OMGAAN MET DE DOOD
Tijdig nadenken over het levenseinde is nodig
Het overlijden van een geliefde is altijd confronterend. Wanneer er niets geregeld en op papier gezet is, dan verzwaart dit onnodig het verdriet. Vandaar het pleidooi om tijdig na te denken over het levenseinde.
Angst hebben voor het sterven kan een reden zijn om dit te ontwijken. Dit artikel wil behulpzaam zijn om het gesprek aan te gaan met onszelf, anderen en het Evangelie. Daardoor kan er meer ruimte komen ons sterven onder ogen te zien en bewust de zaken te regelen ten aanzien van onze begrafenis.
GEMEENTEBREED
Tijdens mijn bezoeken aan gemeenteleden in de dagen na het plotselinge overlijden van een jonge vader (zie kader) kwam dit steevast ter sprake. Toen bleek dat weinigen serieus hadden nagedacht over de vragen waarmee de jonge weduwe werd geconfronteerd.
Dat had niet zozeer te maken met ontkenning van onze sterfelijkheid. De oorzaak was veeleer dat het onrustig maakt om de eigen eindigheid onder ogen te zien. We zien, ook als christenen, op tegen ons sterven, omdat de dood de laatste vijand is (1 Kor.15:26). Op de bodem van onze ziel leeft bewust of onbewust angst voor de dood. Daarom ontwijken wij het gesprek over ons levenseinde en schuiven we het regelen van allerlei zaken op dat punt steeds weer voor ons uit.
MAATSCHAPPIJBREED
Dit komt niet alleen onder christenen voor. Het is een maatschappijbreed probleem. Vandaar dat het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) aan verschillende maatschappelijke organisaties een subsidie heeft gegeven om hun achterban ‘bewust te maken van het belang om tijdig na te denken en te spreken over wensen en verwachtingen ten aanzien van het levenseinde’. Dit gesprek omvat vragen als: ‘Hoe staat u tegenover medische behandelingen? Moet je alles aangrijpen of is er een grens?’ ‘Hebt u weleens doorgesproken wat u wel of niet wilt als uw conditie achteruit gaat?’ In dit gesprek gaat het óók over je zaken regelen met het oog op je sterven en begrafenis.
Een van deze organisaties is de Nederlandse Patiëntenvereniging (NPV), waar ongetwijfeld heel wat lezers van De Waarheidsvriend lid van zijn. De NPV werkt momenteel aan de ontwikkeling van een brochure voor predikanten en pastoraal werkers. Daarin staan handvatten om tijdig met gemeenteleden in gesprek te gaan over wensen en verwachtingen ten aanzien van de laatste levensfase, sterven en begrafenis. Zodra de brochure gereed is, wordt dit bekendgemaakt.
HULP
Bewust aandacht geven aan de angst voor het sterven en daarover met jezelf en met het Evangelie in gesprek gaan, is lastig. Want waarom zie ik zó tegen het sterven op? Waar zit dat precies op vast? Om daarin te kunnen onderscheiden hebben we hulp nodig, allereerst van de Heilige Geest. Hij is immers de Trooster (Joh.14:18), dat wil zeggen: de aan ons geschonken Raadgever. Daarnaast is het verstandig om een ervaren pastor, een wijze ouderling of een fijnzinnige bezoekzuster te vragen om samen te zoeken naar de achtergrond van deze angst. Angst voor de dood is namelijk een kluwen die bestaat uit verschillende deelangsten. Doorgaans wordt onderscheid gemaakt tussen: scheidingsangst, pijnangst, afscheidsangst, onbekendheidangst en oordeelsangst.
Wanneer we bij onszelf bemerken dat het opzien tegen het sterven zo’n vorm aanneemt dat het ons belemmert om ons levenseinde bewust onder ogen te zien, dan is het verstandig om samen met iemand te zoeken welke deelangst ons parten speelt. Dat dit gesprek behoedzaam gevoerd dient te worden en omrankt zal zijn door het gebed om de Raadgever, spreekt voor zich. Immers, Hij alleen kan ons in het gesprek zo leiden dat het ook echt duidelijk wordt waar deze angst uit voortkomt.
DEELANGSTEN
Wij zijn als mens door God geschapen in de eenheid van ziel en lichaam. Sterven is bijbels gezien tegennatuurlijk. Het leven verzet zich – onbewust – tegen het uiteenvallen van lichaam en ziel. Vandaar soms dat onrustig plukken aan de dekens vlak voor het sterven. Dat is een vorm van doodstrijd: scheidingsangst. Een andere component is de vrees voor lichamelijk lijden: ziekte, pijn, benauwdheid en ontluistering. Samengevat onder de noemer pijnangst.
Sterven betekent óók dat je afscheid moet nemen van je geliefden en dierbaren, je relaties, je werk, je omgeving. Alles en iedereen moet worden losgelaten. Dat is moeilijk en vertaalt zich in de vorm van afscheidsangst.
Er is nog nooit iemand teruggekeerd uit de dood die ons verteld heeft hoe het er precies uitziet achter de dood. Mensen met een bijna-doodervaring zijn niet achter de dood geweest. Opzien tegen het sterven kan daarom ook samenhangen met angst voor dit totaal onbekende terrein: onbekendheidsangst.
