SELFIE VOOR DE GASKAMER
Ieder jaar opnieuw herdenken we op 4 mei de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog. Deze Nationale Dodenherdenking, landelijk georganiseerd door het Nationaal Comité 4 en 5 mei op de Dam in Amsterdam én in tal van gemeenten door plaatselijke comités, kan op een breed draagvlak in onze Nederlandse samenleving rekenen.
Wel laait de laatste jaren de discussie op of deze dag zich leent om ook anderen dan alleen de Nederlandse slachtoffers te gedenken. Sinds 1961 wordt hierin overigens een ruimere definitie gehanteerd die alle Nederlandse oorlogsslachtoffers of omgekomenen sinds het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog omvat.
HACHELIJKE ZAAK
Sowieso lijkt de wijze waarop we met het verleden omgaan geleidelijk te veranderen. Hoe langer de oorlog verleden tijd is, hoe verder weg het leed van degenen die het niet zelf meemaakten. De generatie die de dingen nog aan den lijve heeft meegemaakt, is bijna uitgestorven. We gedenken de oorlog grotendeels met mensen die het moeten hebben van de verhalen en getuigenissen, voor wie het werkelijk verléden tijd is. Dat maakt het herdenken in zekere zin tot een hachelijke zaak. Toen het herinneringscentrum Westerbork (in 1983) werd geopend, voorspelde de historicus dr. Lou de Jong dat dit het laatste grote herinneringsmonument zou zijn. Daarna zou de belangstelling voor deze episode uit de geschiedenis spoedig afnemen, zo meende de auteur van het veertien-delige standaardwerk Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog.
ATTRACTIE
Echter, onder de tweede en derde (en naar verwachting zelfs ook de vierde generatie) blijkt een toenemende be-langstelling voor deze periode uit het verleden te bestaan. Zo worden er vandaag de dag in Krakau (Polen), waar Steven Spielberg opnamen maakte voor zijn film Schindler’s list (Oskar Schindler redde 1100 Joden van de dood), excursies georganiseerd door de Joodse wijk. Er draait Joodse muziek, er zijn keppeltjes te koop en er zijn zogenaamde Joodse restaurantjes waar men varkenshaasjes (!) serveert. Midden in de Joodse wijk in een markt met kraampjes waar men insignes van de Deutsche Wehrmacht en SS verkoopt.
Er worden vanuit Krakau excursies naar Auschwitz-Birkenau georganiseerd, het Duitse vernietigingskamp waar maar liefst 1,1 miljoen Joden werden vergast. Dit kamp verwelkomt tegenwoordig gemiddeld zesduizend mensen per dag, een aantal dat jaarlijks met name in de zomer aanzienlijk oploopt. Kleurrijke folders lokken mensen die met busladingen tegelijk bij de ingang worden afgeleverd. Bij wijze van attractie kan met een AK-47 geweer worden geschoten. De Holocaust wordt een dagje uit, een attractie die je beslist niet gemist mag hebben. Er zijn groepsfoto’s onder de beruchte toegangspoort Arbeit macht frei, jonge mensen maken selfies voor de gaskamer en filmen met hun mobieltjes de inhoud van de vitrines, waarin persoonlijke bezittingen van hen die omgekomen zijn worden tentoongesteld. Bij thuiskomst wordt een en ander via het internet gedeeld. Een foto van een meisje bijvoorbeeld dat in een gasoven kruipt en vrolijk zwaait. Et cetera.
Is het raar om hier gemengde gevoelens bij te hebben? Is dit herdenken, of heeft dit feitelijk weinig of niets uit te staan met het afschuwelijke leed dat in de Tweede Wereldoorlog onder de Joden plaatshad? Een vraag die toch wel relevant is.
HERDENKEN
Een gids in Krakau constateerde dat toeristen steeds minder goed geïnformeerd zijn. Dat levert soms wel heel vreemde, buitengewoon gênante situaties op. Mensen eten op een grafheuvel hun broodje op, of steken een sigaretje op in het kamp, wat (uiteraard) streng verboden is. Op de plek waar massa-executies plaatsvonden laten mensen hun hond uit. ’s Zomers wordt er gepicknickt en frisbee gespeeld op de plek waar de as van duizenden mensen begraven ligt.
Ooit schreef prof. dr. A.Th. van Deursen (1931-2011) over de omgang met de geschiedenis: ‘Herdenken is vooruitzien. Het is natuurlijk ook terugzien. Wie herdenkt moet omkijken naar het verleden. Maar wie alleen terugkijkt, is enkel bezig met geschiedschrijving. Hij stelt vragen aan het verleden om te weten wat er gebeurd is. Maar als we herdenken dan gaat het omgekeerd. Dan stelt het verleden vragen aan ons, om te weten wat wij ermee zullen doen. Herdenken doe je alleen, als het verleden je nog iets te zeggen heeft.’
De laatste zinnen mogen wel tot nadenken stemmen. Het verleden stelt vragen aan ons en welke antwoorden geven we dan? Wat zégt het verleden tegen ons? Wie vanuit deze optiek weer eens kijkt naar hoe de Holocaust gecommercialiseerd wordt mét een hoge belevingsfactor, bekruipt het bange idee dat hier de plank geweldig misgeslagen wordt. Een selfie voor de gaskamer, met de Israëlzondag in het achterhoofd (aanstaande zondag, 1 oktober), is beslist géén goed idee.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 september 2017
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 september 2017
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's