MEER DAN AANWEZIG
Hernieuwde belangstelling voor het avondmaal [5]
Steeds vaker klinkt het verwijt dat we in de gereformeerde traditie de notie van de tegenwoordigheid van Christus in het heilig avondmaal min of meer zijn kwijtgeraakt. Is deze observatie terecht?
Mgr. dr. G.J.N. de Korte stelde eens dat de rooms-katholieke visie op het avondmaal veel rijker is dan de protestantse, vooral wat de inhoudelijke beleving betreft. In de zeventiende eeuw deden Franse polemisten de calvinistische interpretaties van het avondmaal spottend af als een theorie over de werkelijke afwezigheid van Christus in het sacrament. Zijn er misschien ‘zwakten’ in de gereformeerde avondmaalsleer, zoals dr. A.F.N. Lekkerkerker (1913-1972) ooit stelde?
ONHELDER
Vele anderen na hem vielen hem bij. Terecht? Heeft dr. H. Berkhof (1914-1995) gelijk als hij stelt dat de felle discussies die de verschillende reformatoren voerden over de kwestie van Christus’ presentie zozeer belast zijn met filosofische gedachtegangen dat daardoor de onhelderheid alleen maar toenam – een gevaar waar zelfs Calvijn niet aan ontkwam? Moeten we daarom de avondmaalsstrijd afdoen als een ‘ongelukkige discussie tussen reformatorische stromingen, die mede veroorzaakt werd door de sterke, typische, westelijke concentratie op de instellingswoorden alleen’ (J.P. Boendermaker). Is daarom de levende en werkzame Christus in het sacrament op de achtergrond geraakt?
Volgens dr. F.G. Immink daarentegen is nu juist de praktijk die gestempeld wordt door het klassiek-gereformeerde avondmaalsformulier sterk doordrongen van het besef van Gods werkzaamheid in de bediening. God is méér dan aanwezig. Het Heilige gebeurt. Wat is het nu? Hoe calvinistisch is de zogenaamde gereformeerde gezindte van vandaag de dag feitelijk?
Tussen haakjes, de term calvinisme ontstond in de zestiende eeuw als een luthers scheldwoord om de gereformeerde avondmaalsleer te karakteriseren. Calvijn zelf nam afstand van de term. Hij wilde niet dat een beweging die zich nadrukkelijk op de Schrift oriënteerde, naar de naam van een mens genoemd zou worden.
De catechismus zet de sacramenten in het deel van de verlossing
ERFENIS VAN CALVIJN
Het zou goed zijn om wat Calvijn over deze dingen schrijft, opnieuw grondig te overwegen. We ontdekken op deze manier dat hij dikwijls niet goed begrepen is en dat we de erfenis van Calvijn hier en daar behoorlijk verkwanseld hebben.
We gaan nu te rade bij twee reformatorische belijdenisgeschriften en onderzoeken wat zij ons leren ten aanzien van Christus’ presentie in het heilig avondmaal, te beginnen met de Heidelbergse Catechismus.
UITGEBALANCEERD
Wie de vragen en antwoorden 75-81 uit de catechismus bekijkt, ziet meteen dat de theologen van Heidelberg zich bepaald niet ‘met de Franse slag van de leer der sacramenten hebben afgemaakt’ (G.P. Hartvelt). De antwoorden zijn buitengewoon uitvoerig en uitgebalanceerd. Dat heeft uiteraard te maken met de strijd die in het protestantse kamp uitgevochten werd. We zijn met de zondagen die handelen over de sacramenten van doop en avondmaal dan ook terechtgekomen in het hart van het gereformeerde protestantisme. Wonderlijk genoeg staat het gedeelte over de sacramenten ook precies in het midden van het leerboek, het vormt het hart van de catechismus.
Wanneer we specifiek zoeken naar wat de catechismus zegt over de presentie van Christus in het avondmaal, lijkt de oogst op het eerste gezicht nogal mager. We kunnen deze soberheid verklaren doordat de catechismus een spoor gaat waarin alle partijen (lutheranen, gereformeerden en zwinglianen) zich konden vinden (L.D. Bierma). Negatief gezegd: de catechismus formuleert zodanig dat ieder met een beetje goede wil zijn eigen visie terugvindt. De tekst van de catechismus is in zeker opzicht een compromistekst. ‘Men zocht een maximale consensus en een minimale dissensus’ (W. Verboom). De invloed van Calvijn op de uiteindelijke formuleringen is veel minder groot dan we vaak denken.
VEEL TE BELEVEN
Een belangrijk punt is wel dat de sacramenten in de catechismus aan de orde worden gesteld in het deel van de verlossing en niet – zoals men zou verwachten – in het stuk van de dankbaarheid. Dit is een belangrijk punt.
