De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

ER GEBEURT ECHT IETS

Bekijk het origineel

ER GEBEURT ECHT IETS

Hernieuwde belangstelling voor het avondmaal [4]

7 minuten leestijd

Calvijns gedachten over de presentie van Christus in het avondmaal zijn niet zelden misverstaan. Wanneer we stellen dat de Geneefse reformator slechts een geestelijke aanwezigheid van Christus in het sacrament kende, doen we hem groot onrecht.

De erudiete prof. dr. A.Th. van Deursen (1931-2011) waarschuwde al voor wat hij dé zonde van de (kerk)historici noemde, namelijk die tegen het negende gebod. Wij leggen al te makkelijk personen uit het verleden woorden in de mond, die ze zelf nooit zo gesproken zouden hebben. Het gaat erom dat wij de gestorvenen recht doen. Dat vereist nu een aandachtige lezing en bestudering van wat Calvijn hierover zélf te berde heeft gebracht in diverse geschriften. Daarbij moeten we bedenken dat Calvijns gedachten over de sacramenten een ontwikkeling doormaken. Er is zelfs sprake van een zekere ‘beweeglijkheid’ in zijn denken (W. Janse). We moeten dit laatste niet zo verstaan alsof Calvijn met allerlei theologische winden meewaaide, wel dat hij voortdurend in gesprek was. Dan eens met de luthersen en katholieken, dan weer met dopersen en spiritualisten.

Calvijn was een hervormer van de tweede generatie, die probeerde om de tegenstellingen te overbruggen tussen het zogenaamde lutherse realisme (Christus is wérkelijk aanwezig in de tekenen van brood en wijn) en het zwingliaanse spiritualisme (de tekenen van brood en wijn verwijzen naar de aanwezigheid van Christus). Daarbij ondervond Calvijn blijvende invloed van mensen als Luther, Zwingli, Bucer en Bullinger.

LEERLING VAN LUTHER

We moeten ervoor oppassen dat we Luther en Calvijn te veel tegen elkaar uitspelen. Wie context (politieke, sociale en culturele factoren) en fronten verdisconteert, merkt spoedig op dat er minder verschil is dan soms gedacht wordt. Calvijn kunnen we zelfs met enig recht ‘Luthers grootste en enige leerling’ (P. Meinhold) noemen. Prof. dr. W. van ’t Spijker concludeert na een onderzoek van de invloed van Luther op Calvijn in de Institutie dat laatstgenoemde trouw bleef aan de erfenis van Luther, hoewel hij haar op eigen wijze verwerkte. Een grote overeenkomst tussen Luther en Calvijn is in ieder geval dat beiden een sterke huiver kenden om het wonder van Christus’ presentie te willen vatten. Een verschil tussen de reformatoren op dit punt is wel dat Luther strikt christologisch dacht, terwijl Calvijn ten aanzien van Christus’ aanwezigheid in het heilig avondmaal sterk pneumatologisch wilde denken. Daarom is de leer van de sacramenten bij Calvijn beter dan die van Luther (O. Noordmans).


In het avondmaal hebben we gemeenschap met de verhoogde Christus


VERENIGING MET CHRISTUS

Om de gedachten van Calvijn over de presentie van Christus in het heilig avondmaal op het spoor te komen, is het raadzaam niet alleen te rade te gaan bij de Institutie, al treffen we daar een brede en rijke uiteenzetting over de aanwezigheid van Christus in het sacrament. Zo vinden we hier bijvoorbeeld het voor hem zo belangrijke beeld van God als de goede en voortreffelijke Vader Die Zijn kinderen gedurende heel hun leven wil voeden.

Het heilig avondmaal is daar een overtuigend bewijs van. Christus betuigt daarin dat Hij Zelf het levendmakende brood is, waarmee onze zielen gevoed worden (Inst.IV.17.1). Wie hier aandachtig leest, kan het eenvoudigweg niet ontgaan hoe er in Calvijns optiek echt iets gebeurt in het avondmaal. We proeven en smaken. Christus is bovendien werkelijk tegenwoordig. Hij voedt, verkwikt en versterkt ons en stemt ons vrolijk (Inst.IV.17.2). Weliswaar niet door de verandering van brood en wijn, maar in het sacrament doet Christus wat Hij belooft. Door het gebruik van het sacrament wordt de kracht van het levendmakende brood werkzaam in ons. Het eigenlijke geheim is de vereniging met Christus.

VERBONDEN

Verschillende onderzoekers benadrukken dat het hart van Calvijns gedachten over het heilig avondmaal wordt gevormd door de real presence (werkelijke aanwezigheid), waarbij de unio cum Christo (de vereniging met Christus) de kern vormt (B.A. Gerrish). Het heilig avondmaal is veel méér dan een herinnering aan het lijden en sterven van Christus of een vorm van belijdenis van het geloof.

