De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

MARANATHA!

Bekijk het origineel

MARANATHA!

Hernieuwde belangstelling voor het avondmaal [2]

6 minuten leestijd

In de Vroege kerk was er weinig tot geen discussie over het heilig avondmaal, toen nog eucharistie genoemd. De theologie van de eucharistie was een ‘oase van rust’ (A. van de Beek), terwijl er in de eerste eeuwen wel snel schermutselingen ontstonden rond de kinder- dan wel volwassendoop.

In de vierde eeuw was het met die rust rond het avondmaal gedaan. Kerkvader Ambrosius van Milaan (339-397) was de eerste die zich uitvoerig met de eucharistie bezighield. In zijn catechesen leert hij nadrukkelijk de werkelijke aanwezigheid van het lichaam en bloed van Christus. Bij Augustinus (354-430) gaat er een wissel om, al is het niet eenvoudig om zijn sacramentstheologie te doorgronden. Voor de kerkvader van het westen is er een duidelijk onderscheid tussen het lichaam van de verhoogde Christus in de hemel en het lichaam van Christus in het sacrament. Het een (ver)wijst naar het ander; brood en wijn verwijzen naar Christus in de hemel. Het aardse teken (signum) verwijst naar de hemelse realiteit (res). Vandaar het zogenaamde sursum corda (verheft het hart). We moeten ons hart opheffen, want ons Hoofd (Christus) is in de hemel.

DIEPTEPUNT

De beide kerkvaders twijfelen niet over de werkelijke aanwezigheid van Christus in het avondmaal, ze verschillen wel van mening over de vraag waar en hóe Hij aanwezig is. Enkele eeuwen later breekt de eerste avondmaalsstrijd uit, waarvan de kiemen liggen in de verschillende avondmaalsopvattingen van Ambrosius en Augustinus. Zo is er in de negende eeuw het grote geding tussen Radbertus (785-865) en Ratramnus (gestorven rond 868). Met name de kerk van het westen heeft sindsdien geen rust gekend en wordt voortdurend geteisterd door twist en tweedracht rondom het heilig avondmaal. Een dieptepunt kan de controverse in de tijd van de Reformatie worden genoemd. Hierin gaat het namelijk niet alleen over grote verschillen van inzicht tussen rooms-katholieken en protestanten, maar ook tussen protestanten onderling.

TWISTAPPEL

Een merkwaardig fenomeen doet zich hier voor. Van meet af aan heeft de kerk aangevoeld dat in de bediening van het heilig avondmaal de eredienst haar hoogtepunt bereikt. Gaandeweg werd daarom de behoefte groter om het heilig avondmaal tot het middelpunt van de dienst te maken. Hier dankt de mis haar opkomst aan. Tegelijk stellen we vast wanneer we de kerkgeschiedenis overzien: in de christelijke kerk is nergens zo veel strijd over geweest als over het sacrament dat een middel tot gemeenschap moet zijn. ‘En over bijna geen ander onderwerp zijn zulke moeilijk verstaanbare theologische leeruitspraken opgesteld als over het Avondmaal, dat toch juist een hulpmiddel moest zijn van Godswege, om het Woord van verzoening te begríj́pen.’ (E. Brunner) Augustinus sprak weliswaar met voorkeur over het sacrament van eenheid en de band der liefde wanneer hij over het avondmaal sprak, het blijkt in de geschiedenis echter tot op de dag van vandaag een voortdurende twistappel te zijn. Aangrijpend. Iemand noemde de geschiedenis van het avondmaal een ‘lijdensgeschiedenis’ (F. Loofs). De Franse verlichtingsfilosoof Voltaire (1694-1778) sneerde dat de maaltijd van eenheid een aanleiding tot verwarrend onderling gekibbel was geworden. De apostel Paulus schrijft in Efeze 4:5: ‘Eén Heere, één geloof, één doop.’ In dit rijtje ontbreekt het avondmaal. Zou de heidenapostel soms ‘al hebben voorzien dat de kerken elkaar uitermate moeilijk kunnen vinden op het punt van het avondmaal?’ (A.F.N. Lekkerkerker)


Christenen waren zij die aan de eredienst en eucharistie deelnamen


GEHEIM

We zullen in dezen de wijze raad van Calvijn (1509-1564) ter harte moeten nemen. In zijn kleine traktaat over het heilig avondmaal (Petit traicté de la saincte cène) – bedoeld om tegenstellingen te overbruggen – schrijft hij dat de dingen die ons met betrekking tot het sacrament (nog) niet duidelijk zijn, tot nederigheid moeten nopen. Gaat het bij de vraag naar de presentie van Christus in het heilig avondmaal niet om een geheim, een mysterie? Volgens dr. Heiko A. Oberman (1930-2001) is er geen middeleeuwse theoloog, geen auteur uit de Middeleeuwen en geen reformator uit de zestiende eeuw die het woordje geheim zo vaak gebruikt als Calvijn. We krijgen er onze vinger uiteindelijk niet achter. De geheime werking van Gods Heilige Geest (arcana operatio) is in woorden en begrippen niet te vangen. Dat houden we in het vervolg voor ogen.

