De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

GLOBAAL BEKEKEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

GLOBAAL BEKEKEN

3 minuten leestijd

Tijdens het zogeheten promovendiberaad, uitgaande van de Gereformeerde Bond, refereerde prof. dr. H. van den Belt aan een promotieonderzoek van J.H. Kluiver in 1998. Over het avondmaal in Middelburg:

Je kunt vanuit preken en andere boeken van alles en nog wat veronderstellen over de avondmaalsviering of -mijding ten tijde van de Nadere Reformatie, maar het is ook wel goed om gewoon eens te kijken naar de rekeningen van de bakkers en de slijters en dan blijkt dat in het zeventiende-eeuwse Middelburg de kerk 500 liter wijn en 78 broden bestelde voor het avondmaal en daaruit kun je afleiden dat er 10.000 avond-maalsgangers waren, tweederde van de volwassen bevolking.’

***

In een bij WBOOKS (Zwolle) uitgegeven boek Crossroads. Reizen door de Middeleeuwen staat een boeiend artikel onder de titel ‘Kennis, geleerdheid en wetenschap in Europa, 300-1000 n. Chr.’ Twee fragmenten:

• Als in de late Oudheid en de vroege Middeleeuwen iemand iets moest of wilde weten, bij wie kon hij dan terecht? De meeste mensen hadden zelf geen toegang tot geschreven teksten. Wel moeten zij in ieder geval een besef hebben gehad van bepaalde dingen die de mensen die wel konden lezen en schrijven met die geschreven teksten konden doen. Deze omstandigheid lijkt van weinig belang te zijn geweest. De meeste mensen waren actief in het boerenbedrijf en de benodigde kennis om gewassen te verbouwen en vee te houden kwam van deskundigen, zonder dat over die onderwerpen boeken geraadpleegd hoefden te worden. De paar boeken die in de Oudheid over de landbouw zijn geschreven, zoals die van de Romeinse auteurs Cato en Varro, waren vrijwel vergeten, maar de inhoud ervan was bij boeren wel bekend. Ook de vervaardiging van goederen als keramiek of ijzerwerk vond plaats zonder ondersteuning van geschreven teksten. En als bepaalde ambachten, bijvoorbeeld dat van glazenmaker, in bepaalde streken kennelijk vergeten raakten, dan was dat omdat er nooit geschreven teksten waren geweest ter vervanging van de praktische kennis die bij de vervaardiging van glasplaten werd toegepast.

• We weten vrij zeker hoeveel boeken uit de periode 300-1000 n. Chr. bewaard zijn gebleven, althans voor zover het boeken uit Latijns schrijvend Europa betreft. We kunnen op grond daarvan zelfs het aantal boeken dat werd geproduceerd berekenen. Van de zesde tot de achtste eeuw werden in het Latijnse Westen zo’n 67.000 handschriften geproduceerd; in de negende eeuw neemt dit aantal spectaculair toe tot meer dan 200.000. In de tiende eeuw zakt dit aantal weer tot naar schatting 136.000. Onnodig te zeggen dat slechts een fractie van deze handschriften bewaard is gebleven. Zo zijn er uit de achtste eeuw minder dan tweeduizend handschriften (of fragmenten daarvan) over. Niettemin kunnen we ons aan de hand van de bewaard gebleven handschriften uit de periode 300-1000 een algemeen beeld vormen van de interesses van wetenschappers uit de late Oudheid en de vroege Middeleeuwen, ook al zijn handschriften met een inhoud die als wetenschappelijk aangemerkt zouden kunnen worden in de minderheid. Niet alle handschriften hadden evenveel kans om bewaard te blijven. We mogen aannemen dat met de luxe, rijk geïllustreerde handschriften zorgvuldig werd omgegaan en dat ze daarom een bovengemiddelde kans hadden bewaard te blijven. Vaak bevatten die handschriften Bijbelboeken. Voor handschriften die door de plaatselijke geestelijkheid werden gebruikt was de overlevingskans echter zeer klein. Die boeken werden dagelijks gebruikt, waren onderhevig aan slijtage en moesten worden vervangen als ze waren opgebruikt. Wetenschappelijke handschriften zitten ergens tussen die twee uitersten: hun overlevingskans hing af van de zorgzaamheid van de bibliothecarissen van de betreffende instituten. Er zijn verrassend grote aantallen bewaard gebleven, in het Westen met name uit de negende en tiende eeuw.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 oktober 2017

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

GLOBAAL BEKEKEN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 oktober 2017

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's