De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

STELLINGEN, TOEN EN NU

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

STELLINGEN, TOEN EN NU

Waar is de Bijbel op 31 oktober 1517?

7 minuten leestijd

In welke stellingen heeft Luther het over de betekenis van de Bijbel? En hoe actueel zijn zijn woorden voor vandaag? Intrigerende vragen om mee aan de slag te gaan. Enthousiast ga ik op zoek naar stellingen die de Bijbel centraal stellen. Dan wacht een verrassing.

De digitale zoekfunctie gaf bij de term ‘Bijbel’ en ‘Schrift’ geen enkel resultaat. De termen ‘Woord van God’ en ‘Evangelie’ leverden elk een paar stellingen op, maar daarin wordt de eigenstandige betekenis van de Bijbel nauwelijks uit de doeken gedaan.

Deze zoekresultaten brengen ons bij de vraag: waar is de Bijbel op 31 oktober 1517? Speelt Gods Woord slechts een bijrol in de 95 stellingen? Dat zou een opmerkelijk gegeven zijn. Luther kennen we immers als de man die zijn theologische ontdekkingen opdiepte uit Gods Woord, die het Nieuwe Testament op de Wartburg in het Duits vertaalde, die dag en nacht bezig was om via colleges en verkondiging de Schriften te ontsluiten.

In deze bijdrage zoomen we in op twee stellingen en wordt hopelijk duidelijk dat de Bijbel toch belangrijk is voor de reformator, juist op 31 oktober 1517.

AFLATEN

Stelling 54 is een van de twee stellingen waarin expliciet over het Woord van God gesproken wordt:

‘Aan het Woord van God wordt onrecht gedaan, als men in een preek evenveel of zelfs meer tijd besteedt aan de verkondiging van de aflaat dan aan het Woord van God.’

Waarom wil Luther hierover in debat met zijn collega-theologen? Juist in het voorjaar van 1517 is Tetzel begonnen aan zijn tournee door het bisdom van Magdeburg. Als hij met zijn aflaatkraam in het plaatsje Jüterbog arriveert, stroomt de nabijgelegen stad Wittenberg leeg. Inwoners zijn zelfs bereid om een wandeling van veertig kilometer te maken om maar een aflaat te bemachtigen. ‘Dat maakt wel duidelijk hoe intens de mensen de behoefte voelden aan zekerheid voor hun eeuwig leven en dat van hun nabestaanden.’ (prof.dr. H.J. Selderhuis)

In dit stadium van zijn leven heeft Luther nog niet eens bezwaren tegen de aflaathandel als zodanig. Wel is hij bezorgd om de wildgroei die op minstens drie terreinen plaatsvindt. Allereerst wordt de indruk gewekt dat de aflaat niet alleen vermindering van pauselijke straffen bewerkstelligt, maar dat tevens zonde en schuld van jezelf of van nabestaanden in het vagevuur erdoor worden uitgewist. Ten tweede wordt de aflaathandel voor economische doeleinden ingezet, zoals de bekostiging van de bouw van de Sint-Pieter, waarmee pastorale en financiële aspecten van het kerk-zijn door elkaar gaan lopen. En ten derde dreigt het thema van de aflaten zo’n dominante plaats in het kerkelijke leven in te nemen dat zelfs de prediking erdoor wordt beheerst. Tegen deze achtergrond betoogt Luther in stelling 54 dat op deze manier Gods Woord onrecht wordt aangedaan, een grove fout die de kerk nooit mag maken.

RECHT OF ONRECHT

Gelukkig is het front van de aflaathandel in onze tijd verdwenen. Dat neemt echter niet weg dat het belangrijk is om 500 jaar later de vraag te stellen: doen wij vandaag recht of onrecht aan Gods Woord? Dat is om te beginnen een vraag aan mezelf als predikant en aan iedereen die wekelijks geroepen wordt de Bijbel te openen in de christelijke gemeente. Wat zeg ik in de verkondiging? Vul ik de kostbare tijd met slappe verhaaltjes? Of waag ik het om Gods Woord in het midden van de gemeente neer te leggen, ongeacht of het aangenaam of tegendraads klinkt? Tegelijk is het ook een vraag aan hoorders. Geef ik mijn leven zo vorm dat er innerlijke rust en ruimte is om Gods Woord te ontvangen? Of is er sprake van ruis in mijn leven vanwege stress, verkeerde prioriteiten of een gebrek aan discipline en gehoorzaamheid in mijn geloofsleven? Bid ik daarbij om de werking van de Geest? Recht doen aan Gods Woord betekent als christen er werkelijk naar luisteren en naar leven.