Calvijn is zeer beducht om brood en wijn slechts als een teken op te vatten (een zogenaamde nuda figura). Volgens hem is de waarheid van de zaak met het teken verbonden. ‘De Heilige Geest draagt ervoor zorg dat wat uitwendig betekend wordt, innerlijk bij de mens aankomt.’ (C. van der Kooi) In het sacrament geeft Christus Zichzelf én Zijn weldaden. Immers wanneer Christus ons door het geloof toebehoort, behoren ook Zijn goederen ons toe. Wanneer het gaat om de vraag naar de precieze aard van de gemeenschap met Christus, repliceert Calvijn dat dit een grote verborgenheid is, die hij beter ervaren dan begrijpen kan (Inst.IV.17.32).

We doen er goed aan wanneer we hierbij ook Calvijns uitleg van Johannes 6 bestuderen, bijvoorbeeld zijn uitleg van de woorden: ‘Want Mijn vlees is het ware voedsel en Mijn bloed de ware drank.’ (Joh.6:55) Dr. G.P. Hartvelt stelt dat we Calvijn geen recht doen wanneer we uitdrukkingen zoals ‘levendmakende brood’, ‘Christus als het enige voedsel voor de ziel’ en andere bewoordingen die Calvijn met voorliefde gebruikt, slechts figuurlijk duiden. Dat is overigens in de gereformeerde theologie na hem wel gebeurd.

SURSUM CORDA

In de Catechismus van Genève (CG) gaat Calvijn in op het onderscheid tussen het teken (brood en wijn) en de betekende zaak (lichaam en bloed van Christus). Zo laat hij vragen of we in het avondmaal slechts de tekenen hebben die ons Christus’ weldaden betuigen of dat ze ons ook daadwerkelijk aangeboden worden. Het antwoord laat er geen misverstand over bestaan: omdat Jezus Christus de waarheid Zelf is, lijdt het geen twijfel of Hij vervult de beloften bij het avondmaal ook, zodat Hij de zaak bij afbeeldingen voegt (CG, hfdst.53, vr.&antw.353).

In zijn Petit traicté de la saincte cène (in een mooie Nederlandse vertaling: Eén met Christus. Een klein tractaat over het heilig avondmaal) stelt hij dat wanneer wij in geloof het sacrament ontvangen, wij wérkelijk deelgenoot gemaakt worden aan het lichaam en bloed van Christus.

Belangrijk in dit verband is het zogenaamde Sursum corda (de harten omhoog). In het avondmaal hebben we gemeenschap met de verhoogde Christus. Hij is immers in de hemel. De verborgen kracht van de Heilige Geest bewerkstelligt dat dingen die ver van elkaar verwijderd zijn (Christus in de hemel en wij op de aarde) tot één verenigd worden. In zijn uitleg van 1 Korinthe 11:24 legt hij uit: ‘Het schijnt ongelofelijk dat wij door het vlees en bloed van Christus gevoed worden, dat zo ver van ons verwijderd is: bedenk dat het een verborgen en wonderlijk werk van de Heilige Geest is, dat gij niet met de mate van uw verstand behoort te meten […] heft uw gemoed daarheen op, opdat Hij vandaar u Zijner deelachtig maakt.’ Het Sursum corda wijst hierin ondubbelzinnig op het feit dat de avondmaalsbediening een geloofsoefening is (F.G. Immink).

GEMEENSCHAP

We besluiten met een belangrijk punt. Voor Calvijn onderstreepte het heilig avondmaal de onverbrekelijke eenheid van het lichaam van Christus. Door de werking van de Heilige Geest worden gelovigen niet alleen met Christus, maar ook met elkaar verbonden tot één lichaam, dat is de kerk. De eenheid van de kerk was Calvinus Oecumenicus (W. Nijenhuis) heilig en van daaruit valt zijn onvermoeibare inzet om tegenstellingen te overbruggen te verklaren. Helaas is hem dat niet gelukt.

Diep verdrietig is de conclusie dat het hun, die zich met graagte op hem beroepen, ook niet gelukt is. Sterker nog: de zogenaamde navolgers van Calvijn schijnen deze erfenis van Calvijn zelfs helemaal vergeten te zijn. Wie zou niet wenen?

Ds. C.H. Hogendoorn is predikant van de hervormde gemeente te Katwijk aan Zee.


Volgende week deel 5 in deze serie: het heilig avondmaal in de Heidelbergse Catechismus en de Nederlandse Geloofsbelijdenis.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 november 2017

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

ER GEBEURT ECHT IETS

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 november 2017

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's