We zijn gewend te onderscheiden tussen het (gepredikte) Woord dat het geloof wérkt en de sacramenten die het geloof ‘slechts’ versterken, maar die onderscheiding klopt toch niet helemaal. Antwoord 66 stelt klip en klaar dat God in het sacrament méér doet dan alleen versterken, immers Hij ‘geeft de belofte van het Evangelie des te beter te verstaan’. Het sacrament werkt toch iets uit.
Toegespitst op de antwoorden 75-79 dienen we erop te letten dat de catechismus méér zegt dan dat we bij het avondmaal slechts Jezus’ lijden en sterven gedenken. Zo zeker Hij aan het kruis geofferd is, zó zeker spijst en laaft (werkwoorden!) Hij ons tot het eeuwige leven (antw.75,77), zó zeker is Hij ons eigendom (antw.79).
Er gebeurt dus werkelijk iets onder de bediening van het heilig avondmaal en er valt machtig veel te beleven. De grote frequentie van het woordje ‘zekerlijk’ in de antwoorden valt op. Op geestelijke wijze ‘doet’ het sacrament iets. Liever: de Heilige Geest bewerkt in het avondmaal de gemeenschap met Christus en met elkaar (antw.79).
Voor het laatste (de onderlinge gemeenschap) heeft de catechismus helaas (in tegenstelling tot Calvijn en Luther) weinig oog. Hier lijkt ook onder ons een blinde vlek te zijn.
EXPLICIETER
Zoals eerder gezegd: Calvijn gaat verder dan de catechismus. In de Institutie schrijft hij dat de tekenen van brood en wijn niet slechts de geestelijke werkelijkheid uitbeelden, maar die ook geven. Dat gebeurt op een wijze die voor het verstand verborgen is, maar ‘laat het geloof vatten wat het verstand niet begrijpt’ (Inst.IV.17.9).
In artikel 35 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis klinkt een en ander explicieter door. Te denken valt bijvoorbeeld aan de formulering dat ‘de Heere in ons wérkt wat Hij ons door de tekenen voor ogen stelt’. Voorgaande zin zouden we eens diepgaand moeten overwegen. God komt in de tekenen van brood en wijn mee. Hij is méér dan aanwezig.
Wanneer we het over avondmaalsbeleving hebben, treft ons bovendien dat artikel 35 stelt dat het avondmaal een ‘geestelijke tafel is, aan dewelke Christus Zichzelf ons mededeelt met al Zijn goederen, en doet ons aan haar geníeten, zowel Zichzelf als de verdiensten van Zijn lijden en sterven […] vóedende, stérkende, vertróóstende onze arme troosteloze ziel door het eten van Zijn vlees en haar verkwikkende en vermákende (!) door de drank van Zijn bloed’. Wie durft er, met de door mij beklemtoonde werkwoorden voor ogen, nog zonder blikken of blozen te zeggen dat er bij het avondmaal niets te beleven valt?
IN EN MET DE GEMEENTE
Het slot van artikel 35 benadrukt dat niemand het avondmaal voor zichzelf alleen viert. We ontvangen het sacrament immers ‘in de verzameling des volks met ootmoedigheid en eerbied’ en we worden daardoor ‘bewogen tot een vurige liefde jegens God en onze naaste’.
Het persoonlijke belijden tijdens het avondmaal – ‘we doen aldaar belijdenis van ons geloof en van de christelijke religie’ – heeft nadrukkelijk plaats in het midden van de gemeente. Dat is een belangrijke lijn die we niet over het hoofd mogen zien, en die vandaag de dag meer dan ooit beklemtoond dient te worden. Met de woorden van dr. J. Koopmans (1905-1945): ‘Maar wie tot het Avondmaal komt, blijft niet met zichzelf bezig. Men viert het niet alleen, maar in en met de gemeente. De diepste en meest persoonlijke beslissing van ons leven is geen eenzame zaak. Zij voltrekt zich in de kerk en in de gemeenschap met de kerk, die de naam van Christus belijdt. Persoonlijk is iets anders dan individueel. En een persoonlijk belijden is op alle punten het volkomen tegendeel van de allerindividueelste expressie van de allerindividueelste emotie.’
Ds. C.H. Hogendoorn is predikant van de hervormde gemeente te Katwijk aan Zee.
Volgende week het slot van deze serie: Is er ten aanzien van de aanwezigheid van Christus in het heilig avondmaal een nieuwe ‘theologie van de presentie’ nodig?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 november 2017
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 november 2017
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's