De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

DE GEEST MAAKT LEVEND

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DE GEEST MAAKT LEVEND

Van harte gereformeerd [10, roeping en geloof]

8 minuten leestijd

Wat spreekt de Bijbel rijk en heerlijk over het werk van Christus. In Zijn volbrachte middelaarswerk ligt de volkomen verlossing van wat verloren is. Zowel in het doop- als het avondmaalformulier belijdt de kerk dat het heil volkomen buiten onszelf, in Jezus Christus ligt.

Waar dit Evangelie klinkt, wordt de vraag geboren hoe wij in dat heil kunnen delen. Op welke wijze komt het heil van Christus ons ten goede? Hoe wordt dit heil ons tot een persoonlijke en vaste grond onder de voeten, zodat wij kunnen zeggen: wij hebben vrede met God (Rom.5:1)?

Vooral in het Johannesevangelie leert de Heiland ons dat God het eeuwige leven geeft aan wie in Hem gelooft. Door het geloof deelt een zondaar in de wonderlijke vrijspraak van een welverdiend oordeel.

Kenmerkend voor dit bijbelse geloof is dat het van zichzelf, van eigen verdiensten en mogelijkheden afziet en op Christus is gericht. Geloven is ‘amen’ zeggen op wat de Heere zegt en doet. Het is een erkennen en vertrouwen dat Hij in Christus zo eeuwig genadig is voor wie het zo eeuwig verprutst heeft. Als Jezus Zich als de Opstanding en het Leven openbaart aan Martha, is Zijn enige vraag aan haar: gelooft u dat? (Joh.11:26).

GEEN LANDINGSPLAATSEN

We staan echter voor het huiveringwekkende feit dat geen mens van nature gelooft. Het heil vindt geen gehoor bij een mensdom dat zichzelf wel redt. De natuurlijke mens begrijpt ook niet de dingen die van de Geest van God zijn (1 Kor.2:14). In ons zijn geen landingsplaatsen of aanknopingspunten, geen natuurlijke vermogens of verlangens om God op Zijn Woord te geloven. Zijn heil is voor ons de dwaasheid gekroond. Zou het aannemen van het Evangelie een mensenwerk zijn, dan zou nooit iemand in Christus geloven en zalig worden.

SPAANS BENAUWD

De kerk heeft daarom de Schrift niet alleen nagesproken als het gaat over het rijke werk van Christus. Zij belijdt het even heerlijke en onmisbare werk van de Heilige Geest. De Heere draagt als de Drie-enige niet alleen zorg voor de verwerving van het heil door Christus, Hij draagt ook zo liefdevol en genadig zorg voor de toe-eigening van dit heil door Zijn Heilige Geest.


In ons zijn geen landingsplaatsen of aanknopingspunten om God op Zijn Woord te geloven


Het is mooi om te zien hoe juist de Reformatie het werk van de Heilige Geest weer voluit ontdekt heeft. Calvijn wordt wel de ‘theoloog van de Heilige Geest’ genoemd. Waarom? In de prediking van zowel Rome als de dopersen werd een zondaar voor zijn heil en zekerheid uiteindelijk teruggeworpen op zichzelf. De evangelieprediking dreigt, ook nu, wettisch te worden omdat wij uiteindelijk zélf moeten geloven en doen. Maar wat krijg je het daar Spaans benauwd van: te móeten geloven maar niet te kunnen.

Dan heb je de ontdekking nodig die de reformatoren deden: het is Gods Heilige Geest Die het geloof als een gave in ons werkt. Dat is nu Gods werk ten voeten uit: wat Hij van ons eist, dat geeft Hij ons Zelf. Hij schenkt degenen die zalig worden, een levend geloof (Dordtse Leerregels II, 8).

PREDIKING

Onder onze belijdenissen vallen hier met name de Dordtse Leerregels op en open. Dat is niet vreemd. Het geding spitst zich immers toe op de vraag welke rol een mens speelt in zijn eigen behoud. Daarmee is de radicaliteit van de genade in het geding en daarmee ook de zekerheid van het geloof. Kan een mens uit zichzelf geloven en zo delen in het heil van Christus? En hoe preek je dan, hoe spreek je je hoorders dan aan? Hoe appellerend moeten je preken dan zijn? En wáár moet je dan op appelleren?

Het is ronduit verrassend om te ontdekken dat de Leerregels die zo bekend zijn geworden door hun uitspraken over de goddelijke verkiezing, alle licht laten vallen op de prediking. Meteen aan het begin van hoofdstuk I belijdt de kerk met Johannes 3:16 dat wie in Jezus Christus gelooft, niet verloren gaat maar het eeuwige leven heeft. Om tot dat geloof gebracht te worden, laat de Heere in deze wereld het Evangelie prediken (I,3). Deze prediking komt tot alle mensen, zonder onderscheid (II,5), met bevel van bekering en geloof. Deze prediking is geen voorstelling van zaken, waaruit de hoorders met hun eigen verstand en hart een conclusie moeten trekken – zij is de stem van God aan dovemansoren, aan dodemansoren. Gods spreken is zo krachtig dat het tot leven roept wat dood is (Rom.4:17). De Heilige Geest wekt geloof waar het niet is en vanuit zichzelf niet komt.

