LESSEN VAN LUTHER
Hernieuwde belangstelling voor het avondmaal [3]
De (vroege) reformatoren waren sterk in hun verwoordingen over Schrift en genade, ‘zwak’ stonden ze echter in hun formuleringen over kerk en sacramenten. Het laatste vormt zelfs ‘de achilleshiel’ van de Reformatie (Alister E. McGrath).
Het is verdrietig om te zien hoe de reformatoren het onderling niet eens konden worden, juist ten aanzien van de aanwezigheid van Christus in het heilig avondmaal. Er vielen in het heetst van de strijd harde woorden.
Men kan zich verbazen over die buitengewone heftigheid in woord en geschrift. We moeten echter goed bedenken dat het hierin voor Zwingli, Luther, Calvijn en anderen beslist niet om bijzaken ging. In de gedachten over het heilig avondmaal concentreerde zich bij wijze van spreken de hele theologie. Wie is God?
Hoe werkt Hij? Hoe is Hij onder ons aanwezig? Serious business (T.J. Davis) dus.
Men kan zich over mindere dingen druk maken. Het is hierom beter om niet over de avondmaalsvisie, maar over het avondmaals-gelóóf van de reformatoren te spreken (ds. H.J. Lam).
CHRISTOCENTRISCH
We gaan op de eerste en tweede avondmaalsstrijd in de Reformatie niet verder in. Daarover informeren diverse handboeken ons in voldoende mate. In dit artikel onderzoeken we hoe Maarten Luther (1483-1546) over de presentie van Christus in het heilig avondmaal dacht.
Deze ‘mens tussen God en duivel’ (H.A. Oberman) legt een enorme ernst en hartstocht aan de dag wanneer het om deze dingen gaat.
Dat valt ongetwijfeld uit zijn biografie te verklaren. Was hij het niet die na bange worstelingen van aanvechting en vertwijfeling God vond in de Schriften? Dat de Bijbel daarom volstrekt ernstig en letterlijk genomen moest worden, was voor de Wittenbergse hoogleraar niet meer dan een logisch gevolg. Er zijn maar weinigen in de kerkgeschiedenis aan te wijzen die in hun theologiseren zo sterk christocentrisch te werk zijn gegaan als hij.
In zijn voorrede op de uitleg van de Galatenbrief schrijft hij: ‘In mijn hart heerst dat ene artikel, namelijk het geloof in Christus, waaruit, waardoor en waarnaar dag en nacht al mijn theologische gedachten uitgaan en terugkeren, en toch besef ik van de hoogte, breedte en diepte van deze wijsheid niet meer begrepen te hebben dan brokstukken en een zwak en gebrekkig begin.’ Wie zegt hem dit na? Luther kende een gróte Christus.
Het mysterie van Christus’ aanwezigheid in het avondmaal moet volgens Luther niet worden verklaard, maar bewaard
MISVERSTAAN
Wie niet voldoende rekening houdt met tijd en context, zal Luther spoedig misverstaan. Bovendien maken zijn gedachten over de aanwezigheid van Christus in het avondmaal een ontwikkeling door, gevoed door de fronten en polemieken van zijn dagen. Dr. K. Zwanepol merkt terecht op dat het Luther niet om de termen ging. Zo gebeurt het nogal eens dat wij Luthers opvattingen over het avondmaal typeren als consubstantiatie, terwijl deze term in zijn geschriften helemaal niet voorkomt.
Hoewel de term inhoudelijk gezien redelijk recht doet aan zijn positie, verzette Luther zich juist tegen allerlei filosofische onderscheidingen die het wonder van Christus’ presentie zouden moeten verklaren. Het gaat immers om een geheimenis, het mysterie moet niet worden verklaard, maar bewáárd. Het gaat om de waarheid en de werkelijkheid van de Zich tegenwoordig stellende Christus.
HET WOORD
Bekend is hoe Luther tijdens het gesprek te Marburg (oktober 1529) de woorden ‘Dit is Mijn lichaam’ met krijt voor zich op tafel schreef. Dit voorval typeert zijn theologiseren. Luther wilde de Schríft volstrekt serieus nemen. Das Wort, Sie sollen stehen lassen! De waarheid en betrouwbaarheid van het Woord stonden op de voorgrond.
