DOOP ALS TWISTAPPEL
Gods liefde parelt in het vaak onbegrepen genadeverbond
Wat gebeurt er tijdens de Permanente Educatie van predikanten? Dat aanbod is te breed om op één noemer te brengen. Daarom een inkijkje in zomaar één cursus: ‘De doop als twistappel’, gegeven door prof. dr. H. van den Belt. Zijn colleges zetten me aan het denken.
Zürich, 1525. In het huis van Felix Manz zijn Conrad Grebel, George Blaurock en enkele andere broeders samengekomen. Even geleden hoorden zij nog bij de Reformatiebeweging van Zwingli, maar ze vinden dat die zijn oren te veel laat hangen naar de gematigde overheid. Het moet radicaler: zo moet de doop alleen aan wedergeborenen bediend worden. Een dispuut hierover was volgens de overheid van Zürich in het voordeel van Zwingli beslist. Alle ‘radicalen’ moeten binnen acht dagen hun kinderen laten dopen, op straffe van verbanning uit de stad. Terwijl de broeders hierover spreken, vraagt Blaurock aan Grebel of deze hem ter plekke wil dopen op de belijdenis van zijn geloof. Vervolgens doopt Blaurock de andere aanwezigen. Het is 21 januari 1525: de eerste wederdoop wordt bediend, de doperse richting is geboren.
SYMPATHIE
Groningen, 2017. Prof. H. van den Belt vertelt deze geschiedenis en legt daarmee de doop als twistappel opnieuw op tafel. Er is een gemêleerd elftal predikanten bijeen: van enkele ‘bonders’ tot een predikante die zowel in een protestantse gemeente als in een doopsgezinde gemeente dient en daarmee de controverse aan den lijve ervaart. Maar in welke hoek van de kerk wij ook zitten, het verschil in doopbeschouwing blijkt ons allen te raken. We kennen allemaal gemeenteleden die voor hun kind geen doop verlangen, omdat ze dat op de eigen belijdenis willen laten volgen. En we merken in onze gemeenten een groeiende sympathie voor (refo)baptistengemeenten. Gemeenten als de Bethelgemeente in Drachten, of Mozaiek0318 in Veenendaal blijken een aantrekkingskracht te hebben die zelfs hun regiogrenzen overschrijdt. Wanneer ik mensen spreek die deze diensten bezoeken, zijn ze enthousiast over de vlotte manier waarop de dienst wordt vormgegeven. En de preek is toch goed? Want zonde en verlossing door Christus worden nadrukkelijk benoemd. Wie maakt er, bij zoveel ‘oecumene van het hart’, van de doop nog een twistappel? Dat is old school en past niet meer in deze seculiere tijd. Laten wij elkaar liever herkennen als broeders en zusters in Christus!
Onze jongeren verdienen een concretere invulling van het genadeverbond
TABOE
Hoewel ik die broederlijke liefde van harte onderschrijf, word ik soms wat sip van deze teneur: alsof me bij voorbaat de mond gesnoerd wordt omdat deze discussie taboe is. Tegelijk ben ik beschroomd, want hebben wij ons recht van spreken inmiddels niet verloren? Oprecht vraag ik me af: waar in ons dooponderwijs hebben wij onze kansen verspeeld?
In onze reformatorische doopopvatting is ‘het verbond’ een kernwaarde. Toch leeft deze notie voor de jongere generatie nauwelijks; velen snappen de term niet eens. Want wat voegt het verbond nu toe aan Gods liefde? Natuurlijk mag een kerkelijk kind gaan geloven in Gods liefde, maar dat mag zijn ongelovige buurjongen toch net zo goed? Of neem een andere kernwaarde: in alle doopgesprekken die ik voerde, heb ik nog nooit meegemaakt dat doopouders hun verlangen motiveerden door er op te wijzen dat hun kinderen ‘met Christus mogen sterven en opstaan’ (Rom.6), wat toch dé meest nieuwtestamentische betekenis van de doop is. En als ik op catechisatie vertel dat de reformatorische kerken én volwassendoop én kinderdoop kennen (‘ik zou wensen dat er elke maand volwassendoop was’), en zelfs in dié volgorde, omdat de kerk op volwassendoop is gebouwd en de kinderdoop daar een ‘afgeleide’ van is, zie ik louter verbaasde gezichten. Ik constateer dat wij, ondanks alle doopgesprekken en doopdiensten, er kennelijk niet (goed) in slagen om deze reformatorische diamant te laten schitteren. Waar is dit misgegaan?