ROEPING

Bijbelse prediking draagt dus het karakter van roeping. Ons wordt van Godswege toegeroepen dat Hij goddelozen om niet rechtvaardigt door het smetteloze bloed van het Lam. Wij worden er van Godswege toe opgeroepen om dit heil- en troostrijk woord te geloven, en ons van ons ongeloof te bekeren. In die zin is bijbelse prediking appellerend, gericht op het hart, gericht op de aanraking van het geweten, gericht op een beslissende ommekeer: ‘Laat u met God verzoenen.’

Maar bijbelse prediking appelleert níet aan onze goede wil of vermogens om de Heere op Zijn Woord te geloven. De vraag laat zich stellen of dat toch niet heel veel gebeurt, ook in prediking die gereformeerd zegt te zijn. Van prediking die je dood-appelleert, word je doodmoe. Prediking die doet alsof geloof de gewoonste zaak van de wereld is, de meest logische beslissing in een mensenleven, is genadeloze prediking.


Prediking is de stem van God aan dodemansoren


Maar prediking die weet van een betonnen hart en een ijzingwekkend ongeloof waardoor het voor ons onmogelijk is om ooit tot geloof te komen, brengt ons bij het werk van de Heilige Geest. Wat bij de mensen onmogelijk is, is mogelijk bij Hem. De prediking vraagt niet alleen om geloof, zij wékt ook het geloof. Dat gebeurt door een onverklaarbare, verborgen en heerlijke werking van de Heilige Geest Die de roepstem van het Evangelie laat binnendringen in het meest verwrongen hart, en het de belijdenis ontlokt: Ja Heere, ik geloof. Het geloof is uit en door het gehoor, spreekt de Heidelberger in zondag 7 de apostel na (Rom.10:15). Dit waarachtig geloof wordt in de mens gewerkt door het gehoor van het Woord van God en de werking van de Heilige Geest (NGB art.24). Het is genade om te mogen geloven – delen wij die overtuiging met de kerk der eeuwen? En met de Heilige Schrift zelf (Ef.2:8; Filip.1:29)? Dat maakt de Dordtse Leerregels zo actueel: als de zaligheid ook maar érgens verankerd ligt in de mens, doen we niet alleen de volkomen genade van God tekort, maar ondergraven wij de zekerheid van het geloof. Daar verarmt ons spreken over de Heilige Geest Die ín ons werkt wat buiten ons ligt.

AANHOUDEND SPREKEN

Het zet ons opnieuw aan het denken over de prediking. Wat mogen wij verwachting hebben onder de verkondiging van het Woord van God. In de kerk zijn we echt in de werkplaats van de Heilige Geest. Daar doet God grote wonderen. Bidden we erom voor de dienst? Luisteren we zo, omdat er geen mensenwoord klinkt maar (zoals het werkelijk is) Gods eigen stem ons roept? Zo houdt het geloof het ook vol. Omdat de Heilige Geest het me steeds weer zegt, bij herhaling. Het geloof leeft door het aanhoudende en volhardende spreken van Hem, zondag aan zondag.

GEBED

Voor wie op de kansel geroepen is, is het eveneens een meer dan troostrijke belijdenis. Je kunt als prediker geen geloof wekken, nog niet eens in je eigen hart. Natuurlijk, je beweegt net als Paulus je hoorders tot het geloof. Er lijkt soms zo weinig beweging in te komen, en als je beweging onder je hoorders ziet, is het soms net de beweging die je niet verlangde.

Maar voor Schriftlezing en prediking bidden we om de Heilige Geest. Die gaat er Zijn eigen weg mee. Wat je voor de één bedoelde, raakt die ander die je over het hoofd zag. Wat je links zaaide, droeg rechts vrucht. Tot je verdriet zie je luikjes in ongeloof dichtgaan. Tot je verwondering zie je luikjes in verootmoediging en geloof opengaan. Ik geloof in de Heilige Geest, Die Heere is en levend maakt (Nicea), Die raad weet met mijn ongeloof en dat van mijn seculiere naaste. Hoe rijk en troostvol schrijven de Dordtse Leerregels daarover (III/IV, 11). Zij zeggen ook: ‘Wat anderen betreft, die nog niet geroepen zijn, voor hen moet men tot God bidden, Die de dingen die er niet zijn, roept alsof zij waren.’

Wat is dat een belangrijk en hoopvol gebed.

Ds. A.J. Mensink is predikant van de hervormde gemeente te Elburg.


Volgende week: ds. A.L. van Zwet over rechtvaardiging.


VRAGEN VOOR PERSOONLIJKE OVERDENKING OF VOOR GROEPSGESPREK:

1. Als wij in de prediking van het Woord met Gods eigen roepstem te maken hebben, wat betekent dat dan voor de manier waarop u naar de kerk gaat?

2. Vertroost het u dat het geloof een gave van God is? Waarom wel/niet?

3. Welke actualiteit hebben de Dordtse Leerregels in hun spreken over het werk van de Heilige Geest?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 oktober 2017

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

DE GEEST MAAKT LEVEND

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 oktober 2017

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's