijn en tranen. Het liet een verdrietig gevoel bij mij achter. Na zijn persoonlijke verhaal voel ik mij schuldig. Ook ik heb te weinig oog voor de eenzame worsteling van homo’s, van wie ik de meesten in mijn gemeente waarschijnlijk niet eens ken.
Toch: bij het lezen en hérlezen van dit boek bekroop mij een ander gevoel: wie wordt er nu in dit boek uiteindelijk centraal gesteld? Anders gevraagd: wie staat er in de kerk centraal: de mens zoals jij en ik, de gevallen, eenzame, worstelende, aangevochten, verdrietige mens? Of dé Mens Jezus, Die ons verlost van zonde, van eenzaamheid, van pijn?
ZONDE
Lapré wil geen theologische discussie ontketenen, zo lees ik. Dat is misschien wel de grote zwakte van dit boek. Immers, wil de christelijke gemeente een veilige plek zijn voor iedereen, dan zal zij moeten leren denken én leven vanuit Gods openbaring. In Gods Woord klopt Gods hart voor de mens, voor diens redding én diens nieuwe leven.
Met dit laatste stemt de schrijver wel in, maar hij is van mening dat in de Bijbel nergens negatief geschreven wordt over duurzame homoseksuele relaties. Wanneer er in de Bijbel negatief geschreven wordt over homoseksualiteit, zou dat enkel situaties betreffen in een heidens-afgodische context.
Echter: dat bijvoorbeeld Paulus in Romeinen 1 alleen homoseksueel gedrag in een heidense context in gedachten heeft, is niet vol te houden. Tal van gerenommeerde theologen hebben dat aangetoond. Ik verwijs hierbij graag naar het meesterwerk van A.J. Köstenberger, God, huwelijk en gezin, alsook naar de indrukwekkende studie van Kevin DeYoung: Wat de Bijbel werkelijk leert over homoseksualiteit.
Lapré geeft toe dat homoseksualiteit weliswaar niet Gods oorspronkelijke bedoeling was, maar dat het nu wel toegestaan is vanwege de gebrokenheid waarin wij leven. Hiermee bagatelliseren we echter het karakter van de zonde. Wat niet beantwoordt aan Gods (be)doel(ing), is niet anders dan het missen van je doel. Zonde dus! Ik sta overigens versteld van het gemak waarmee de schrijver voorbijziet aan de zondeval en de zonde.
HEILIGE KERK
Levend uit Christus’ genade en beseffend wat onze zonde Hem heeft gekost, mag de gemeente zich daar niet bij neerleggen.
Immers, mét dat je de poort van de gemeente binnenkomt, ontvang je de zegen en de troost van de gemeente, maar onderwerp je jezelf ook aan haar opzicht, vermaning (Heb.3:13) en terechtwijzing (Gal.6:6).
Lapré schrijft veel over zijn verlangen naar een ‘inclusieve’ kerk waar niemand wordt geweerd. Volgens hem is dat Gods verlangen, maar waar lees ik dat in de Bijbel? Ik kom nergens de gedachte van een ‘veilige’ kerk tegen, wel de ‘heilige’ kerk (1 Kor.6:9-11). Is het niet veel meer Gods verlangen dat mensen geheiligd worden, dat zij veranderen tot een nieuwe gehoorzaamheid?
Iedereen is welkom in de kerk. Iedereen mag komen zoals hij of zij is, maar je kunt niet blijven wie je bent (Tit.2:11-15). God is gericht op verandering van ons hart en vernieuwing van ons leven. Daarvoor gebruikt Hij zelfs lijden en loutering (Hebr.12; Jak.1).
Daarbij is het ook te kort door de bocht te veronderstellen dat Jezus altijd gericht was op de mens. Hij is bovenal gericht geweest op de eer en de verheerlijking van de Vader (Joh.17:4) en van daaruit op de redding én heiliging van Zijn kinderen (Joh.17:17).
Zo ontstaat een kerk waarin de kinderen van God worden beproefd en gelouterd, waar iederéén zijn kruis heeft te dragen, om zo gevormd te worden naar het beeld van Christus.
Op die wijze zal een heilige kerk ook een veilige kerk zijn, een gemeenschap die zich wil laten leiden door de woorden van Christus (Joh.14:23; 15:10,21). In deze gemeente hoeft niemand buiten de poort te blijven, maar kunnen mensen in hun zonde en gebrokenheid een plaats vinden om vergeving te ontvangen en geholpen te worden in een nieuw godzalig leven te wandelen.
De gemeente mag dan gezamenlijk de strijd tegen de zonde voeren. Dit betreft allerlei zonden. Zoals we ons niet mogen neerleggen bij de zonde van ruzie (Rom.1), zo ook niet bij de zonde van de homoseksuele praktijk. En wanneer de strijd tegen de zonde wordt opgegeven en een duidelijke keus gemaakt wordt vóór de zondige praktijk, kan dit zelfs resulteren in het feit dat er geen plaats meer is binnen de gemeente (1 Kor.5:5-7). Laat duidelijk zijn: dit laatste mag nooit gebeuren om van ‘die zondaar’ af te zijn, maar om hem opnieuw voor Christus te winnen (Matt.5:17).
HARTENKREET
Het boek De veilige kerk is een hartenkreet van de schrijver. Ten slotte wil ik mijn hartenkreet uitspreken. John Lapré, ik hoop van harte dat jouw ‘schreeuw’ wordt gehoord en dat de gemeente door Gods genade en liefde een veilige plek wil zijn waar God Zelf centraal staat en waarin heiliging en toewijding aan Hem in deze verwarrende tijd serieus genomen zullen worden.
Het is mijn hartenkreet dat de kerken en gemeenten terugkeren van een heilloze weg van normalisering en institutionalisering van homoseksueel gedrag. Er is een andere weg, zoals ik las in een interview met ds. Vaughan Roberts, predikant in Oxford (overgenomen in De Oogst, november 2012). Deze predikant worstelt zelf met een homoseksuele geaardheid, maar wil in lijn met Gods Woord celibatair leven. Hij geeft aan dat hij in alle moeite en strijd de liefdevolle hand van God herkent in alles wat hij ervaart. Hij mag het zien als ‘een mogelijkheid om te dienen, te groeien en vrucht te dragen’.
Ds. A. Bloemendal is predikant van de hervormde gemeente te Ederveen.
N.a.v. John Lapré, ‘De veilige kerk. Acceptatie van seksuele diversiteit binnen de christelijke geloofsgemeenschap’, uitg. Ark Media, Amsterdam; 144 blz.; € 16,95.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 september 2017
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 september 2017
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's