DOPERDOM
Ik ervoer het als verrijkend om, met deze vragen in het achterhoofd, me door prof. Van den Belt terug te laten voeren naar de begintijd van dit dispuut. In zijn colleges schetste hij allereerst de bredere context. Het verzet tegen de kinderdoop blijkt namelijk niet eenduidig te zijn. Grofweg zijn er drie groepen dopersen te onderscheiden: zij die met name mystieke, of biblicistische, of apocalyptische argumenten hanteren. Ook blijkt hun standpunt over de doop niet op zichzelf te staan, maar samen te hangen met hun sacramentsleer en hun visie op kerk en staat. En natuurlijk met de ecclesiologie: de dopersen vonden dat de hervormers maar half werk geleverd hadden, door de kerk slechts op een aantal terreinen te reformeren (reformatio). De kerk is zo verduisterd, dat zij geheel opnieuw beginnen moet (restitutio). Onafhankelijk van de overheid begonnen zij een gemeente van wedergeboren christenen, zoals in Handelingen.
BRONTEKSTEN
Het mooie van deze colleges was dat prof. Van den Belt ons steeds bronteksten voorhield. We bestudeerden teksten van onder anderen Zwingli, Grebel, Hut, Bullinger, Calvijn, Hoffman en Micron, waarbij we om de beurt een inleiding verzorgden. Soms vroeg het oud-Duits wel wat inspanning, maar het was altijd boeiend om de argumenten pro en contra vanuit de eerste mond te horen. We hoorden soms argumenten die nu niet meer (zo) gebruikt worden: ‘de kinderdoop is een satanische dwaling die door de paus de kerk is ingebracht’; maar vaak klonken argumenten verrassend herkenbaar: ‘de apostelen leerden eerst en doopten daarna; en nergens staat dat ze kinderen doopten.’ Al met al moesten ook wij terug naar de bronnen. Want ondanks de kerkhistorische insteek van de colleges kwamen we toch uit op de hermeneutische vragen bij de Schrift: hoe zien we de continuïteit tussen Oude en Nieuwe Testament? Wat is de verhouding tussen besnijdenis en doop? En hoe verhoudt zich dat met de doop van Johannes de Doper? Wat betekent de doop van Jezus Zelf? En de doop van de Efeziërs in Handelingen 19?
LITURGISCHE FORMULIEREN
Prof. Van den Belt liet ons ook liturgische formulieren lezen die de katholieke kerk, het doperdom en de Reformatie gebruikten bij hun doopsbediening. In die praxis zagen we treffend hoe in de katholieke kerk het feitelijk draait om het verzaken van de duivel: volwassendoop wordt hier de kinderen in de mond gelegd. Ons ‘eigen formulier’ zagen we ondertussen groeien. De verwante frase, dat ‘de doop verplicht tot een nieuwe gehoorzaamheid’ (die bij Zwingli nog het een en al was: de doop als Pflichtzeigen), verschoof naar achteren en werd pas het derde element. Dat de doop niet alleen een teken was, maar ook een zegel (omdat God in het sacrament ook werkelijk iets belooft) wordt onder invloed van Calvijn toegevoegd. En daaronder ligt de ontdekking van Bullinger: dat het verbond niet als een verplichtend verbond begrepen moet worden, maar als een genadeverbond, vol van Gods beloften. Het was voor mij persoonlijk een eyeopener om te ontdekken dat deze voor ons zo belangrijke notie feitelijk een laatbloeier is in de gereformeerde theologie; zoals eigenlijk de hele verankering van de doop in het verbond (pas) kenmerkend is voor de gereformeerde traditie.