We laten de schermutselingen over de eucharistie in de eerste eeuwen hier voor wat het is. Voor wie hierover adequaat geïnformeerd wil worden, verwijs ik naar het nog altijd zeer bruikbare handboek Bij brood en beker. Leer en gebruik van het Heilig Avondmaal, dat onder redactie van dr. W. van ’t Spijker verscheen. Dr. J. van Genderen schetst daarin een boeiend en verhelderend overzicht van het avondmaal in de Oude kerk.

CHRISTUS IN ONS MIDDEN

Waar we echter in dit artikel nog wel de aandacht op willen vestigen, is de avondmaals beleving in de Vroege kerk. Zoals gezegd leefde de gedachte (liever: het geloof) sterk dat Christus werkelijk present was, echter niet alleen in de bediening van de eucharistie. De tafelgemeenschap was ingebed in het christen-zijn voor Gods aangezicht én in het leven van de gelovigen onderling. De gemeenschap der heiligen viel samen met de gemeenschap aan de heilige dingen (heilige doop en heilig avondmaal). Het is een opvallend gegeven dat we het geloofsartikel communio sanctorum vanuit het Latijn op beide manieren kunnen vertalen: het gaat om de verzameling van ware gelovigen, die vanzelfsprekend ook samen deel hebben aan de heilige sacramenten. Dr. H. Jonker (1917-1990) merkt hierover het volgende op: ‘Deze gemeenschap der heiligen was bij de eerste christenen reële werkelijkheid. Men was in die tijd geen gelovige als men individueel geloofde, maar wanneer men de samenkomst der gelovigen bezocht. Men was pas echt christen als men aan de eucharistie deelnam (…) want in deze vergadering der gelovigen was Christus aanwezig.’ Kortom, christenen waren zij die aan de eredienst en eucharistie deelnamen! Daar geldt immers de belofte dat Christus er ook zou zijn (Matt.18:20). We zullen onszelf deze rijke gedachten en inzichten opnieuw eigen moeten maken. Dat zal ons, modern en individualistisch als we inmiddels geworden zijn, moeite kosten. Maar het loont geweldig.

MARANATHA

Daar komt nog iets bij. Voor de vroegchristelijke gemeente was de uitroep Maranatha! onlosmakelijk verbonden met eucharistie en eredienst. Onder de nieuwtes-tamentici is er bepaald geen eenstemmigheid over de vraag of we deze uitroep in 1 Korinthe 16:22 slechts eschatologisch (dus ten aanzien van de wederkomst van Christus) moeten duiden of dat we ze ook als een gebed om de komst van Christus in eredienst en sacrament mogen interpreteren. Nauw hieraan verbonden is de vraag hoe we het slot van 1 Korinthe 16 lezen in het geheel van de Korinthebrief. Nieuwe(re) uitleg wijst een verband tussen de uitroep Maranatha en de eredienst vrij resoluut van de hand. Meestal zonder al te veel argumenten. Er pleit mijns inziens veel voor om de oudere uitleg (veelal onder Duitse exegeten) te blijven volgen.

Dr. O. Cullmann (1902-1999) wees in 1944 op wat hij noemde het ‘specifiek christelijke element’ van deze gebedsroep. Volgens hem is Maranatha het oudste liturgische gebed. Zo treffen we haar ook aan in de Didache, in verband met de eucharistie. Het is hier de plaats niet om hier dieper op door te gaan. We stellen echter vast dat de uitroep Maranatha zowel imperatief (Heere, kom!) als indicatief (onze Heere ís gekomen) kan worden vertaald. Dan is het eschatalogische aspect aanwezig, terwijl we in geloof mogen vertrouwen dat de Heere werkelijk onder ons is wanneer we brood breken en wijn vergieten.

Ds. C.H. Hogendoorn is predikant van de hervormde gemeente te Katwijk aan Zee.


Volgende week deel 3: het avondmaal en de kracht van het Woord.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 oktober 2017

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

MARANATHA!

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 oktober 2017

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's