Angst voor het sterven kan ten slotte ook teruggaan op vrees voor de ontmoeting met de Rechter van hemel en aarde en voor het oordeel over het geleefde leven en eeuwige afwijzing: oordeelsangst. Zo kan in een behoedzaam gesprek bijvoorbeeld blijken dat onze angst voor de dood te maken heeft met het feit dat wij van dichtbij een uitermate pijnlijk sterfbed hebben meegemaakt. Zo’n traumatische ervaring laat dan nu nog sporen achter in de vorm van pijnangst. Of het opgroeien onder een prediking waarin eenzijdig de nadruk lag op het Rechter-zijn van God heeft geresulteerd in angst Hem te ontmoeten. Doorgaans licht er iets op van de richting waarin we de oorzaak moeten zoeken.
ONOPHEFBAAR
Wanneer er zo enige duidelijkheid is gekomen over de achtergrond van de angst, kan er in een tweede gesprek een volgende stap gezet worden. Die deelangst kunnen we tegen het licht van het Evangelie houden. In dat licht zijn scheidingsangst, pijnangst en afscheidsangst in principe onophefbaar. Ze zijn diep menselijk en horen bij het leven. Ook al ben je gelovig en mag je je een kind van God weten, dan nóg kun je geweldig opzien tegen het sterven vanwege de ontluistering of het niet-kunnen-loslaten van je partner of je (jonge) kinderen. Het is dan ook onbarmhartig om te stellen dat een christen geen angst mag hebben voor de dood. In het pastoraat kunnen wel dingen worden aangereikt die verzachtend en troostend zijn.
Bij scheidingsangst, dat zich kan uiten in rusteloosheid, zegen ik mensen onder handoplegging met de Aäronitische zegenbede uit Numeri 6:24-26. Soms tilt hen dit boven de doodstrijd uit en wordt er iets van overgave en vrede geboren. Wanneer het pijnangst betreft kunnen we wijzen op pijnbestrijding en palliatieve zorg, die in ons land op hoog niveau staan. Niet altijd kan de pijn effectief bestreden worden, maar vaak treedt er vermindering op.
Als het gaat om afscheidsangst, kunnen we wijzen op ‘stervensgenade’ die de Heere wil schenken. Dat is de genade waardoor iemand losgemaakt wordt en daardoor daadwerkelijk in vrede kan heengaan. Ook daarin kan zegening onder handlegging een rol spelen. De kern is dat we nu reeds in het geloofsvertrouwen mogen leven dat de Heere – als het werkelijk nodig is – deze genade zal schenken wanneer we Hem daarom bidden. Met als gevolg dat de scheidingsangst gebroken wordt en vermindert.
De goede Herder is in het onbekende gebied achter de dood de enige Bekende
OPHEFBAAR
Onbekendheidsangst en oordeelsangst zijn in het licht van Evangelie in principe ophefbaar. Een christen mag in de levenslange geloofsomgang met de goede Herder Hem steeds beter leren kennen en leren vertrouwen. Dat leren kennen gaat zó ver dat de schapen Zijn stem (her)kennen (Joh.10:4). Daarom is Hij in dat totaal onbekende gebied achter de dood de enige Bekende voor een christen. Een christen die worstelt met onbekendheidsangst, mag daarom in de geloofswetenschap leven achter de dood Hém te ontmoeten met Wie hij/zij levenslang in geloofsvertrouwen is omgaan.
Ten aanzien van angst voor het oordeel mag een christen weten dat God de Vader het aan Zijn Zoon heeft overgegeven het laatste oordeel uit te spreken (Hand.10:42). Het opzienbarende is echter dat het Evangelie er vol van is dat een ieder die in deze Zoon gelooft, vergeving van zonden ontvangen zal door Zijn Naam (Hand.10:43). Rechter en Redder zijn in één Persoon verenigd. Logisch is dat niet te verklaren, maar dit is werkelijk troostend voor een mens van wie het geweten hem aanklaagt. In dit verband is ook 1 Johannes 3:20 veelzeggend: ‘Want als ons hart ons veroordeelt, God is meer dan ons hart, en Hij weet alle dingen.’
OMSLAG
Wanneer we de angst voor het sterven uitspreken en in het licht van het Evangelie brengen, dan vindt er – door de kracht van de Heilige Geest – een omslag plaats. Het gaat dan van angst naar vertrouwen. De angst wordt gebroken, maar verdwijnt niet volledig. Het vertrouwen ontkiemt, maar blijft aangevochten. Dat dubbele hoort bij ons aardse bestaan als christen. Maar de balans slaat door naar het vertrouwen en de kleur van onze levenshouding verandert echt.
Als gevolg hiervan komt er ruimte om onze eindigheid bewust onder ogen te zien en onze zaken rondom ons sterfbed en onze begrafenis te regelen. Dat is winst voor onszelf en onze omgeving. Maar vooral: zo in het leven te staan is tot eer en glorie van onze Redder.
Ds. H.G. de Graaff uit Nieuwerbrug is emeritus predikant.
ONTHAND
Als een lopend vuurtje ging het door de gemeente: een jonge vader was bij een verkeersongeluk om het leven gekomen. Zijn vrouw zat, toen ik haar ontmoette, apathisch in haar stoel. Ze was totaal uit het lood geslagen.
Ze werd daarbij geconfronteerd met een spervuur van vragen waar snel antwoord op móést komen: waar en wanneer wordt uw man begraven? Wilt u een graf kopen? Wat komt er op de rouwkaart te staan en wie moeten dat bericht ontvangen? Is er een bijbelwoord dat centraal zou kunnen staan in de rouwdienst? Welke
Dat zij op dat moment zo onthand was, kwam mede doordat zij en haar man niets hadden geregeld en op papier hadden gezet.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 oktober 2017
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 oktober 2017
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's