WARE SCHAT

Stelling 62 is een van de vier stellingen waarin het woord ‘Evangelie’ naar voren komt:

‘De ware schat van de kerk is echter het heilig Evangelie van de heerlijkheid en de genade van God.’

Zoals hierboven gezegd had Luther flinke bedenkingen bij de economisering van de aflaathandel. Dr. Selderhuis vertelt in zijn Lutherbiografie dat Tetzel tijdens zijn toer zelfs een kist meenam waarin mensen geld konden deponeren. Het bekende rijmpje ‘Zodra het muntje in de kist klinkt, het zieltje in de hemel springt’ is dan ook geen antiroomse propaganda. Nee, het werd door Tetzel en zijn medewerkers daadwerkelijk gebruikt als reclameslogan. Daartegenover is Luthers stellingname dat niet het geld maar het Evangelie de ware schat is van de kerk.


Waag ik het om Gods Woord in het midden van de gemeente neer te leggen, tegendraads of niet?


Wat houdt het Evangelie in volgens Luther? Reeds van 1513 tot 1515 – tijdens de bestudering van het Psalmenboek – komt hij de grondlijnen ervan op het spoor. Het Evangelie is voor hem niet anders dan de grondstructuur van de Bijbel, die begint met Gods daad van de schepping en die eindigt met de definitieve verwijdering van de zonde en de overwinning van het leven op de oordeelsdag en waarvan Jezus Christus, de Zoon van God, de Gekruisigde Die is Opgestaan, het centrum is. In lijn hiermee betekent christen-zijn dat deze evangelieschat niet op afstand voor je blijft maar langs de weg van boete en berouw neerdaalt in je hart.

ONDER DRUK

Hoe vertrouwd Luthers evangeliewoord ons wellicht ook in de oren klinkt, toch staat de actualiteit ervan onder druk in onze tijd. In 2008 schreef dr. E.P. Meijering een pamflet met als titel Het roer moet om. Daarin maakt hij duidelijk dat het kerkelijke leven in onze tijd zich naar twee kanten toe ontwikkelt. Aan de ene kant is er sprake van ‘ethisering’, waarbij de nadruk valt op het gedrag van christenen in de samenleving. Aan de andere kant is er sprake van ‘psychologisering’, waarbij het geloof een instrumenteel karakter heeft ten opzichte van de zelfontwikkeling van de mens. Beide ontwikkelingen zijn in die zin zorgwekkend dat de kern van het Evangelie erdoor naar de achtergrond verdwijnt. Laten we vijfhonderd jaar na dato Luthers stelling opnieuw hervinden en doordenken: ‘De schat van de kerk is het Evangelie van de heerlijkheid en de genade van God.’

***

De bespreking van twee stellingen maakt duidelijk dat Luther weliswaar weinig over de Bijbel spreekt in kwantitatieve zin. Maar vanuit kwalitatief oogpunt is Gods Woord de bron waaruit Luther put om zijn heilzame geluid te laten te horen, voor toen en nu.

Ds. K.M. Teeuw is predikant van de hervormde gemeente te Aalst.


FEIT OF FICTIE?

We kennen allemaal de afbeeldingen van Luther die in monnikspij het document met de 95 stellingen op de kerkdeur van de Slotkapel spijkert. De rooms-katholieke geleerde Erwin Iserloh trok in 1961 de historiciteit van deze gebeurtenis in twijfel. Twee argumenten droeg hij daarvoor aan. Luther zelf heeft volgens de bronnen nooit één woord gesproken over deze publieke daad. Alleen Melanchthon maakt er melding van na Luthers overlijden, maar die was zelf op 31 oktober 1517 niet eens in Wittenberg aanwezig. En ten tweede zou Luther nooit stellingen op een kerkdeur hebben getimmerd, zoiets deed je destijds niet.

Verder onderzoek in de achterliggende tijd heeft weer nieuwe informatie opgeleverd. Duidelijk is nu dat kerkdeuren wel degelijk als ‘prikborden’ werden gebruikt door de universiteit. Stellingen met het oog op academische debatten werden daar gepubliceerd. Daarbij is ook bekend geworden dat niet een hoogleraar, maar de pedel van de universiteit de stellingen aan de kerkdeur bevestigde. Waarschijnlijk was het dus niet Luther zelf maar de pedel die de beroemde 95 stellingen ophing. De details rond de gebeurtenis zijn niet zeker, maar vast staat dat Luther de stellingen schreef en op 31 oktober 1517 publiek maakte. Het belangrijkste voor ons is dat we Luthers boodschap niet vergeten maar bewaren in ons leven en in de kerk van vandaag.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 oktober 2017

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

STELLINGEN, TOEN EN NU

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 oktober 2017

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's