Met voorkeur spreekt hij daarom voortdurend over belofte en testament. Als de Heere Jezus over het brood zegt dat het Zijn lichaam ís, dan zijn dit toch ‘heldere woorden’ uit de Schrift? Ondubbelzinnig en overweldigend – dus ‘voeg je!’ Luther wees de middeleeuwse viervoudige schriftzin af, benadrukte dat het Woord maar één betekenis kon hebben. In Worms (1521) had hij al verklaard ‘in het Woord gevangen te zijn’, ook al is het niet aan ons precies te verklaren hoe men zich de tegenwoordigheid van Christus in brood en wijn moet voorstellen. De maagdelijke geboorte en de vergeving van onze zonden gaan toch óók ons verstand te boven?
Om de tegenwoordigheid van Christus in het sacrament te illustreren gebruikt Luther in De Babylonische gevangenschap der kerk het beeld van vuur dat ijzer doorgloeit. Dr. W.J. Kooiman (1903-1968) wijst in een befaamd geworden opstel erop dat de alwerkzaamheid van God een van de karakteristieke elementen in Luthers denken is. God daalt af in de wereld, neemt in haar vormen en ordeningen gestalte aan, gebruikt ook mensen en gebeurtenissen als Zijn instrument. Maar altijd en alleen vind en grijp je Hem, waar het Wóórd is. Het Woord is een Woord met kracht.
Luther hield vast aan het Hebreeuwse dabar, dat tegelijk woord en daad is. Zoals Christus Zich in Zijn Woord vertoont, zo geeft Hij Zich ook in brood en wijn. Duidelijk is meteen dat het sacrament zónder het Woord ondenkbaar is.
WERKELIJK PRESENT
Dr. Thomas J. Davis wijst erop dat Luther bij voorkeur spreekt over een hungry and terrified soul (hongerige en bevreesde ziel) in verband met de deelnemer aan het heilig avondmaal. Het brood dat ons in het sacrament gegeven wordt, bevat troost voor de aangevochten mens, genezing voor de zieke, het leven voor een dode. Het Woord van God maakt de diepste nood (en dood) van de deelnemer duidelijk, maar het is hetzelfde Woord dat in deze nood werkelijk en volkomen uitkomst geeft.
Het is voor Luther onbestaanbaar (en buitengewoon hoogmoedig) wanneer een mens in zijn aangevochten bestaan zo’n aanbod van God van de hand wijst. Nu begrijpen we ook hoeveel Luther eraan gelegen is dat Christus wérkelijk present was in de tekenen van het heilig avondmaal. Niets en niemand anders kan ons toch troosten in dit ondermaanse dan Hij alleen? Men moet weten waar men in het avondmaal aan toe is.
Voor het goede begrip wijzen we erop dat Luther ervan uitging dat Christus, ondanks het feit dat Hij naar de hemel is opgevaren, nog altijd – óók in Zijn menselijke natuur – op de aarde werkzaam en aanwezig is.
Dit laatste vormt het verschil met Calvijn (en de latere gereformeerde traditie) die onderscheid maakte tussen de menselijke natuur van Christus in de hemel, terwijl Hij naar Zijn Godheid, majesteit, genade en Geest niet van ons geweken is (HC, vr.&antw.47, het zogenaamde extra calvinisticum).
Luthers theologie is incarnational en het avondmaal is ook een vorm van incarnatie. Bovendien is God volgens Luther altijd verborgen aanwezig, in de niet-verwachte elementen, onder de schijn van het tegendeel.
REALITEIT
We leren veel van Luther. Zonder volledig te zijn wijs ik op drie dingen. Eerst en vooral valt te denken aan zijn nadruk op de kracht van het (belofte)Woord. Wat de Heere zegt, dat dóet Hij. We proeven hierin de hartstocht om het heil onaantastbaar te houden, los van onze gevoelens en emoties die immers zo wispelturig kunnen zijn. Verder kende Luther, naast de buitengewone hoogachting van het Woord, een gróte Christus. Van beiden zouden wij meer moeten hebben.
Ten slotte: voor Luther, een hartstochtelijk mens, was de zonde realiteit, maar de genade ook. De sacramenten garanderen ons dat God tegenwoordig is in de draaikolk van de overlevingsstrijd tegen duivel, wereld en eigen vlees. Wie zelf iets van deze strijd kent, gaat Luther niet alleen begrijpen en waarderen, maar voor hem of haar krijgen de sacramenten ook meer gewicht in het leven van het geloof. Herkennen wij dat?
Dat doet ons – met het avondgebed van Luther – bidden: ‘Blijf bij ons met Uw genade en goedheid, met Uw troost en zegen, met Uw Woord en sacrament.’
Ds. C.H. Hogendoorn is predikant van de hervormde gemeente te Katwijk aan Zee.
Volgende keer deel 4: Calvijns visie op het heilig avondmaal.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 oktober 2017
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 oktober 2017
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's