UITWAAIEREN
Het is niet vreemd dat de doop zoveel tongen losmaakt: haar innerlijke rijkdom roept veel verschillende interpretaties op. Mede daardoor waaierden onze gesprekken soms alle kanten op, omdat exegetische, kerkhistorische, liturgische en pastorale noties elkaar steeds afwisselden. De manier waarop prof. Van den Belt op al die vragen trefzeker een antwoord wist te geven of te wijzen – heel toegankelijk, maar erudiet – verdient grote waardering. Het maakte dat deze colleges werkelijk leerzaam waren en het bevredigende gevoel gaven (zelfs bij zo’n controversieel onderwerp!) verder gebracht te zijn in een vraag die er in het kerkelijke leven toe doet. Ik neem dan ook veel mee om te overdenken. Ik noemde al de laatbloeier van het genadeverbond, die zo moeilijk begrepen wordt, terwijl Gods liefde er in parelt. Onze jongeren verdienen hiervan een concretere invulling, waarbij meer accent mag vallen op ‘de eenheid met Christus’; een eenheid die Christus genadig doortrekt naar de kinderen. Dan betrekken we ook Romeinen 6 op onze kinderen. Daaruit vloeien dan noties als inwijding én toewijding aan Christus voort: ‘commitment’. Nee, ik bedoel het niet als makkelijk harmoniseren, maar hier naderen wij wel ‘een gelijk’ van het doperdom. Terwijl wij (vanuit de verbondsgedachte terecht) onderstrepen dat onze kinderen ‘behoren gedoopt te wezen’, heeft de doop toch ook iets van een ‘rite de passage’: een opname in het levende lichaam van Christus en een begin van een leven in Zijn navolging. Wij zijn gedoopt, door God apart gezet om te groeien naar de volheid van geloof. De doop vraagt om wedergeboorte en persoonlijk geloof. Of dat je emotie raakt.
500 JAAR LATER
Nederland, 2025. Waar de Zürichse overheid de doop destijds verplichtte, is de situatie in Nederland juist omgekeerd: vanuit emancipatoir denken dreigt Den Haag de kinderdoop te verbieden. Religie mag niet worden opgedwongen: daarvoor moet je tenminste achttien jaar oud zijn. De doop als twistappel… De helft van de gelovigen vindt dit niet erg, want ze kenden de grootdoop toch al. Maar die andere helft, kan die iets vertellen over de rijkdom van de kinderdoop?
Ds. A. Schroten is predikant van de hervormde gemeente te Leerdam.
HANGIJZERS IN DE GEREFORMEERDE THEOLOGIE
DV op vrijdag 2 en 16 februari en 9 maart 2018 houdt prof. dr. H. van den Belt een cursus over de theologie van Herman Bavinck. Aan de hand van teksten van deze theoloog komen zes onderwerpen aan de orde: de Schrift, de predestinatie, de apologetiek, geloof en wedergeboorte, de kerk en de eschatologie. De cursus wordt gehouden in kerkelijk centrum Eben-Haëzer in Woudenberg. Opgeven kan via h.van.den.belt@rug.nl.
OPEN COLLEGES ‘CHRISTELIJKE WERELDBESCHOUWING’
In Groningen geeft prof. dr. H. van den Belt op zeven dinsdagen een ‘open college’ voor studenten en geïnteresseerde toehoorders met als titel ‘Een christelijke wereldbeschouwing: geschiedenis en relevantie’. Daarin behandelt hij thema’s uit de geloofsbelijdenis van Nicea: God, schepping, geschiedenis, verlossing, het Woord, de kerk en de mens in eschatologisch perspectief. Data: DV donderdag 19 en 26 april, 3, 24 en 3 mei, 7 en 14 juni van 19.00-21.00 uur. Opgeven kan via h.van.den.belt@rug.nl.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 november 2017
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 november 2017
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's